Het bijberoep van toerist oefen je bij voorkeur in groep uit. Om de opgedane nieuwe indrukken te verwerken ga je met z'n allen op een terrasje een biertje of iets anders drinken: de oude indrukken moeten ook levendig gehouden worden. Er ontstaat al snel een conversatie, die na enige tijd min of meer ludiek wordt. Dan worden er grappen verteld, en sommige daarvan zijn spits, hilarisch of anderszins lachwekkend.
Mop 1
Verteld door de Nederlandse (Zeeuwse) schippersvrouw, die nadien toegaf dat ze een hele tijd naar haar bril gezicht had: ze had hem boven op haar hoofd gezet, the flashy way to wear glasses. Maar de mop dan:
Waarom neemt een Belg een baksteen mee naar bed als hij gaat slapen? Wij, Belgen, de meerderheid van het gezelschap, weten dat natuurlijk niet - zo hoort dat voor een Belg - waarop het antwoord welsprekend wordt medegedeeld:
om het licht uit te gooien!
Luttele seconden voor de worp
Mop 2
Iemand gooit een rood, rond voorwerp naar een gebouw. De grootte kan van variëren van die van een tennisbal tot een volleybal: het moet werpbaar blijven. Een aardbei is te klein. Net op het moment dat het rode voorwerp de gevel raakt, gaan alle lichten uit. Wat is dat?
Antwoord van de laconieke Belgische verteller: puur toeval!
Net voor de inslag
Mop 3
Een man komt al een hele tijd een café binnen, bestelt aan de toog drie jenevertjes, drinkt die gezapig uit en verlaat dan de zaak. De waard vindt dat eigenaardig, overwint zijn schroom en vraagt de klant ten slotte naar het waarom van zijn op zijn minst eigenaardige bestelling. 'O,', zegt die, 'ik heb twee broers, een in Amerika en een in Australië. Als ik drie glaasjes bestel, heb ik het gevoel dat ze ook bij me zijn'.
Een paar maanden later doet de klant nog altijd hetzelfde, dat wil zeggen: hij bestelt nog maar twee borrels. De waard denkt dat een van de broers overleden is, pijnlijk, maar hij vraagt de borrelaar toch of dat inderdaad zo is. 'O nee,' antwoordt die, 'helemaal niet, ik heb het drinken opgegeven.'
De drie broers
Het heeft er fameus gedaverd daar in San Sebastian, en dan moet je weten dat de Canarische Eilanden in een actief vulkanisch gebied liggen!
vrijdag 6 april 2012
Zeilvakantie 2 - San Sebastian: eerste kennismaking
Na de voor sommigen eerder barre tocht van Tenerife naar La Gomera willen we allemaal voet op vaste grond zetten, dus dat wordt San Sebastian gaan bekijken. En hoewel het om een klein stadje gaat, is er best wat te zien. Bijvoorbeeld een gestileerde buste van Christoffel Columbus: in San Sebastian heeft hij in 1492 zijn schepen bevoorraad voor hij de Atlantische Oceaan overstak en Indië ontdekte, maar dat bleek dan Amerika te zijn: you wan't win them all! Hij zou volgens de legende daar ook gevallen zijn voor de charmes van de gravin van La Gomera, de genaamde Beatriz de Bobadilla. Niet alleen Dante heeft een Beatrice gekend; toch schijnt het verhaaltje nogal apocrief te zijn. Hoe dan ook, in 2006 hebben koning Juan Carlos en koningin Sofia dit borstbeeld onthuld, tot meerdere eer en glorie van San Sebastian en het toerisme aldaar.
In het Spaans: Cristobal Colon
Het oudste gebouw van de stad is de 'Torre del Conde' (de toren van de graaf), in het midden van de vijftiende eeuw opgericht ter verdediging van het eiland tegen invallers en kandidaat-veroveraars. Jarenlang blijkt de toren verwaarloosd geweest te zijn, en hij is pas recent gefatsoeneerd en gerestaureerd. Er zijn mooiere torens te bedenken, maar het is een historische getuige.
De stoere Torre del Conde
In het centrum liggen ook twee belangrijke pleinen: de 'Plaza de la Constitucion' (het Grondwetplein) en de Plaza de las Americas. Vooral dat Grondwetplein is indrukwekkend, niet zozeer door een schitterende vorm, maar wel door de bomen die er staan: laurierbomen blijken dat te zijn, flink uit de kluiten gewassen, met echt dikke stammen en zo rond 17 meter hoog, en met een echt dicht bladerdek. Ik kan me indenken dat de inwoners hier in de zomerse hitte komen bekomen van de dag, wijn, bier of vruchtensap consumeren, de dagprestatie van de zon commentariëren, mensen kijken of door mensen bekeken worden. Het moet de mensen een soort van vredig, zalig gevoel geven na weer een dag piekende temperaturen.
