Posts tonen met het label tentoonstellingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tentoonstellingen. Alle posts tonen

donderdag 14 augustus 2025

Jakob Smits: olifanten en twee mannen

Jakob Smits heeft ook olifanten geschilderd, hij heeft er zelfs echte, levende gezien: met zijn vader bezocht hij wel eens de dierentuin Artis in Amsterdam, vertelt de gids/catalogus mij. Zijn vader was daar zelfs een van de oprichters van, zegt dezelfde bron. En de kleine Jakob moet naar verluidt zeer enthousiast geweest zijn over de kolossale dikhuiden.

'Solitaire' heet het eerste olifantenschilderij: en het is er inderdaad zeer allenig. Centraal een olifant met een berijder, in wat een vlakke woestijn lijkt te zijn, voor een lichtblauwe hemel waarin een witte maan alles beschijnt. Rechts staat een eenzame palmboom ook nadrukkelijk alleen te wezen: de vrolijkheid druipt van dit schilderij! De man die de olifant stuurt en leidt, doet mij denken aan een vers van Willem Kloos: 'en zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon'. Maar ik vrees dat dit een verkeerde associatie is, verschoning dus, zoals Wim Sonneveld zei.

Jakob Smits, Solitaire, olieverf op doek, 74,5 x 79 cm, privécollectie 

In 'De karavaan' is het dan weer drukte alom: ik zie toch minstens drie olifanten, in de achtergrond drie kamelen, wapperende vaandels duiden op het belang van deze karavaan, twee olifanten dragen hun menselijke last in een soort van baldakijn, de olifant rechts loopt ook niet waar hij wil, en twee begeleiders proberen er bij deze rustpauze de tucht in te houden. En de kleine witte maan is er weer. Ik zou zeggen: hier staat wat rijkdom tentoon, hier wordt niet Ali met de tulband vervoerd, dat ligt voor de hand.

Jakob Smits, De karavaan, olieverf op diek, 100x 106 cm, privécollectie

Tenslotte: nog portretten van twee mannen. Het eerste is van iemand die het toch wel gemaakt heeft: met open blik kijkt hij de toeschouwer aan, dit ben ik, en wie ben jij? Hij houdt zijn handen om het heft van een sabel, wat ook al geen bewijs van deerniswekkende armoe is.Wie die man juist is, weten we niet met 100% zekerheid, maar sterke vermoedens gaan naar de poolreiziger Adrien de Gerlache. Smits was bij de thuiskomst van de Antarctische expeditie in 1899. Die expeditie werd op het einde van de negentiende eeuw als een exploot beschouwd, iets waar België terecht trots op kon zijn, vonden wij zelf ook nog in de twintigste eeuw

Man met pelsen muts, 1900-1905, olieverf op doek, 79,4 x 62,4 cm (Collectie Museum Dhondt-Dhaenens).

Ik sluit af met het doek dat ik nog nooit gezien had en dat bij me insloeg als een bom: 'De vader van de veroordeelde'. Vijf dagen geleden, toen ik nog eens naar Mol-Sluis reed om die vader de fotograferen, soms ben ik dom, stond ik voor dat schilderij met een man van mijn leeftijd te praten over het werk. 'Wat moet die zoon wel niet gedaan hebben, dat die vader er zo uitziet?' vroeg ik me hoorbaar af. 'Stropen', zei mijn gesprekspartner, 'dat zou goed kunnen. Het werk is van 1901, toen werd er veel strenger geoordeeld en gestraft.' Zo had ik het nog niet bekeken, maar ja, het is een plausibele mogelijkheid. Ik dacht al aan moord of zware diefstal, maar dat hoeft niet eens, het waren andere tijden 125 jaar geleden.

Het komt in de eerste plaats aan op de weergave van de verslagenheid van die vader, hij zit daar als van de hand Gods geslagen, alle leven lijkt uit hem verdwenen te zijn. Zijn zoon moet hem diep teleurgesteld hebben, en tezelfdertijd zit hij in zak en as, zoals Job, hij lijdt natuurlijk ook omdat hij hem niet kan helpen, want hij houdt van die zoon, anders zou hij daar niet zitten. Wat een aangrijpend doek is dit: iemand die dit kan schilderen is een zeer groot kunstenaar, daar hoeft niet aan getwijfeld te worden. Die man heette dus Jakob Smits.

De vader van de veroordeelde, 1901, olieverf op doek, 100 x 90 cm (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel)

Van de hand Gods geslagen, of zoals Job, in zak en as zittend

Voor wie nog wil gaan kijken, you should you know, deze tentoonstelling is nog open tot 12 oktober. Je hebt nog kans! 

woensdag 13 augustus 2025

Rembrandt: enkele etsen

Het gaat hier niet alleen over tekeningen van olifanten door Rembrandt; zoals ik zei er zijn 13 originele etsen van de meester te bewonderen! Dat is dus zonder meer heel veel, zeker voor een plaatsje als Mol-Sluis; tu te rends compte!, zeggen ze in het Frans dan, enige bewondering uitdrukkend. En die is ook op haar plaats. 

Laat ik beginnen met een ets die volgens het Oude Testament het begin van de mensheid voorstelt: ze heet 'De Zondeval' of 'Het Aards Paradijs'. Eva heeft de vermaledijde appel al vast en schijnt Adam te vragen 'zou ik bijten of niet? Adam heft zijn armen en handen op, als om uit te drukken wees toch maar voorzichtig. Dit is dus het ogenblik vlak voor de straf, of voor de verdrijving uit het aards paradijs. Op de boom links kruipt een slang- en draakachtig monster, dat Eva tenslotte verleidt. Maar het paradijs is nog een en al pais en vree: de plantengroei is weelderig te noemen, en tussen het linkerbeen van Eva en de boom, net onder haar knie is een onschuldige olifant te zien. Hij symboliseert het tegendeel van datgene waar de slang, de draak en de duivel voor staan. En voor die onschuld stond Hansken model. Misschien heeft Cornelis van Groenevelt nog geweten dat zijn Hansken op een ets van Rembrandt figureerde en zo deel uitmaakt van Hollands Goud Eeuw. Voor hetzelfde geld had Cornelis er geen flauw benul van, wie zal het zeggen?


De Zondeval of Het Aards Paradijs, ets, 1637

Tussen boom en been: Hansken (poging tot close-up

Er hangt zelfs een topstuk uit het etswerk van Rembrandt: 'De Honderdguldenprent', of 'Christus predikend' uit ca 1648. Ze werd met een geldwaarde aangeduid omdat ze al tijdens het leven van Rembrandt tegen die prijs verhandeld werd, en dat was best een hoog bedrag voor wat toch 'maar' een ets was. De naam van de maker speelt natuurlijk ook een belangrijke rol bij de prijszetting, dat zal ook duidelijk zijn. Als je van clair-obscur spreekt, heb je hier een sprekend voorbeeld: Christus en zijn publiek wordt het volle licht gegeven, de achtergrond is gewoon zwart. Nogal duidelijk waar de aandacht dan naartoe gaat.

