zondag 21 april 2013

Henri Matisse: la couleur découpée - I

Henri Matisse is een kunstenaar voor wie ik altijd bereid ben een behoorlijke verplaatsing te doen: ik heb werk van hem gezien in Düsseldorf, voor 'La Danse' heb ik een weekendje Amsterdam uitgetrokken, en zijn model Lydia Delektorskaya heeft me in 2010 een eerste keer naar Le Cateau-Cambrésis gevoerd. Dat stadje in het 'Département du Nord' is de geboorteplaats van de man, en in het Palais Fénélon aldaar heeft hij een museum dat het bezoeken meer dan waard is. Op dit ogenblik loopt er een tentoonstelling met de titel 'Matisse, la couleur découpée - une donation révelatrice'. En 'les découpés' van Matisse - zijn knipsels - zijn echt bijzonder, dus ik nog eens naar Le Cateau. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat ik het heb voor Matisse.


Henri Matisse

Tijdens de laatste tien jaar van zijn leven, vanaf zijn 75ste, ontbrak de schilder de kracht om nog te werken zoals hij dat altijd gedaan had, maar hij bleef niet bij de pakken zitten en zocht naar andere manieren om creatief bezig te kunnen blijven. Hij liet vellen papier door assistenten met gouache beschilderen, telkens eenkleurig, maar in totaal ging het toch over dertig verschillende kleuren. Uit die vellen knipte hij dan allerlei vormen en stelde daarmee nieuwe werken samen, kleinere, maar ook echt wel zeer grote. Op de tentoonstelling wordt hij 'le tailleur de lumière' genoemd en over zijn werkwijze kun je lezen: 'De grands ciseaux lui servent à révéler les formes, réunissant dans un seul geste la couleur et le dessin.' 'Schilderen met de schaar' zou je het kunnen noemen, en tegelijk een beetje beeldhouwen, want de afzonderlijke vormen zijn telkens verschillend. En vormen en kleuren samengebracht maken dan een schilderij, zonder dat Matisse zelf een penseel gehanteerd heeft.

De ondertitel van deze tentoonstelling, une donation révélatrice, duidt aan dat het om een schenking gaat: met name van de familie Matisse aan dit museum en aan het Matisse Museum in Nice, waar de man begraven ligt. Le Cateau heeft zo 443 knipsels gekregen, Nice evenveel. Ze zijn nooit gebruikt in een werk, maar de familie heeft ze ook nooit weg kunnen gooien. Het zijn overschotjes van de enorme voorraad 'découpés' die de kunstenaar had aangelegd: een artist's block' stond er kennelijk nog niet aan te komen toen hij in november 1954 op zijn 85ste stierf.


Seize découpées - zestien knipsels

Die ongebruikte elementen worden hier getoond: kleine en grotere. Op de foto zie je er die zo in 'La Gerbe' hadden kunnen zitten: ze zijn zeer gelijkaardig, maar niet dus. Op filmpjes kun je Matisse ook de vormen zien uitknippen: hij was best handig met zijn grote schaar, en hij wist zeer goed welke vorm uit het papier moest komen. Die knipsels worden ook geconfronteerd met afgewerkte kunst van de schilder, en dan zie je meteen hoe hij met verschillende vormen en kleuren een 'doek' bij elkaar puzzelt. Een prachtig voorbeeld daarvan is 'De Creoolse danseres, een werk uit 1950 dat al een beetje afmeting heeft: 2,05 bij 1,20 m. Veel beweging en kleur zit erin, en licht.


De Creoolse danseres, 1950

In 1930 heeft Matisse een reis naar Tahiti gemaakt, en daarvan keert hij terug met foto's, tekeningen en herinneringen die onder andere zijn werk van na de Tweede Wereldoorlog inspireren: twee echt grote 'doeken' zijn 'Océanie, le ciel' en 'Océanie, la mer': 177 bij 370 cm. Op een beige achtergrond zie je alle mogelijk leven - allemaal witte knipsels zijn het - in de hemel en uit de zee door elkaar evolueren. Niet zo kleurrijk als zijn meeste werk, maar indrukwekkend in ieder geval.


