woensdag 10 november 2021

Ronda - 1

De volgende stad op onze reis is Ronda: nooit van gehoord, wat kan daar te zien zijn? Maar dat valt bijzonder goed mee. Het is een kleinere plaats (35.000 inwoners), maar dat is niet zo speciaal. Ze is gebouwd op de twee zijden van een 100 m diepe kloof, die 'El Tajo' heet, in het Nederlands 'de snee'. De Rondanezen weten zelf ook dat dit een waardevolle toeristische troef is, want op het einde van de 'Alameda del Tajo', de 'Dreef van de Tajo' hebben zij een balkon gebouwd vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de streek. 't Is nog iets anders dan de Konijnenberg, dat zeker.

Een steile wand, met in de diepte een eerder groot huis

 De wijde omgeving, met in silhouet een zelfportret van de fotograaf

Het zogenaamde balkon, waar fotografen vruchtbaar werk verrichten

 
 
Een klein deel van de Moorse stadsmuur

Arabieren of Moren waren hier de baas tot in 1485: Ferdinand de Katholieke belegerde toen de stad, die na twintig dagen viel, en vanaf dan 'katholiek' werd.

Een onbetwiste blikvanger in de stad zelf is de 'Puente Nuevo', de nieuwe brug. Ze werd gebouwd tussen 1751 en 1793, en de pijlers hebben een hoogte van 98 meter: dat is dus een behoorlijke kerktoren. Geen wonder dus dat ze over dit bouwwerk meer dan 40 jaar gedaan hebben.

De Puente Nuevo


De pijlers van 98 meter 


Uitzicht op 'El Tajo', de snee

Natuurlijk wil je van zulke ruige natuur foto's maken: je zet je wandelstok tegen een van de bredere spijlen van de brugafsluiting, en je kan aan het werk. Na voldoende kiekjes stoot je onhandig tegen je stok, en die duikelt de diepte in: een verloren zaak, redding onmogelijk. In juli heb ik in de Warche, in Malmédy, ook eens een stok in de rivier gestoten - dat lijkt wel een van mijn hobby's - maar toen heb ik hem eigenhandig van een wisse verdrinkingsdood kunnen redden. Niet in Spanje dus. Twee dagen later zien we in Torremolinos bij een bescheiden wandelstokkenhandelaar een exemplaar net als mijn verloren hulpmiddel, en dat kost maar € 10! Dat is € 15 goedkoper dan in België! Ik was uiteindelijk blij dat ik mijn duur stokkie kwijt was, en een goedkoper heb kunnen kopen! Verlies kan soms winst betekenen, raar maar waar!

dinsdag 9 november 2021

Jerez de la Frontera en Cadiz

Het is al vrijdag nu, en we hebben ons nog geen moment verveeld: we werken een best druk programma af. Vandaag hebben we het rustiger, maar we moeten wel veel kilometers maken: we rijden naar Jerez de la Frontera, en dan naar Cadiz.

In Jerez krijgen we een rondleiding en degustatie bij Gonzalez Byass, de producenten van de sherry Tio Pepe: ons wordt uitgelegd hoe die sherry tot stand komt. Dat gaat volgens een ander procedé dan bij gewone wijnen, maar dat uitleggen is me te technisch. Een filmpje toont ons de vroege geschiedenis van de wijnhandel in deze stad: de Feniciërs hadden er al interesse voor, ze vervoerden in ieder geval ladingen van deze wijn.

Feniciërs die wijn vervoeren. Of ze daarbij zingen, is niet duidelijk

We worden rondgeleid door een Nederlandstalige gids: ze spreekt een Nederlands met duidelijke Vlaamse inslag, maar toch is zij geen Vlaamse: een Spaanse getrouwd met een Vlaming die ook van sherry houdt? Merkwaardig is ook dat ze van kelders spreekt, terwijl die zich op de begane grond bevinden: dat zal ook wel special zijn aan sherry. Zij heeft het over wijn, en het is natuurlijk wijn, maar zoals bij port spreken wij over sherry alsof het een andere drank dan wijn zou zijn. Hij heeft dan ook een hoger alcoholgehalte.