'De honderdguldenprent', of 'Christus predikend', ets, ca. 1648

Jakob Smits heeft zich door deze prent ook laten inspireren: 'Christus predikend in de schuur' is er mutatis mutandis nogal verwant mee. We zijn hier in een Kempische boerenschuur, en er is veel meer evenwicht in deze ets: hoofden van de toehoorders allemaal op dezelfde hoogte; links zit een boerin haar kind te zogen, rechts zit een jonge kerel te kijken en te luisteren. Tegenover de ladder links staat rechts een steunbalk: veel rustiger is deze ets. Maar het onderwerp heeft Smits bij Rembrandt gehaald: hij bewonderde hem met hart en ziel. Zoals Christus daar staat met zijn armen en handen gespreid, dat noemt men 'in orante houding'. Van het Latijn 'orare' voor bidden: dat heb ik zelf ook maar geleerd uit de catalogus.

 
Jakob Smits, Christus predikend in de schuur, ets 

Ik hoef hier natuurlijk niet alle dertien Rembrandts te laten zien en er iets over te zeggen, maar een paar moet toch nog kunnen. Zo zijn er twee etsen 'Christus in Emmaus'. Die Emmausgangers waren twee discipelen van Christus, die drie dagen na zijn dood op weg waren van Jeruzalem naar het dorp Emmaus.  Zij ontmoeten hem tijdens die tocht, maar pas wanneer Jezus voor hen het brood breekt, herkennen zij hem, en zien zij met eigen ogen de verrezen Christus. Op de eerste ets is het interieur iets luxueuzer - hoewel, luxueus is in dezen een groot woord. De tweede ets toont de twee discipelen, waarvan de centrale al behoorlijk oud lijkt. Jezus heeft best lang haar, en een stralenkrans om zijn hoofd. Meubels? Een simpele stoel en een dito tafel, maar op beide etsen zien we het moment dat het brood gebroken wordt: de levende Christus doet iets van zware symbolische waarde: de Heer breekt het brood met hen en voor hen. Tenminste: zo zien de Emmausgangers het. Van onderen aan de ets kun je lezen 'Rembrandt fecit 1634'. 

Christus in Emmaus: grote plaat, ets

Christus in Emmaus, kleine plaat, ets,1634

Ten aller slotste: Het sterfbed van Maria. Rembrandt was zonder twijfel protestant: daarom vind ik het vreemd dat hij ook Maria in zijn kunst betrekt. Zij sterft in een hemelbed: dat heette in de zeventiende eeuw ook al zo, dat is dus geen toeval. Ze is omringd door nogal wat mensen: dat zullen de apostelen zijn, zoals Hugo van der Goes die ook al afbeeldde lang van Rembrandts tijd. Drie vrouwen staan er ook op: de uiterst linkse zou haar vriendin Martha kunnen zijn, de knielende is misschien Maria Magdalena, en vlak achter haar staat Christus, de verrezene. Rechts zie nog een vrouwelijke figuur, de rug naar de toeschouwer gekeerd: wie dat is durf ik niet te raden. 

Het sterfbed van Maria, 1639, ets, 401 x 312 mm (Universitaire Bibliotheken Leiden) 

En  wil ik het in een volgende aflevering nog hebben over geschilderde portretten. Maar dat is voor morgen of later.

donderdag 3 april 2025

Dürer in Antwerpen III

Ten slotte wil ik het nog over vier werken hebben die ik om uiteenlopende redenen merkwaardig vind. De eerste heet 'Nemesis', een godin uit de Griekse mythologie; zij stelt de meedogenloze godin van de gerechtigde wraak voor. Ze lijkt een soort van engel met stevige vleugels. Poedelnaakt is ze, staat op een wereldbol, en wandelt of zweeft boven die wereld op de rand van de wolken. In haar rechterhand draagt zij de beker der overwinning, een vroege voorloper van de Beker der Landskampioenen zeg maar - over haar linkerarm hangen teugels en een toom, voorwerpen waarmee iemand in bedwang kan gehouden worden. Als je goed kijkt, zije nog de vingers van haar linkerhand. Ze loopt voor een stralend witte hemel, het dorp onder haar eerder grijs.Dürer zou dat landschap getekend hebben in de Alpen.

Wat ik aan deze Nemesis zo merkwaardig vind: ik had ze nog nooit gezien, en tezelfdertijd toch wel. Ze doet mij heel sterk denken aan de 'Pornocrates' van Félicien Rops: ze lopen allebei van links naar rechts, maar in plaats van straf of beloning leidt de naakte vrouw van Rops een varken, niets meer. Natuurlijk kan Dürer het werk van Rops nooit gezien hebben: ik krijg het vermoeden dat Rops de Nemesis wel gezien heeft. Of dat waar is, weet ik niet, maar merkwaardig blijft het wel.

Nemesis, c. 1502, gravure

Laat ik nog eventjes naar mijn familie terugkeren: er is een houtsnede die heet 'De verloving van Maximiliaan met Maria van Bourgondië uit de Ehrenpforte, c. 1512-1515. Maria was al in 1482 gestorven, ten gevolge van een val van haar paard, dat is genoegzaam bekend. Maximiliaan en Maria kunnen dus onmogelijk samen voor hem geposeerd hebben, maar dat was niet zo belangrijk: deze houtsnede moest een deel zijn van een triomfboog of erepoort, die dan weer een deel was van Maximiliaans propagandapolitiek waarmee hij zijn militaire successen en zijn dynastieke kracht verheerlijkte. De kleine luiden werden dan verondersteld te denken en vooral te zeggen: 't Is toch ne straffe, onze Max!' 

