donderdag 17 augustus 2023

De schoonheid van het Vennengebied - 1

Laat ik het nog maar eens hebben over de schoonheid van het Vennengebied; daar heb ik het altijd over, maar nu nog explicieter. De twee voorbije jaren heb ik er niet te vaak in rond getuft: verleden jaar was het te warm, en je wil niet per se een zonnesteek op doen, of lijf en leden verbranden. Dit jaar waren de tochten ernaartoe ook eerder zeldzaam: ofwel was het hittegolf, of wel zaten we in een eerder lange periode van regen, en dat lokt een mens ook niet meteen naar buiten. Maar dit jaar, de 10de augustus, was een uitgelezen dag om met mijn scootmobiel mijn neus nog eens in de natuur te steken. Een echte zomerdag was het: 24 à 25 graden, perfect draaglijk voor mij. Dus ik nog eens weg, beginnend langs de vaartdijk, het jaagpad.

En daar begint het al, vlak voorbij Brug 1. Op een soort van toren bij een fabrieksgebouw is een schilderij te zien, maar je moet goed kijken wat het eigelijk voorstelt. Een vrouw zit op de bagagedrager van een fiets, ze houdt de man die natuurlijk voor haar op het zadel zit, goed vast. En zo rijden ze richting Brug 8 en verder naar de Ravelse brug. Of ze slaan aan de Kastelein linksaf en gaan van het Vennengebied genieten: allemaal mogelijk, als je het gebied daar een beetje kent en je je verbeelding laat werken. Het werk past wel in die omgeving, moet ik zeggen. Kunstenaar mij onbekend.

Fietsen op de heide? Of op het jaagpad.

Je neemt rechts het Bels Lijntje, dan nog eens links en je bent in de Dennenstraat, in landbouwgebied. Dar stel je vast hoe goed de regen de natuur gedaan heeft: echt gezond groen ziet alles eruit.

Dennenstraat, vlak bij Boones Blijk

Na de Dennenstraat sla je linksaf in de Elzenstraat. Merkwaardig genoeg hebben alle wegen hier straatnamen: er loopt hier ook nog een Langvenstraat en een Dombergheidestraat. De namen verwijzen naar het nabije landschap, wat nogal voor de hand ligt, maar waardoor je wel treffende straatnamen krijgt. Op het einde van de Elzenstraat staat de boerderij van Louis Helzen, tenminste in de jaren vijftig woonde die daar. Ondertussen is die man al lang overleden, maar in onze kinderjaren kwamen wij daar vaak, om te spelen in het 'Zavelkot': op een open plaats in het bos lag daar zavel à volonté, en wat moet je als snotter meer hebben? Menig zalig zanderig uur hebben we daar met onze ouders en buren en hun pagadders doorgebracht. Niet kun je er niet meer geraken, helaas. Ik geloof overigens dat de naam 'Zavelkot' uit vaders kokers is gekomen: hij was niet onbemiddeld wat taalvaardigheid betreft.


De boerderij van Louis Helzen

Voorbij de boerderij weer naar links en dan kom je aan het Peerdsven, het eerste ven voorbij het Kempisch Kanaal. Ik stap daar altijd af om te zien hoe het met de waterstand gesteld is: na de voorbije regenperiode valt het best mee. Je hoort op het journaal ook dat het grondwater zich op de meeste plaatsen op een gezond niveau bevindt, wat ik dan steeds als een geruststelling ervaar. Het gebied moet daar niet dadelijk veranderen in de Kempische Woestijn! Al jaren hangt er een geknakte tak boven het wateroppervlak, maar nu zie ik hem twee keer: het water weerspiegelt hem.

Weerspiegeling

Wat ook mooi is, zijn de wolken of wolkjes die niet alleen aan de hemel zachtjes voorbijdrijven, maar net zo goed in het blauwe water van het ven: volmaakte rust schijnt daar te heersen! Ik zei het al: ik heb het over de schoonheid van het vennengebied. Misschien niet sensationeel is ze die schoonheid: je moet ze willen zien en fijnproevers genieten ervan!

