Posts tonen met het label malmedy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label malmedy. Alle posts tonen

woensdag 21 juli 2021

Waimes: de Hoge Venen - foto's

En laat ik het dan nog eventjes hebben over het toppunt van België, ik bedoel het hoogste punt: het Signal de Botrange, 694 meter hoog. Geen Alpen, geen Hymalaya, maar onze Noorderburen komen niet eens half zo hoog. Er staat een toren met zendmast, maar hoe hoog dat bouwsel is weet ik niet. Beneden is een brasserie-restaurant, je kunt er Diekirch savoureren: ten minste als de zaak open is. Drie jaar geleden stonden we daar ook al voor een gesloten deur, en nu is het niet anders. Vlak daarnaast vind ik een VVV-kantoor, maar daar kan ik ook niet naar binnen: ze verwelkomen de bezoekers hier op een wel zeer eigen wijze!

Het Signaal van Botrange: meestal gesloten?

Drie jaar geleden hebben we een wandeling uitgeprobeerd op een zogenoemd knuppelpad, maar ook dat was een mislukking: na een paar honderd meter was het pad gewoon onderbroken, er lagen gewoon geen 'knuppels' meer, en als mijn zoon en de vrienden van mijn dochters daar al hun mankracht niet hadden ingezet, stond ik daar mogelijk nog. Maar, door de ervaring rijker geworden, steek ik de weg over en rijd zo de Hoge Venen in: je herkent het landschap meteen, ook al ben je er niet vaak geweest; het is in ieder geval iets anders dan het Turnhoutse Vennengebied. Een plateau begroeid met gras zie ik, golvend, met hier en daar een spar, zo ver het oog reikt. Erg veel afwisseling is er niet te zien, maar toch blijft het een landschap apart: ernaar kijken is ervan genieten!

 
 
    

De Hoge Venen: golvend plateau

Je mag er niet zomaar overal in lopen: een afsluiting maakt duidelijk waar je niet mag zijn. Natuurlijk wordt in de Hoge Venen aan natuurbescherming gedaan: als het daar niet gebeurde, waar dan wel?

Je loopt niet overal waar je wil

Ondanks het grijze weer, heb ik toch weer van de natuur genoten: dat is nooit verspilde moeite!

maandag 19 juli 2021

Bellevaux: la vache bleue

Tweede vaste prik in Malmedy is de wandeling in Bellevaux: L8 heette die indertijd, naar het nabijgelegen Ligneuville. Je komt er de Amblève tegen, en op een bepaald ogenblik moet je een zijriviertje over, anders kan je de cirkel van de wandeling niet rondmaken. Ik kom moeiteloos aan dat zijriviertje, maar dan blijf ik toch staan: het water staat me iets te hoog, het water was niet veel, maar toch iets te diep. Ik heb er niets aan als mijn scootmobiel in het midden van de bedding stilvalt, en niet meer wil starten. Dus ik terug: ik zoek het pad om de wandeling in de omgekeerde richtig af te leggen, maar mijn geheugen laat me in de steek. 

Maar ik ontdek wel iets anders: vlak bij een boerderij staat een blauwe koe in de wei: een blauw beschilderde koe, met de twaalf sterren van de Europese vlag op haar flank, en centraal tussen de sterren de wervende slogan: 'The fair milk' in foutloos Engels. 'Le lait juste' in het Frans, 'de eerlijke melk' in  het Nederlands: er is niet mee geknoeid, niet met de koe, niet met het product dat ze aflevert. Gegarandeerd door Europa, gesteund door Europa, met financiële middelen of anderszins. Je verwacht niet meteen een Europese blauwe koe in zo'n klein dorpje als Bellevaux. Maar ze staat er wel, ter verfraaiing van het landschap en getuigend van het belang van de EU.

Le lait juste: komt uit Bellevaux

Zoals niet alle koeien Blaar heten, zo zijn niet alle koeien blauw: in een weiland iets verder staan, maar vooral liggen een aantal normale koeien: zwart-wit zijn ze, zoals het voor die dieren betaamt. Ik zit in een streek waar veel aan landbouw gedaan wordt: bosbouw heb ik al genoemd, veeteelt en melkveehouderij komen daar nog bij. Maïsvelden heb ik nergens gezien, maar ik kan erover gekeken hebben.

 

De leveranciers van 'the fair milk'

Nog even bekijk 'la Maison Maraite', een gebouw uit 1592, dat sinds 1746 al zeven generaties na elkaar eigendom is van de familie Maraite. Het huis ziet er nog altijd goed uit.