Op momenten van overdreven pretentie pleeg ik die Maria wel eens te benoemen met de term 'Tante Marie'. Helaas, en al maar goed, heb ik met het Huis van Bourgondië niets te maken. Mijn oudste stamvader heb ik in Woensel (Eindhoven) gevonden: in 1705 heette die Jan de Fransman, en in 1715, toen hij genoeg Brabants geleerd had, Jan van Bourgondiën. Zijn zoon Peter is in 1720 in Turnhout getrouwd,  op 29 december, vlak voor Nieuwjaar. Grapjas moet die Peter geweest zijn, of een viriel manneke? U begrijpt dat dit niets meer met Dürer te maken heeft, waarvoor mijn excuses. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De verloving van Maximiliaan met Maria van Bourgondië uit de 'Ehrenpforte', c. 1512-1515

Dan is er nog een portret van Erasmus, door Dürer gemaakt in 1521, maar pas in 1526 gepubliceerd. Volgens de gids blijft de reden waarom dat 5 jaar geduurd heeft onduidelijk, maar sommige kenners suggereren dat Erasmus in Dürers achting zou gedaald zijn, omdat hij na de Thesenanschlag door Luther de kerk trouw is gebleven, terwijl de kunstenaar zelf door de nieuwe godsdienst zou geporteerd zijn. Dürer van wie ik in de eerste tekst veronderstelde dat hij katholiek was, bleek in zijn latere leven een medestander van de nieuwe godsdienst, het protestantisme, geworden te zijn.

Het portret, dat in het Latijn 'imago' heet, is volgens de tekst links boven 'ad vivam effigiem deliniata', dat wil zeggen 'naar levend portret (of model) getekend'. Hans Holbein de Jongere heeft een gelijkaardig portret geschilderd, met Erasmus aan het werk, 'schrijvend', zoals bij Dürer, want een geleerde slijt zijn dagen niet in ledigheid. Ook bij Holbein draagt de humanist hetzelfde hoofddeksel en kijkt hij naar links. En er liggen bij hem best wat boeken die hij kan raadplegen: hij werkt niet zomaar in het ijle weg. De geleerde wordt met alle eerbied afgebeeld.

Portret van Desiderius Erasmus, 1526, gravure

In 1515 vervaardigt Dürer een houtsnede van een Indische neushoorn, 'rhinocerus' staat rechts boven de afbeelding van het dier. Het opmerkelijke is dat Dürer nooit een levende neushoorn gezien heeft, geen witte, geen grijze, geen Indische, geen Afrikaanse. Openbare dierentuinen waren nog niet 'uitgevonden', en over vliegtuigen en verre reizen zal ik maar zwijgen. Dit werk is gebaseerd op mondelinge beschrijvingen en schetsen. En je moet zeggen: je kunt niet beweren dat daar een gnoe of een buffel staat. Honderd procent realistisch is het beessie niet, maar het kan en best mee door, met zijn platen op zijn lijf. Zo dringt de nieuwe wereld ook in het oude Europa door.

Rhinocerus, 1515, houtsnede

Deze tentoonstelling is heel erg de moeite waard: je ziet Dürer als kunstenaar van het christendom, van de nieuwe tijd, in dienst van vorsten. En door zijn  bekende monogram ook als zelfbewust artiest. Zonder meer interessant dat hij na 500 jaar nog eens naar Antwerpen gekomen is. Tot 14 april nog te bezoeken.

dinsdag 1 april 2025

Museum De Reede: Dürer in Antwerpen II

Dürer had het niet alleen voor Maria, hij beeldde ook graag vrouwen zonder hun verpakking af. Zo bijvoorbeeld 'Vier naakte vrouwen' of 'De vier heksen'. Die laatste naam krijgt deze gravure in de zeventiende eeuw. Waarom vertelt de gids bij de tentoonstelling niet. Boven de vier dames hangt een bol met de datum, 1497, en met de letters OGH, en wat die betekenen is mij ook niet bekend, en de gids evenmin. Deze vrouwen zitten goed in het vlees - 'goed gedraaid van oren en poten' klinkt eerder oneerbiedig, maar het staat er toch maar - het zijn zeker geen skinny beauties die tegenwoordig het schoonheidsideaal voorstellen. Ook opmerkelijk: twee zijn alleen ruggelings te zien, van een derde zie je alleen het hoofd, van de rechtse zie je wel de voorkant, borsten incluis, maar een niet toevallige sluier verbergt haar intiemste onderdeel: we kunnen hier niet van preutsheid spreken, maar alle remmen los is nog iets anders. Links is ook nog een duivelskop te zien, naast de voeten van de tweede ligt een doodskop: Enige waarschuwende moraal is deze gravure niet vreemd. Maar ja, 1497 is nog zeer vroeg in de renaissance. En de vier dames zijn zeer verschillend van de Maria's en Madonna's van Dürer. We zijn een andere weg ingeslagen, zoveel is wel duidelijk zichtbaar.

Vier naakte vrouwen, of 'De vier heksen', 1497, gravure

Een gewone, poserende naakte vrouw zien we in de gravure 'Het zeemonster of Meerwunder' uit c. 1498. Dat zeewonder is natuurlijk de mooie jonge vrouw, het zeemonster is dan de oude man met zijn vissenstaart die haar meevoert, de rivier in. Hij heeft een soort van stekelig gewei met vier scherpe punten, als schild gebruikt hij het schild van een schildpad, en hij heeft zijn rechterhand al om haar linkerarm geslagen. Zij moet zich wel bewust zijn van wat er te gebeuren staat, want erg gelukkig ziet ze er niet uit. Deze gebeurtenis wordt in verband gebracht met allerlei mythen en sagen: uit de gids citeer ik: 'De meest overtuigende is de schaking van de Longobardische koningin Theudelinde door een zeemonster.' Van die Theulinde had ik nog nooit gehoord, maar zij was inderdaad een Longobardische koningin die overtuigend tegen het arianisme gevochten heeft. Ze heeft geleefd van ongeveer 570 en is gestorven in Monza in 627. Zij betekende dus wel iets in haar tijd, maar over een schaking door een zeemonster heb ik niets gevonden.

Het zeemonster of 'Meerwunder', c. 1498, gravure

'Sater en nimf' wordt ook 'De saterfamilie' genoemd, maar van familie is eigenlijk geen sprake. Hij speelt vrolijk op zijn schalmei, heeft uit de kluiten gewassen bokkenpoten en op zijn kop de bijpassende hoorns; bovendien is hij flink behaard. Zijn erectie bewijst zijn zichtbare viriliteit. De vrouw is helemaal wit, blank zou ik eerder zeggen, ze ligt op een witte vacht en zorgt voor haar baby: ze zijn het tegendeel van de sater. Die staat voor de natuurlijke driften van de man, die met zo'n gedrag niet fatsoenlijk voor vrouw en kind kan zorgen. Moraliserend plaatje is dit, het tweede al.