Waterwolken, of wolkenwater

maandag 15 mei 2023

Achtenveertig jaar later

Een week of zo geleden, 't kunnen er ook twee geweest zijn, krijg ik telefoon van een oud-leerling van toch al eventjes geleden, maar ik herken moeiteloos de stem van Marc Vanhellemont, die ik in de Otterstraat nog wel eens tegenkom. Hij vertelt me dat er bij hem thuis een pakje ligt, alleen is dat gericht aan mijn adres. Op mijn vraag of dat geen grap is, ontkent hij naar waarheid dat dat zeker niet het geval is. Jammer genoeg kan hij het me vanavond niet meer brengen, of 'Jawel, ik spring op mijn fiets en ik ben er zo'. En als je niet te ver uit elkaar woont, duurt 'zo' inderdaad niet lang. Mijn deurbel klinkt vrolijk, want daar is Marc met mijn pakje! Vreugdevol laat ik hem binnen, boodschappers met geschenken laat je niet buiten staan! Hij overhandigt mij het pakje met het juiste adres - 't is echt voor mij! - en met enige inhoud. Het weegt een beetje, 't is dus iets substantieels, en mijn ontdekkingstocht gaat verder: het is stijl beneden alle peil zo'n geschenk niet uit te pakken, zeggend: 'Dankjewel, Marc, hartelijk zelfs, en tot de volgende!' Dat doe ik dus niet, probeer het doosje open te krijgen, wat makkelijk lukt, en daar het verborgen en vermomde geschenk uit te vissen: dat vraagt enig prullen en frullen, maar ook dat is geen sisyfusarbeid. Het blijkt een witte mok te zijn, met een cartoonesk zelfportret van de schenker erop, terwijl dat ventje zegt: ' Gaaiwolgaai' Waarmee hij de kritische geest van de Turnhouse intellectueel duidelijk maakt.

Alternatief Bpostpakje

Op mijn vraag waarom mij die eer te beurt is gevallen, antwoordt Marc: 'Ik deel die uit aan mensen die in mijn leven van betekenis zijn geweest!' In dit geval ben ik dat dus, als zijn leraar Nederlands van 1972 tot 1975. In dat jaar heb ik mijn eerste retorica afgeleverd, 10 jaar na mijn eigen afstuderen aan het Atheneum in Turnhout. Ik was toen 28 jaar, de leerlingen 18, nu ben ik 76, mijn oud-leerlingen 66: vroeger was 10 jaar verschil heel wat, nu zijn we bij wijze van spreken   generatiegenoten. Wat mij vooral treft: Marc schenkt mij die mok 48 jaar later, meer dan een half mensenleven is dat! Blij ben ik daar natuurlijk mee, en tezelfdertijd ontroerd: het zegt iets over de kwaliteit van mijn werk toentertijd. 

Nu is leraar een knelpuntenberoep, toen ik begon, in 1969 was het een eer leraar te kunnen worden, collega te worden van mijn uitstekende lesgevers: op vijftig jaar tijd is er heel wat veranderd, en dat ga ik nu eens niet allemaal opsommen. Het gevoel van ontzag en dankbaarheid is echter gebleven, en dat is veel belangrijker dan alles in het onderwijs meetbaar en met cijfers bewijsbaar te maken. Een mok na 48 jaar zegt veel meer dan de droge zogenoemde bewijzen. Overigens, die klas gaat nog elk jaar een weekend weg: zulke klassen maken ze niet meer!

De gulle schenker met zijn devies: Gaaiwolgaai'

Terzijde nog eventjes: de vader van Marc, Maurice, was in de 4de en 3de Latijnse mijn leraar Latijn en Grieks, en mijn zoon zat jaren later in de klas met de dochter van Marc. It's a small world after all, maar er gebeuren grote dingen in!

dinsdag 28 maart 2023

De kunstkenner?