La Maison Maraite, 1592

En dan heb ik Bellevaux, de mooie vallei weer gezien voor een tijd: het is een van de mooiste plaatsen in de omgeving van Malmedy, en ik kan er steeds opnieuw van genieten. Ik ben benieuwd wanneer ik er de volgende keer zal zijn.

zondag 18 juli 2021

Rotsen beklimmen

Lange wandelingen maken was niet echt mogelijk, daarvoor was het weer niet goed genoeg, te onbestendig. Maar naar uitkijkpunten gaan, dat zat er nog wel in. In Bellevaux ben je dicht bij de Rocher de Warche, en dat was geleden van toen de kinderen klein waren dat ik daar nog geweest was. Je kunt er met de auto redelijk dichtbij komen, je doet nog een eindje met de scootmobiel, en het laatste deeltje lopen: in het bos geen scootmobiel. 

Je wordt beloond met mooie vergezichten, waar verder geen commentaar bij te leveren valt.

De Warche vanaf de Rocher de Warche

Op de rots zelf komen, dat is wel moeilijker dan 35 jaar geleden: toen was ms nog niet mijn trouwe metgezel. In plaats van voorzichtig lopen wordt het nu kruifelen, of 'kreffelen' of 'kröffelen' zoals dat in mijn dialect klinkt. Maar ik geraak er wel, met een paar wondjes op mijn benen: zo'n rots is inderdaad keihard, maar dat laat ik de pret niet drukken. En dan kan je zien hoe diep onder je de Warche stroomt: toch indrukwekkend! En gewoon mooi, zoals de zegswijze luidt: 'Geen rijker kroon dan eigen schoon!' Laat ik eens even ouderwets doen.

De Warche in de diepte

De Rocher de Falize is moeilijker te vinden: ik volg de wegwijzer, maar op het einde van de weg heb ik geen rots gezien, ook geen andere aanduidingen. Tot ik stop aan een bord met kaarten en daar licht een man uit Ath me in over het te volgen teken: dat is op wandelaarsformaat, en met de auto zie je dat natuurlijk niet. Je moet een blauwe rechthoek volgen, met rechtsboven een haan, en de aanduiding van de wandeling: MDY 16, wandeling 16 in Malmedy.

Aanduiding van de wandeling

En dan krijg je weer prachtige panorama's die voor zichzelf spreken.


 

De Warche vanaf de Rocher de Falize

Zo heb ik geen jeugdherinneringen opgehaald, maar ben ik toch 35-40 jaar terug geweest. En heb ik vastgesteld dat ik nog kan wat ik vroeger kon, in andere omstandigheden dan wel, maar toch. En ik merk ook dat ik in die tijd wat dat betreft niet echt veranderd ben: er mag best wat uitdaging zijn! Die gaan we dan aan, met overleg en omzichtigheid en voorzichtigheid. Zo moet dat volgens mij, en zo geniet ik ervan.

vrijdag 16 juli 2021

Malmedy: de Warchewandeling

Vaste prik als ik in Malmedy ben, is de wandeling langs de Warche: ik vertrek aan de 'Carrière Nelles Frères' en rijd tot een bruggetje waar ik niet over kan, en waar het wandelpad naar het Meer van Robertville begint, en waar ik met mijn scootmobiel ook niet op zou kunnen. Heen en weer is dat zo'n 8 kilometer, en dat vind ik een behoorlijke afstand, en onderweg kun je heel wat interessante foto's nemen; ten minste: ik vind ze interessant.

Voor je aan de wandeling kunt beginnen, moet je een kleine waterloop oversteken, en dat was helemaal geen probleem: het water stond laag. En dan kun je de Warche volgen, stroomopwaarts. Eerst zie ik dan de rivier aan het beginpunt van mijn tochtje: behoorlijk rustig stroomt hij. Dat was op 7 juli: toen was de regenbom boven de Oostkantons nog niet losgebarsten. Ik zou wel eens willen weten hoe de rivier er nu uitziet, onstuimig stromend en kokend kolkend? Maar, wees gerust, ik ga me niet van de huidige toestand vergewissen: je moet het onheil niet tegemoet rijden, zo fanatiek ben ik dan ook weer niet. Je hoort overigens Malmedy niet vernoemen als getroffen stad: ze ligt nochtans in de buurt van Eupen, Spa, Theux en Verviers. Waarschijnlijk regelt de stuwdam van Robertville het debiet van de Warche, en wordt zo de vallei voor rampspoed behoed. Laten we dat maar vurig hopen.

7 juli: de Warche op haar gemakjes

Honderd meter verder ben je dan al aan de beboste heuvels: masten met lange stammen die, zoals later nog zal blijken, economisch nut hebben.