Sater en nimf, of 'De saterfamilie, 1505, gravure

Tot slot van dit deeltje: de aartsengel Michaël in gevecht met de draak. Michaël komt van boven links en steekt met alle kracht en geweld zijn lange lans door een van de strotten van de draak. Het is een zevenkoppig monster, hij heeft dus ook zeven strotten: je krijgt zo'n dier niet op een twee drie dood: kwaad uitroeien vraagt zijn tijd en inspanning en moeite. Rechts van de aartsengel perforeert een engel-boogschutter een tweede drakenstrot, boven rechts haalt nog een engel een zwaard tevoorschijn, en rechts boven komt een tweede engel-zwaardvechter ook zijn bijdrage aan het gevecht leveren. De strijd tegen het kwaad kan niet hevig genoeg zijn! Een en ander speelt zich dan af boven een vredig dorpje met kerktoren en links een waterput, alsof er niets aan de hand zou zijn. Wat zich in hemelse sferen afspeelt, bereikt de gewone sterveling niet...

De aartsengel Michaël in gevecht met de draak, c. 1496, houtsnede

De aartsengel Michaël in gevecht met de draak: Dit zou best het symbool van Brussel kunnen zijn, maar daar dienen andere kunstwerken voor.

woensdag 7 augustus 2024

Jean-Paul Govaerts: In paradiso

Laat ik me nog eens uitlaten over Jean-Paul Govaerts: zijn laatste mij bekende tentoonstelling dateert al van eind mei, en nu begint bij wijze van spreken het nieuwe schooljaar alweer. Sommige mensen houden zich nuttig bezig, schilderen en stellen nadien hun werk tentoon.

Een van de doeken heet 'In Paradiso': een paar van tussen de 70 en 80 (laat ik ze schatten op 75) bevindt zich in dat paradijs: met zijn tweetjes gaan ze eens lekker zonnebaden. De achtergrond is duidelijk grijs: je zou misschien blauw verwacht hebben, maar het weinige haar dat de man nog heeft, is ook eerder grijs; dat van de vrouw niet, maar hoeveel kleurtjes heeft die al niet laten zetten. De man, laat ik hem Jean-Pierre noemen om alle verwarring uit te sluiten, is bezig zijn ligstoel in orde te brengen: een oud lijf wil ook wel een beetje zacht liggen! Maar leuk is dat alle reddingsmiddelen al klaar liggen: reddingsbanden onder zijn toekomstige rustplaats, maar die zijn gebroken en kapot: veel nut zullen in geval van nood niet meer hebben. Vlak voor de voeten van de vrouw, Marie-Jeanne noem ik haar, ligt een verkeerskegel, die je gewoonlijk als waarschuwing voor naderend gevaar op de weg ziet staan: je kunt niet voorzichtig genoeg zijn! Onder haar speelt een hond met een doodshoofd: idylle wordt bedreigd door een slechte afloop! Gezellig is nog anders.

Een zacht wit zandstrand valt de twee 'old lovers' ook niet ten deel: harde keien vormen de ondergrond. Als genieten een verplichting wordt, je wilt nog hedonist of epicurist zijn maar je hebt er niet echt de leeftijd meer voor: sic transit gloria mundi ben ik dan geneigd te denken, maar wie ben ik?

In Paradiso

In de rechter benedenhoek zijn nog een aantal doodshoofden samen komen drijven, zoals afval in de hoek van een kanaal ook samen komt te liggen, de reddingsband is alweer volledig nutteloos: het is een efficiënte weergave van troosteloosheid, als je het mij vraagt.

Old lovers

Troosteloosheid

Als ik 'In paradiso' lees, kan ik niet nalaten te denken aan 'In paradisum'. Dat zijn de eerste twee woorden van een vers uit de Latijnse dodenmis. Volledig loopt dat vers: 'In paradisum deducant / te angeli', wat in het Nederlands klinkt als 'Mogen de engelen u / geleiden naar het / paradijs' en dat wordt gezongen wanneer de doodskist de kerk wordt uitgedragen. Daar gaat dit schilderij ook over, over vergankelijkheid, over de sterfelijkheid van ons, mensen. ik word niet echt vrolijk van dit werk, maar waar is het zeker. Dat heb je meer met de doeken van Jean-Paul Govaerts: je kunt eens nadenken, wat ook een verdienste is.

zaterdag 3 februari 2024

Krasse koppen: een heel krasse en een paar andere

Nog een paar van die koppen zijn echt het bekijken waard: 'Twee hoofdstudies' van Antoon van Dyck bijvoorbeeld. Natuurlijk zie je dat het een studie is, heel zorgvuldig afgewerkt zijn ze niet. De man links kijkt eerder neutraal de wereld in, maar toch tezelfdertijd aandachtig, de man rechts heeft de blik letterlijk terneergeslagen, ingetogen lijkt die man, alsof hij een verdriet verwerkt. Daar dienen die studies voor: hoe schilder ik een aandachtige man, hoe een andere die een stil verdriet verwerkt? Studiewerk is het, maar toch zeer kunstig. En dat het barok is, hoeft ook geen betoog. Die Van Dijck stierf in 1641, een jaar na zijn meester, P. P. Rubens, en daarmee waren de twee grootste Antwerpse barokschilders niet meer.

Antoon van Dyck (1599-1641), Twee hoofdstudies

Een Pieter Bruegel de Oude hing er ook: een niet zo groot portret in profiel van een niet meer zo jonge boerin. Realistisch zou ik het noemen, hij heeft ze niet mooier gemaakt dan ze was. Mager van gezicht is ze, ze lijkt niet echt goed doorvoed. Eenvoudig gekleed verder, nergens versieringen van welke aard ook: zonder meer een volksvrouw die nooit veel luxe gewend is geweest. Ze schijnt een beetje geschrokken te zijn: ze kijkt in ieder geval zeer benieuwd naar wat er aan de verborgen rechterkant van het schilderij gebeurd is. En zo'n eenvoudige witte muts hebben we ook al wel eens meer gezien op deze tentoonstelling.

Pieter Breugel de Oude (1525-30 - 1569): Portret van een boerin

Een andere zestiende-eeuwer is Quinten Massijs of Messijs of Matsijs: ik ken hem met de derde versie van zijn familienaam. Van hem kun je bezichtigen en bewonderen het 'Hoofd van een oude vrouw', ook gekend onder de Engelse naam 'The ugly duchess'. Als je haar vanuit je ooghoeken opmerkt, wil je meteen vlak voor dat schilderij staan, zo lelijk is ze, dat mens (vergeef me het onzijdige genus) moet nodig geïnspecteerd worden, daar is geen weg naast. Gelukkig hangt naast het werk een bord met flink wat uitleg, zo leer je nog eens iets. Ik citeer: 

'Het karikaturale gezicht van deze hertogin, haar gerimpelde boezem en ouderwetse kledij moesten bij de toeschouwer doelbewust afgrijzen en spot oproepen. De man op het bijhorende schilderij - niet in de tentoonstelling - wijst de rozenknop af die ze hem aanreikt. Het is een erotische zinspeling. Maar is ze wel een vrouw, of is het een man verkleed als vrouw?'

