woensdag 29 september 2021

Dirk Baksteen en Guillaune Apollinaire

In een grote lege vlakte staan drie bomen, bladerloos, alle drie, de linkse is de kleinste.'Troosteloos', meer dan een beetje troosteloos zou ik zeggen: eenzaamheid zover het oogt reikt. Die ets heet 'Requiem' of In Memoriam', dat herinner ik me niet juist meer. Boven de tekening kun je 'L'Adieu' lezen, en eronder het gedicht van Guillaume Apollinaire.

Dat gaat als volgt:

J'ai cueilli ce brin de bruyère

L'automne est morte souviens-t'en

Nous ne nous verrons plus sur terre

Odeur du temps brin de bruyère

Et souviens-toi que j'attends


Ik heb er een Nederlandse vertaling van gevonden, van de Nederlander Wouter van der Land, die een blog heeft over Guillaume Apollinaire. Ik vermoed dat hij een liefhebber van de dichter is, en dat hij er veel over weet en van kent. Die vertaling luidt:

Het afscheid

Geplukt heb ik dit twijgje heide

de herfst is dood je weet 't nog

Onze wegen zijn voorgoed gescheiden

Geur van de tijd twijgje heide

Ik kijk naar je uit weet dat toch


Ik vind het nog een goede vertaling ook. Dirk Baksteen kende dus meer dan de Kempen rond Achterbos, Franse dichters bijvoorbeeld. Daarbij kan opgemerkt worden dat hij van oorsprong een Rotterdammer was, maar dat scheen in zijn geval geen bezwaar te zijn. Het gaat hier onder andere over de heide, dat wel.

Ik vraag me wel af voor wie hij deze ets met gedicht gemaakt heeft: zoals ik al zei staan in de summiere catalogus geen jaartallen van ontstaan van zijn werk, dus is het gissen. Misschien is dit werk het afscheid van Hilda van den Panhuyzen, zijn echtgenote met wie hij zeven kinderen had. Maar zoals gezegd: ik weet dat niet zeker, het is mogelijk, dat is alles wat ik erover kan schrijven.

Merkwaardig vind ik wel: je gaat etsen van Dirk Baksteen bekijken, en je komt een gedicht van Apollinaire tegen, in Mol-Sluis dan nog! Alles is met alles verbonden, daar zullen we het maar bij houden!

dinsdag 28 september 2021

Dirk Baksteen: etsen bij Jakob Smits

Dirk Baksteen werd in 1886 geboren, in Rotterdam, net zoals zijn leermeester Jakob Smits; hij was wel 31 jaar jonger. Baksteen kwam in 1912 naar zijn landgenoot in de Kempen, in Achterbos, en bleef er. Smits ontdekte al gauw de kwaliteiten van Baksteen, die zou uitgroeien tot een zeer bekwaam etser. Voor zijn vijftigste verjaardag 1935 was hij tot Belg genaturaliseerd.

Hij werkte in de stijl van Smits, maar er zijn verschillen: op Baksteens etsen zijn er weinig mensen te zien, soms zie je er een of twee. Zijn onderwerpen zijn vaak Kempische boerderijen of schuren, met het obligate strooien dak en de wit gekalkte muren. En dan vraag ik me af: zag de Kempen er toen nog altijd zo uit? Als je 'Kempische boerderijen uit de eerste jaren van de twintigste eeuw' googelt, zie je huizen in baksteen en een pannendak. Luxe was het ook niet, maar het waren stevigere bouwwerken dan die op Baksteens etsen te zien zijn. Zelden zie je strooien daken een witte muren: ze zijn er, maar in de grote minderheid. O ironie: een voorbeeld ervan is een ets van Baksteen. Hij tekende een Kempen die niet meer bestond. Terug naar het verleden was het, niet dat dat zo glorieus was, zeker niet, maar het was simpel en eenvoudig, je kon er naar terug verlangen, met andere woorden: dat noem ik een romantisch kunstenaarsgevoel. 

Zijn etsen zijn technisch zeer goed, zonder twijfel, maar bij Baksteen vind je geen vernieuwing, geen experiment, geen spoor van stadsleven of moderniteit: het blijft veel van hetzelfde. En waarschijnlijk wist hij dat zelf ook: een ets heet 'Finis Campiniae', (Het einde van de Kempen), en die is mooi uitgevoerd, maar tezelfdertijd ook een symbool van de veranderende tijden. Hij toont niet alleen een vervallen schuur, hij laat ook het einde van een tijdperk zien. Zo komt een spoor van de moderniteit onrechtstreeks toch zijn werk binnen, en de tentoonstelling in het Jakob Smits Museum.

