zaterdag 2 september 2017

Lieve Flour: Turnhoutse huizen in 'De Wending'

In woon- en zorgcentrum 'De wending' is Lieve Flour bezig aan een zeer boeiend schilderwerk: 'Huizen in de kijker' heet het, maar ik had het voor mezelf al 'Turnhoutse huizen' genoemd. Heel veel uitleg erover staat in Binkenpost nummer 41, september/oktober 2017, en dat ga ik hier natuurlijk niet overschrijven. Lieve heeft 86 woningen geselecteerd, gewone, onbekende, mooie, minder mooie, van alles wat je in de straten van deze stad tegen kunt komen: een niet-geïdealiseerde staalkaart van Turnhoutse voorgevels, zeg maar. Zo'n twee derde is al af, maar Lieve is nog wel een tijd aan het werk.

Als je de muurschildering, want dat is het ook, gaat bekijken, denk je meteen: 'Wat een zoekplaatje!', wat verkeerd is, want het gaat hier om een heel grote zoekplaat: je herkent natuurlijk veel huizen, maar waar staan die dan weer? Je kunt het schilderij in wording ontdekken als Lieve aan het werk is, en dan legt ze je wel een en ander uit: een gediplomeerde stadsgids wordt ze dan ook nog!

Een zeer herkenbaar huisje is er eentje van op het einde van de Patersstraat,  bijna recht tegenover de fotozaak van François Peeters. Een oud, smal gebouwtje is het bovendien: vaak heb ik er een oud, mager en ook al smal mannetje in de deur zien staan, maar die is intussen overleden. Ook al zo'n Turnhoutse gewoonte: als je je in knopen verveelde, kon je nog altijd zeggen ' 'k ga is in de deur staan', om voorbijgangers en het bedrijvige stadsleven te observeren. Nu woont er een jong paar, en dat heeft volgens Lieve het huis heel mooi gerestaureerd. 't Zou inderdaad jammer zijn als dat pandje verloren ging.
Realistisch, minutieus, tot in het detail correct geschilderd is het: let eens op de ramen, de gordijnen, de weerspiegeling in het glas. Puik werk!


Smal huisje, eind Patersstraat

Het volgende dacht ik in de Lindekensstraat te situeren, maar het staat op het Akkerpad: in correct Turnhouts 'Den Ekkerpad'! Ook wel eigenaardig dat een straat vlak in het centrum die naam heeft: deze stad was vroeger echt wel een dorp. Naar verluidt nu niet meer. Weer zo'n mooi schilderijtje levert Lieve af, de orde straalt er van af: de pannen mooi in het gelid, evenwicht en symmetrie in het huis zelf, best ook wat groen aanwezig. Het mooie van heel de schildering is dat het de huizen uit hun context licht, ze komen apart te staan, ze worden als het ware individuen, en dan kun je pas zien hoe geslaagd ze zijn: je kijkt met andere ogen naar je stad omdat dat het gewone ongewoon is geworden.


Oep den ekkerpad

Van de ene akker naar de andere: we zijn nu op de Graatakker. Daar staat een handelshuis: vroeger werden daar schoolbenodigdheden en - boeken verkocht, tegenwoordig lijkt het een kapperszaak te zijn. Maar de etalage is zo prachtig: pure Jugendstil, en daar is Turnhout niet zo rijk aan. Op een schilderij valt dat op, kun je het bestuderen, als je er voorbijwandelt, loop je gewoon achteloos verder.


Op de Graatakker

Laten we naar de Steenweg op Oosthoven lopen: daar staat wat je een monument kunt noemen, de Goormolen. Een paar jaar geleden heb ik ergens gelezen dat de kap en de wieken weer op de molen gezet zouden worden, maar ik heb daar later niets meer over gehoord: daar zou ik graag wel eens het fijne van willen weten. Men zou hopen dat dit niet exemplarisch is voor de monumentenzorg in onze stad. Gelukkig is de Oranjemolen wel gerestaureerd, maar dat is met privégelden gebeurd.


De Goormolen

De Kroonstraat dan: daar heb  ik jaren zelf gewoond, dat is pure jeugdherinnering. Een klein huisje is dit, een huisje voor de gepensioneerden, met een luifel boven de slaapkamer en een bank ervoor: daar konden de oude mensen dan op gaan zitten en in het zonnetje van hun levensavond genieten, dat was alleszins het idee dat erachter zat. Alle van die nieuwbouwwijken hadden overigens dergelijke woningen voor gepensioneerden: er stonden er gewoonlijk een tiental samen voor heel de wijk.