Océanie, le ciel, 1946


Océanie, la mer, 1946

De kunstenaar gebruikte hetzelfde procedé om boeken te ontwerpen, boekomslagen, glas-in-loodramen en ook voor een van zijn onbetwiste meesterwerken: de decoratie van de Rozenkranskapel in Vence. Een zeer rijk werk heeft Matisse nagelaten.

woensdag 3 april 2013

Africamuseum in Tervuren: beelden

Van in de basisschool was het geleden dat ik nog eens in het Africamuseum in Tervuren geweest was. Officieel heet het 'Koninklijk Museum voor Midden-Afrika', maar in gewone omgangstaal gebruikt de instelling zelf het woord 'Africamuseum', met een 'c'. Een jaar of vijftien geleden ben ik er toevallig eens voorbijgereden, en daarvan herinner ik mij dat er een groot beeld van een olifant voor het gebouw staat, maar verder dan dat ging mijn geheugen niet.

Ik kom er nu met mijn  vriend, beeldenfotograaf Yves D., en dat betekent dat beeld eerst eens goed bekijken en fotograferen, ha ja, dat spreekt vanzelf!
Op een informatiebordje van de VTB/VAB blijkt dat de beeldhouwer Albéric Collin was, dat het in 1935 op de Wereldtentoonstelling van Antwerpen gestaan heeft, en dat het gesponsord was door 'Côte d'Or', het chocolademerk. En daar ken je die olifant van: het bedrijf gebruikt de afbeelding nog altijd op zijn verpakkingen, zonder de mannen die op het dier zitten. Sinds 1938 staat het in Tervuren vlak voor het museum, en daar heeft ene Frans Olbrechts voor gezorgd. 'Ene Frans Olbrechts' (1899-1958) is in feite een zeer oneerbiedige manier van uitdrukken: hij was een zeer gewaardeerd volkenkundige en antropoloog, vanaf '47 directeur van het museum in Tervuren, die over Congo en de Congolezen behoorlijk wat gepubliceerd heeft. Ik heb trouwens nog een boek van hem staan, dat overigens helemaal geen uitstaans met Afrika heeft: 'Vlaanderen zendt zijn zonen uit', door het Davidsfonds gepubliceerd in 1942. (Een oorlogsuitgave die niets met Duitsvriendelijkheid of erger van doen heeft.)


De olifant van Côte d'Or voor het museum: product placing avant la lettre

Zeer merkwaardig is ook het beeld 'The Congo, I presume' van Tom Frantzen, dat in het park van het museum staat. Het werd er geplaatst ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de 'Koloniale tentoonstelling' van 1897. Dat de titel een verwijzing is naar Stanleys 'Dr. Livingstone, I presume?' zal duidelijk zijn, en het is zeker geen ondubbelzinnige verheerlijking van ons koloniaal verleden. Je ziet een aantal dieren en figuren, en Leopold II is er daar een van, maar duidelijk niet de grootste: een buste mag voor de man volstaan. Links van Leopold ligt een leeuw, tegelijk Belgisch en Afrikaans, maar die keert de koning de rug toe, hij verwaardigt zich niet hem aan te kijken. De drie Congolese krijgers boven de koning hebben dan weer geen voeten: ze kunnen niet lopen, ze kunnen niet weg, vrijheid hebben ze niet. Een heel andere mentaliteit en opvattingen liggen aan de grondslag van dit beeld: Leopold II zal zich zijn droom nooit zo verbeeld hebben.


Tom Frantzen, The Congo, I presume, 1997

Het leukste beeld in de buurt van het museum is weer van Tom Frantzen en het staat op de rotonde voor het Koloniënpaleis: het heeft de prachtige naam 'The Bandundu Water Jazz Band' (2005). Een achttal Afrikaanse waterdieren, als opgezet exemplaar te bezichtigen in het museum, vormen een jazzorkest, met alles erop en eraan: instrumenten, en met toeters en bellen. In de zomer spuiten de dierenbekken nog water ook: een stenen muzikaal fontein wordt het dan. Ik heb al wel eens minder geslaagde kunstwerken op rotondes gezien!



Tom Frantzen, The Bandundu Water Jazz Band, 2005

Nu het museum nog binnen: we zijn eigenlijk voor 'Spannende Spinnen' gekomen, een tentoonstelling over vogelspinnen en schorpioenen: waar een mens nog niet naar gaat kijken.

maandag 1 april 2013

Eklips: Tomi Ungerer - 3, Politiek & Erotiek

De politieke prenten van Ungerer behoeven niet al te veel commentaar: ze spreken voor zichzelf. In 1967 is de Vietnamoorlog het onderwerp par excellence: macht en schijnheiligheid worden aan de kaak gesteld. Een Amerikaanse tank schiet op alles wat 'hamer en sikkel' lijkt te zijn, 'hamer en sikkel' die in dit geval door een Vietnamees boven op die tank als doelwit voor de loop worden gehouden. De cartoon lijkt een passende variatie te zijn op de zegswijze 'een ezel een wortel voorhouden'. Nog een pittig detail: in een van de wielen van het oorlogstuig staat een hakenkruis.