Finis Campiniae

Mooi is ook 'De drie Molens': het landschap is in een ovaal gevat, van onderen de donkere aarde, van boven even donkere wolken. En de drie molens geven perspectief en diepte aan dit werk: voor het derde molentje moet al een beetje speuren: het staat onderaan in het midden. Ik twijfel eraan of er ooit een degelijk Kempisch landschap heeft bestaan, maar voor Baksteen was het ideaal om zijn etskunst uit te leven. Als ets is het zeker geslaagd.

De drie molens

'De Dorpsstraat' is een idyllisch gezicht op een landschap met de witte- strooien-dak-huizen die in Baksteens tijd al geschiedenis waren. Goed gemaakt, alleszins, maar verder zegt het me niet veel.

Jammer is ook dat in de catalogus die je meekrijgt de jaartallen van ontstaan van de etsen niet worden meegedeeld: het zou interessant zijn om die te kennen.

De dorpsstraat

Een paar etsen gaan over de natuur: 'De Koppigaards' is daar een voorbeeld van. Twee oude, knoestige bomen zonder veel lover staan op en klein bultje heel allenig in weer en wind te wachten op het einde van hun leven tot ze omgewaaid worden, maar ze geven niet toe, de koppigaards. Leuke titel ook voor deze ets. Deze ets vind ik van een hoge niveau: dit kan overal voorkomen, is niet aan tijd een plaats gebonden, en geen teruggrijpen naar enig verleden.

De koppigaards

De vergankelijkheid van de natuur en het leven heeft Baksteen nog treffender uitgebeeld in 'Vergane Schoonheid': twee uitgebloeide zonnebloemen laten in een fles hun koppen hangen. Verder is het een alles zeggende kale ets: zeer krachtig beeld vind ik dit. En heel anders dan de zonnebloemen van Van Gogh, om die maar te noemen.

Vergane schoonheid

Vernieuwend is Baksteen niet, zeker niet in zijn onderwerpen, maar zijn etsen zijn technisch zeer goed gemaakt. En als hij van zijn verleden Kempen loskomt, en de natuur zijn onderwerp wordt, overstijgt hij zijn beperkte milieu. En dat betekent ook al iets.

zondag 26 september 2021

Tom Liekens in De Bijl - 2

De werken van Tom Liekens zijn echt niet klein: die 'Fisherman's Friend' meet zowat 4 bij 2 meter. Ook zijn houtsneden zijn niet in een gewone lijst te vatten: Liekens schuwt het grote werk niet, dat is wel duidelijk. Bevreemdend zijn die houtsneden ook, bijvoorbeeld 'Minotaurus', waarbij een forse stier een jonge vrouw a tergo neemt, zoals dieren dat doen. 'Nemen' is een te vriendelijke omschrijving: hij verkracht haar. Het dier blijft daarbij onbewogen, zij schreeuwt het uit van de pijn en ontzetting, haar gezicht drukt maakt best duidelijk wat zij voelt, wat er in haar omgaat. Links en rechts staan nog twee vrouwen in bontmantel en met een vos als halsband toe te kijken als machteloze getuigen. Kunnen we deze Minotaurus zien als de wraak van de dieren en de natuur op de mens die zo weinig respect heeft voor precies die natuur en dieren? Ik ben in ieder geval geneigd het zo te zien.

 
Tom Liekens: Minotaurus (collage van houtsnede en monotype op doek)


Minotaurus - detail: de verschrikking van de vrouw

In 'Fur Forest' (Bontwoud) zien we weer drie vouwen in bontmantel, en een meisje van een jaar of 16, met eerder kleine oortjes die uit haar kapsel komen piepen, en een wolvenstaart. Naar haar gezicht hebben we het raden. Is zij een tussenvorm van wolf en mens, is zij een mutant, een gruwelijke vergissing van de natuur, of een voorbeeld van de Latijnse spreuk 'homo homini lupus'? Zij staat te kijken naar een haas die een wolvin verkracht, mogelijk haar moeder? Griezelig is het alleszins. De haas glimlacht bij zijn heldendaad: eindelijk heeft hij zijn spreekwoordelijke angst overwonnen, en triomfeert hij met zijn zege. Hier is het de wolvin die 'van de haas gepoept wordt', zoals we dat in de Vlaanderen zeggen: zij is nu de bangerik. Weer denk ik aan wraak, van de zwakkere dieren op de roofdieren, voor alles wat ze hazen en konsoorten hebben aangedaan. En dieren gedragen zich als mensen hier, in deze fantastische voorstelling.