Het kan natuurlijk een vrouw zijn die niet beseft dat haar jaren voorbij zijn, en haar borsten - het lijk wel Maagdenburgse bollen - liegen er ook niet om. Overigens citeert Matsijs hiermee ook een gelijkaardige tekening van Leonardo da Vinci. Dat kan ook omgekeerd zijn: de twee kunstenaar correspondeerden met elkaar, en de tekening van Da Vinci kan een interpretatie zijn van wat Matsijs hem toegestuurd had. Wat er ook van zij: het waren niet allemaal deftige en ernstige jongens, die schilders van vroeger, zoals die van nu dat ook niet zijn.

De klap op de vuurpijl: 'Hoofd van een oude vrouw', of 'The ugly duchess'

Ik ben blij dat ik 'Krasse koppen' gezien heb: er was kunstig werk te zien, nogal wat hoofdstudies, en de meest krasse aller krasse koppen was ongetwijfeld 'The uqly duchess'. Tenminste, dat vind ik ervan.

woensdag 17 januari 2024

Krasse koppen: Rubens en Jordaens

Als we het over Rembrandt hebben, kunnen we Rubens niet vergeten: natuurlijk hangt die hier ook, we zijn tenslotte in Antwerpen. Beroemde werken zijn het niet, wel hoofdstudies: hij schildert bij wijze van oefening hoofden van mensen die hij later in grotere doeken nog kan gebruiken. Voorbeelden van 'oefening baart kunst' zijn het letterlijk.

Het zijn wat in de muziek 'des études' worden genoemd, maar het zijn zeker geen kladwerkjes of zomaar poginkjes van niemendal. 'Hoofdstudie van een man' heet er een: het valt erg op hoeveel zorg Rubens aan de baard besteed heeft. Ook het gezicht met zijn nieuwsgierige en tegelijk wat bange ogen trekken de aandacht. Als dit een studie is, dan een van superkwaliteit, vind ik toch.

Pieter Pauwel Rubens, Hoofdstudie van een man

Er is nog een gelijkaardig werk te zien: het is een variatie op het thema 'mannenhoofd'. De baard van de man is nu korter en niet zo verzorgd, en hier spreek je van een vooraanzicht. Maar een beetje boos lijkt hij mij de wereld in te priemen. Een oefening om een welbepaalde emotie uit te drukken is het, maar ook weer een afgewerkt doek, en niet een poginkje van 'between the soup and the potatoes'.

Hoofdstudie van een man

De volgens mij mooiste Rubens van de tentoonstelling is de 'Hoofdstudie van een oude vrouw in vooraanzicht', ca. 1617. Mooi afgewerkt is deze studie alweer, vriendelijk kijkt zij ons aan, pientere ogen heeft ze, deze oude vrouw. Ze schijnt zeer tevreden met haar bijna voorbije leven te zijn, je zou deze oma toch zo willen kussen! Ik vraag me dan af: zat die vrouw model voor de schilder, of zette hij ze zomaar uit het hoofd op het doek? Het is in ieder geval een overtuigend werk. Ook als het maar om studies gaat, legt Rubens er al zijn talent en gevoel in, hij doet altijd zijn best, de meester verraadt zich niet.

Hoofdstudie van een oude vrouw in vooraanzicht, ca; 1617, Antwerpen, The Phoebus Foundation

Van Jacob Jordaens zijn er net zo goed hoofdstudies te bewonderen: bijvoorbeeld'Twee hoofdstudies van een oude vrouw', ca. 1617. Op het eerste portret zie je het vrouwengezicht driekwart naar rechts kijkend, het tweede is gewoon in profiel. De eerste kijkt naar omhoog, alsof ze wil illustreren 'alle zegen komt van boven': haar blik drukt wel iets van verwachting uit. Mooi ook hoe realistisch het hoofd geschilderd is: haar leeftijd blijkt er wel uit, maar ook respect voor haar. Haar witte kap lijst haar hoofd mooi in: de aandacht van de kijker gaat recht naar waar Jordaens haar hebben wil. Meesterlijk is het. De tweede vrouw krijgen we in profiel: nog meer wit, en haar gezicht in profiel komt perfect overeen met haar naar rechts gewende hoofd: Jordaens laat hier eventjes zien wat hij kan, en dat is niet weinig.


Twee hoofdstudies van een oude vrouw, ca. 1617, Nancy, Musée des Beaux-Arts

'Twee hoofdstudies van twee Afrikanen' (na 1620) laat zien dat Antwerpen al in de zeventiende eeuw een stad was die met vreemdelingen en migratie te maken had. Blinkende bruine hoofden zien we, de rechtse Afrikaan breed glimlachend, de linkse met meer sérieux. En weer een witte kap die het werk lichter maakt. Ik heb de indruk dat het hier gewoon om een witte doek gaat, een kap naar de laatste mode is het zeker niet.

Twee hoofdstudies van twee Afrikanen, na 1620

Mensen die niet meer zo pril zijn, zullen bij het zien van deze Hoofdstudies mogelijk denken aan een bankbiljet van 500 frank van een hele tijd geleden. Daar stonden ook Afrikanen op, maar ik herinner me dat dat biljet in de volksmond en ook iets officiëler 'de Negerkoppen' werd genoemd. Van Rubens is dat werk. Maar Negerkoppen, dat gaat tegenwoordig niet meer, nu heet dat werk op beschaafde wijze 'Vier studies van het hoofd van een Moor' (1615). Zeden, opvattingen en dus ook woordenschat veranderen, En in dit geval is dat een goede zaak: meer respect kan nooit kwaad.

Jordaens is de derde grote barokschilder uit de Antwerpse 17de eeuw. Hij is zowat 20 jaar jonger dan Rubens, en overleeft hem bij 40 jaar; hij sterft in 1678, 85 jaar oud. Tegen 1700 is de grote bloeiperiode van Antwerpen dan ook voorbij, maar nu, heden ten dage is het nog altijd een wereldstad, en de rest van de aardbol provincie. Zo hoort dat ook, daar zijn de inwoners van Tstad overtuigd!

dinsdag 16 januari 2024

Krasse koppen: Rembrandt

Een volgens mij niet te missen tentoonstelling is 'Krasse koppen', die nog tot zondag 21 januari te zien is in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen: als je al die hoofden nog wil zien, moet je je wel haasten. Maar ik verzeker je, je zal het je niet berouwen. Uitzonderlijk vind ik het allemaal, 'niet te missen' heb ik deze tentoonstelling ook genoemd. Ik ben er zeer enthousiast over, zal ik maar zeggen.