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen is wel al een tijdje opnieuw open, maar ik was er nog niet geweest, tenzij zondag 9 dagen geleden: shame over me! Maar mijn dochter weet wat me interesseert, ze had de zondagnamiddag vrij met mijn kleindochter Nona, en nodigt me uit om met zijn drieën naar het Museum te gaan. Natuurlijk interesseert me dat! En wij op weg. Je kunt er met de rolstoel en zelfs de scootmobiel makkelijker binnen na de restauratie, echter te lift blijkt te klein voor de scootmobiel. Maar nog geen nood: ze hebben er handrolstoelen in de aanbieding, en na een minuutje wachten kan ik me in zo'n voertuigje neervlijen: ik zal de kunst rijdend, maar op mijn gemakje kunnen bekijken, en mijn dochter duwt me, zij is mijn begeleider, een daardoor mag zij gratis binnen. Ik als pmms (persoon met ms, zo hoor je dat te zeggen of te schrijven) moet wel betalen, wat ik eigenlijk raar vind, maar ik beschouw het maar als leengeld voor de rolstoel. Overigens is de service in het museum onberispelijk: compliment oververdiend!

Ikzelf in mijn rolstoel als kunstfotograaf

Mijn dochter Noortje wil ook wel eens foto's maken, ook van haar vader bezig met kunst, ze doet dat dan ook, en bewijst haar zin voor humor en tezelfdertijd goede smaak! Ik laat me verleiden door een naakte Modigliani, u verstaat me wel, neem ik aan, en dat heeft ze gezien: gaat het bij papa om de naakte vrouw, of om de kunstig geschilderde vrouw, of om de enige Modigliani die het museum van Antwerpen bezit, of om alle drie tezamen? Esthetisch vraagstuk van groot belang. Ik kan toch niet altijd herders en koningen in kerststallen vastleggen, of kruisoprichtingen en kruisafnemingen, of mooi in het blauw geschilderde Moedermaagden? Mijn oog wil ook wel eens wat! Wat wel zeker is: ik heb me met deze Modigliani als kunstfotograaf gemanifesteerd!

dinsdag 17 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre III (ziek)

Dat bijna kerstekind Augustine heeft echter niet lang geleefd: in december 1904 werd ze ziek: tbc, een ziekte die in die tijd na korte tijd fataal was. Het is bekend dat ze op laatste keer als naaktmodel fungeerde op 12 december 1904 (Erwin Joos, boek over Augustine Pautre, blz. 181). Nadien heeft Van Mieghem haar talloze malen getekend tijdens haar ziekte en aftakeling.

'Augustine somber' is getekend circa 1904: dat kan dus ook in 1903 geweest zijn. Of ze op het moment van deze tekening al ziek was, weet ik niet: afgemagerd is ze nog niet, maar echt florissant ziet ze er ook niet uit: zo ken ik haar niet van andere tekeningen.


Augustine somber, zwart krijt, ca. 1904, 38 x 22 cm

Op de volgende tekening ziet Augustine er echt deerniswekkend uit: daar hoeft verder geen commentaar bij.

Augustine ziek, na 1 febr. 1905,13,2 x20,7 cm

                                                                                                                                                                                                                    

 Augustine ziek te bed, zwart krijt, na 27 januari 1905,12 x 20,5 cm

Augustine ziek, sanguine, gedat. 1905, 21 x 17.5 cm

Op laatste tekening, een sanguine, lijkt de dood al uit haar ogen te kijken. En zo was Van Mieghem ze muze al kwijt.

Voor de volledigheid: een sanguine is een tekening met roodbruin krijt

 

zondag 15 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre - II

Augustine was een onuitputtelijke bron van inspiratie voor Eugeen van Mieghem: hij beeldde haar af in huis, tijdens haar dagelijkse bezigheden, wanneer ze met haar kind bezig was, in het mondaine leven, maakte portretten van haar, en vele naakten.

Een portret dat mij bijzonder treft, is 'Augustine dromerig' uit 1904. Ze stond bekend om haar schoonheid, en dat blijkt wel uit deze tekening: misschien is ze de wereld om zich heen vergeten, is ze alleen bij zichzelf, maar ze kan net zo goed rustig zitten te lezen: haar blik is naar beneden gericht. Het gaat hier niet om de blouse die ze aan heeft, noch om de precieze weergave van een prachtig kapsel. Van Mieghem is het hier te doen om de het beeld van haar mooie gezicht: mooie neus, dito mond en een kaaklijn die daar natuurlijk ook bij past. Ingetogen is dit portret alleszins, en geef toe, echt mooi was ze, de Augustine van Eugeen, die haar prachtig op papier gezet heeft.