Tank met hamer en sikkel, 1967


Cynisch ontluisterend is 'Vredeskus', ook uit 1967

'Obama' - zwart hoofd, wit pak -  sleept of zeult in 2010 het Amerikaanse kruis naar het einde van een licht afhellend vlak, en na het wit daarvan begint het onbekende zwart. Krachtige cartoon, vind ik het.


Obama, 2010

Wat voor soort VS Ungerer met 'Coney Island' genadeloos op de korrel neemt, is zonder meer duidelijk.


Coney Island, zonder datum

Twee erotische tekeningen hangen tegen de wand waarop ook staat te lezen: 'De obsessie is het beste wapen van de fantasie'. De eerste toont een poes die een slachtoffer probeert te verleiden met haar voluptueus vrouwenlichaam. 'Henriette -In 't hoerenvenster' is de titel, uit 1992


Henriette, 1992


Met zwier en brio getekend is 'Untitled, Cat o' Nine Domina 5': de meesteres met de zweep in actie!

Over allerlei maatschappelijke onderwerpen heeft Ungerer zich uitgelaten, vrijblijvend, soms dwingend. Bij Würth krijg je in ieder geval een prachtige staalkaart van 's mans veelzijdigheid te zien. Niet te missen!

donderdag 28 maart 2013

Wislawa Szymborska - Johannes Vermeer

Ik houd van Vermeer, vooral voor zijn licht. Ik houd van Wislawa Szymborska, vooral omdat zij zo licht schijnt te zijn, en omdat ze gewone dingen des levens - en andere - uitlicht en ze zo verrassend waardevol  en nieuw kan maken. Kom ik vandaag in haar bundel 'Hier' dit gedicht tegen.

Vermeer

Zolang die vrouw uit het Rijksmuseum
in geschilderde stilte en concentratie
uit een kan in een schaal
dag in, dag uit melk giet,
verdient de Wereld
geen einde van de wereld.

Hier, gedichten, De Geus 2009

Het gaat om de laatste bundel die bij mijn weten tijdens het leven van de dichteres gepubliceerd is


dinsdag 26 maart 2013

Eklips: Tomi Ungerer - 2

Echt grappig wordt het bij 'Dierenleven': Ungerer laat zijn fantasie gaan, maar dan weer niet altijd vrijblijvend. Drie lobbesen van honden krijgen koppen van vooral bladeren van gatenplanten: mistroostig en tegelijk potsierlijk zien ze eruit, zoals dat type hond er in werkelijkheid ook uitziet.


Hondenfamilie

In 'Twee vissen' dienen stellen bladeren van varens dan weer de afgekloven visgraten voor, maar tezelfdertijd doen aan Brueghel denken, aan de ets 'Grote vissen eten kleine'. Een karig maal in dit geval.


Twee vissen

Maar de hoofdvogel schiet Ungerer voor mij af met 'De Rookaap' (1981), waarvan de titel verder gaat met 'of Roken is niet verboden, zeggen vele doden. Elke gelijkenis met menselijke toestanden zal wel louter toevallig zijn.


De rookaap, 1981

'Wachten op Godot' doet Ungerer ook een aantal keren: absurditeit ligt hem ook wel. Je krijgt een parafrase van de hond van His Master's Voice, maar de plaat zal nooit muziek voortbrengen, vrees ik.


Wachten op Godot 8 - 2009

Of hetzelfde thema veel agressiever, met een man van min of meer tegenwoordig: in een jaren-60-divan ligt hij te liggen, kort voor het eind van de tunnel.


Wachten op Godot 10 - 2009

Het is niet allemaal om mee te lachen wat Ungerer maakt. Zeker niet als hij het over politiek heeft: behoorlijk scherp en bitsig wil hij dan zijn.