Overwogen bosbouw

En dit valleitje is ook al het digitale tijdperk ingetreden: ongelooflijk hoeveel vingerhoedskruid er staat! Ze verdringen zowat elke andere gebloemde flora! Maar mooi zijn ze wel, dat moet je deze bloemen nageven! 

Overvloedige digitalis

Die heuvels worden echter ook gerooid: je ziet geregeld kale hellingen. Stormen kunnen hier onmogelijk zo lelijk huis gehouden hebben, dat hadden we dan wel vernomen. Toen ik de vorige keer hier was, lagen de stammen langs het pad, wachtend op transport naar de houtindustrie; nu zijn de stammen al weg. Er zullen echter nieuwe bomen komen: dat duurt nog wel een aantal jaartjes. Maar het begin is al gemaakt: nieuwe boompjes zijn al aangeplant, en die zullen nog uitgedund moeten worden. Het is echter niet zo dat ze hier zomaar bossen omhakken om ook iets te doen te hebben: dom zijn de mensen hier natuurlijk ook niet.


Gerooide helling

Nieuwe aanplantingen

En dan bereik ik mijn eindpunt: het bruggetje over de Warche dat aansluit op het bospad naar het meer van Robertville. Ik wil daar dan steeds het riviertje stroomop- en stroomafwaarts bekijken en er kiekjes van nemen: ik vind het daar gewoon mooi. Mijn wandelstok leg ik met enige voorzichtigheid op de vloer van de brug, zo zorgend dat ik hem per ongeluk niet in de rivier laat vallen: ik ken mijn onhandige zelf. Stroomopwaarts is de rivier mooi met groen overgroeid: natuurschoon in eigen land.

Natuurschoon in eigen land: de Warche

Als ik mijn foto's genomen heb, raap ik mijn wandelstok op, verlies daarbij een beetje mijn evenwicht, herwin dat door mijn benen te spreiden, waardoor mijn stok tussen mijn benen valt, hij komt met het langste en zwaarste deel boven de rivier terecht, hij volgt de wetten van de zwaartekracht en met een sierlijke salto eindigt hij in het water. Ik sta vanaf de brugreling naar beneden te kijken, en denk: 'Die ben ik kwijt!' Dan word ik geïnspireerd door een tweede idee - die zijn meestal beter - merk dat mijn gevallen hulpmiddel niet al te ver in het water ligt, en besluit hem op te gaan pikken. Zo gezegd, zo gedaan: het levert mij natte schoenen op, natte sokken, natte voeten en een natte broek tot half mijn kuiten. Uiterst voorzichtig, echt schoorvoetend, 'vorder' ik in de richting van mijn geliefde noodzaak, want ik heb zonder stok geen steun, en ik wil zelf niet in de Warche vallen! Maar het lukt me, en ik klauter de oever weer op. Ondertussen ziet een vrouw mij klungelen, ze komt in mijn richting en zegt 'Geef mij een hand!' Corona of niet: dat doe ik dan ook, en ik geraak weer op de begane grond. Het was een Vlaamse, et elle était vraiment très chaleureuse! Zij was de eerste vrouw die in sinds het begin van corona de hand gedrukt heb, zonder schrik voor besmetting, en dat gevoel was duidelijk wederzijds. Tot daar het einde van deze korte romance!

Centraal onderaan lag mijn stok, maar op dit beeld is hij al gered!

Na dit exploot heeft mijn scootmobiel me weer naar de 'Carrière Nelles Frères' gevoerd, ik ben daar zelfs behouden aangekomen. Onderweg ben ik nog een minuscuul watervalletje tegengekomen: zo vloeit het water van de hellingen in de Warche. De natuur laat zich niet tegenhouden!

Water zoekt hoe dan ook het laagste punt

Dat geldt ook voor mijn natuur: ik durf nogal veel te proberen, tot verbazing van familie, vrienden en kennissen. Maar echt gevaarlijke toeren heb ik nog niet uitgehaald. Bewijs? Ik kan nog altijd over mijn waagstukken schrijven! Wat zou ik nog meer willen?

dinsdag 13 juli 2021

De waterval van Coo - Plopsa Coo

De waterval van Coo, die wilde ik ook nog eens gaan bekijken, want dat was al best lang geleden. Bovendien zijn er twee familieanekdotes aan verbonden. De eerste dateert van begin jaren 60 van de vorige eeuw. We verbleven toen met ons gezin, ouders, mijn broer en ik in Spa, tijdens een week waarin het best wat regende. Dus maakten we een uitstap met de bus, naar Coo: daar viel het water tenminste anders. We staan naar de waterval te kijken, en moeder, spaarzaam in het huishouden, denkt aan al dat verspilde water, vindt dat dat zomaar niet kan en vraagt: 'Zetten ze dat 's nachts niet stil?' Waarop wij drieën: 'Allez, moeder, dat kan toch niet!' Wist zij veel dat je de Amblève niet kunt tegenhouden. En eigenlijk had ze wel een punt: wie komt er 's nachts nu naar watervallen kijken? Dat verhaal heeft moeder ondertussen al 37 jaar overleefd!