De grootste wijnkelder van Gonzales Byass

We degusteren twee glazen: het geheel was een geslaagd promotiepraatje zullen we maar zeggen. In Breendonk kun je zo ook Brouwerij Moortgat gaan bezichtigen: daar brouwen ze ook een speciale drank.

Eten doen we tussen Jerez en Cadiz: in de schaduw van het lover, met zicht op de Spaanse vlag.

Spanje, groot land, maar verliezer van de Tachtigjarige Oorlog. En de Zuidelijke Nederlanden wonnen evenmin.

Cadiz ligt op en schiereiland aan de Atlantische Oceaan: 't is eens iets anders dan die eeuwige Middellandse Zee denk ik dan, maar veel verschil maakt het niet. Ondertussen is het ook een stad met zo'n 120.000 inwoners, Jerez heeft er 212.00. De steden die wij aandoen zijn veel groter dan de gemiddelde Vlaamse stad, en ze liggen ook verder uit elkaar. De driehoek Turnhout-Geel-Herentals heeft zo'n 60 km aan zijden, Sevilla-Cordoba-Granada is toch gauw 300 km: de afstanden tussen belangrijke centra zijn hier snel groot.

Cadiz is niet bepaald alom bekend, maar ik weet dat de Slag van Trafalgar hier in de buurt geleverd is: de Engelsen versloegen de Fransen, waardoor zij in de loop van de 19de eeuw hun British Empire konden uitbouwen, en de Fransen gewoon moesten toekijken. Maar dat heeft in feite weinig met Andalusië te maken. Je vindt in de stad dan ook geen huis met een gedenkplaat in de trant van 'Hier versloeg Nelson ...' Een zeeslag kan aan land moeilijk herdacht worden: de rook van de laatste kanonschoten is ook al meer dan twee eeuwen verdwenen. En Nelson won wel de slag, maar schoot er zelf het leven bij in. Als troost hebben ze in Londen een plein naar deze gebeurtenis genoemd, en op dat Trafalgar Square staat het beeld van Nelson boven op een zuil: hij mag zich dus gelukkig prijzen, nog altijd is hij beroemd! Ondertussen heb ik uitgevist de Trafalgar zo'n veertig kilometer van Cadiz ligt: dat is zoals Antwerpen in de buurt van Turnhout ligt!

Cadiz, richting zuid

Cadiz, richting noord, met Katrien

Echt veel is er in Cadiz niet te bezichtigen en te bezoeken, en we willen het ook wel wat rustiger aan doen. Met de 'kathedraal van de beide Amerika's werd in 1722 begonnen, maar hij werd pas afgewerkt in 1835: zo krijg je een mengeling van barok en neoklassiek. Ook het weten waard: in de crypte van de kerk ligt Manuel de Falla begraven, de bekende Spaanse componist die in 1876 in Cadiz werd geboren. Hij is overigens gestorven in Argentinië, op 14 november 1946.


De kathedraal van de beide Amerika's, opgeluisterd door Tine, Katrien en Bie

De neoklassieke voorgevel van de kathedraal 

Dat was Cadiz voor ons. Wij weer naar ons busje, dat ons naar Torremolinos brengt, naar ons tweede hotel. Sevilla laten we vandaag ook achter ons. 

brengt, naar ons tweede hotel. Sevilla laten we vandaag ook achter ons.

maandag 8 november 2021

Cordoba - 2

Cordoba is natuurlijk niet alleen de moskee-kathedraal: de stad heeft zo'n 325.000 inwoners, daar is dus wel meer te zien. We wandelen door de straatjes van La Juderia, het joodse deel van de stad, en komen aan de Sinagoga: die stamt uit de 14de eeuw, en is niet veel meer dan een kleine vierkante ruimte. Mijn gids vertelt me dat het hogere gedeelte van de muren is mudejarstijl gestuct is, en versierd met Hebreeuwse inscripties. (Samen met twee tempels in Toledo is dit een van de zeldzame joodse tempels die Spanje nog rijk is. - Bron: Michelin, De Groene Reisgids Andalusië) En zo zijn we dan in contact gekomen met de drie godsdiensten van het boek.