Huisje voor gepensioneerden, Kroonstraat

Niet-geïdealiseerd zei ik: een duidelijk voorbeeld daarvan is een huis waarvoor de architect nauwelijks zijn verbeelding heeft aangesproken, maar dan helpt de tand des tijds. De verf van de garagepoort bevindt zich in prima staat van afbladdering, en dat vindt Lieve leuk: dan kan ze zich eens uitleven! En dan wordt het lelijke mooi! Het rolluik heeft helemaal geen verf meer, wel een poging tot graffitikunst: een heks op een bezem lijkt voorbij te vliegen. Let ook weer eens op de weerspiegeling in het raam: ik zou zeggen dat de nok van het huis ertegenover goed te zien is, en daarboven de blauwe lucht. Liefde voor het detail alom: je moet niet vragen hoeveel tijd en geduld daarin gegaan zijn.


Afbladdering op zijn mooist

Een contrast nog uit de Duinenstraat: het huis ziet er best goed uit, maar de garagepoort lijkt van onderen weggerot te zijn, en het linkerdeel van de poort ziet er niet uit. Zo kom je van afbladdering tot verloedering.


Duinenstraat

Zeer herkenbaar is een huis in neo-renaissancestijl op de Merodelei. In mijn lagereschooltijd liep ik daarlangs naar school, en ik vond het toen al een merkwaardig huis, wat niet moeilijk was: het was, samen met een dito huis iets verderop, enig in zijn soort.


De Merodelei: neorenaissance

Ten bijna slotte: een echt groot huis in de Otterstraat, op de hoek met de Beekstraat. Dat is een gebouw waar ik dagelijks langskom, maar ik heb door dit schilderij pas gezien hoe harmonisch en evenwichtig het is. De ramen van de gelijkvloerse verdieping staan iets hoger, je let daar dan niet op, en al zeker niet op die van de eerste verdieping, maar het is zonder meer een indrukwekkend gebouw. Aan de rechterkant hangt een Mariabeeld: daar zal ik de volgende keer ook eens naar kijken. Merk ook op met welk geduld en liefde voor detail de gordijnen op de gelijkvloerse verdieping geschilderd zijn, en hoe het licht weerkaatst in het twee raam van links. Je hoort Lieve bijna denken: 'Mon travail sera parfait, ou ne sera pas!'


Hoek Otterstraat-Beekstraat

Deze muurschildering hoort echt in 'De wending' thuis: de mensen die daar wonen, horen niet meer tot de jongste generaties, ze kennen Turnhout goed want ze hebben er heel hun leven gewoond, en zonder in weer en wind naar buiten te gaan kunnen ze de stad op een andere manier ontdekken, aan de beelden herinneringen verbinden, associaties maken, erover praten met hun medebewoners, en zo verbindt het ook de bewoners met elkaar. Prachtig idee en project is het! De bedoeling achter het werk heb ik in feite in deze tekst geïllustreerd: het werkt dus, dit 'Huizen kijken'.

Zeker ook niet te veronachtzamen is het fantastische werk dat Lieve Flour hier levert: ik vind het een krachttoer van zeer hoge kwaliteit, de tweede, na haar substantiële medewerking aan Panorama De Vries! Een beetje fatsoenlijke plaats heeft tegenwoordig een stadsdichter: wat let de vroede vaderen olm haar tot stadsschilder voor het leven te benoemen? Ze heeft het dubbel en dik verdiend! Proficiat dus, Lieve!

Heel leuk is ook dat ze op bescheiden, welhaast anonieme wijze haar handtekening op de schildering heeft gezet, met bakfiets en al. Wat mij betreft: haar naam mag er ook in grote letters op staan. Allemaal gaan kijken, zou ik zeggen: dit werk kan en moet je beleven!


Lieve Flours handtekening

donderdag 31 augustus 2017

'Rare' vogels in het Vennengebied

Als je vaak in het Vennengebied komt, zie je al eens een ander vogeltje dan een mus, een vink of een merel, en hoor je al eens een ander geluid dan dat van de tjiftjaf of de ekster. Kieviten, snippen en grutto's, heel soms zelfs een tureluur verzorgen dan de uitzendingen van Radio Venvogel. In het begin van dit jaar, op 12 maart om precies te zijn, op mijn eerste vennentocht van dit jaar, de winter was nog niet eens voorbij, spot ik in de plassen vlak naast het Haverven een zilverreiger, die daar op zijn eentje zijn kostje bij elkaar zoekt, onverstoorbaar, ook niet afgeleid door een amateurfotograaf in een scootmobiel. Mooi vond ik dat, want die vogel zie je niet elk jaar in het Vennengebied.