De tweede anekdote dateert van 1985: we reden weer eens op vakantie naar Malmedy, met drie dochters, Jasper was er nog niet. We zijn er bijna, en Noortje, drie en en half toen, vraagt spontaan: 'Gaan we nog eens naar de waterval van Cola?' Gelach en goede luim van de ouders.

Wat ze niet stilzetten: de waterval van Cola

Als je tegenwoordig in de buurt van Coo komt, zie je langs de weg borden die toeristische interessante plekken aanduiden. Als je van Turnhout de snelweg naar Antwerpen neemt, zie op het einde een bord met een zelfportret van Rubens: Coo heeft min of meer gelijkaardige, maar daar staat dan 'Plopsa Coo' op; niet dat dat staat voor cultuur met een grote C, maar wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij kleeft. De betekenis van Plopsa wordt je wel duidelijk als je op je bestemming bent. Ik kan met mijn scootmobiel een eind naar beneden rijden, tot ik aan een gesloten poortje kom. Maar, geen nood, daarnaast is de ingang. Daar verneem ik dat de toegang € 27,50 kost, mogelijk min € 5 voor 'mobilité reduite', en de begeleider is gratis. Maar mijn begeleider ben ik zelf! Ik mag ook niet zomaar eventjes gaan kijken, neen, meneer, dat gaat niet. Stel je eens voor dat je met een gezin van ouders en 4 kinderen naar binnen wil: dat kost je € 165! Ik zou denken dat dergelijk natuurschoon publiek bezit is, maar de gemeente Stavelot heeft het voor allicht heel wat geld verpacht aan Studio 100, dat zo ongeveer slapend rijk wordt: Verhulst en zijn kompaan hebben de essentie van het hoogkapitalisme best goed begrepen. Geen wonder dat de heer Verhulst een yacht heeft om u tegen te zeggen! Leve de ondernemers, zullen we dan maar denken. Hij zou eigenlijk met 'Le Domaine des Hautes Fagnes' contact moeten leggen: dat kan nog zeer lucratief worden. Succes, Gertje! En wie geeft wat hij heeft: geven is misschien niet het passende werkwoord!

Coo, twee watervalletjes, een bredere en een smalle

Maar als toerist moet je niet voortdurend proberen 's werelds economische problemen op te lossen: je kunt ook van de waterval genieten. Via een trap kun je er heel dicht bijkomen, en de kracht van het water waarnemen en gewaarworden. Het is eigenlijk maar een watervalletje, toch 15 meter hoog, maar wat een kracht zit daarin! De snelheid van het water, de nevel die ontstaat wanneer het neerstort in de Amblève: ik ben ervan onder de indruk! Wat moet dat niet geven aan Niagara Falls of Victoria Falls: dat zijn dus natuurverschijnselen om u tegen te zeggen! 't Is wat ver, anders ging ik er nog naartoe.

Massa's: neerstortend water en rotswand

Nevel: je zou denken dat het watermoleculen zijn

Het is er vochtig genoeg voor planten en bloemen, en hier en daar vind je een klein, maar mooi exemplaar. Tegen de rotswand groeit wat ik dacht een grasklokje te zijn. Dat groeit op schraalgrasland, heide, bos- en wegranden en licht eikenbos: dat is hier echt het verkeerde milieu. Een andere mogelijkheid is het elfenvingerhoedje. Dat wordt 5 tot 20 cm groot, bloeit van juli tot september, en groeit op rotsen, kalkpuin, rolgesteente in beken: dat is wel het juiste milieu, Dus ik hou het op een elfenvingerhoedje.

Opvallend en toch bescheiden: het elfenvingerhoedje

Zo heb ik dan toch echt genoten van mijn uitstap naar de waterval van Coo, ondanks alle Plopsa. Ik ben ten slotte geen kind meer!