 De zevenarmige kandelaar 

Versieringen in mudejarstijl, en Hebreeuwse inscripties die moeilijk te vinden zijn.

Een eindje voorbij de synagoge lopen we voorbij het standbeeld van rabbijn Maimonides, een zeer bekende, zeg maar wereldberoemde filosoof en arts uit Cordoba. Uit deze stad komt ook de moslim Ibn Rushd, in het Westen beter bekend onder zijn naam Averroes, die met zijn commentaren op de werken van Aristoteles in de late middeleeuwen zeer veel invloed heeft gehad. Beide heren waren in feite 'homines universales'. Averroes heeft ergens in Cordoba ook een standbeeld, maar dat hebben we niet gezien. Jammer...Wel positief is dat de Spanjaarden ze vele jaren later met een beeld vereeuwigd hebben.

Standbeeld van rabbijn Maimonides

Niet zo ver van de Moskee-Kathedraal stroomt de Guadalquivir, die bekend staat als de ziel van Andalusië: hij is 670 km lang, en de enige rivier die op het Spaanse schiereiland uitsluitend door Andalusië vloeit. De naam is van zuiver Arabische oorsprong: de Moren noemden hem 'Guad-al-Quivir', wat 'de Grote Rivier' betekent. Ten tijde van Keizer Augustus sloegen de Romeinen al een brug over de rivier, maar ze is zo vaak herbouwd, dat er op dit ogenblik nog weinig Romeins aan de brug te zien is. Dat neemt niet weg dat het een Brug met een grote B is, en in de Romeinse tijd een indrukwekkend bouwwerk geweest moet zijn.

 De Gudalquivir vanaf de Romeinse brug

De Romeinse brug en zicht op Cordoba

Op het einde van de brug staat een toren, de Torre de la Calahorra, wat dat laatste woord ook moge betekenen. Het gaat om een oorspronkelijk Arabische burcht met twee torens, waarvan er een in de loop der tijden afgebroken is. Die laatste deed dan dienst als gevangenis voor de adel(!), als kazerne en ook als school!


La Torre de la Calahorra

 De Romeinse brug, een beetje stroomopwaarts

Zo besluiten we ons bezoek aan Cordoba: we trekken naar Sevilla voor ons copieus avondmaal. Dat moet van onze hotels ook gezegd worden, ze laten ons daar niet verhongeren: op het einde van de reis was ik 3 kilo aangekomen. Die probeer ik er nu weer af te lijnen, maar niet te fanatiek: met minder en te weinig eten moet je ook weer niet overdrijven houd ik mezelf dan voor!

zaterdag 6 november 2021

Cordoba - 1

In onze niet zo grote groep - we zijn met zijn tienen - doet zich ondertussen een merkwaardig verschijnsel voor: sommige leden veranderen zonder aanwijsbare reden van voornaam. Toon, dat ben ik, heet dan Jan, Tine wordt Hilde of Inge, Eddy verandert in Dennis en Bernadette in Bénédicte. Toch blijven we steeds maar met zijn tienen, tenminste niemand ziet een elfde individu. Naar de oorzaak van dit fenomeen zoekend komen we niet ver: we kunnen nu al door het zien van al dat moois overspannen zijn, zodat ons geheugen het af laat weten, of het gaat om symptomen van dementie prematura! Wijn drinken we hier ook meer dan thuis, maar toch geen sloten! Mogelijk kan het ook toe te schrijven zijn aan onze aangeboren grapjasserij, wie weet, maar waarschijnlijk zijn het gewoon aanpassingsproblemen, laten we het daar maar op houden!