Laurierboom: echt bescheiden kun je de stam niet noemen.
Het bladerdek van de laurierbomen
Een kerk heeft San Sebastian natuurlijk ook, en hier, in het zeer katholieke Spanje is die overdag gewoon toegankelijk. Binnen zitten inderdaad vier mensen te bidden: twee vrouwen van laten we zeggen middelbare leeftijd, maar net zo goed twee meisjes van een jaar of veertien. En er zijn wel kerkschatten, maar de plaatselijke clerus is er heel gerust in dat die niet boudweg gestolen worden: er zijn nog oude zekerheden hier. De kerk heet overigens 'La Iglesia de la Asuncion', de Hemelvaartkerk in het Nederlands. Opvallend in de rechterzijbeuk is een
La Iglesia de la Asuncion: voorgevel
Madonna er toch iets anders uitziet dan dergelijke beelden bij ons: ze staat op een zilveren maan, draagt een triomfantelijke kroon en aureool, ook in zilver, en het blauw van haar mantel lijkt mij lichter van kleur dan wij gewend zijn. Misschien is dat de aard van het Spaanse katholicisme: schitterende triomf?
Spaanse Madonna
En wij gaan tot slot op de Plaza de las Americas 'een terrasje doen': ons bijberoep van toerist uitoefenen.
In het Spaans: Cristobal Colon
Het oudste gebouw van de stad is de 'Torre del Conde' (de toren van de graaf), in het midden van de vijftiende eeuw opgericht ter verdediging van het eiland tegen invallers en kandidaat-veroveraars. Jarenlang blijkt de toren verwaarloosd geweest te zijn, en hij is pas recent gefatsoeneerd en gerestaureerd. Er zijn mooiere torens te bedenken, maar het is een historische getuige.
De stoere Torre del Conde
In het centrum liggen ook twee belangrijke pleinen: de 'Plaza de la Constitucion' (het Grondwetplein) en de Plaza de las Americas. Vooral dat Grondwetplein is indrukwekkend, niet zozeer door een schitterende vorm, maar wel door de bomen die er staan: laurierbomen blijken dat te zijn, flink uit de kluiten gewassen, met echt dikke stammen en zo rond 17 meter hoog, en met een echt dicht bladerdek. Ik kan me indenken dat de inwoners hier in de zomerse hitte komen bekomen van de dag, wijn, bier of vruchtensap consumeren, de dagprestatie van de zon commentariëren, mensen kijken of door mensen bekeken worden. Het moet de mensen een soort van vredig, zalig gevoel geven na weer een dag piekende temperaturen.
Laurierboom: echt bescheiden kun je de stam niet noemen.
Het bladerdek van de laurierbomen
Een kerk heeft San Sebastian natuurlijk ook, en hier, in het zeer katholieke Spanje is die overdag gewoon toegankelijk. Binnen zitten inderdaad vier mensen te bidden: twee vrouwen van laten we zeggen middelbare leeftijd, maar net zo goed twee meisjes van een jaar of veertien. En er zijn wel kerkschatten, maar de plaatselijke clerus is er heel gerust in dat die niet boudweg gestolen worden: er zijn nog oude zekerheden hier. De kerk heet overigens 'La Iglesia de la Asuncion', de Hemelvaartkerk in het Nederlands. Opvallend in de rechterzijbeuk is een
La Iglesia de la Asuncion: voorgevel
Madonna er toch iets anders uitziet dan dergelijke beelden bij ons: ze staat op een zilveren maan, draagt een triomfantelijke kroon en aureool, ook in zilver, en het blauw van haar mantel lijkt mij lichter van kleur dan wij gewend zijn. Misschien is dat de aard van het Spaanse katholicisme: schitterende triomf?