maandag 12 juli 2021

Een hotel in Ovifat

Ik heb me nog eens vergast op een kleine week Ardennen, ik heb me nog eens op weg begeven als ervaren en onverschrokken Malmedyvaarder. Vroeger, toen de kinderen nog klein waren, zochten we onderdak op de gemeentelijke camping van Malmedy, in Bévercé, 'La Grotte des Nains' heette die. Ze bestaat overigens nog. Maar tijden en omstandigheden veranderen, en tegenwoordig verblijf ik in Ovifat, in het viersterrenhotel 'Le Domaine des Hautes Fagnes'. De eerste keer dat ik er was, in 2010, toen ik mijn scootmobiel met mijn eigen auto kon vervoeren, vond ik het daar best goed toeven: de zaakvoerder lichtte mij onmiddellijk in over de streek, waarop ik: 'Je connais la région', en de laatste avond trakteerde hij me op een tripel, en we hadden nog een gezellige kout. Zo gaat dat in België: les Wallons sont plus chaleureux! In 2016 is de zaak vergroot en van aard veranderd: het noemt zich nu 'Wellness Hotel', je kunt er ook terecht voor seminaries, ze spelen er in een klasse hoger. En vooral je kunt het zwembad in, de sauna, de twee bubbelbaden: alles wat de moderne afgepeigerde mens nodig heeft om het vege lijf te redden is voorhanden. Maar het is er onpersoonlijker en afstandelijker nu, de gezelligheid is weg, ik voelde me er niet echt lekker, terwijl ik kan zeggen dat ik af en toe toch best te smaken ben. Af en toe, wel te verstaan.

Alles ziet er nog steeds verzorgd uit, nette kamers, dito restaurant, en de aanplantingen rond het hotel liggen er ook piekfijn bij: dat mag ook voor een viersterrenzaak. In de voortuin staat nog altijd een beeld van een groot hert, maar een zijn andere verfraaiingen bijgekomen: naakte vrouwen, beelden van bedoel ik. Dat prikkelt de lust naar wellness neem in aan, dat is het aperitief voor het echte werk begint, vermoed ik. Maar het is niet altijd even geslaagd. Dicht bij de ingang staat een dubbelbeeld: twee naakte jonge vrouwen met een gewone damesfiets tussen hun benen: natuurlijk naakt, want het is bekend, in de streek van de Hoge Venen fietsen alle jonge deernen in evakostuum. Ze kunnen gaan mountainbiken of gaan cyclocrossen, het terrein hier leent zich ertoe. Of deelnemen de nieuw uit te brengen film 'La mertitude des choses'. Stuur ze naar Reetveerdegem, of naar de Waalse tegenhanger! Ik weet niet wie deze blitse scène voor elkaar gebracht heeft, en dat is waarschijnlijk best zo: de man zelf wil waarschijnlijk anoniem blijven. Als je nu spreekt over de banalisering van het vrouwelijk naakt, dan heb je hier een schoolvoorbeeld. Mogelijk kunnen deze twee dames meedingen naar een Oscar in de categorie 'kitsch' of 'Le ridicule ne tue pas', in onze moerstaal 'zot zijn doet niet zeer'! Belachelijk vind ik het dubbelbeeld: er is edelkitsch en platte kitsch, maar veel edels zie ik hier niet.

La mertitude des choses

Een andere naakte juffrouw  (a reclining nude) zit, steunend op haar handen te kijken naar de vissen in een klein kunstmatig vijvertje voor haar: grote witte en oranje goudvissen zwemmen daarin rond en zij beleeft met al haar poriën de luxueuze weelde van de blootzitterij. Op de foto contrasteert ze met de schamele rugzak en de wandelstok van iemand die niet meer zo goed ter been is. Moeten we uit dit verschil tussen haar overvloed (maar niet aan kledij) en de door de andere voorwerpen gesuggereerde armoede en verlatenheid spreken van maatschappijkritiek? Waarschijnlijk niet, want ik weet aan wie die objecten toebehoren. Bovendien verbleef die persoon ook in het etablissement.

Ontbering, maar waarvan?

Het uitchecken was ook een belevenis op zich. Ik had verleden jaar een cadeaucheque van € 279 gekregen: toen had ik mijn verblijf uitgesteld wegens corona. Ik dacht dus dat die cheque van de prijs van mijn verblijf van de vakantie van dit jaar afgetrokken zou worden, maar neen, meneer Van Bourgognie, zo werkt dat bij ons niet. Die cheque dient voor wat u nog bijbestelt, en dat was nog een dag, wat mij door een Nederlandse dame werd uitgelegd, een dame die het klappen van de hotelzweep en het winst maken in een kapitalistisch kader kent. Het verschil tussen mijn dag meer en het bedrag op de cheque werd mij evenmin terugbetaald, zo werkt dat niet bij ons, meneer Van Bourgognie. Na 2016 is het hotel kennelijk overgenomen door Nederlanders. Het is niet dat ik me opgelicht voel, dat niet, maar afgezet toch wel. Les Wallons sont plus chaleureux, dat zei ik al, en dat meen ik, maar ten zuiden van de taalgrens wonen ook leden van andere volksstammen.