Maar er gebeurt nog meer op deze collage van houtsnede en monotype: de tweede vrouw is dezelfde als de uiterst rechtse op de vorige collage: zij staart naar de beestachtige verkrachtingsscene die zich voor haar ogen afspeelt, en heeft geen oog voor de uiterst rechtse vrouw in bontmantel die, door al haar natuurlijke schoonheid te ontbloten, tevergeefs de vrouw voor haar probeert te verleiden: geweld is blijkbaar toch meer fascinerend. Ook de derde vrouw, verhuld onder haar bontkap, kijkt naar het geweld dat vlak voor haar voeten plaatsheeft. Eigenaardig werk, dat iedereen met zijn eigen interpretatie kan invullen.

Fur Forest

Twee werken heten 'Delacroix's Dream'. Ik ken heel het werk van Delacroix niet, maar Liekens zou kunnen refereren het doek 'La liberté guidant le peuple'. In de bouw daarvan is de driehoek ook belangrijk, en vechten voor de vrijheid komt met een prijs: op de voorgrond van het schilderij liggen heel wat gesneuvelden, de dood is duidelijk aanwezig. In de eerste 'Dream' worden mensen in een put geworpen als voedsel voor best wat hongerige leeuwen: een nogal ongelijke strijd lijkt me. Dit werk zou een verwijzing zijn naar het Colosseum, waar ook wilde dieren zich in de beste gevallen te goed konden doen aan mensenvlees: wreedaardiger kan moeilijk. 

  

Delacroix's Dream - 1

De tweede 'Dream' is weer een driehoeksgeval, maar nu zijn het vooral dieren die elkaar totterdood  te lijf gaan. Op de top van de piramide staat een woeste olifant, met zijn berijder nog op zijn rug. Met veel kracht en zijn slagtanden slingert hij een leeuw de nabije ruimte in: leeuwen moeten in dat dierenuniversum ook weer niet te hoogmoedig worden. 'Hoogmoed komt voor de val' schijnt in de leeuwenwereld geen spreekwoord te zijn, althans nog niet echt goed doorgedrongen. Na enig zoeken vind je onderaan drie lijken van mensen: ook gevolg van overschatting? De natuur is tenslotte de baas, zoals wijzelf deze zomer ondervonden hebben. De rest van het beeld biedt een feestelijk turbulente massa vechtende dieren, zonder rem op het geweld: leeuwen, luipaarden kunnen hun pret en geweld niet op! Een wemeling van beweging en kleuren is het, als in een barok schilderij: het doet me nog aan Rubens denken. Je kunt Tom Liekens niet beschuldigen van een gebrek aan levendige fantasie!

Delacroix's Dream - 2

Om af te sluiten: het 'Zelfportret met Coelacanth'. Die coelacanth is een eigenaardige vis: lang werd hij beschouwd als een 'levend fossiel. Men dacht dat hij 65 miljoen jaar geleden samen met de dinosaurussen van de wereld was verdwenen, tot er in 1938 een exemplaar gevangen werd. Ze blijven zeer zeldzaam, en zijn geëvolueerd door 'springende genen': dat betekent dat deze vis 62 genen van andere soorten heeft overgenomen; de natuur is wonderbaarlijk! Met dit schepsel poseert Liekens voor zijn zelfportret, als wilde hij zeggen dat ook de natuur die tot een ver verleden teruggaat hem na aan het hart ligt: al leven is voor hem belangrijk. En dat hij het afgebeelde exemplaar zelf gevangen heeft: dat is hoogst twijfelachtig, maar hij mag me altijd tegenspreken.