Augustine dromerig, 1904, zwart krijt, 12,6 x 17,3 cm

Ik heb al gezegd dat het huwelijk Van Mieghem-Pautre niet in het geld zwom, en een model laten poseren kost ook geld. Dat probleem is op te lossen als je eigen vrouw bijzonder mooi is, en zo gebeurde: in het begin poseert Augustine schroomvallig met de borsten bedekt, maar na een tijdje gaat ze voluit, ook voor bevriende kunstenaars van Eugeen. In het onderstaande 'Augustine als model' is haar gezicht duidelijk te herkennen, net zoals haar schroomvalligheid: met haar rug naar de toeschouwer kijkt ze eigenlijk een beetje weg: zacht en teder zit ze daar, zeker niet als de laatst verkozen Miss Universe. Mooi vind ik deze krijttekening.


Augustine als model, gekleurd krijt, ca. nov 1904, 29,2 x 22,5 cm

Van een andere aard is het naakt met sigaret: ze zit en profil een sigaret te roken, met kousen die tot boven de knie komen, en aan een halsbandje hangt een camee, haar rechterborst is duidelijk zichtbaar. De sfeer doet me nog denken aan huizen voor meisjes van plezier, maar dat is wat ik er in zie, dat is mijn verantwoordelijkheid.

Augustine als model (met sigaret), gekleurd krijt, ca. nov 1904, 26,5 x 17 cm

Een staand naakt vind ik ook best geslaagd: Augustine staat weer van de toeschouwer afgewend, alsof ze verlegen zou zijn, te preuts en timide om haar voorzijde te tonen. Ze lijkt zich ook tegen de muur te willen verstoppen, maar het is natuurlijk wel Eugeen die haar zo heeft doen poseren. Je moet niet al je kostbaarheden zomaar op straat gooien, kan hij gedacht hebben. Maar waarschijnlijk vond hij het gewoon een mooie houding om te tekenen.

Augustine als model, 1904, gekleurd krijt, 29,5 x 17,5 cm

Ik heb bij De Reede een interessant boek gekocht: 'Eugeen Van Mieghem, 1875-1930, Augustine Pautre' van Erwin Joos. Het hoort niet speciaal bij deze tentoonstelling, het dateert al van 2015, maar de talrijke afbeeldingen maken het des te boeiender. En je krijgt in twee talen, Nederlands en Engels, een beschrijving van zijn carrière en hun levens. Voor een beter begrip: Erwin Joos is de specialist par excellence als het over Van Mieghem gaat. Hij is trouwens de curator van het 'Van Mieghem Museum', ook een bezoek meer dan waard.

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre- i

Museum De Reede aan de Ernest van Dyckkaai in Antwerpen heeft af en toe een mooie tentoonstelling: 'Augustine in liefde en leed' heet de huidige (vandaag sluit die overigens). Augustine was de vrouw van Eugeen van Mieghem, aan wie hij heel wat werken gewijd heeft, in voor- en tegenspoed. Hij had haar leren kennen aan de Antwerpse Academie, waar ze beiden opleidingen volgden. Augustine Pautre - zo heet ze voluit - wordt geboren op 22 december 1880, bijna een kerstekind is ze. Haar vader Paul-Henri, een Zwitser - Augustine heeft ook de Zwitserse nationaliteit - sterft al in 1883 zodat de moeder er met haar dochter alleen voor staat: ze trekt met haar van Merksem naar Antwerpen, waar ze in de periode 1884-1900 twaalfmaal verhuizen: dat doe je niet als je goed in de slappe was zit. In januari 1902 trouwen Eugeen en Augustine, allerminst tot grote vreugde van Eugeens moeder: haar schoondochter genoot helemaal niet van een goede reputatie! Op 11 november 1902 wordt een zoontje geboren, ook een Eugeen. 