Ik heb er wel goed geslapen, de streek is mooi, en ik ben weer thuis. Je suis ici et j'y reste pour le moment. Als er nog een volgende keer komt, zoek ik een ander hotel, bij franstalige Belgen die Vlamingen weten te appreciëren. En waar klanten niet alleen maar nummers zijn die zoveel mogelijk geld op moeten brengen.

dinsdag 17 juli 2018

Sourbrodt: rode wouwen

In de Ardennen zie je al eens een ander vogeltje dan een mus, en vink of een zwaluw, of een snip of een kievit. Grotere exemplaren zie je er rondcirkelen, roofvogels natuurlijk. Een aantal keren zagen er zo twee, soms drie, mij volledig onbekend, maar met zo'n typische vorm dat je ze op Google gemakkelijk kunt opspeuren, en dan blijkt dat we exemplaren van de rode wouw gezien hebben.

Al naargelang van de bron behoort deze soort tot de arendachtigen, of de havikachtigen: symbolen van vrede zoals de duif zijn het zeker niet. Ze komen eigenlijk alleen in Europa voor, en in de lage landen alleen in de Oostkantons, waar ze ook broeden. In Nederland en Vlaanderen trekken ze vaak voorbij, maar broeden ze nauwelijks. Deze vogel heeft afmetingen om respect voor te hebben: volwassen is hij 62 cm groot, en zijn vleugelwijdte bedraagt 1,60 meter. Een gevorkte staart heeft hij ook: heel typisch voor deze soort. Kun je moeilijk in een kooitje houden, zo'n kanjer.


Rode wouw in vlucht

Een foto heb ik op het internet gevonden: een uit 2015, van de fotograaf Kris De Rouck, die ik bedank voor dit beeld.

Zo zie je eens een dier dat je in het echt nog nooit gezien had, in de vrije natuur dan nog, waar het thuishoort. Niet dat ik categoriek tegen dierentuinen ben, maar dit is toch mooier, echter en vrijer. En: de natuur kan verrassend zijn!

maandag 16 juli 2018

Sourbrodt: een stukje Hoge Venen

Als je dan zo dicht bij het hoogste punt van België bent, moet je er ook eens gaan kijken, vonden we. 694 meter: duizelingwekkend, zeker als je dan nog een heuveltje met trap opgaat, zodat je met je voeten op een hoogte van precies 700 meter staat. De lucht wordt ijler, je ademt moeilijker, je oren beginnen te tuiten, je wordt bijna niet goed: de Anapurna is niets in vergelijking met deze barre omstandigheden. Dat we een ontbering van deze aard in eigen land kunnen ondergaan: in Nepal begint het Ministerie van Toerisme en Bergbeklimmen te bibberen en te beven. De taverne naast de toren is wegens jaarlijkse vakantie gesloten tot 16 juli, en al goed, want alcoholgebruik zou hier echt niet verantwoord zijn.


Met deze toren zitten we ver boven de 700 meter: Belgium semper altius!



Precies 700 meter

Omdat een mens hier niet goed gedijt, is een slimmerd met de scootmobiel gekomen: hij laat hem even in de steek om het legendarische trapje op te lopen, en een van de uitgeputte deelnemers aan deze expeditie, mijn derde dochter, gebruikt hem alras om tot verdiende rust te komen. Solidariteit tussen de generaties noem je dat.


Dieuwertje bekomt eventjes van de hoogte

Maar toch versagen we niet en vatten een wandeling aan: we gaan de Hoge Venen van dichtbij bekijken. Over een knuppelpad, of vlonderpad loopt onze route. Als we daar na een eindje bos voorstaan, zien we een tweetalige richtingaanwijzer: déviation of Umleitung! Er liggen te veel planken los: gevaarlijk dus! We gaan naar rechts, twee keer naar links, en dan staan we voor het volgende deel van het knuppelpad: hier geen melding van Umleitung of déviation. Wij dus op de planken. 50 meter verder: een gapend gat waar ik met mijn scootmobiel niet over kom, laat staan een geoefend wandelaar: 'retour au départ' betekent dat, terug naar af dus. 'We are Belgium' besef je dan: improviseren en een beetje aanklooien, Walen en Vlamingen. Een natie zijn we zeker, daarin zijn we de onbetwiste wereldkampioenen.


De wandelclub

We zetten onze tocht verder, ook de mensjes uit 2014, geboren als ze zijn uit een dapper geslacht. Over brede wegen lopen we verder, droog en best warm, bruinend en verbrandend, maar dat is een zorg voor later. Veel vingerhoedskruid is er te zien, en dat lijkt mij donkerder paars dan bij ons, in het Vennengebied, de lage venen, zeg maar.