Het gaat om werken van 16de- en 17de-eeuwse schilders uit Zuid- een Noord-Nederland. Rubens maakt natuurlijk zijn opwachting, maar ook Rembrandt, met meer dan een werk. Adriaan Brouwer is er, en Quinten Matsijs, Piet Breughel de Oude, Anthony van Dijk en Jacob Jordaens. Het is heel wat dat je te verhapstukken krijgt.

Laat ik met Rembrandt beginnen, met een zelfportret. De ets komt uit circa 1630, toont een jonge Rembrandt die het etsen al heel stevig onder de knie had, of in zijn vingers, beter gezegd. De volledige titel luidt 'Zelfportret met baret, wijd open ogen en open mond'. Ze bevindt zich in Brussel in de Koninklijke Bibliotheek van België. Het is het kleinste kunstwerk dat ik in deze 'Krasse koppen' gezien heb, en hoewel het een jonge kunstenaar toont, is het toch 'kras' want uit de zeventiende eeuw. De meeste grafici uit die tijd bleven niet zo lang jong. En ook kras door wat hij op 24-jarige leeftijd al kon. Het talent van de maker druipt er gewoon af: haar tot in het detail weergegeven, een gezicht vol uitdrukking, een juweel is het.

Rembrandt, Zelfportret met wijd open ogen en open mond, ca. 1630

Een andere Rembrandt die mij echt raakt, is 'Jeremia treurend over de verwoesting van Jerusalem', uit 1630, niet circa. Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam waar ik het ongeveer 50 jaar geleden heb leren kennen. Ik heb het ooit gekocht, een mooie reproductie wel te verstaan, die in de loop van mijn leven op een of andere manier verdwenen is, waarschijnlijk ook verwoest. In dit schilderij is het niet in de eerste plaats te doen om de krasse kop, wel om om de verslagen machteloosheid van de profeet. De man zit in het volle licht, maar toch op de rand van de duisternis, die past bij de verwoesting van Jeruzalem: zo wordt het best een dramatisch schilderij.

Jeremia treurend over de verwoesting van Jerusalem, 1630, Rijksmuseum Amsterdam

Geen echte Rembrandt is 'De man met de gouden helm', van rond 1650. Hij hangt in de Staatliche Museen zu Berlin, om een of andere reden wordt het werk dus wel naar waarde geschat: het is geen echte Rembrandt, maar het heeft er toch iets van weg. Het is niet zo levendig als de echte werken van de grote meester. Dat is ook een manier om het onvolprezen talent van de kunstenaar duidelijk te maken: confronteer het met dat van mindere goden, en je ziet het verschil wel. 

Omgeving van Rembrandt: De man met de gouden helm, ca. 1650, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie

Dan hangen er nog twee werken van de meester zelf: een 'Buste van een oude man met bontmuts'. Zijn naam is niet bekend, hij zal dus wel niet zo belangrijk geweest zijn. Het kan een hoofdstudie zijn, of de schilder heeft die man op doek gezet voor zijn eigen plezier, omdat hij graag schilderde, zomaar. Oud is de man, natuurlijk, en hij kijkt met een zeer melancholische blik de wereld in. Dat treffen en adequaat weergeven is ook een bewijs van meesterschap.

Buste van een oude man met Bontmuts, 1630

Nog een oude man, uit 1631; het valt mij overigens op hoeveel schilderijen Rembrandt in 30-31 gemaakt heeft, dat moet vruchtbare jaren geweest zijn.

Van die 'Oude man in militaire kledij' dacht men vroeger dat het om de vader van de schilder ging, maar dat schijnt niet te kloppen. Overigens, pour la petite histoire: die vader was molenaar. Rembrandt, wat zijn voornaam is, had net zo goed Smolders, De Mulder of Meulemans kunnen heten. Geef toe, dan is Rembrandt mooier. Voor de volledigheid, zijn achternaam was Van Rijn. 

Dit schilderij vind ik opener, er zit meer licht in, en de ogen van deze oude man staan best kwiek en vief in zijn gezicht: hij lijkt iemand die tevreden is over zijn leven. Ik houd er wel van, van deze vader-niet-van-Rembrandt.

 

Oude man in militaire kledij, 1631

Dat is dus de eerste lading 'Krasse koppen', en er komen er nog: al die zeventiende-eeuwers zijn nu per definitie kras.


dinsdag 17 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre III (ziek)

Dat bijna kerstekind Augustine heeft echter niet lang geleefd: in december 1904 werd ze ziek: tbc, een ziekte die in die tijd na korte tijd fataal was. Het is bekend dat ze op laatste keer als naaktmodel fungeerde op 12 december 1904 (Erwin Joos, boek over Augustine Pautre, blz. 181). Nadien heeft Van Mieghem haar talloze malen getekend tijdens haar ziekte en aftakeling.

'Augustine somber' is getekend circa 1904: dat kan dus ook in 1903 geweest zijn. Of ze op het moment van deze tekening al ziek was, weet ik niet: afgemagerd is ze nog niet, maar echt florissant ziet ze er ook niet uit: zo ken ik haar niet van andere tekeningen.


Augustine somber, zwart krijt, ca. 1904, 38 x 22 cm

Op de volgende tekening ziet Augustine er echt deerniswekkend uit: daar hoeft verder geen commentaar bij.

Augustine ziek, na 1 febr. 1905,13,2 x20,7 cm

                                                                                                                                                                                                                    

 Augustine ziek te bed, zwart krijt, na 27 januari 1905,12 x 20,5 cm

Augustine ziek, sanguine, gedat. 1905, 21 x 17.5 cm

Op laatste tekening, een sanguine, lijkt de dood al uit haar ogen te kijken. En zo was Van Mieghem ze muze al kwijt.

Voor de volledigheid: een sanguine is een tekening met roodbruin krijt

 

zondag 15 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre- i

Museum De Reede aan de Ernest van Dyckkaai in Antwerpen heeft af en toe een mooie tentoonstelling: 'Augustine in liefde en leed' heet de huidige (vandaag sluit die overigens). Augustine was de vrouw van Eugeen van Mieghem, aan wie hij heel wat werken gewijd heeft, in voor- en tegenspoed. Hij had haar leren kennen aan de Antwerpse Academie, waar ze beiden opleidingen volgden. Augustine Pautre - zo heet ze voluit - wordt geboren op 22 december 1880, bijna een kerstekind is ze. Haar vader Paul-Henri, een Zwitser - Augustine heeft ook de Zwitserse nationaliteit - sterft al in 1883 zodat de moeder er met haar dochter alleen voor staat: ze trekt met haar van Merksem naar Antwerpen, waar ze in de periode 1884-1900 twaalfmaal verhuizen: dat doe je niet als je goed in de slappe was zit. In januari 1902 trouwen Eugeen en Augustine, allerminst tot grote vreugde van Eugeens moeder: haar schoondochter genoot helemaal niet van een goede reputatie! Op 11 november 1902 wordt een zoontje geboren, ook een Eugeen. 