Eklips: Tomi Ungerer bij Würth - 1

Of je kunt natuurlijk ook naar 'Eklips' van Tomi Ungerer gaan kijken, 'Eklips met een 'k', want dat is Duits. 'Verduistering van een hemellichaam' betekent het woord, vooral bekend van zons- en maansverduisteringen, al dan niet compleet. De naam van de tentoonstelling versta je best ironisch: 'Een Lust voor het Oog uit de Verzameling Würth' heet het ruime overzicht dat nog zowat het hele jaar te zien is in 'Kunstforum Würth Turnhout'. En de kunstenaar die daarmee onder de aandacht wordt gebracht is Tomi (Thomas) Ungerer, Fransman met een Duitse naam, een Elzasser met twee moedertalen mogen we veronderstellen. Hij werd geboren in 1931, en in zijn lange leven heeft hij een meer dan behoorlijke reputatie opgebouwd: Ungerer is een tekenaar om u tegen te zeggen, met heel wat in zijn mars. Hij heeft heel wat kinderboeken geïllustreerd, talloze affiches en collages gemaakt, veel cartoons getekend: een zeer veelzijdig grafisch talent is hij. Meer dan 150 werken zijn nu bij Würth te zien.


De affiche van de tentoonstelling, die drie jaar geleden ook al in Schwäbisch Hall (Duitsland) gebruikt werd.

Deze expo heeft een aantal afdelingen: Reclame, Cartoons, Dierenleven, Politiek, Erotiek, je kunt alle kanten uit met de man. Bij 'Reclame' zie je een vrolijke prent uit 1968, die mensen tot een vakantie in Scandinavië moet verleiden, alleen geraakt niet iedereen in de hemel: een paar toeristen zijn eerder troosteloos in het water gevallen. Een oude man die van de natuur staat te genieten, veroorzaakt boze blikken bij moeder de vrouw: een grapjas is Ungerer, tenminste, zo typeert hij zichzelf toch. Het werk hoort thuis in een reeksje van drie, heet gewoon 'Untitled', maar tussen haakjes volgt de rest van de uitleg: (Press Illustration for Holiday Magazine [Midsummer in Scnadinavia]).


Untitled, Midsummer in Scnadinavia

Uit dezelfde periode (1966) een affiche ter bevordering van het boek en het lezen: Books are fun. Het blijft er wel vrolijk: met azijn kun je geen vliegen vangen, heeft hij kennelijk gedacht.


Books are fun, 1966

'Cartoons' toont onder andere twee portretten, een 'Paardman' en 'De man met brillen' allebei uit 1963. Ungerer kan zich klaarblijkelijk in meer dan een stijl uitleven. Die Paardman heeft wel de teugels in handen, maar je vraagt je natuurlijk wel af hoe die leiding kan geven, en hoe vrij hij is.


Paardman, 1963

En hoe die 'brillenman' iets scherp kan zien, is ook een voor de hand liggend probleem. Leuk is ook dat deze twee mannen als deftige burgers zijn afgebeeld. Ungerer tekent iets meer dan een doordeweeks cartoontje, zoveel is duidelijk.


De man met brillen, 1963

En er is nog veel meer te ontdekken.

donderdag 7 maart 2013

Turnhout: op de markt in de zon

Natuurlijk waren we afgelopen dinsdag heel blij: op den duur was ze daar, de zon! Een dag later hoor je dan dat het de warmste 5de maart was sinds het begin van de waarnemingen in 1833: gewettigde trots voel je dan omdat we dat met z'n allen voor mekaar gekregen hebben, of iets van die aard. Opluchting na die lange en donkere en natte en grijze winter: ik begon veel begrip te krijgen voor Skandinaviërs die na hun winters zo depressief zijn dat ze het helemaal niet meer zien zitten.

Nu komen de mensen allemaal weer naar buiten: de Turnhoutse markt blijkt dan letterlijk vol zonnebanken te staan!


Turnhoutse zonnebanken

Vitaminen willen we opdoen, de zon en de warmte op ons gezicht voelen! Stel je voor dat ons 'Sint-Pietersplein' nog vol auto's en rijdend blik zou staan, je mag er niet aan denken. Een jaar geleden was dergelijke zonneklopperij op het centrale plein nog niet mogelijk, want de markt nog niet open. Nu wordt er gelijk van geprofiteerd.


Licht!

Het licht is terug: het stadhuis en de kerk weerkaatsen het. De bomen zijn nog bladerloos, maar binnenkort gaan die ook naar de knoppen! En een mens voelt zich weer zichzelf worden: wat willen we nog meer? De markt, zon en licht: tenminste dat is al veranderd!