Spaanse Madonna
En wij gaan tot slot op de Plaza de las Americas 'een terrasje doen': ons bijberoep van toerist uitoefenen.
dinsdag 3 april 2012
Zeilvakantie 2: La Gomera - San Sebastian: de vaart
Zoals te verwachten was vanochtend: het daghet in den oosten, en het licht er overal: er schijnt een stralende dag te beginnen. Leden van de bemanning klimmen in het want: ze zetten zeilen bij, ze brassen, ze zijn actief. Zelf voel ik me in de zee thuiskomen: de zilte geur is er weer, mijn huid krijgt een gevoel van plakkerige wind (dat ligt kennelijk ook aan het zoute zeewater).
's Ochtends: het want wordt opgetuigd
Als we de haven een eindje uit zijn en ons op volle zee bevinden, blijkt die rustige zee die ons gisteren voorspeld was eerder tegen te vallen. We maken kennis met een behoorlijk strakke tegenwind, 5 beaufort met uitschieters tot 7, zegt onze schipper, en wie ben ik om hem tegen te spreken. Op volle zee krijg je bovendien langere golven dan vlak onder de kust, en dat betekent diepere golfdalen en hogere -toppen. Lekker deinen wordt dat, tegen een snelheid van 3 knopen, dat wil zeggen om en bij 5,5 kilometer per uur. Onze tocht naar La Gomera kost ons acht uren: Neptunus wil ondertussen weten wie er min of meer over zeemansbenen beschikt en welke magen meer dan een baarmoederlijke schommeling kunnen verdragen. Niet iedereen zo blijkt, en de Atlantische Oceaan wordt af en toe aangevuld met niet helemaal verteerd voedsel: enkele maaginhouden blijven niet in de menselijke omhulling. En de meeuwen schreeuwen victorie!
Zeer blauwe, maar redelijk ruige zee
Inmiddels krijgen we land in zicht: het kleine eiland La Gomera en de hoofdplaats San Sebastian. Heel het eiland zou zo'n 22.000 inwoners hebben, de hoofdplaats met al zijn kleine kernen en gehuchten iets van een 6.700. San Sebastian, het stadje zelf, gaat prat op 2.600 mensen of daaromtrent: de bevolkingsdichtheid is er erg laag. In een toeristengids lees ik dat La Gomera er uitziet als een grote koeienvlaai (sic), met een straal van gemiddeld 23 kilometer. Ook zeer tekenend: op heel het eiland zijn er zes (6) tankstations: van file hebben ze hier allicht nog nooit gehoord.
En we komen dichterbij, en je schiet plaatjes van zee en eilandje, en als we dichterbij komen van het stadje en zijn haventje.
La Gomera met een schuimkoppende zee
Het stadje met veerboot van 'Fred Olsen'
Het plaatsje ligt tegen een helling vlak bij de kust, en het vangt best veel zon. Moderne gebouwen zijn er genoeg, en net zo goed boten die La Gomera verbinden niet met het vasteland, maar met Tenerife. Twee maatschappijen doen dat, Armas en Fred Olsen, allebei door de staat gesubsidieerd: efficiënt en kostenbesparend is misschien toch nog even iets anders. Fred Olsen ligt merkbaar in de bovenste la: in San Sebastian heet de boulevard bij de haven 'Avenida Fred Olsen'. Dat klinkt niet dadelijk heel Spaans, maar 'moet kunnen' zullen de Canariërs gedacht hebben. Tenslotte zorgen de veren voor het contact met de rest van de wereld, en dat is niet onbelangrijk als je zo geïsoleerd leeft. 'Insulated' zeggen de Engelsen dan, en zee hebben geen ongelijk.
Wat hier ook opvallend is: palmbomen alom, niet alleen op de promenades langs de zee, neen, je vindt ze hier een beetje overal. Wil het toeval nu dat ik pas geleden een groot deel van het Oude Testament verhapstukt heb, in een uitgave met de etsen van Gustave Doré. Het is zowat thuiskomen in het Bijbelse landschap, tenminste in de interpretatie daarvan door Doré. Wie of wat je waar nog niet tegenkomt! Je bent in den vreemde en je herkent van alles en nog wat. We wonen in 'the global village', toch!
