Als je nu vertegenwoordigers van een nationaliteit niet in de Eerste Wereldoorlog verwacht, dan zullen het wel Chinezen zijn. Toch waren ook zij er, op het einde dan, vanaf 1917, bij ons in de Westhoek en in Noord-Frankrijk. Zij waren als gastarbeiders avant la lettre door het Britse leger geronseld: ze werden niet voor de echte oorlogshandelingen gebruikt, wel als logistieke medewerkers, zoals gezegd als arbeiders. Zij werden het 'Chinese Labour Corps' genoemd, en het motto daarvan was 'Hail to the work'! Je moet niet vragen welke Chinees dat bedacht heeft. Maar daardoor heet de tentoonstelling 'Vive Labeur'. 'The British Empire' kon zich in die tijd van alles en nog wat permitteren, ook een kleine volksverhuizing organiseren van mensen van de andere kant van de wereld, die voor de rest met dit in hoofdzaak Europese conflict geen uitstaans hadden. Wie bekreunt zich daarom, moet het Empire gedacht hebben, het zijn maar Chinezen. Hoe die zich daarbij gevoeld hebben, vertelt het verhaal niet.
In Poperinge loopt nog tot 17 september een fototentoonstelling over het leven en de bezigheden van deze Aziaten: interessant alleszins, en hij belicht een vergeten aspect van de Eerste Wereldoorlog. Je ziet ze bijvoorbeeld aan het werk bij het aanleggen van een spoorlijntje om de munitie te krijgen waar die moest zijn, en als ze er dan is, moeten de obussen natuurlijk netjes gestapeld worden.
Spoorlijntje aanleggen
Obussen stapelen
Kennelijk werkten de Chinezen geen zeven dagen op zeven: er was af en toe ook tijd voor ontspanning. Dan zie je een groep steltlopen, een traditie die ze waarschijnlijk uit hun vaderland meegebracht hebben, maar een Engelse officier heeft de regie in handen en wijst waar ze naartoe moeten. Ook tijdens hun vrije tijd waren ze niet hun eigen baas.
Gecontroleerd steltlopen
Voor alle klussen en karweien werden ze ingezet: moest er iemand begraven worden, dan droegen zij de kist. Het graf hadden ze natuurlijk ook al zelf gedolven. Op de kist die de Chinezen dragen, ligt een Union Jack: ligt daar een gewone soldaat in, of een belangrijke officier, of 'De Rode Baron'?
'Ten grave dragen'
Dat is mogelijk, maar zeker ben ik er niet van. De laatste foto is inderdaad de foto van de begrafenis van de beroemde/beruchte baron Manfred von Richthofen die in 1918 de dood vond, nadat hij zelf 80 vijandelijke vliegtuigen had neergeschoten. De Britten waren zeer beducht voor hem, maar ze hebben hem zelf in Fricourt (Noord-Franrijk) met militaire eer begraven: vier grote bloemstukken hebben ze bij zich, nogal wat mensen waren aanwezig: het respect voor deze vijand was zeer groot. In deze vuile oorlog is dit een zeldzaam bewijs van 'chivalry' zoals de Engelsen zeggen, een daad van ridderlijkheid: eventjes komt de beschaving piepen. De man helemaal rechts, met de pet op, is een Chinees: waarschijnlijk een van de grafdelvers, die nu niet meer nodig is, maar die zich niet kan bedwingen en kijkt naar wie er met enige plechtstatigheid neergelaten wordt in de kuil die hij kort geleden gegraven had (zijn schop staat nog voor de haag voor hem). Beroepstrots heet dat.
Ik ben ook betrokken, vindt de Chinees
Tot in 1920 zijn de Chinezen gebleven: na de oorlog moesten zij alles weer mee opruimen, het land een beetje fatsoeneren, en de gesneuvelden van de slagvelden halen. Leuk werk hebben ze echt niet gehad, deze mensen. Zolang de oorlog duurde, had de plaatselijke bevolking geen 'last' van hen, maar na de wapenstilstand veranderde dat: ze zagen er anders uit, hadden een totaal andere cultuur, niemand verstond hen, en zij begrepen op hun beurt geen West-Vlaams: misverstanden, fricties, conflicten en niet erg menselijke behandeling werden hun lot. Dat krijg je, als je mensen verplaatst omdat je ze alleen als goedkope werkkrachten beschouwt. Op het British Empire is vaak heel wat te zeggen, helaas.
Posts tonen met het label west-vlaandere. Alle posts tonen
Posts tonen met het label west-vlaandere. Alle posts tonen
woensdag 9 augustus 2017
donderdag 27 juli 2017
Stuivekenskerke
Een van mijn dochters woont in Berchem in de Stuivekenskerkestraat. Dat ken ik, zeg ik dan, dat is in de buurt van Blankenberge! Mis, papa, dat is in de buurt van Diksmuide, in feite een deelgemeente ervan. Een deelgehucht is correcter uitgedrukt, maar laten we niet vitten.
Historische straatnaam
Overigens hebben de straten in die Berchemse buurt allemaal Eerste-Wereldoorlognamen: Passendalestraat, Langemarkstraat, Kortemarkstraat. Geert Bourgeois had zijn oorlogstoerisme naar Antwerpen kunnen verplaatsen! In ieder geval: onlangs was ik weer in West-Vlaanderen, en mijn nieuwsgierigheid dreef me naar Stuivekenskerke: wat is daar gebeurd, wat is daar nog te zien?