Vandaag is ons doel Cordoba: ik ben vooral benieuwd naar de moskee waar ik al veel prachtige foto's gezien heb: dat kan niet tegenvallen, vast en zeker niet. Het gebouw heeft natuurlijk de nodige aanpassingen ondergaan, en die maken zijn geschiedenis zichtbaar. Dat blijkt al aan de eerste poort die we zien: de kantelen zijn op zijn Moors driehoekig, maar de hoefijzerboog heeft westerse versiering gekregen, en rond de boog zie je een nog een boog die gotisch is! De christelijke eigenheid van het gebouw moest na de Moren benadrukt worden: hier hebben andere meesters de zaken overgenomen.

Gotisch-christelijke aanpassingen aan deze poort

Een keer vertellen dichtgemaakte Moorse vensters dank zij muurschilderingen zelfs een heus verhaal. Links heb je de engel Gabriël, die kennelijk aan Maria, centraal staat die, vertelt dat zij de Moeder Gods zal worden, en rechts een engel (de figuur heeft tenminste vleugels) die een banderol hoog houdt waarop te lezen is; 'Ave Maria Gratia (Plena) Dominus Tecum'. Het woord 'plena' is onzichtbaar. Laat ik dit dan maar een niet agressieve aanpassing noemen. Onder de schildering hebben de katholieken de Moorse arabesken en non-figuratieve elementen laten staan: niet alles moest klaarblijkelijk kapot.

De boodschap aan Maria op de gevel van de moskee gesmokkeld

De moskee is ondertussen al lang kathedraal geworden, maar hij is niet met de grond gelijkgemaakt: integendeel, de nieuwe heersers hebben handig gebruik gemaakt van wat voor hen nuttig was. Van de zuilen bijvoorbeeld: de meeste hebben ze gewoon laten staan omdat ze over zo'n grote oppervlakte stonden en zo een heel grote ruimte ondersteunden. Die zuilenrijen hebben allemaal een hoefijzerboog, wat een Visigotische vinding schijnt te zijn: de Moren speelden ook leentjebuur bij hun voorgangers, ze waren zelf dus ook niet dom. Wat ze wel  deden, was de zuilen hoger maken en de bogen behouden, zodat je een enorm perspectief krijgt. De moskee zou aan 20.000 gelovigen plaats geboden hebben: Cordoba was dan ook geen kleine stad, ze had 250.000 inwoners.

Een indrukwekkend woud van zuilen (3 x)


In het midden van de moskee is dan de kathedraal gebouwd: plaats genoeg, moeten de veroveraars gedacht hebben. Die kathedraal haalt het in schoonheid echter niet van de moskee. Toen Karel V het nieuwe bouwwerk voor het eerst zag, zou hij tegen de architecten gezegd hebben: 'Jullie hebben alles vernietigd wat men nergens anders ziet, en er iets voor in de plaats gebouwd dat men overal kan zien.' Spitsbogen doen hun intrede, natuurlijk, de gotiek komt eraan.

De islam verbiedt het afbeelden van menselijke wezens, maar niet het christendom. Dat heeft tal van figuren in de aanbieding: Jezus, Maria, God de Vader zelfs, allerlei heiligen, en die worden naar hartenlust afgebeeld en geschilderd. Hoewel, hier valt het nogal mee, op een stuk na. Dat is niet deze Sint Pieter: hij zit als eerste paus ten troon, zegent met zijn rechterhand en in zijn linkerhand houdt hij demonstratief twee sleutels vast, zo van: hier, in het koninkrijk Gods, kom je zomaar niet naar binnen, eerst rekenschap afleggen. Zo maakt hij de zondige mens bewust van zijn nietigheid, en boezemt hij hem tezelfdertijd angst in. En ten teken van zijn bijna almacht draagt hij een tiara, het hoofddeksel in drie verdiepingen, de Heilige Drievuldigheid symboliserend! Ik heb de neiging om te denken dat de moslims met hun arabesken en koranverzen in kalligrafie een veel spirituelere godsdienstbeleving hebben dan de katholieken. Als God onvoorstelbaar is, beeld Hem dan ook niet af, en concentreer je daarentegen op de 'idee' God. Zoiets als wat de Duitse mysticus Meister Eckhart ooit poneerde: 'Ik houd van God als van niemand.'