Van moeder en dochter heeft vader Eugeen een idyllisch doek geschilderd: het kan niet anders dan uit 1903 komen. Het is een werk met veel licht, wat bij Van Mieghem niet zo vaak voorkomt, in een soort van impressionistische stijl. De twee zitten op Linkeroever: in de verte, links van het hoofdje van de kleine Eugeen zie je de toren van de Antwerpse kathedraal, op de rivier komt een schip aangevaren waarvan je de mast naast de toren ziet: familiegeluk in lichte en zachte kleuren. Merkwaardig schilderij voor Van Mieghem!

Augustine met de kleine Eugeen, olieverf op doek op paneel, 1903, 44 x 29,2 cm

Eenzelfde lichte, gelukkige sfeer hangt over een tekening in kleur: de baby in het wit natuurlijk, de moeder in een fleurige blouse, haar gezicht goed zichtbaar: ze kijkt de toeschouwer aan. Pronte hoed op haar hoofd, paars lint errond, verzorgd bruin haar: het contrasteert duidelijk met de industrie op de achtergrond, het kleine grote geluk afgezet tegenover de industrieel-economische activiteit. Overigens bestaan van dit werk nog een paar andere versies.

Augustine met kind, waterverf en gouache op papier, 3 x 43,8 cm, 1903

Wat me nogal opviel op deze tentoonstelling waren een aantal werken waarop Augustine afgebeeld wordt in het gezelschap van wat dan genoemd wordt 'een oudere heer', heel verschillend van de vertederende doeken en tekeningen met haar baby. Augustine hield kennelijk ook van het uitgaansleven: had zij daar haar niet zo schitterende reputatie gehaald?  Tijdens een periode in haar leven werd van haar gezegd dat zij 'een vrouw was die zich liet onderhouden', zoals dat dan eufemistisch werd omschreven. (Mijn wijsheid komt uit het gidsje bij de tentoonstelling.) Eugeen van Mieghem moet van haar omgang met oudere heren ook getuige van geweest zijn, anders kan hij dat niet getekend hebben. En die oudere heer is in dit geval een stevige vertegenwoordiger van de bourgeoisie, lijkt me. Wat er zich tussen haar en hem heeft afgespeeld, vertelt de tekening natuurlijk niet, dat kan ieder naar eigen godsvrucht en vroomheid invullen.

Augustine elegant naast oudere heer, Oost-Indische inkt, ca. 1904, 25,5 x 19 cm

Als de wandellust voorbij was, boden cafés en bars de uitkomst: we gaan er lekker bij zitten en vertellen honderduit over wat des mensen is, misschien meer bepaald over wat des mans en der vrouw is, het moet interessant blijven. Een hoge hoed geeft die man meteen cachet, met een wit hemd en das en een winterjas ziet hij er in ieder geval beschaafd uit. Augustine is net zo stijlvol uitgedost: een pelsen hoed, een jas afgezet met bont: alweer stijl te koop! Je vraagt je af hoe zij aan die dure kleren komt, want zij en Eugeen hadden het bepaald niet breed. Ze kon zich in ieder geval laten zien in le beau monde anversois, ze was niet alleen moeder, dat is wel zeker.

In een bar (Augustine met een heer), pastel, ca. 1903, 28 x 29 cm

En Augustine had nog andere pijlen op haar boog, mogelijk gedwongen door hun benarde financiële situatie: model staan voor haar man en met hem bevriende kunstenaars.

dinsdag 6 september 2022

Jugendstilwandeling in Turnhout

Een tweetal weken geleden (23 september) heb ik geleid door Raymond Hoste met nog eens een tiental mensen een Jugendstilwandeling gemaakt in ons eigen Turnhout. Ze wordt genoemd naar Paul Cauchie, niet de grootste Belgische kunstenaar, maar wel een echte vertegenwoordiger van de 'art nouveau'. De man leefde van 1875 tot 1952, heeft het grootste deel van zijn leven in Brussel doorgebracht, en daar bevinden zich de meeste van zijn werken. In België in totaal 800! Antwerpen heeft er ook best veel, maar onze eigen stad, in de periode rond 1900 niet veel meer dan een provincienest, heeft er toch ook dertig. Andere Jugendstilwerken vind je zowat over heel het centrum verspreid: dat provincienest, er woonden hier toen niet eens 21.000 mensen, telde aan de gevels van ettelijke huizen te zien toch ook een bezittende burgerij, voor wie de versiering van hun huizen best iets meer mocht kosten, en die daarvoor ook gebruik maakte van de nieuwe, moderne stijl. Achterlijk waren die lui natuurlijk ook niet.