Zelfportret met Coelacanth 

Dit was een tentoonstelling anders dan andere: grote werken met een thematiek die je niet vaak ziet. Zeer de moeite waard vond ik het. Die Tom Liekens wil ik verder wel volgen: interessant, qua inhoud en werkwijze vind ik hem.

woensdag 22 september 2021

Tom Liekens: 'Sauvage' in De Bijl (Zoersel)

Van Tom Liekens had ik al eens een tijdje geleden enige weken gezien ik het Jakob Smits Museum: etsen of houtgravures die mij wel intrigeerden, maar die ik moeilijk kon duiden. Nu er in Zoersel een tentoonstelling van hem liep onder de titel  'Sauvage', ben ik nog eens gaan kijken: een bijzondere wereld opent zich voor je. Volgens een bladzijde uitleg, die je bij het binnenkomen van de tentoonstelling mee kan nemen, geeft Liekens in 'Sauvage' uitdrukking aan het dierlijke in de mens en het humane in dieren. 

In de zaal wordt je aandacht onmiddellijk getrokken door een groot schilderij dat voor je aan de verste muur hangt: 'Fisherman's Friend' heet het. Vijf vissers tonen wat ze uit de zee gehaald hebben: allerlei vis waarvan ik de namen niet ken, maar het zijn wel exemplaren om u tegen te zeggen. Met meer dan gepaste trots laten de vijf hun vangst zien: kijk eens aan wat wij alweer gevangen hebben! Aan de Noordzee lijkt dit tafereel zich niet af te spelen: het doet mijn door de kleding van de vijf mannen eerder aan de Verenigde Staten denken. Een reiger op de voorgrond laat zien dat hij ook kan jagen: een kikker hangt uit zijn bek. En een behoorlijk aantal meeuwen proberen ook hun grantje mee te pikken, als ik die uitdrukking hier mag gebruiken. Dieren jagen ook op hun eten, maar ze vissen de zeeën niet leeg.

Fisherman's friend

Af en toe refereert Liekens aan de kunstgeschiedenis: de rog op de foto doet mijn meteen aan die van Ensor denken: daar krijg je binnenpretjes van.

De rog van Ensor geciteerd

Een spottend werk: The Congo Room, de kamer van een teruggekeerde oud-koloniaal: denk ik dan; ik kan me niet indenken dat een Congolees zo zijn huis inricht. Maar die koloniaal wil natuurlijk zoveel mogelijk herinneringen aan zijn gelukkige tijd in Afrika, toen hij de baas was en de leden van de plaatselijke bevolking als knipmessen voor hem bogen, en leerden wat dienstbaarheid en uitbuiting betekenden. De blanke was echter sentimenteel en zag liefst  zoveel mogelijk couleur locale in zijn dagelijkse omgeving. Dieren, of overschatten van dieren, zijn daarvoor het geëigende middel: een uitgespreide tijgervacht als vloerkleed, fauteuils met dezelfde huid bekleed, boven de schouw een kop van een forse neushoorn, daartegenover de kop van een frisse gnoe. Twee uit de kluiten gewassen slagtanden van een olifant bewaken de schouw, en ze flankeren een opgezette olifantenvoet, waarop je in glazen kommen rommel kan bewaren. Als degradatie van het grootste landdier kan het er mee door, net zoals het vloerkleed de tijger alle kracht ontneemt: wie loopt er ooit kwansuis over een levende tijger, die toch een te duchten roofdier is. Er zijn veel soorten kitsch, maar dit is er toch een summum van. Ondertussen spreekt de verkrachting van de natuur van die dieren boekdelen! Ik hou er wel van. Overigens: bij ons, in de Ardennen onder andere, kun je ook wel fraai opgezette hertenkoppen in interieurs zien: die bewijzen dan ook wat en excellente jager de bewoner van het pand is. Met recht een reden zijn die schutters zo trots als lekke gieters. Maar meer nog als het over echte dieren in Afrika gaat. De beschaving in al haar facetten hebben we daar gebracht, en daar zijn wij dan weer fier over. Hoewel, de laatste tijd iets minder.



 The Congo Room

woensdag 11 augustus 2021

De Japanse tuin (Hasselt)

Na de middag verlaat Corry ons, Nicole en mezelf, voor een tijdje; ze komt later nog in het verhaal voor. Wij tweeën gaan in Hasselt van de natuur genieten, van aangelegde natuur om precies te zijn. Nu is de Japanse tuin aan de beurt. Hoe die in Hasselt terechtkomt? De hoofdstad van Limburg verbroedert al sinds 1985 met de Japanse stad Itami, vandaar. Japanse specialisten hebben die tuin hier aangelegd: je krijgt de echte couleur locale! Op 20 november 1992 is hij ingehuldigd.