Palmbomen zoals bij Doré
's Ochtends: het want wordt opgetuigd
Als we de haven een eindje uit zijn en ons op volle zee bevinden, blijkt die rustige zee die ons gisteren voorspeld was eerder tegen te vallen. We maken kennis met een behoorlijk strakke tegenwind, 5 beaufort met uitschieters tot 7, zegt onze schipper, en wie ben ik om hem tegen te spreken. Op volle zee krijg je bovendien langere golven dan vlak onder de kust, en dat betekent diepere golfdalen en hogere -toppen. Lekker deinen wordt dat, tegen een snelheid van 3 knopen, dat wil zeggen om en bij 5,5 kilometer per uur. Onze tocht naar La Gomera kost ons acht uren: Neptunus wil ondertussen weten wie er min of meer over zeemansbenen beschikt en welke magen meer dan een baarmoederlijke schommeling kunnen verdragen. Niet iedereen zo blijkt, en de Atlantische Oceaan wordt af en toe aangevuld met niet helemaal verteerd voedsel: enkele maaginhouden blijven niet in de menselijke omhulling. En de meeuwen schreeuwen victorie!
Zeer blauwe, maar redelijk ruige zee
Inmiddels krijgen we land in zicht: het kleine eiland La Gomera en de hoofdplaats San Sebastian. Heel het eiland zou zo'n 22.000 inwoners hebben, de hoofdplaats met al zijn kleine kernen en gehuchten iets van een 6.700. San Sebastian, het stadje zelf, gaat prat op 2.600 mensen of daaromtrent: de bevolkingsdichtheid is er erg laag. In een toeristengids lees ik dat La Gomera er uitziet als een grote koeienvlaai (sic), met een straal van gemiddeld 23 kilometer. Ook zeer tekenend: op heel het eiland zijn er zes (6) tankstations: van file hebben ze hier allicht nog nooit gehoord.
En we komen dichterbij, en je schiet plaatjes van zee en eilandje, en als we dichterbij komen van het stadje en zijn haventje.
La Gomera met een schuimkoppende zee
Het stadje met veerboot van 'Fred Olsen'
Het plaatsje ligt tegen een helling vlak bij de kust, en het vangt best veel zon. Moderne gebouwen zijn er genoeg, en net zo goed boten die La Gomera verbinden niet met het vasteland, maar met Tenerife. Twee maatschappijen doen dat, Armas en Fred Olsen, allebei door de staat gesubsidieerd: efficiënt en kostenbesparend is misschien toch nog even iets anders. Fred Olsen ligt merkbaar in de bovenste la: in San Sebastian heet de boulevard bij de haven 'Avenida Fred Olsen'. Dat klinkt niet dadelijk heel Spaans, maar 'moet kunnen' zullen de Canariërs gedacht hebben. Tenslotte zorgen de veren voor het contact met de rest van de wereld, en dat is niet onbelangrijk als je zo geïsoleerd leeft. 'Insulated' zeggen de Engelsen dan, en zee hebben geen ongelijk.
Wat hier ook opvallend is: palmbomen alom, niet alleen op de promenades langs de zee, neen, je vindt ze hier een beetje overal. Wil het toeval nu dat ik pas geleden een groot deel van het Oude Testament verhapstukt heb, in een uitgave met de etsen van Gustave Doré. Het is zowat thuiskomen in het Bijbelse landschap, tenminste in de interpretatie daarvan door Doré. Wie of wat je waar nog niet tegenkomt! Je bent in den vreemde en je herkent van alles en nog wat. We wonen in 'the global village', toch!
Palmbomen zoals bij Doré
maandag 2 april 2012
Zeilvakantie 2: Charleroi - Puerto San Miguel
Mijn eerste zeilvakantie was me best goed bevallen, een tweede laat je je dan niet voorbijvaren: deze keer naar de Canarische Eilanden, met dezelfde tweemaster, TS Astrid, ongeveer dezelfde reisgezellen, maar met veel beter weer in het vooruitzicht dan een half jaar geleden. We nemen het vliegtuig op Brussels South - Charleroi wil dat voor de gewone mens zeggen - en zullen landen op 'Tenerife Sur Reina Sofia': dat is ook een luchthaven waar alleen goedkope luchtvaartmaatschappijen op vliegen. De vlucht verloopt voorspoedig, maar ze duurt wel 4,5 uur, en ondertussen wordt de bewegingsruimte kleiner en krapper. Tenminste, dat gevoel krijg je. Maar het is open weer, en je kunt goed de route volgen: over Noord-Frankrijk (Bretagne) gaan we, de Golf van Biskaje, een groot stuk Spanje met hier en daar besneeuwde bergtoppen, en dan over de Atlantische Oceaan, waar steeds meer bewolking opkomt. Op 'Reina Sofia' is de zon er weer, zoals verhoopt.
Een deeltje vloot naar de zon
Op luchthavens is natuurlijk geen tweemaster te vinden: die ligt in Puerto San Miguel, waar we met de taxi heen rijden.