Gotiek en een andere manier van versieren

Sint Pieter met zijn tekenen van macht

Dat ene stuk dat daar voor mij de deur dichtdeed, was de monstrans: die is 2,63 m hoog en weegt meer dan 200 kg. Ze wordt jaarlijks in de processie meegedragen om het Lichaam van Christus, in de vorm van een hostie, aan de gelovigen te tonen. Je moet al goed zoeken om in die monstrans een hostie te ontdekken: Zoekplaatje waar is de Heer? Alle respect voor de godsdienstijver en -beleving van de Spanjaarden, maar dit ging me te ver: met zo'n monstrans kun je alle gelovigen niet letterlijk, maar toch zeker figuurlijk platslaan!  Meteen had ik ook genoeg Spaanse kerken, het spijt me, maar trop is te veel!

De monstrans der monstransen, 2,63 m hoog

Een minaret had de moskee natuurlijk ook: die bestaat nog wel, maar daar is rond 1700 en barokke toren rond gebouwd, m.a.w. die is netjes ingepakt.

De klokkentoren met de ingepakte minaret

Ik moet wel zegen dat het bezoek aan deze mezquita-catedral mij erg meegevallen is: ik zou er nog eens alleen moeten komen, en dan op mijn gemakje uitzoeken wat er allemaal zo opmerkelijk aan is. Maar alleen? Vergeet het maar: duizenden mensen weten dat dit een toeristische must is. Natuurlijk hebben zij geen ongelijk, integendeel. En naderhand kun je eens nadenken over verdraagzaamheid en de functie van godsdienst in een maatschappij.

donderdag 4 november 2021

Sevilla: de dagwandeling - 3

Na de kathedraal rest ons nog alleen het alcazar te bezoeken, de versterkte vesting van de Moorse koningen. We komen het complex binnen langs de Leeuwenpoort, maar van het 12de-eeuwse alcazar van de Almohaden blijft niet veel meer over.  Er staan nog wel versterkte muren en bogen die twee belangrijke patio's van elkaar scheiden. Indrukwekkend zijn die alleszins: ze geven meer dan de indruk dat de Moorse koningen niet alleen vrienden hadden, ze maken duidelijk wat in die tijd een versterkte vesting moet geweest zijn, die vijanden of andere belagers te allen prijze  buiten diende te houden.

Versterkte muren en bogen

De kern van het paleis werd vanaf 1362 gebouwd door Peter I, bijgenaamd 'de Wrede': voor een goed begrip: deze man was een christen! Maar hij liet het werk door werklui uit Granada uitvoeren in de Moorse mudejarstijl. Dat resulteert in gebouwen die op een andere manier dan met de latere overdadige Spaanse stijl worden versierd. Arabesken, symmetrieën van tegels verfraaien het bouwwerk.

Het binnenhof in mudejarstijl

Luchtig aandoende en elegante versiering

De troonzaal is een grote en hoge ruimte: natuurlijk, de koning op zijn troon wil indruk maken op wie hem benadert, die mensen moeten zich tegenover hem klein voelen. De zaal is simpelweg prachtig.

De ruime, hoge troonzaal

De twee zuilen van Hercules, door een banderol samengehouden: Europa met Afrika verbonden.

In het 'Gotisch Paleis, of de Salons van Karel V' zitten we weer met een ander soort van kunst: 18de-eeuwse wandtapijten zien we daar, niet uit Oudenaarde of Brussel, maar uit Madrid, uit de Real Fabrica de Tapices. Ze stellen de verovering van Tunis in 1535 voor.