Ik ga onze wandeling niet meter voor meter navertellen, maar een aantal bezienswaardigheden verdienen toch wel meer toelichting. Wat het eerst onze aandacht trekt is de waterval, of de waterval in vijf bedrijfjes. Het riviertje wordt tussen de begroeiing en de rotsen naar beneden geleid, over vijf trapjes zou je kunnen zeggen: een echte cascade is het dus. Bij elke trap wordt de waterval breder, tot hij zich op zijn breedst in het meertje stort. Nog iets over de rotsen in deze tuin: die komen allemaal uit Japan. De rechtse rots beneden aan de waterval weegt zo meer eventjes 1,4 ton! Daar zal best wat logistieke arbeid voor nodig geweest zijn, maar het uitzicht wordt daardoor wel authentieker.


De waterval met rechts de zwaarste rots in de tuin

 

De cascade: trapsgewijze afdaling

Nicole, die vier jaar geleden nog in Japan geweest is, wijst me op een steenlantaarn. En de wandelgids vertelt verder: 'Deze is gebouwd naar het model van een Sennyu-ji tempel in Kyoto, de begraafplaats van een der keizers. ... Vaak zitten er veel vuurvliegjes bij zo'n steen lantaarn. Hun 'lampjes' symboliseren liefde, maar werden ook verondersteld zielen te zijn van overleden krijgers'. Geweldig mooi vind ik deze steenlantaarn niet, maar als je er iets meer over weet, besef je dat hij meer is dan een verlichtend object in steen, en de vuurvliegjes meer dan vervelende insectjes. (Bron: De wandelgids voor de Japanse tuin, Hasselt)


Steenlantaarn naar het model van een in Kyoto

Zeer opvallend zijn de talrijke hosta's in de tuin: die mogen in Japanse tuinen niet ontbreken. Bij de waterval stonden ze ook al, en je komt ze zowat overal tegen, kleinere, en heel grote, in variëteiten van groene kleuren.


Flinke hosta

Echt Japans vond ik de Vredesbel: de bedoeling is dat iedereen de bel kan laten luiden voor de vrede. Ze staat hier sedert oktober 2016 als aandenken aan de 150 jaar durende diplomatieke relaties tussen België en Japan. Een dergelijke bel staat ook in Hiroshima: daar wordt ze ook geluid voor de vrede en ter herdenking van de slachtoffers die in Japan door de atoombommen gevallen zijn. De Japanse Tuin wordt in ieder geval zo meer dan een vrijblijvend park aan de rand van de stad


De Vredesbel, oktober 2016

Tegenover de Vredesbel staat een Shinto-altaar of jinja. In dit formaat vind je ze langs vele Japanse wegen, min of meer zoals bij ons kapelletjes. In de jinja woont volgens het traditionele geloof een God of Kami. Japanners houden er even halt, buigen, klappen in de handen, doneren kleingeld en maken een wens aan de goden. Ook in Hasselt wordt kleingeld ingezameld dat naar diverse goede doelen gaat. Een verklarend bord naast de jinja definieert die 'kami' als natuurgoden. Er is ook een spiegel in dit altaar, en die symboliseert wijsheid en verwijst naar de mogelijke aanwezigheid van 'kami' in ieder mens. Of dat het geval bij de man die in deze spiegel staat, is maar zeer de vraag.


Shinto-tempeltje of jinja

Vlak tegenover de jinja staat een wand die vol hangt met plakkaatjes van papier of karton, waarop Japanners wensen schrijven. Tijdens een bepaald ritueel worden die dan verbrand, wat symbool staat voor de bevrijding van de wens, zodat die naar de hemel kan gaan en de goden kan bereiken. Het deed me sterk denken aan de gebedsvlaggetjes zoals ik die in Nepal heb gezien.


Wensen voor hun reis naar de hemel en de goden

Op een houten paal staan een aantal Japanse karakters: wat die betekenen kan de gemiddelde Vlaming niet uitmaken. Gelukkig geeft van onderen aan de paal een bord meer uitleg: 'Gedenk de slachtoffers van de TOUHOKU-KANTOU-DAISINNSAI aardbeving en tsunami bij Sendai 11 maart 2011'. Nicole en ik waren die aardbeving al vergeten! Het komt me voor dat het beeld dat deze tuin van de Japanse beschaving wil geven er een is waarin ingetogenheid, herinnering, respect voor de goden en voor de natuur zeer belangrijk zijn. Hij is meteen ook een plaats waarin men zich kan bezinnen, stilstaan bij wat gebeurd is, denken over en aanzetten tot vrede. In die zin is deze plaats en belevenis, echt waar.