Puerto San Miguel: andere vervoermiddelen
Aan boord krijgen we gelijk een welkomstdrankje - cava natuurlijk, we zijn in Spanje! - ik haal de banden met oude bekenden weer aan en ontmoet er nieuwe. De schipper en zijn vrouw zijn zoals de vorige keer de vertrouwde Pieter en Ineke, en Henk haalt om de start wat feestelijk en jolig te maken zijn accordeon boven: 'Allen die willen te kaap'ren varen waar de meeuwen schreeuwen' nemen stormenderhand het zuiden van Tenerife in. Toeristen doen dat zeker ook: onophoudelijk vliegen Boeings af en aan. Je vraagt je af waar ze al die mensen steken, maar snel blijkt dat ze hier niet kijken op een vakantiecomplex of -dorp meer of minder: crisis in het toerisme lijkt hier veraf.
Henk in een muzikale uitspatting
Wij krijgen onze kajuiten toegewezen, het wordt een beetje uitpakken en vervolgens de inwendige mens verwennen. We zitten nu 'duidelijk zeer zuidelijk', zoals Hans Andreus dat uitdrukte, maar ook hier heeft de dag een eind, ook hier krimpt het licht in het westen. Het heeft wel iets hier, met palmbomen op de achtergrond.
Avondval over Puerto San Miguel
Morgenochtend zullen we naar het oosten turen en de nieuwe dag geboren zien worden. We varen dan naar 'La Gomera', naar verluidt het mooiste van de zeven Canarische Eilanden. En de zee zou rustig zijn: zeezieken zijn niet te verwachten: waar kunnen we nog beter zijn? Of, zoals Henk steevast zegt: we mogen ons alweer bij de gelukkigen rekenen. Daar zijn we voor gekomen natuurlijk: voor nieuwe ervaringen te land en ter zee, en met de mensen op het schip en elders. We kijken ernaar uit.
Bijna de helft van onze tweemaster, TS Astrid
Een deeltje vloot naar de zon
Op luchthavens is natuurlijk geen tweemaster te vinden: die ligt in Puerto San Miguel, waar we met de taxi heen rijden.
Puerto San Miguel: andere vervoermiddelen
Aan boord krijgen we gelijk een welkomstdrankje - cava natuurlijk, we zijn in Spanje! - ik haal de banden met oude bekenden weer aan en ontmoet er nieuwe. De schipper en zijn vrouw zijn zoals de vorige keer de vertrouwde Pieter en Ineke, en Henk haalt om de start wat feestelijk en jolig te maken zijn accordeon boven: 'Allen die willen te kaap'ren varen waar de meeuwen schreeuwen' nemen stormenderhand het zuiden van Tenerife in. Toeristen doen dat zeker ook: onophoudelijk vliegen Boeings af en aan. Je vraagt je af waar ze al die mensen steken, maar snel blijkt dat ze hier niet kijken op een vakantiecomplex of -dorp meer of minder: crisis in het toerisme lijkt hier veraf.
Henk in een muzikale uitspatting
Wij krijgen onze kajuiten toegewezen, het wordt een beetje uitpakken en vervolgens de inwendige mens verwennen. We zitten nu 'duidelijk zeer zuidelijk', zoals Hans Andreus dat uitdrukte, maar ook hier heeft de dag een eind, ook hier krimpt het licht in het westen. Het heeft wel iets hier, met palmbomen op de achtergrond.
Avondval over Puerto San Miguel
Morgenochtend zullen we naar het oosten turen en de nieuwe dag geboren zien worden. We varen dan naar 'La Gomera', naar verluidt het mooiste van de zeven Canarische Eilanden. En de zee zou rustig zijn: zeezieken zijn niet te verwachten: waar kunnen we nog beter zijn? Of, zoals Henk steevast zegt: we mogen ons alweer bij de gelukkigen rekenen. Daar zijn we voor gekomen natuurlijk: voor nieuwe ervaringen te land en ter zee, en met de mensen op het schip en elders. We kijken ernaar uit.
Bijna de helft van onze tweemaster, TS Astrid
dinsdag 13 maart 2012
't Was weer prachtig vandaag! (2)
Hoor ik vandaag op het middagnieuws dat het pollenseizoen weer aangebroken is, want de els en de hazelaar staan in bloei, en die zijn daar verantwoordelijk voor. Ze zijn wel drie weken later dan gewoonlijk, maar dat ligt aan de vriesperiode van februari.