Zilverreiger, alleen en ongestoord

Aan de Klotteraard kom ik een gewezen buurman uit de Fonteinstraat tegen: hij staat birds te watchen met een verrekijker op statief - dat zijn  de echten! - en ik vertel hem over mijn zilverreiger, waarop hij dan weer: 'Vijfhonderd meter verder zitten er wel twaalf!' Ik daar naartoe natuurlijk: er zitten er zoveel dat je ze niet allemaal op een foto krijgt, tenzij 'van veraf', maar dan zijn het maar witte stipjes, en daar zit mijn foto liefhebberend persoontje ook niet op te wachten. Een prachtig schouwspel is het: mijn jaar kan niet meer stuk, denk ik bij mezelf.

De grote zilverreiger komt vooral voor in Italië, de Balkan en Turkije, maar tegenwoordig ook meer in noordelijkere streken van Europa: In Nederland zijn er zo'n 150 broedparen. De 12 of 13 van 12 maart waren dan ook waarschijnlijk op weg naar hun broedgebieden in Nederland.


Netjes op een rij


Met minder orde

Vorige dinsdag, op die tropisch warme augustusdag, moet je natuurlijk van zo'n stralende laatzomerdag profiteren, en van het Vennengebied gaan genieten. Stil is het er nu: je hoort nauwelijks vogels, de natuur lijkt zich op de herfst voor te bereiden. En dan zie ik weer iets nieuws: een vlucht kieviten die zich mogelijk klaarmaakt voor hun vertrek. Ik probeer ze te fotograferen, maar dat lukt niet: als ik meen ze voor mijn lens te hebben, bevinden ze zich natuurlijk weer 10 meter naar links of rechts, hoger of lager. En als het zonlicht een beetje slecht valt, gedragen ze zich als zweefvliegtuigen: opeens zijn ze verdwenen, maar zoals de zwevers, laten ze zich 10 seconden later weer zien. Opmerkelijk, toch?


Een vlucht kieviten (foto van het internet geplukt)

Ik heb mijn kieviten nog niet goed geobserveerd, of er gebeurt weer iets nieuws aan de Kasteeltjes (daar speelde alles zich af): links naast mij vliegen 7 of 8 grauwe ganzen weg, op een rijtje, 5 seconden later  hetzelfde aantal, en nog eens 5 seconden later een derde groepje. Een V-formatie is het nog niet, maar die gaan waarschijnlijk wel vormen, en dan trekken ook zij weg. Er gebeurt wat in de natuur, vlak voor het najaar: de herfst is komende, dat is wel duidelijk.


Groepje grauwe ganzen (foto Chris van Rijswijk)

Een eenzaat laat zich horen en zien: een roepende buizerd die waar dan ook naartoe vliegt.


De eenzaat (foto van het internet)

En zo kan ik zeggen dat het jaar goed begonnen is met mijn zilverreigers, en goed bijna geëindigd met mijn kieviten en grauwe ganzen. Ik heb de natuur haar cirkel een beetje vol zien maken, en dat is mooi.

woensdag 16 augustus 2017

Frans Masereel: Belgisch

Het zou best kunnen dat Masereel meer tijd in het buitenland dan in België heeft doorgebracht: hij was geen lokaal tweederangskunstenaartje, dat zal bekend zijn. Maar het vaderland vergeten deed hij ook niet. De houtsnede 'Souvenir de mon pays' vind ik best wel goed: in twee nissen naast elkaar staan een vrouwen- en een mannenfiguur. Zij stelt, zou je kunnen denken, Onze-Lieve-Vrouw voor, maar ze heeft maar een kleine aureooltje. Aan haar voeten staan wel Vlaamse torens: over Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen gaat het kennelijk. De man naast haar is gewoon een beschaafde, gesettelde burger, natuurlijk een regelrechte, onvervalste bourgeois in de ogen van Masereel. Hij vertoont geen kentekens van enige heiligheid, hij staat wel te bidden, maar beiden, man en vrouw, zien er vooral saai en weinig tot de verbeelding sprekend uit. Ik kan niet anders dan denken dat zij niet zozeer heilig zijn dan wel schijnheilig. Het brave, levenloze katholieke Vlaanderen wordt hier uitgebeeld. Deze houtsnede komt uit 1921, een tijd waarin de goegemeente niet meteen wild werd van dergelijke kunstwerken.