Wees je bewust van de kracht van de natuur, en gedenk de overledenen

Onder een brug ligt ook een keienstrand: de plaats bij uitstek om sierkarpers en kois te voeden.  Aan de ingang en een paar andere plaatsen is dat voedsel te koop, € 0.80 per zakje. Men wordt gevraagd de vissen enkel met het daarvoor bestemde voedsel te voeren, en dat is uitsluitend in de tuin te koop. Maar de mensen laten zich niet pramen: constant gooien ze visseneten in het water, en kois en sierkarpers zijn bijzonder tuk op die tussendoortjes die eigenlijk de hele dag duren.


Het keienstrandje, de voederplaats


Het resultaat van constant voeren

Toen we op het laatst op een bank zaten te rusten zien we een Japans koppel aan komen lopen: zij in een mooie groene jurk, met een brede zwarte band om haar middel: Japanser kan het niet zijn, dacht ik. Hij in een mantel die door het dessin dat erop te zien is, net zo goed in de stijl van het land van de rijzende zon. Ze gaan ook op een bank zitten, zij draait haar hoofd zodat ik van haar in profiel een foto kan nemen. En wat blijkt: ze is zo blank als wijzelf. De twee hadden zich in ieder geval in de omgeving ingeleefd. Mooi om te zien was het.

Pseudo Japans koppel

O ja, Corry zou nog in dit verhaal optreden! We zijn naar haar appartement gereden, en daar werden we vergast op een uitstekende broodmaaltijd, met alles erop en eraan. Perfect sluiting van een prachtige dag was het: vriendschap, interessante zaken bekijken, en tenslotte smakelijk eten om de inspanning te verteren! Dat heet dan gelukkig zijn, zong ooit eens iemand. 't Was er toch dichtbij! En onze dank is natuurlijk groot.

P.S.: De wandelgids biedt veel en uitstekende informatie over de tuin. Ik heb die met plezier geraadpleegd, zoals ik al zei.

maandag 9 augustus 2021

De Abdij van Herkenrode

Een monument dat ik altijd al willen bekijken en bezoeken heb, is de Abdij van Herkenrode: je ziet de gebouwen liggen als je via de autoweg naar Hasselt rijdt, en een keer ben ik er zelfs geweest, maar het was er toen druk druk druk: het feest van de Sage van de Eenhoorn werd er toen net gevierd, en een rustig bezoek was niet mogelijk. Maar verleden week ben ik er wel in gunstige omstandigheden geraakt: in het gezelschap van twee Limburgse vriendinnen, Corry en Nicole, met een beetje goed weer, en zonder een overrompeling van bezoekers: wat kan je nog meer wensen?

We gaan eerst op zoek  naar de 18de-eeuwse abdissenresidentie: ze komt meer bepaald uit 1756. Een prachtig classicistisch gebouw is het, dat doet vermoeden dat de abdissen zeker in die tijden niet echt in armoede leefden. Maar al veertig jaar later werd het klooster na de invallen van het Franse bezettingsleger opgeheven. Het werd overigens gesticht in 1192: het heeft wel een lang bestaan gekend, en is op bepaalde tijden in de geschiedenis zeer rijk geweest, al waren er ook perioden van achteruitgang.

 

De Abdissenresidentie uit 1756, met een behoorlijk bordes: noblesse oblige

De kamers in dit verblijf van de abdissen en de zusters van adel zijn gerestaureerd en de wanden weer gefatsoeneerd. Zo komt het dat je er een prent van de Grote Markt van Hasselt in de 18de-eeuw vindt.

 

De Grote Markt van Hasselt in de 18de eeuw

We lopen terug naar het het centrum van het domein en stoten op de infirmerie uit 1658: mooi gebouw, maar het behoeft nog wel wat restauratie.


De infirmerie uit 1658

Wat wel al gerestaureerd is, in 2002, is de 'tiendschuur', waar de pachters uit de buurt een tiende van hun opbrengst moesten afleveren, wat voor velen een hele opdracht was: rijk waren die lui niet. Er was ook een soort ambtenaar die moest controleren of iedereen zijn deel had afgestaan: dat was een zogenaamde 'ti(e)ndeman': Een nazaat van een dergelijk ambtenaar heeft het eeuwen later nog tot eerste minister van België geschopt. Deze schuur had een oppervlakte van 100 m², en was 15 meter hoog: eer zo'n gebouw vol gestouwd is, moet er al menig boer voorbijgekomen zijn. Eten hadden die nonnen dus wel.