Nu zoek je de lente niet alleen bij vogels, je kijkt ook uit naar planten die botten en bloemen die schuchter de kop opsteken. Voor die laatste is het nog te vroeg, maar de weien worden al groener, zei een vriend een paar dagen geleden. Wat mij meteen deed denken aan een uitspraak van landbouwer/melkboer René Mertens: toen ik ooit eens met hem langs zijn weilanden liep, merkte hij spontaan en blij op: 'Zie eens hoe die wei komt!' Vooral dat werkwoord 'komen' viel mij toen zo op: het is niet voor niks dat die mensen in ons dialect spreken over 'den uitkoom'. Maar ik zocht naar uitkomend lenteleven. En daar moet je echt goed naar zoeken, vond ik. Bij een elzenstruik heb ik de redelijk timide springende botten toch gezien (het is niet voor niks dat de Engelsen het over 'the spring' hebben).
Wilgenkatjes à volonté
Als de winter voorbij is, dan zijn de putjes vol, zegt de volksmond. En inderdaad, het is best vochtig, soms zelfs drassig. Om aan de plassen van 'De Kasteeltjes' te komen moet ik over een karspoor tussen weilanden rijden: bij de tweede plas heb ik mijn poging opgegeven, daar stond te veel water, en mijn scootmobiel is geen amfibievoertuig. Als je dan rechtsomkeer maakt, zie je je eigen sporen duidelijk diep in het gras: de zon maar rustig veel aan warmte winnen.
Eigen sporen in bijna drasland
Dat water ook best mooi kan zijn, heb ik eventjes later gezien op de Klotteraard: lucht, wolken en bomen weerspiegeld in het ven.
Nu zoek je de lente niet alleen bij vogels, je kijkt ook uit naar planten die botten en bloemen die schuchter de kop opsteken. Voor die laatste is het nog te vroeg, maar de weien worden al groener, zei een vriend een paar dagen geleden. Wat mij meteen deed denken aan een uitspraak van landbouwer/melkboer René Mertens: toen ik ooit eens met hem langs zijn weilanden liep, merkte hij spontaan en blij op: 'Zie eens hoe die wei komt!' Vooral dat werkwoord 'komen' viel mij toen zo op: het is niet voor niks dat die mensen in ons dialect spreken over 'den uitkoom'. Maar ik zocht naar uitkomend lenteleven. En daar moet je echt goed naar zoeken, vond ik. Bij een elzenstruik heb ik de redelijk timide springende botten toch gezien (het is niet voor niks dat de Engelsen het over 'the spring' hebben).
Bottende els, met links twee elzenpropjes, die al van vorig jaar hangen
Ook wilgenkatjes laten zich natuurlijk al zien: die zijn er altijd vroeg bij.
Als de winter voorbij is, dan zijn de putjes vol, zegt de volksmond. En inderdaad, het is best vochtig, soms zelfs drassig. Om aan de plassen van 'De Kasteeltjes' te komen moet ik over een karspoor tussen weilanden rijden: bij de tweede plas heb ik mijn poging opgegeven, daar stond te veel water, en mijn scootmobiel is geen amfibievoertuig. Als je dan rechtsomkeer maakt, zie je je eigen sporen duidelijk diep in het gras: de zon maar rustig veel aan warmte winnen.
Eigen sporen in bijna drasland
Dat water ook best mooi kan zijn, heb ik eventjes later gezien op de Klotteraard: lucht, wolken en bomen weerspiegeld in het ven.
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in de Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water!
(Guido Gezelle, 't Er viel 'ne keer, 27.10.1859)
Ik schrijf 'hemel' niet met een hoofdletter, maar blij word ik er wel van als ik het allemaal zo zie en bekijk. Wie schreef er onlangs weer: 'Zorg voor de natuur is zorg voor de mens'? Ze met zorg beleven net zo goed.
Ik schrijf 'hemel' niet met een hoofdletter, maar blij word ik er wel van als ik het allemaal zo zie en bekijk. Wie schreef er onlangs weer: 'Zorg voor de natuur is zorg voor de mens'? Ze met zorg beleven net zo goed.
maandag 12 maart 2012
Boones Blijk: de poort
Je kunt niet zeggen dat de toegangspoort van Boones Blijk een wonder van bouwkunst is, maar, samen met de rest van wat er op het domein opgericht is: het is een beschermd monument. Dat zal allicht meer aan de rest dan aan de poort gelegen hebben, maar dat doet nu eventjes niet ter zake. Toch heeft ze iets merkwaardigs: van boven aan de poort is er een heus wapenschild te zien.