Het Arabische  landleger

De Spaanse zeemacht

Het Alcazar in Sevillz viel me wat tegen: misschien had ik die dag al te veel gezien en in me opgenomen: mijn potje geraakt dan wel eens vol, mijn  concentratie verslapt. Of had ik het gevoel dat het geheel niet zo goed samenhing als de kathedraal. Maar het hoogtepunt van die dag vond ik het niet. Het volgende alcazar maakt allicht meer indruk. Maar de dag als geheel was zeer verrijkend, heel zeker!

dinsdag 2 november 2021

Sevilla: de dagwandeling - 2

Als je nu eens een goed uit de kluiten gewassen kathedraal wil zien, dan raad ik die van Sevilla aan. Er zijn maar twee grotere: Sint-Pieter in Rome en Saint-Paul's Cathedral in Londen. Brons voor Sevilla dus! Hij staat op de plaats van de vroegere moskee - die moesten er na de reconquista overal aan geloven - maar de minaret lieten de reconquistadores staan: die hebben ze omgevormd tot klokkentoren. De kathedraal is een gotisch bouwwerk, het laatste in Spanje gebouwd.We naderden deze kerk via de Puerta de San Cristobal, en de versiering daarboven laat een soort van buitengewone gotiek zien. Het torentje rechts heeft naar boven draaiende banden, waardoor enige elegantie gesuggereerd wordt. Rond het ronde venster in de muur zie je gotische motieven, maar zo overvloedig heb ik ze nooit gezien: dat lijkt na een week Andalusië typisch voor de kerken aldaar. Bekleding en versiering zijn steevast zeer exuberant, wat mij schijnt overeen te komen met de eigenheid van het Spaanse geloof, de beleving kan niet diep en uitbundig genoeg zijn, en dat uit zich ook in de vormentaal gebruikt voor en in de gebouwen.

Uitbundige gotische vormentaal

In de klokkentoren zie je dat minder: dat is gewoon een bijgewerkte minaret, die er hetzelfde uitziet als onder de Moren, behalve het kleinere torentje dat er op gezet is, maar dat je op deze foto niet ziet. Deze toren is veel strakker, een meesterwerk van de Almohadische kunst, vertelt mijn gids me. De Almohaden waren een dynastie met streng religieuze principes, en dat komt in de karig versierde minaret tot uiting. Dat er een groot contrast is tussen de versiering boven de poort en de eerder kale klokkentoren behoeft geen betoog. En dat schoonheid in de eenvoud kan zitten, is meteen ook wel duidelijk.

Van minaret tot klokkentoren: de Giralda

Ook in de kathedraal weet je niet waar je eerst moet kijken: de diepe godsdienstzin van de Andalusiërs vraagt kennelijk een uitdrukking die de overvloed niet schuwt. Het best komt dat tot uiting in het hoogaltaar: daar staat een reusachtig retabel van 20 meter hoog. Het is een veelluik van 7 verticale panelen en 45 vakken met taferelen uit het leven van Christus en Maria. Ik heb al wat retabels gezien, maar dit slaat wel alles, verbluffend is het gewoon! Er is aan gewerkt van 1482 tot 1525, door Vlaamse houtsnijders/beeldhouwers nota bene! Verbazend is dat niet: de Vlaamse kunst stond toen in hoog aanzien, contacten tussen Spanje en de Lage Landen waren legio, en op het einde van de vijftiende en in de eerste helft van de zestiende eeuw was het 'kunstig snijden van beelden'  een heuse nijverheid in onder andere Antwerpen en Brussel. Met enig ontzag sta ik dat te bewonderen, probeer de juiste foto's te nemen om die thuis van naderbij te bekijken! 

Het reusachtige Spaanse retabel van Vlaamse makelij

 

Fragment van het vorige

Centraal achter het altaar zit Maria in haar houding van 'Sedes Sapientiae' (Zetel der wijsheid), de zeer traditionele voorstelling van de Moeder Gods, zoals ze ook voorkomt als symbool van de KULeuven. Vlak boven haar zien we de geboorte van Christus, met Maria en Jozef, de obligate os en ezel, en engelen boven de kribbe: zeer gedetailleerd werk leverden die beeldensnijders. Links van de geboorte staat de aankondiging van die geboorte, en de engel Gabriël die de Maagd meedeelt dat zij de moeder van Gods Zoon zal worden. Rechts van de geboorte is al de moord op de onnozele kinderen aan de gang, met oog voor de gruwel die toen plaats had. Als je al die 45 taferelen zou kunnen bekijken en bestuderen, dan heb je het hele Nieuwe Testament bekeken en gelezen, en dat zal ook wel de bedoeling van de opdrachtgevers geweest zijn: stel visueel voor wat de gewone mens toch niet kan lezen. Overrompelend is zo'n kunstwerk, zonder meer.