Van moeder en dochter heeft vader Eugeen een idyllisch doek geschilderd: het kan niet anders dan uit 1903 komen. Het is een werk met veel licht, wat bij Van Mieghem niet zo vaak voorkomt, in een soort van impressionistische stijl. De twee zitten op Linkeroever: in de verte, links van het hoofdje van de kleine Eugeen zie je de toren van de Antwerpse kathedraal, op de rivier komt een schip aangevaren waarvan je de mast naast de toren ziet: familiegeluk in lichte en zachte kleuren. Merkwaardig schilderij voor Van Mieghem!

Augustine met de kleine Eugeen, olieverf op doek op paneel, 1903, 44 x 29,2 cm

Eenzelfde lichte, gelukkige sfeer hangt over een tekening in kleur: de baby in het wit natuurlijk, de moeder in een fleurige blouse, haar gezicht goed zichtbaar: ze kijkt de toeschouwer aan. Pronte hoed op haar hoofd, paars lint errond, verzorgd bruin haar: het contrasteert duidelijk met de industrie op de achtergrond, het kleine grote geluk afgezet tegenover de industrieel-economische activiteit. Overigens bestaan van dit werk nog een paar andere versies.

Augustine met kind, waterverf en gouache op papier, 3 x 43,8 cm, 1903

Wat me nogal opviel op deze tentoonstelling waren een aantal werken waarop Augustine afgebeeld wordt in het gezelschap van wat dan genoemd wordt 'een oudere heer', heel verschillend van de vertederende doeken en tekeningen met haar baby. Augustine hield kennelijk ook van het uitgaansleven: had zij daar haar niet zo schitterende reputatie gehaald?  Tijdens een periode in haar leven werd van haar gezegd dat zij 'een vrouw was die zich liet onderhouden', zoals dat dan eufemistisch werd omschreven. (Mijn wijsheid komt uit het gidsje bij de tentoonstelling.) Eugeen van Mieghem moet van haar omgang met oudere heren ook getuige van geweest zijn, anders kan hij dat niet getekend hebben. En die oudere heer is in dit geval een stevige vertegenwoordiger van de bourgeoisie, lijkt me. Wat er zich tussen haar en hem heeft afgespeeld, vertelt de tekening natuurlijk niet, dat kan ieder naar eigen godsvrucht en vroomheid invullen.

Augustine elegant naast oudere heer, Oost-Indische inkt, ca. 1904, 25,5 x 19 cm

Als de wandellust voorbij was, boden cafés en bars de uitkomst: we gaan er lekker bij zitten en vertellen honderduit over wat des mensen is, misschien meer bepaald over wat des mans en der vrouw is, het moet interessant blijven. Een hoge hoed geeft die man meteen cachet, met een wit hemd en das en een winterjas ziet hij er in ieder geval beschaafd uit. Augustine is net zo stijlvol uitgedost: een pelsen hoed, een jas afgezet met bont: alweer stijl te koop! Je vraagt je af hoe zij aan die dure kleren komt, want zij en Eugeen hadden het bepaald niet breed. Ze kon zich in ieder geval laten zien in le beau monde anversois, ze was niet alleen moeder, dat is wel zeker.

In een bar (Augustine met een heer), pastel, ca. 1903, 28 x 29 cm

En Augustine had nog andere pijlen op haar boog, mogelijk gedwongen door hun benarde financiële situatie: model staan voor haar man en met hem bevriende kunstenaars.

woensdag 18 mei 2022

Boerenpsalm: Koen Broucke

De illustraties in deze 'nieuwe' Boerenpsalm zijn van de hand van Koen Broucke, een kunstschilder die ik leren kennen heb door de roman 'Kamer in Oostende' van Koen Peeters. De schrijver en de schilder ontmoeten elkaar geregeld in Oostende, geven hun indrukken over de stad, hebben het over Ensor en Spilliaert, literatuur en kunst, en vooral over wat vriendschap betekent. Natuurlijk is dit boek door  Broucke geïllustreerd. En zeer goede roman vond ik het, vele bladzijden heb ik aangetekend. Even daar een foto van een schilderij van Broucke daaruit:

Koen Broucke: De  Noordzee - (strand en branding) - De tekst onder de foto gaat over Ensor, een Oostendenaar waar je niet omheen kunt; maar dat speelt hier eigenlijk geen rol.

Om Boerenpsalm te verluchten moet je natuurlijk niet aan de zee zijn, de Nete hoort bij Timmermans, Lier en de Kempen. En dan krijg je meteen veel meer kleur dan het bruin en grijs van strand en Noordzeewolken: blauw wordt het water, donker en licht, geelachtig de bloemen, lichte kleuren voor het Kempenzand, zwak blauw voor de hemel ('febel' zeggen we dan in ons dialect), witte berkenstammen, groen op de achtergrond: er zit heel wat leven in dit doek. Ik vind dat Broucke het Kempische landschap best goed gevat heeft, ik hou van dit werk.

Netekanaal (winterlicht, avond), 2021, olie op doek

'Netevallei (avondlicht), 2022' straalt nog meer dan 'Netekanaal) licht uit, althans zo zie ik het. Het komt mij optimistisch over - ik, hou echt van blauw - en komt zo overeen met de sfeer van 'Boerenpsalm'. Echt een schilderij dat bij het boek past.

Netevallei (avondlicht), 2022

En dan komt Broucke met een portret van de in de realiteit onbestaande 'Wortel als jonge man': hij schijnt met vertrouwen zijn toekomst tegemoet te blikken, hij weet nog niet wat hem allemaal zal overkomen, hoe hard hij zal moeten zwoegen en zweten. Is het daarom dat het schilderij minder kleurrijk is? Mooi portret is het alleszins.

Wortel als jonge man, 2022, olie op canvasboard

Broucke laat ook nog een portret van zichzelf achter: een half gezicht zonder voorhoofd, met op zijn linkerschouder een admiraalvlinder. Ernstig kijkt de man, met een bijna dicht linkeroog, alsof hij nauwkeurig zit te observeren wat hij gaat of kan gaan schilderen. Die ernst wordt wel doorbroken door de kleurrijke vlinder die een iet of wat vrolijke toets op het doek legt. Best geslaagd vind ik het.