Paarser vingerhoedskruid

De vierjarige beentjes hebben last van vermoeidheid, maar wat is er dan rustbrengerder en veiliger dan de schouders van papa, die bergop loopt alsof hij het zijn hele leven al gedaan heeft. En die de toekomstige nummer 10 - Hazard -
naar de top brengt.


Jan brengt Mil Hazard naar de top

Zo hebben we toch iets anders gedaan dan zwemmen, de kindjes even blij en vermoeid, en de avond weer rustig. Wat kunnen we meer doen voor deze kleine kern van de mensheid? En een stuk natuur hebben we dan ook nog gezien! Top, toch!

Sourbrodt (Waimes): Rue de Botrange xyz - Wereldbeker zwemmen

Mijn familie en ikzelf hebben een traditie in het leven geroepen: het tweede weekend van juli trekken we naar de Ardennen, in de buurt van Malmedy, want dat is 'ma ville preférée en Wallonie', en dat weten mijn kinderen zo goed dat we daar ergens naartoe trekken. Traditie is overigens een groot woord: dit jaar was nog maar de tweede keer, maar de toekomst is nog lang niet voorbij.

Dit jaar hadden we een huis gehuurd in Waimes, deelgemeente Sourbrodt, in de Rue de Botrange, en zoals en beetje voor de hand ligt, niet zo ver van het Signal de Botrange, met zijn 694 meter het hoogste punt van België: quizvraag par excellence. In een strenge winter kun je je er in de Alpen wanen, skiën en langlaufen, in de hitte van deze zomer ben je blij dat dat huis ook een zwembad(je) heeft, tot gezamenlijke en algehele vreugde van volwassenen en kinderen.


Dieuwertje laat voorzichtig Vic te water, maar hij houdt er wel van


Dries stoeiend met Ella en Cas, Noortjes pluskinderen

Als mijn dochter pluskinderen heeft, zijn dat voor mij dan pluskleinkinderen? Dat gaat allicht iets te ver, maar leuk zijn ze zeker: zoals zij zorgen voor en spelen met hun zusje Nona!


Nona: wie houdt nu niet van water?


Mil: der waterratten waterrat!

De zegen van een zwembad en warm weer: ouders hoeven zich het hoofd niet te breken over wat ze vandaag alweer met hun kinderen zullen aanvangen, strand, zand, schopjes en vormpjes zijn overbodig. Ze voelen zich vanzelf thuis in het eerste element waarin ze ooit vertoefd hebben. En zoogdieren zijn toch uit de zeeën aan land gekomen, of niet? Wel dan!

En 's avonds zie je dan België nog winnen tegen Brazilië: waar en hoe kunnen wij nog beter zijn!

Malmedy: de kathedraal en de tetramorf

Het wil wel eens meer voorkomen dat het grootste gebouw van een kleine stad de kerk is: zo ook in Malmedy. Maar de kerk draagt hier de naam 'kathedraal', hoewel ze dat slechts gedurende een korte periode was, van 1920 tot 1925, toen het de hoofdkerk van het bisdom Eupen-Malmedy was. Een sobere, neoklassieke kerk is het, gebouwd op het einde van de achttiende eeuw (1776-1784). Toen was ze nog abdijkerk, en die abdij is tegenwoordig een museum: het best interessante Malmundarium. De twee torens hebben groene kappen: die zie je al een eind voordat je het stadje binnenrijdt. Vroeger, toen we er met de kinderen weer eens op vakantie gingen, was degene die de twee torens het eerst gezien had, de winnaar. Wat er te winnen was: eigenlijk niets, gewoon de eerste geweest te zijn!
Overigens is de kerk gewijd aan drie heiligen: Petrus, Paulus en Quirinus.


De kathedraal van Malmedy (westgevel)

Ik ben er al meermaals binnen geweest, maar deze keer viel me iets op dat ik voordien nog niet gezien had: de tetramorf! De koepel in het midden van de kruisvormige kerk wordt ondersteund door vier zuilen die breed uitlopen, en waarop de beelden van de vier evangelisten en hun symbolen prijken.


Lucas met de stier (of rund)

Bij Johannes met zijn adelaar houden twee engeltjes het begin van zijn evangelie vast: 'In principio erat verbum'.


Johannes met de adelaar

Marcus heeft een foliant met het evangelie vast, en wijst natuurlijk naar een waarheid uit de Heilige Schrift.


Marcus met de leeuw

Mattheus met de engel (of mens volgens sommigen) is ook vergezeld van twee engeltjes die de tekst 'Natus est Jesus' tonen.