Er is in ieder geval geen epische slag geleverd, geen geen mosterdgas uitgetest of ander onfraais: Oud-Stuivekenskerke was een vooruitgeschoven wachtpost aan dat deel van het front. Dat wil niet zeggen dat er niet duchtig geschoten is: van de kerktoren die in 1914 nog mooi volwassen rechtop stond, restte in 1918 alleen nog de basis. Van hieruit werd de vijand in de gaten gehouden en werd communicatie dienaangaande verspreid. En de vijand heeft Oud-Stuivekenskerke nooit kunnen veroveren: 'Tot hier, en niet verder!' was het parool.
De gerestaureerde torenstomp
Ansichtkaart met de toen nog trotse toren en de ruïnes ervan
De man die de wacht voor een grote deel van de oorlog waarnam, was een geestelijke: Edouard Lekeux heette die. Na de oorlog is hij terug naar zijn klooster gegaan, onder de naam frater Martial (what's in a name!). Hij werd als een held beschouwd, maar zo zag hij zichzelf niet. Toch heeft die periode uit zijn leven grote indruk op hem gemaakt: op zijn initiatief wordt op die plaats een herinneringskapel gebouwd, en op 6 september 1926 ingewijd. Ze is opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw ter Zege. Vandaar ook dat de plaats nu Onze-Lieve-Vrouwehoekje wordt genoemd.
Frater Martials kapel: Onze-Lieve-Vrouw ter Zege
De kapel heeft een aantal glas-in-loodramen die natuurlijk verwijzen naar de oorlog die bij de inwijding nog maar acht jaar achter de rug was: frater Martials heeft er vaart achter gezet, achter zijn kapel. De koning en de koningen ontbreken natuurlijk niet, evenmin als frater Martialis zelf: de biddende soldaat
bij de ruïnes van de toren is ongetwijfeld Edouard Lekeux; de heilige naar wie hij schijnt te kijken is dan weer Sint-Martialis.
De koning-ridder en de koningin-verpleegster
Martialis twee keer: de heilige en de frater
Op de toren, die je overigens kunt beklimmen, wappert de nationale vlag: dit is Belgisch, en dat is altijd zo geweest schijnt ze te zeggen.
De nationale driekleur als bevestiging
Oud-Stuivekenskerke is niet zo beroemd of berucht als Passendale of Ieper, maar dat hoeft ook niet: er moet niet overal peilloos leed geleden zijn. Maar op zijn manier is het belangrijk geweest, en er is niets mis mee om dat op een sobere manier te gedenken. Daarom heeft Berchem ook zijn Stuivekenskerkestraat.
Historische straatnaam
Overigens hebben de straten in die Berchemse buurt allemaal Eerste-Wereldoorlognamen: Passendalestraat, Langemarkstraat, Kortemarkstraat. Geert Bourgeois had zijn oorlogstoerisme naar Antwerpen kunnen verplaatsen! In ieder geval: onlangs was ik weer in West-Vlaanderen, en mijn nieuwsgierigheid dreef me naar Stuivekenskerke: wat is daar gebeurd, wat is daar nog te zien?
Er is in ieder geval geen epische slag geleverd, geen geen mosterdgas uitgetest of ander onfraais: Oud-Stuivekenskerke was een vooruitgeschoven wachtpost aan dat deel van het front. Dat wil niet zeggen dat er niet duchtig geschoten is: van de kerktoren die in 1914 nog mooi volwassen rechtop stond, restte in 1918 alleen nog de basis. Van hieruit werd de vijand in de gaten gehouden en werd communicatie dienaangaande verspreid. En de vijand heeft Oud-Stuivekenskerke nooit kunnen veroveren: 'Tot hier, en niet verder!' was het parool.
De gerestaureerde torenstomp
Ansichtkaart met de toen nog trotse toren en de ruïnes ervan
De man die de wacht voor een grote deel van de oorlog waarnam, was een geestelijke: Edouard Lekeux heette die. Na de oorlog is hij terug naar zijn klooster gegaan, onder de naam frater Martial (what's in a name!). Hij werd als een held beschouwd, maar zo zag hij zichzelf niet. Toch heeft die periode uit zijn leven grote indruk op hem gemaakt: op zijn initiatief wordt op die plaats een herinneringskapel gebouwd, en op 6 september 1926 ingewijd. Ze is opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw ter Zege. Vandaar ook dat de plaats nu Onze-Lieve-Vrouwehoekje wordt genoemd.
Frater Martials kapel: Onze-Lieve-Vrouw ter Zege
De kapel heeft een aantal glas-in-loodramen die natuurlijk verwijzen naar de oorlog die bij de inwijding nog maar acht jaar achter de rug was: frater Martials heeft er vaart achter gezet, achter zijn kapel. De koning en de koningen ontbreken natuurlijk niet, evenmin als frater Martialis zelf: de biddende soldaat
bij de ruïnes van de toren is ongetwijfeld Edouard Lekeux; de heilige naar wie hij schijnt te kijken is dan weer Sint-Martialis.
De koning-ridder en de koningin-verpleegster
Martialis twee keer: de heilige en de frater
Op de toren, die je overigens kunt beklimmen, wappert de nationale vlag: dit is Belgisch, en dat is altijd zo geweest schijnt ze te zeggen.
De nationale driekleur als bevestiging
Oud-Stuivekenskerke is niet zo beroemd of berucht als Passendale of Ieper, maar dat hoeft ook niet: er moet niet overal peilloos leed geleden zijn. Maar op zijn manier is het belangrijk geweest, en er is niets mis mee om dat op een sobere manier te gedenken. Daarom heeft Berchem ook zijn Stuivekenskerkestraat.
Abonneren op:
Posts (Atom)