De Heilige Isidorus van Toledo hebben we ook gezien, tenminste een schilderij met zijn afbeelding. Hij leefde in de zevende eeuw, en dit is een barok schilderij uit de zeventiende eeuw: zijn voorstelling is gebaseerd op fantasie. Maar niet dat hij bisschop was - hij toont met enig zelfbewustzijn zijn staf - en niet zijn geleerdheid: hij bladert in een best indrukwekkend foliant. Die Isidorus is in de twintigste eeuw uitgeroepen, of aangesteld of bevorderd tot patroonheilige van al wie met computers te maken heeft en ermee werkt. Misschien was hij nog niemands patroonheilige, was hij een werkloze heilige, maar nu heeft hij zijn part wel binnen. En de massa die hij verondersteld wordt te beschermen, groeit ongeveer exponentieel aan: zware baan heeft nu deze Isidorus, die zijn dagen niet langer in ledigheid slijt.

Sint Isidorus van Toledo

Laat ik besluiten met een beroemdheid die niet heilig is geworden: Christoffel Columbus ligt in deze kerk begraven. Voor zijn zerk komen vier mannen - zij stellen Castilië, Leon, Navarra en Aragon voor - de kathedraal binnengeschreden: op hun schouders dragen zijn de doodskist van Columbus. Dit is een 19de-eeuws grafmonument in romantische stijl; Columbus lag natuurlijk niet in die kist, hij was al eeuwen eerder gestorven. Maar zij dragen schijnbaar, maar toch met enige grandeur zijn stoffelijk overschot naar zijn laatste rustplaats, de zerk die voor hen ligt, en waarin de ontdekkingsreiziger de eerste vijfhonderd jaar van zijn eeuwigheid doorbrengt. Twan, onze gids had het erover dat de zoon van Columbus hier begraven zou liggen, en dat het graf van de laatste onbekend is, d.w.z. het is niet geweten waar hij begraven zou zijn. Mijn uitgebreide Michelingids beweert zonder twijfel dat hier Columbus zelf ligt, en de grafzerk wijst daar ook op.

Vier Spaanse provincies dragen Columbus naar zijn laatste rustplaats

A Castilla y a Leon...

Op die grafzerk staat namelijk een wapen met interessante informatie: een staande leeuw, een schouw, en daaronder centraal een wereldbol met een kruis erop, en daarrond de silhouetten van landkaarten van zeven landen, waarvan we mogen veronderstellen dat ze in Zuid-Amerika liggen. Maar de tekst rond deze tekening is relevant: in het Spaans staat daar te lezen: 'A Castilla y a Leon Nuevo Mundo Dio Colon'. Ik vertaal dat zo: 'Columbus (gaf) door God (of: met Gods hulp) de Nieuwe Wereld aan Castilië en Leon.' Wat zou die uitspraak daar staan als die Colon (Spaans voor Columbus) niet in dat graf zou liggen? Weinig zinvol lijkt me dat dan. Wat mij betreft heb ik voor het graf van de echte Columbus gestaan. Niet dat de man erdoor opgekikkerd is, dat ook weer niet, maar dat had hij waarschijnlijk ook niet verwacht: hij is niet eens heilig!

Besluit: de Kathedraal van Sevilla is zeer de moeite, maar tijdens ons verblijf is er geen wonder gebeurd!

Sevilla: de dagwandeling - 1

De eerste volledige dag van ons verblijf in Sevilla besteden wij aan een iets langere verkenning van de stad. We worden daarbij kundig geïnformeerd over wat we zien door een Nederlandstalige gids, met name Toine of Twan: spelling naar believen. Na afloop van onze tocht zal blijken dat hij zich uitstekend van zijn taak gekweten heeft: wat kan je  anders verwachten van een rasechte Nederlander.