Het wapenschild aan Boones Blijk
Hoe dat uitgerekend daar gekomen is, verklaart een bordje aan de linkerkant van de constructie. En dan blijkt dat het niet zomaar een versierend element is.
In 1752 heeft de blekerij 'speciale bescherming' van keizerin Maria-Theresia gekregen: dat soort van zachte industrie moet toentertijd wel iets voorgesteld hebben, de keizerin moet veel van schone, witte lakens en linnen gehouden hebben. Dank zij de vennen kon de blekerij hoogstaande kwaliteit leveren (hoewel, het linnen lag gewoonlijk te bleken). Wat je ziet is niet het originele wapenschild, maar een replica uit 2000/2001, maar dat kan de pret niet drukken natuurlijk.
Als je de weg oversteekt, zie je een beekje dat voor de afwatering van Boones ven zorgt: mooi ziet het eruit, vind ik. Magere, arme zandgrond heeft ook zijn schoonheden.
Misschien cliché, maar het heeft toch iets.
Het wapenschild aan Boones Blijk
Hoe dat uitgerekend daar gekomen is, verklaart een bordje aan de linkerkant van de constructie. En dan blijkt dat het niet zomaar een versierend element is.
In 1752 heeft de blekerij 'speciale bescherming' van keizerin Maria-Theresia gekregen: dat soort van zachte industrie moet toentertijd wel iets voorgesteld hebben, de keizerin moet veel van schone, witte lakens en linnen gehouden hebben. Dank zij de vennen kon de blekerij hoogstaande kwaliteit leveren (hoewel, het linnen lag gewoonlijk te bleken). Wat je ziet is niet het originele wapenschild, maar een replica uit 2000/2001, maar dat kan de pret niet drukken natuurlijk.
Als je de weg oversteekt, zie je een beekje dat voor de afwatering van Boones ven zorgt: mooi ziet het eruit, vind ik. Magere, arme zandgrond heeft ook zijn schoonheden.
Misschien cliché, maar het heeft toch iets.
't Was weer prachtig vandaag!
Zondag 10.03 zou de zoveelste sombere dag op een rij worden: we zaten wel vlak bij een hogedrukgebied, maar de luchtvochtigheid was zeer hoog, weinig wind, bijgevolg stabiel grijs weer, zelfs hopen op hier een daar een zonnestraal was niet realistisch.
Zo ongeveer klonk het weerbericht zaterdagavond. Maar dan sta je 's zondags op, je kijkt op een staalblauwe hemel met zon in overvloed: onverhoopte verrassing. En na de middag ga je weer naar het Vennengebied: je wil per se weten of de lente al zichtbaar zou zijn. En ja hoor, in de dreef voor Boones Blijk - Elzenstraat heet ze officieel - zie je het zonnige voorjaar al: een vijftal geparkeerde auto's getuigen van stadsmensen die de natuur ingegaan zijn. Profiteren van de eerste zon in weken: frisse lucht en teer licht op het gezicht, dat willen de mensen voelen!
Wat er in de lente zoal uitkomt
Ik scooter voorbij het Peerdsven, en daar zijn andere sporen van menselijk bedrijf zichtbaar: het is hier van iedereen en niemand, dus hupsakee, eens een keer goed wat rommel droppen, een kniesoor die enzoverder.
De winter is vergangen, maar niet alle rotzooi
Naar het 'Ezelsven' wil ik, zien hoe dat erbij ligt. Dat Ezelsven heet eigenlijk niet zo, ik noem het zo omdat ernaast zeer vaak een drietal ezels staan. En vlakbij zijn het Koeven en het Peerdsven, dus is de naam een beetje logisch. Alleen gaat het hier eigenlijk ook niet om een ven, maar om drassig land, een plas aan de Geheulse Dijk (grondgebied Merksplas). In de afgelopen winter heeft Natuurpunt er een bord gezet waarop je kan lezen hoe de vork aan de steel zit. Ik vind het overigens best goed dat je zo informatie krijgt over wat men voor en aan de natuur doet.