Mattheus met de engel

Wat ik niet wist: deze christelijke symboliek kent ook interpretaties: de mens zou dan staan van de menswording van Christus, de stier voor zijn offerdood, de leeuw voor zijn opstanding, en de arend voor zijn hemelvaart.

Deze kapitelen en het koor zijn versierd door de Luikse stukadoor Ducker: boven het altaar stelt een reliëf de hemelvaart van Maria voor.


De Hemelvaart van Maria

Buiten de kerk, op het terras van 'Au vieux Malmedy' ontmoet ik nog twee voorbeelden van menswording: mijn zoon Jasper (bijna 32 jaar geleden), en mijn kleindochter Han (net vier maanden geleden). Moeder Lene volgt in een andere foto. Onder andere die drie zijn levende bronnen van vreugde en geluk: je moet het niet altijd in kerken gaan zoeken!


Jasper en Han

dinsdag 25 juli 2017

Malmedy mon amour: wandeling langs de Warche

Als ik de kans en een goede reden heb om naar Malmedy te rijden, zal ik het niet laten: sinds we er in de jaren 80 met de kinderen in de stacaravan van mijn schoonouders menige vakantie doorbrachten, ben ik verslingerd op de streek en het stadje. Ik zou er een film over moeten maken: 'Malmedy mon amour!' En als ik dan rond vier uur in Roumez moet zijn, besteed ik eerst de nodige tijd aan 'mon amour': zal ik de wandeling in Bellevaux nog eens doen, of die langs de Warche?

De Warche dan maar, 5 à 6 kilometer met de scootmobiel rijden langs het koele riviertje, en landschappen, bloemen en stromend water bekijken: zalig ontspannen is dat. Voor je aan de eigenlijke wandeling begint, moet je eerst nog voorbij de steengroeve van 'Nelles et Frères'. Ik heb het nooit anders geweten dan dat bedrijf het landschap afgraaft en verandert: veel industrie zie in deze streek niet, maar dit is er een voorbeeld van. De 'carrière' zorgt voor werkgelegenheid - hoewel, honderden arbeiders zijn er ook niet aan de slag - en brengt allicht enige rijkdom naar Malmedy. Een afgegraven partij rots verdraagt nog net een klein bos boven zich. Een bos? Nee, geen bos, een rijtje bomen, de laatsten der Mohikanen, meer stelt het niet voor.


Nelles et Frères: de steengroeve en een plukje bomen

Op de hellingen naast de Warche krijg je wel mooie lichteffecten: zwarte bomen filteren het licht, een beetje magisch vind ik het.


Gefilterd licht

Maar het bos staat hier niet alleen ter verstrooiing en ontspanning van de drukke (Vlaamse) stadsmens: de bosbouw levert hier ook vruchten op. Delen bos zijn gewoon gerooid, en de resultaten daarvan liggen langs de weg te drogen en vooral te wachten op transport. Daar kan de druk bezette stadsmens zijn interieur dan weer mooier mee maken: de Ardennen in gezaagde planken in huis. O Freude, O Wonne!


Bosoogst,


wachtend op het passende interieur

Voor de grote bloemen kom ik net in het tussenseizoen: de lupinen zijn bijna allemaal uitgebloeid, net zoals het vingerhoedskruid, en voor de reuzenbalsemien ben ik een maandje te vroeg: begin augustus staan die hier in overvloed, maar nu nog niet. Varens zie je wel veel: in vochtige, eerder donkere omstandigheden doen die het wel erg goed. Bloemen hebben die niet, maar mooi groen zijn ze wel.


Volwassen vingerhoedskruid


Varens op de Warche

Na een zestal kilometers moet mijn scootmobiel zich gewonnen geven: verder gaat het niet meer. Ik kom op mijn plaats van 'forced return': een bruggetje ligt daar over de Warche, maar daar durf ik met mijn scootmobiel niet over. Soms moet je met zo'n voertuig toch beter voorzichtig zijn. Als persoon met een beperking in een Ardens woud met de scootmobiel verongelukken vind ik ironie te veel, we zullen de goden niet uitdagen. Bovendien, voorbij dat bruggetje verandert de redelijke brede en begaanbare weg in een smal bospaadje, dat overigens naar Reinhardstein leidt, en dat zou meer dan een spreekwoordelijk bruggetje te ver zijn: een mens moet zijn grenzen kennen, en die van zijn scootmobiel.


De Warche bij mijn eindpunt


Het bruggetje te ver

Dus keer ik om, ik maak een bocht van 180 graden, 'indien mogelijk, maak een U-bocht,' zegt mijn gps dan, en hier is dat geen probleem. Weer zes kilometer, maar nu zie ik het landschap van uit de tegengestelde richting, wat mij ook best bevalt. Want: de Warche en 'Malmedy mon amour'