Souvenir de mon pays

'Non, Nooit, Jamais' staat op de borden die de betogers meedragen in Brussel eind 1960, begin 1961: tegen de eenheidswet van de regering van vader Gaston Eyskens protesteren zij. De kreet 'Eyskens buiten!' was toen niet uit de lucht, herinner ik me nog. De wet beoogde de verbetering van 's lands economische situatie, want die dreigde eerder precair te worden: de werkloosheid steeg, in Wallonië werden een aantal mijnen gesloten en Congo was net onafhankelijk geworden. Eyskens wil de problemen oplossen door 7 miljard Belgische frank nieuwe belastingen te heffen, te besparen op onderwijs en landsverdediging, en strengere controle op de werkloosheidsuitkeringen en het pensioenstelsel van sommige ambtenaren. Dit schoot natuurlijk in het verkeerde keelgat, en massale stakingen en betogingen waren het gevolg (bron: Wikipedia). Pour la petite histoire: een klein lichtpuntje voor het geplaagde vaderland was het huwelijk van
Koning Boudewijn met Fabiola. Op 15 december 1960 was dat: heel het land zat voor de buis.

De wet werd toch gestemd, maar de regering Eyskens viel niettemin. Haar opvolger, de regering Lefèvre-Spaak, zal de Eenheidswet toch uitvoeren, gefaseerd weliswaar.

Tegen zoveel sociale afbraak komt Masereel natuurlijk in het geweer: een steeds breder wordende stoet betogers nadert, hun boodschap is overduidelijk, en de Belgische vlaggen wijzen op de eenheid van de bevolking: geen communautair gedoe hier!


Manifestation à Bruxelles, 1961, olieverf op doek

Ook op latere leeftijd had Masereel zijn engagement en weerbaarheid niet verloren, ook al ging het over zijn kleine vaderland. Maar een spannende tijd was het toen wel, dat staat me nog levendig bij. En daar getuigt ook dit schilderij van.

zaterdag 12 augustus 2017

Frans Masereel: groot werk - Oorlog en vrede

Als je de Masereel-tentoonstelling in Oostende binnenkomt, word je vrijwel onmiddellijk met een werk geconfronteerd dat alleen al opvalt door zijn afmetingen: zo'n 7 bij 4 meter is het, tenminste dat schat ik. Zonder meer indrukwekkend! Is dit een Masereel, vraag je je dan af. Het zit zo: zijn goede vriend Henry van de Velde had Masereel verzocht, gevraagd, uitgenodigd het te maken voor het Belgische paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 (in een klein gidsje leer je nog eens iets!). 'La famille en lecture' heet het, in het beste Belgisch mogelijk.

Centraal zitten vader, moeder en dochter rustig en ongestoord van hun boeken te genieten, met een uitbundig stralende zon achter hen: waar kunnen wij nog beter zijn? Ze bevinden zich vlak bij de zee, tussen de zonnebloemen, en het leven speelt zich links en rechts van hen af. Links zie je de stad en de industrie, aan de rechterkant meer natuur, een klein dorpje en schepen die binnen komen gevaren, een man spreidt verwelkomend zijn armen. Een idyllisch tafereel is het, een geïdealiseerde wereld waar 'tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles'. Toch komt het schilderij uit 1937: zo heel voorspoedig was de wereld er toen echt niet aan toe, maar - nog volgens mijn gidsje - past het werk door zijn formaat en het afgebeelde tafereel bij eerder communistisch geïnspireerde propaganda. Masereel had nogal wat sympathie voor dat systeem, hij was een geëngageerd man, maar wat hij hier weergeeft heeft het communisme helaas ooit nooit kunnen verwezenlijken, weten we nu. Maar dat kon de kunstenaar toen dan weer niet bevroeden. (Tegenwoordig is dit kunstwerk te bewonderen in het Antwerpse culturele centrum Nova, op het Kiel is dat).