Uitleg over 'mijn' Ezelsven
Als de lente echt al meer opgeschoten is, krioelt die plas van het leven: kieviten, Canadese ganzen, wulpen en grutto's: je kunt ze er allemaal 'spotten'. Nu nog niet natuurlijk, het is nog veel te vroeg op 't jaar. Maar een behoorlijk zwerm kieviten zie ik toch naar het kleine ven komen vliegen, de vogels twijfelen of ze er zullen landen en verdwijnen ten slotte richting Zwart Water: daar zullen ze ook veel meer plaats en ruimte hebben. Daar voert mijn weg ook naartoe, voorbij de twee plassen op 'De Kasteeltjes'.
En daar zitten de kieviten dan, niet eentje, maar een flinke verzameling. Je kan ze naar voedsel zien zoeken of een beetje waakzaam op de oever zien stappen. En ik hoor er ook de roep van een groep grutto's: de lente komt eraan, zoveel is duidelijk.
Waakzame kievit
Hongerige kievit
Een deel van de verzameling
Mijn rolstoelwandeling eindigt in de Klein Engelandhoeve: afgeladen vol zit het er, allemaal mensen die hun eerste lentetochtje ook al gehad hebben. Want daaraan kun je ook zien dat het voorjaar op doorbreken staat: druk was het in het Vennengebied. De mensen hebben zich eens goed laten gaan, en daarna een Gageleer of ander lekkers gedronken!
Veel auto's, veel wandelaars
't Was weer prachtig vandaag, zeker weten.
Zo ongeveer klonk het weerbericht zaterdagavond. Maar dan sta je 's zondags op, je kijkt op een staalblauwe hemel met zon in overvloed: onverhoopte verrassing. En na de middag ga je weer naar het Vennengebied: je wil per se weten of de lente al zichtbaar zou zijn. En ja hoor, in de dreef voor Boones Blijk - Elzenstraat heet ze officieel - zie je het zonnige voorjaar al: een vijftal geparkeerde auto's getuigen van stadsmensen die de natuur ingegaan zijn. Profiteren van de eerste zon in weken: frisse lucht en teer licht op het gezicht, dat willen de mensen voelen!
Wat er in de lente zoal uitkomt
Ik scooter voorbij het Peerdsven, en daar zijn andere sporen van menselijk bedrijf zichtbaar: het is hier van iedereen en niemand, dus hupsakee, eens een keer goed wat rommel droppen, een kniesoor die enzoverder.
De winter is vergangen, maar niet alle rotzooi
Naar het 'Ezelsven' wil ik, zien hoe dat erbij ligt. Dat Ezelsven heet eigenlijk niet zo, ik noem het zo omdat ernaast zeer vaak een drietal ezels staan. En vlakbij zijn het Koeven en het Peerdsven, dus is de naam een beetje logisch. Alleen gaat het hier eigenlijk ook niet om een ven, maar om drassig land, een plas aan de Geheulse Dijk (grondgebied Merksplas). In de afgelopen winter heeft Natuurpunt er een bord gezet waarop je kan lezen hoe de vork aan de steel zit. Ik vind het overigens best goed dat je zo informatie krijgt over wat men voor en aan de natuur doet.
Uitleg over 'mijn' Ezelsven
Als de lente echt al meer opgeschoten is, krioelt die plas van het leven: kieviten, Canadese ganzen, wulpen en grutto's: je kunt ze er allemaal 'spotten'. Nu nog niet natuurlijk, het is nog veel te vroeg op 't jaar. Maar een behoorlijk zwerm kieviten zie ik toch naar het kleine ven komen vliegen, de vogels twijfelen of ze er zullen landen en verdwijnen ten slotte richting Zwart Water: daar zullen ze ook veel meer plaats en ruimte hebben. Daar voert mijn weg ook naartoe, voorbij de twee plassen op 'De Kasteeltjes'.
En daar zitten de kieviten dan, niet eentje, maar een flinke verzameling. Je kan ze naar voedsel zien zoeken of een beetje waakzaam op de oever zien stappen. En ik hoor er ook de roep van een groep grutto's: de lente komt eraan, zoveel is duidelijk.
Waakzame kievit
Hongerige kievit
Een deel van de verzameling
Mijn rolstoelwandeling eindigt in de Klein Engelandhoeve: afgeladen vol zit het er, allemaal mensen die hun eerste lentetochtje ook al gehad hebben. Want daaraan kun je ook zien dat het voorjaar op doorbreken staat: druk was het in het Vennengebied. De mensen hebben zich eens goed laten gaan, en daarna een Gageleer of ander lekkers gedronken!
Veel auto's, veel wandelaars
't Was weer prachtig vandaag, zeker weten.
Abonneren op:
Posts (Atom)