 

De gerestaureerde 'tiendschuur': 100 m² oppervlakte, 15 m hoog. 'Eine feste Burg ist unser Gott' zongen de zusters dan. Je zou voor minder!

Om het verhaal van de abdij te horen, moet je naar het hoevegebouw: daar krijg je een audiogids waarin abdissen die geschiedenis vertellen. Vooral na een tijdje zijn die abdissen allemaal van adel, en niet van de laagste. In het begin hebben ze alleen een voornaam: Ingeltrude I en II, Jutta I en II. Vanaf de 15de en 16de eeuw dragen ze een naam met een of meerdere scharnieren: Gertrudis de Lechy, Mechtildis de Lechy, Aleidis de Lechy. Begin achttiende eeuw is er een met dubbele scharnieren: Barbare de Rivière d'Arschot. Mie Wouters en Anna Peeters hadden een andere status. Want er waren twee soorten zusters: koordames (dat zijn die van betere stand) en 'conversen' of werkzusters: dat zijn die van lagere komaf. En die abdissen hadden best wat ambitie: de meesten van hen wilden het klooster op een of andere manier uitbreiden, nieuwe gebouwen laten optrekken, prestige nastreven. Ze deden dat zoals de presidenten van Frankrijk dat nu nog doen: Centre Pompidou, de glazen piramide in het Louvre (Mitterand). Die abdissen hadden een eigenaardige opvatting van religiositeit. Sommigen hadden het ook moeilijk met de kledingvoorschriften: een habijt vonden ze eerder minnetjes, zij waren beter gewend, ze waren tenslotte dames van hoge adel. Je krijgt de zekere indruk dat velen van hen niet naar christelijke eenvoud streefden: dat was kennelijk ver beneden hun stand. Zo ook kregen de werkzusters niet te eten wat de koordames verorberden: ook in een klooster moest men zijn plaats kennen. We zijn voorbij een tafel gewandeld met dieren die voor de koordames klaargemaakt werden: wild, vis, ganzen en ander gevogelte, van alles dat lekker is. Alleen konijnen kwamen niet te vaak op tafel: die kweken te snel, en dat zou de vrome gemeenschap op verkeerde gedachten kunnen brengen. Toch vertelt de audiogids dat er af en toe konijn op het menu stond: het vlees is zwak, ook dat van zusters. Er verbleven ook enkele mannelijke religieuzen in Herkenrode, en de pachter van de abdijhoeve, en gasten, pelgrims, ambachtslui. Om nog maar te zwijgen van de architecten die de abdissen in dienst namen. Het zullen niet alleen konijnen geweest zijn die zorgden voor verkeerde gedachten. Wat die abdissen vertelden, was best interessant en openbarend: velen van hen beleden het christendom op een erg persoonlijke manier.

De abdij was af en toe ook gemengd in gewapende conflicten: dan kwamen de mannen ook weer aan bod, de abdij moest te allen prijze verdedigd worden, voor God en rijkdom! Je ziet dan ook middeleeuwse helmen hangen: 't is eens wat anders dan de obligate nonnenkap!

 

Middeleeuwse helmen 

Als uitsmijter: het beeld van een naakte vrouw in een nonnenklooster. Evenwel, het is niet zomaar een vrouw: de duivel stelt zij voor - vrouwen werden in die tijden wel eens vaker voorgesteld als waren zij de satan zelf. Bokkenpoten heeft ze dan ook, en een duidelijke staart. Wat er allemaal van kan komen als je geen godsvruchtige non of abdis bent: je ziet er niet uit!