Hij brengt ons eerst naar de Plaza de España, een plein in de vorm van een halve maan, en met een doorsnede van 200 meter. Het is aangelegd voor de Ibero-Amerikaanse Tentoonstelling van 1929. Ibero-Amerikaans slaat op die landen in Zuid-Amerika waar Spaans of Portugees de voertaal is. Uit de uitleg van Twan heb ik verstaan dat die expositie onder andere moest zorgen voor meer verzoening tussen de vroegere kolonisatoren en de nieuwe onafhankelijk geworden landen. Tezelfdertijd bracht deze expo Sevilla voor het voetlicht, en bracht de stad haar industriële en culturele erfgoed onder de aandacht. Ook de meer de vijftig Spaanse provincies moesten door deze tentoonstelling dichter bij elkaar gebracht worden: in zo'n groot land als Spanje willen provincies nog wel eens ver van elkaar liggen, en niet altijd dezelfde belangen hebben. Daarvoor zijn in de halve cirkel banken aangebracht, elk gewijd aan een provincie, waarop met azulejos belangrijke gebeurtenissen van een landstreek opgeroepen worden, en die zijn best om aan te kijken.

Het uitgestrekte Plaza de Espana, met aan de linkerkant Tine

Na de tentoonstelling, in januari 1930, zou de universiteit van Sevilla in de gebouwen gehuisvest worden, maar die bleken al snel te klein. Waar die universiteit dan wel terechtkwam, lees je verder.

Het centrale gebouw

 De verovering van Almeria (hier zijn ooit betere foto's van gemaakt!)

De val van Granada

Deze val van Granada is een belangrijk feit in de geschiedenis van Spanje: Granada was namelijk het laatste Moorse koninkrijk dat zich overgaf, en daarmee was de reconquista afgerond. Ferdinand en Isabella kregen van de paus de titel 'Katholieke Koningen, omdat zij hun missie succesvol beëindigd hadden. Voor bekeerde moslims of joden, die stiekem toch nog hun godsdienst bleven belijden, was er vanaf dan de Inquisitie: die wist met ketters van allerlei slag wel raad. Tolerantie stond toen niet echt in de Spaanse woordenboeken, laat staan in de geesten van kerkvorsten, prelaten en andere dominicanen!

Pour la petite histoire: de laatste Moorse koning van Granada kwam naderhand terecht in wat nu Marokko is. Daar zou zijn grootmoeder hem hartgrondig en ten diepste vernederd hebben. Ze zei hem namelijk: 'Huil dan als een vrouw om wat je als man niet kon behouden!' Wat de koning daar verder mee gedaan heeft, vertelt de geschiedenis niet. Zoals de Italianen zeggen: 'Si non è vero, è ben trovato!'

We lopen verder naar de universiteit: die is gevestigd in de Antigua Fabrica de Tabacos (de tabaksfabriek). Die is zonder dat ze er iets voor moeten doen heeft nogal beroemd geworden: de Carmen van Bizet is daar arbeidster, en een scene van de opera speelt zich dan ook af op het plein voor de fabriek. Het achttiende-eeuwse gebouw is nu de universiteit geworden: in de loop van de geschiedenis boekt Spanje ook vooruitgang. Wij wandelden er voorbij, laverend tussen Spanjes jong intellect en hoop. Niks meer sigarenmakerij, hersenarbeid houdt de jonge mens hier bezig, tot eer en glorie van hemzelf en het vaderland. Hopelijk vinden ze dan ook werk, wat in Zuid-Europese landen wel eens een probleem kan zijn.


Nog azulejos. Je vraagt je af of een toenmalige Carmen dit kon lezen

Zo zit de universiteit van Sevilla nu in een ruim achttiende-eeuws gebouw. Het portaal heeft twee verdiepingen. Boven op het timpaan staat een allegorische voorstelling van de 'Roem'. Je stapt hier niet direct eender welke bruine kroeg binnen, daar zal de modale student (m/v) zich wel bewust van zijn! Het decor doet er ook toe, laten we eerlijk zijn: je trouwt ook niet in een versleten overall, niet in Spanje, niet in Belgenland.

 En nu gaan we naar de kathedraal!