Maar laten we het eerst hebben over de Heilig Hartkerk ingewijd op de 3de januari 1907: dat is duidelijk een neogotisch gebouw pur sang. Maar Raymond Hoste brengt ons naar het hoogkoor, waar je als gewone sterveling niet komt. En hij wijst naar boven: aan de twee zijden hangen daar de symbolische afbeeldingen van de evangelisten, de zogenaamde tetramorf: nooit geweten dat die in Turnhout ergens te vinden was. Dat is werk van Paul Cauchie, die dat uitgevoerd heeft in de sfraffiti methode. Er wordt in een laag verse mortel een lijntekening gekrast en ingebleurd volgens de frescotechniek. (Italiaans 'sgraffire: wegkrabben). Cauchie was daar een echte meester in, daarmee heeft hij naam gemaakt.

Zijn meesterschap is dus ook te bewonderen in het hoogkoor van de Heilig Hartkerk: als het je interesseert en je komt er ooit, geef je ogen de kost. De engel staat voor Mattheus, de stier voor Lucas, de adelaar voor Johannes en de leeuw voor Marcus. Die symbolen zijn op een of andere manier verbonden met hun evangeliën, maar daar ga ik hier niet op in.

De engel, Mattheus

De stier, Lucas

De adelaar, Johannes

De leeuw, Marcus

En andere versiering, maar dan gewoon een profane, kun je vinden op het 'Huis Hendrickx, Mermansstraat 23'. De architect is Jos Verschoren, die hier nog Jugendstilhuizen heeft gebouwd, maar de versiering onder de kroonlijst is van Paul Cauchie. Het is een werk in drie delen: links zie je een zwaan die omkijkt naar de opkomende zon, en het achterlijf van een soortgenoot die naar de zon toe zwemt: zijn borst, hals en snavel zie je in het middenpaneel terug. Rechts komt een meeuw aangevlogen, maar de zon beheerst dit deel van het werk. Rechts nog een zwaan met open vleugels, en nog een dalende meeuw. Onderaan, van links naar rechts niets anders dan florale motieven. Ik had dit werk nog nooit gezien, en het blijkt een mooie verrassing te zijn.

De opgaande zon boven een meer

In wat nu het Axakantoor op de markt is, naast café Sint Pieter, is een van de mooiste Jugendstilwerken in Turnhout te zien: het betreft een lichtkoepel boven wat ooit een kleine binnentuin geweest kan zijn, of een binnenkamer waar je gewoon ging zitten om te rusten of anderszins van het leven te genieten. Die koepel kijkt natuurlijk op de hemel uit, en natuurlijk zie je dan vogels en vlinders die de onbekende kunstenaar de gelegenheid gaven een afwisseling van kleuren en sierlijk vormen te gebruiken.

 

De binnenkoepel: vogels, vlinders en bloemen

Aan de zijkanten prijken twee paradijsvogels (tenminste: ik denk dat ze dat zijn).  Het mannetje is veel kleurrijker dan het vrouwtje, zoals dat gaat in de vogelwereld.

Paradijsvogel: het mannetje

Paradijsvogel: het vrouwtje

Als je ooit de gelegenheid hebt deze koepel te gaan bekijken: niet te missen. Ik had hem al eens gezien op een Open Monumentendag, en ik wist hoe mooi hij was, maar bij deze tweede visie was ik net zo onder de indruk: een regelrechte parel is het!

Ik voeg hier nog wat foto's bij, te beginnen met het waarmerk van Jos Verschoren:

Made by Jos Verschoren

Versieringen in de buurt van de Heilig Hartkerk:


of de lust van het mooier maken

Ik heb in ieder geval genoten van deze Paul Cauchiewandeling: als je de kans hebt, laat ze niet voorbijgaan. En met Raymond Hoste zul je een uitstekende gids hebben!