De baarlijke duivelin

Zij deed daar de deur dicht, en wij richtten onze schreden - want op een kloostersite moet je plechtig lopen - naar de Japanse Tuin in Hasselt. Je hoorde laatst zoveel nieuws uit Tokio, maar niet over tuinen, wel over al dan niet gewonnen medailles. Maar daar zijn we ook weer voor drie jaar van af ! In gedachten horen wij toch al de Brabançonne klinken. Of het Wilhelmus, dat werd iets vaker gespeeld!

zondag 25 juli 2021

Een dorp: Gestel bij Berlaar

Gestel, dat vlak bij Berlaar ligt, is een bezoek meer dan waard. Tot 1964 was het een zelfstandige gemeente, maar vanaf dat jaar maakt het deel uit van het grotere Berlaar. Het heeft nog een oud gemeentehuis, en daar ontmoet je een middeleeuwer, en nog niet de eerste de beste: over Jacob van Maerlant gaat het! En ook Hendrik Conscience wordt gehuldigd. Want in de gevel van dat oude gemeentehuis is een steen met een verrassende en interessante tekst ingemetseld. Die gaat als volgt: 

Door Maria Berthout van Berlaer/ herkomstig van Gestel/ werd in 1313 aan Lodewijk van Vethem op gedragen/ de Spiegel Historiael van/ Jacob Van Maerlant 1291 * te voltooien/ waaruit de Slag der Gulden Sporen werd geschreven/ en voor het nageslacht vereeuwigd door/ Hendrik Conscience in zijn Leeuw van Vlaanderen - 18 september 1938 - * 1291 het jaar dat Van Maerlant stierf

Voor een oude germanist is dat een ongelooflijke ontdekking. Dat die steen in 1938 geplaatst werd is ook geen toeval: dat is precies 100 jaar na het verschijnen van 'De Leeuw van Vlaanderen'! Bouwen aan de Vlaamse identiteit tot in de kleinste dorpen zullen we dat dan maar noemen. Ik zal er Bartje eens heen sturen, wie weet tot welk inzicht komt die daar! Hoe dan ook: in Gestel kom je plotseling in het midden van de Nederlandse literatuurgeschiedenis terecht.

De gedenksteen voor de Spiegel Historiael en de Leeuw van Vlaanderen

Het toeval  wil dat ik me voor mijn 50ste verjaardag een 'Spiegel Historiael' cadeau gedaan heb, een boek met miniaturen uit het handschrift dat in Den Haag bewaard wordt. Fragmenten uit de middelnederlandse tekst worden uitgelegd, woorden verklaard. Zo komt de strijd van Karel de Grote met de heidense ridder Agolant aan bod: in Spanje wordt die uitgevochten. De omslagillustratie is een foto van de miniatuur over dat conflict.

Den strijt van Karle ende Agolande

Genoeg uitgeweid: ik zou het over Gestel hebben. Op het centrale pleintje staat een schandpaal: dat is niet zo'n eigenaardigheid, wel dat die pas geplaatst is in 1779, 10 jaar voor de Franse Revolutie. Wanneer ik me verwonder over dat late jaar, zegt Yves, ad rem zoals altijd: 'Ja, maar hier hebben ze geen Franse Revolutie gekend!'. Niveau hebben onze uitstappen doorgaans, dat wel.

De schandpaal uit 1779

De Sint-Lambertuskerk is interessant, maar je kunt ze alleen in groep bezichtigen: dat kost € 20, en voor een groep van 2 personen vonden we dat toch iets te duur. De oudste delen van het gebouw dateren al uit de vijftiende eeuw: de toren vermoed ik. Maar heel het kerkje is wel aantrekkelijk.

De gotische Sint-Lambertuskerk

Rond de kerk ligt het kerkhof, met enkele merkwaardige beelden. Zo is er een dat de Boerenkrijg herdenkt: op de sokkel lees je: 'Ter Gedachtenis/ der Inwoners onzer Gemeente/ die streden voor Goddienst/ en Vaderland in den Boerenkrijg/ 1789-1889'. (nvdr: geen tikfouten hier)

Het beeld dat herinnert aan de Boerenkrijg

Aan het 'Hof van Rameyen staat een bord dat het ook over de Boerenkrijg heeft: die plaats ligt op het Boerenkrijgpad. Er moet hier ooit stevig gevochten zijn tegen de Fransen. Nu straalt het gehucht niets dan pais en vrede uit, waar niemand tegen kan zijn. Merkwaardig toch wel dat je in zo'n klein dorpje zowel met literatuurgeschiedenis en de geschiedenis geconfronteerd kunt worden. Zo maak je op je wandelingen telkens iets anders mee, en vervelen doet het dan zeker niet.

Uitleg over een conflict in de Boerenkrijg

En met de La Chouffe later in café 'De Poemp' voelen we ons weer helemaal Belgisch, echte vaderlanders zijn we, tot spijt van wie 't benijdt! En we drinken op Vorst, op Vrijheid en op Recht! Oprecht? Daar piekeren we nog over.