Zelfportret met admiraalvlinder, 2021, olie op doek

Dit was de eerste keer dat ik schilderijen van Broucke in het echt heb gezien: ik moet zeggen dat hij me overtuigd heeft. Zeker ook voor of door hem is de tentoonstelling 'Boerenpsalm'  in het Jakob Smits Museum de moeite waard. En dan heb je nog een paar werken van Smits zelf, die geleefd heeft min of meer in de tijd van het ontstaan van 'Boerenpsalm'. Daarom ook is deze tentoonstelling hier echt wel op zijn plaats. Ga maar eens kijken als je een waardevolle rijker wil zijn!

Felix Timmermans: Boerenpsalm - Jakob Smits Museum

Vorige zondag gebeurde er iets speciaals in het Jakob Smits Museum: daar werd de nieuwe uitgave van 'Boerenpsalm' van Felix Timmermans voorgesteld. De drijvende kracht achter die nieuwe editie was en is Bart Van Loo, die het niet kon verdragen dat deze roman - de beste van Timmermans volgens hem - niet meer verkrijgbaar was. Als je dat wil veranderen, moet je hem opnieuw op de markt brengen, dacht Van Loo. Zo gezegd zo gedaan: Koen Broucke werd aangezocht voor de overigens zeer mooie illustraties, Toon Horsten zorgde voor het eigenlijke uitgeven, en sinds de 3de mei ligt de roman weer in de boekhandel, met een nawoord van wijlen Gaston Durnez, eminente Timmermanskenner. 

Een tentoonstelling hoort daar ook bij, met werken van Koen Broucke, Felix Timmermans en Jacob Smits. Een mooie tekening door Isidoor Opsomer hangt er ook: die toont Timmermans in de volle kracht van zijn jaren, best indrukwekkend is dat werk.

Isidoor Opsomer: Felix Timmermans

Maar zijn ook werken van Timmermans zelf te zien. Twee keer 'Drie Koningen', verwijzend naar 'En waar de sterre bleef stille staan'. De naam van Bern Janssens staat er ook telkens bij, een kunstschilder, fotograaf en beeldhouwer uit Lier. Wat hij aan deze werken heeft bijgedragen weet ik niet, maar het moet toch van belang geweest zijn, anders zou zijn naam niet vermeld zijn. De koningen heten bij Timmermans niet Balthazar, Caspar en Melchior, ze dragen de namen Suskewiet, Pitje Vogel en Schrobberbeeck. Ze lopen in een besneeuwd landschap: voor de klimaatverandering kwamen die hier nog voor - de tekeningen zijn uit 1936. Op de eerste tekeningen zien ze er iets meer koninklijk uit, iets meer, maar niet echt. De tweede toont de drie mannen als min of meer Vlaamse bedelaars. Mooi getekend zijn ze, en met passende kleuren.


Zes koningen

Een mooie 'Hoorn des overvloeds' kun je er ook bewonderen: in het christendom komt die ook voor, en zou dan correct 'Hoorn des Heils' moeten heten. Je kunt er zo ook een zien onder de zittertjes, of aan de misericordes in het hoogkoor van de Katharinakerk in Hoogstraten, en die dateren van 1540. Deze twee mannen dragen aan een sterke stok de oogst, de vruchten des velds naar huis: de aarde, de Heer is hun gunstig gezind geweest. Je moet eens goed kijken hoe gul de aarde zich getoond heeft: druiven, witte en blauwe, peren, appelen, en een pompoen om u tegen te zegen, en eierplanten: waar kunnen we nog beter leven? Leuk detail: aan de boom hangt een Mariakapelletje de wereld te beschermen, een blauw kapelletje, zoals het hoort natuurlijk! De naam van B. Janssens staat weer bij, met daar achter 'sculp', m.a.w. beeldhouwer.

De Hoorn des Overvloeds

Dan zijn er nog een paar  werkjes van Timmemans in een andere stijl: een ervan is Sint Antonius Eremijt. In feite was dat een kluizenaar die in de Egyptische woestijn geleefd heeft, maar hier is hij verhuisd naar een Kempisch bos met kapel erbij. Het varken is natuurlijk ook present: dat varken zou dan de duivel zijn die Antonius bekoorde, maar daar bestaan ook andere verhalen over. Als dank en vergoeding voor het verplegen van zieken mochten de Antonieten in de Middeleeuwen hun varkens vrij rond laten lopen, zodat ze hun kostje bijeen konden scharrelen. Op 17 januari waren ze vet en werden ze geslacht: het vlees werd dan onder de zieken en de armen verdeeld. Die Antonius ligt mij na aan het hart: mijn vader decreteerde in mijn kindertijd dat deze heilige met zijn varken mijn patroonheilige was: dat 'Teuntje' heeft mij altijd belet te veel varkensstreken uit te halen. Verder heb ik mij getroost met het feit dat varkens zeer intelligente zoogdieren blijken te zijn. En verder: you can't win them all, can you?!

Sint Antonius Eremijt

Maar ik ben begonnen bij 'Boerenpsalm dat niet meer in de handel te krijgen was. Toch heb ik een exemplaar, gerecupereerd uit de bibliotheek van mijn vader, die nogal wat interessante boeken had. Dat heb ik weer opgeduikeld uit mijn boekenverzameling, en nog niet opnieuw gelezen. Dat heb ik ooit aal gedaan toen ik een jaar of 17 was, en ik kan het helaas niet meer getrouw navertellen: het is bijna 50 jaar geleden. Op de kaft prijkt een tekening van Timmermans: deze uitgave komt P. N. Van Kampen & Zoon N. V., Amsterdam. Een jaartal en een druk worden niet vermeld, maar het zou van 1950 kunnen zijn. Overigens was zo'n exemplaar ook op de tentoonstelling te zien: heel zeldzaam is het dus niet. De tekening is gesigneerd met de F en de T in elkaar gewerkt, waarmerk van Felix Timmermans. En links onderaan staat een vierkantje drukletters dat vermeldt: 'Dit boek mag alleen in België verkocht worden'. Eigenaardig voor een werk dat in Nederland uitgegeven is, maar toch in België gedrukt:  bij de drukkerij 'Sobeli' in de Kogelstraat in Brussel. Dat dergelijke anomalieën door de EU weggewerkt zijn, vind ik niet echt een nadeel.

Boerenpsalm, uitgegeven in Nederland, gedrukt in België, mogelijk 1950

Als ik mijn huidige lectuur afgewerkt heb, komt Boer Wortel weer aan de beurt. Benieuwd of ik Bart Van Loos enthousiasme kan delen. 't Zou wel mooi zijn.