La famille en lecture, 1937 - olieverf op doek

Bij 'De lezende familie' hoort nog een tweede werk, een muurtekening, ook voor de wereldtentoonstelling van 1937. Het is een muurtekening van 5 bij 7 meter, en stelt 'L'enterrement de la guerre' voor. Of dat werk nog ergens bestaat en te bekijken is, weet ik niet. Wel is op de tentoonstelling een schets van dat werk te zien: een blije menigte draagt gelukkig en juichend de oorlog in een open doodskist ten grave. De oorlog is een monster: zijn voeten zijn tanks, zijn benen  en dijen lopen van kanonnen, ter bescherming van zichzelf draagt hij een gasmasker. Weer volgens het gidsje zijn in de gezichten van de dragers bekende Franse communisten te herkennen, en een paar van hen waren kennissen van Masereel. Een grapjas was hij, ook in zijn engagement.


L'enterrement de la guerre (schets)

Helaas bleek in  september 1939 dat de oorlog in Europa springlevend was: dat heeft Masereel niet kunnen beletten, en velen met hem niet. Maar men kan niet zeggen dat hij de mensen niet gewaarschuwd heeft: dat is onder andere wat een kunstenaar hoort te doen, en een werk als dit blijft jammer genoeg nog altijd actueel. Goed dat die schets ook in Oostende te zien was.

donderdag 10 augustus 2017

Frans Masereel over macht

In het Mu.ZEE van Oostende loopt weer een interessante tentoonstelling: 'Frans Masereel en hedendaagse kunst: verzet in beelden'. Tot 3 september duurt ze nog: talrijke werken van Masereel worden geconfronteerd met die van kunstenaars van nu. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral naar die van de meester/houtsnijder heb gekeken: er waren er zoveel, en zoveel die ik nog nooit gezien had dat ik mijn ogen nog wel een paar uren meer de kost had kunnen geven, gesteld dat mijn concentratie op peil zou gebleven zijn, want, even eerlijk gezegd, na anderhalf uur en iets meer is mijn potje vol, en wat ik er dan nog probeer bij te stoppen en te proppen, daar heb ik eigenlijk zoveel niet meer aan.

Het zal bekend zijn dat Masereel een man was van 'Ni Dieu, ni maître', dat hij, om het eufemistisch te zeggen met macht niet hoog opliep, dat hij daar uiterst kritisch tegenover was. Dat gold voor hem voor de grote politiek, maar net zo goed voor de dagelijkse economische realiteit  en de meester-knecht-relatie. In een tekening uit 1924 zet hij dat echt goed in de verf (dit is een verkeerde uitdrukking: het is een tekening in inkt op papier). Het disproportionele hoofd van de baas domineert heel het kantoor: iedereen is braafjes en gespannen aan het werk, gelukkig zien de gezichten er niet uit, en de man en de vrouw die staan te praten, zijn zeker niet aan het flirten: zij schijnt uitleg te geven of te vragen over het vel papier dat ze vasthoudt. Streng en zonder uitdrukking van enige menselijkheid kijkt 'het hoofd' toe: geen minuut werk mag verloren gaan. Nu wil het toeval dat ik een dergelijke scene ooit live gezien heb: ik was toen 7 à 8 jaar, zat ik de tweede klas, en woensdagmiddag ging ik vader van zijn werk ophalen. Bij Brepols was dat, in wat in Turnhout toen nog echt de Papenstraat heette. En ook daar zag ik toen een 'surveillant' die alle bedienden waakzaam in het oog hield: dat is precies een klas hier, dacht ik toen, dat herinner ik me echt. En zoveel jaren later stel je vast dat Masereel dat ook al gezien had, en niet met kinderogen.


Au bureau - 1925

'Petites dactylos' is en aquarel op papier, ook uit 1924. Masereel was niet alleen een houtsnijder: hij tekende, schilderde en maakte ook aquarellen. En zo zie je meer dan alleen maar zwart-wit in zijn  werk. Je krijgt ongeveer hetzelfde als in 'Au bureau': een zeer struise kantoorchef contrasteert met de veel tengerdere kantoormeisjes. Eentje leest voor wat ze geschreven of getypt heeft, en hoopt ongetwijfeld dat haar werk goedgekeurd zal worden, de tweede staat gedwee haar beurt af te wachten, kijkt ondertussen naar buiten, naar de vrijheid: de ongelijkheid in de werkrelatie is meer dan duidelijk. Ik houd er wel van, van dit soort werk, van deze aanklachten.


Petites dactylos - 1924

In de frivolere wereld berust de macht natuurlijk ook bij de mannen: om de distinctie duidelijk te maken draagt hij hier een bolhoed, de jonge vrouwen, de meisjes zijn nauwelijks gekleed. De titels van Masereels werken zijn in het Frans, en 'Le Choix' betekent 'De keuze', maar als je ziet hoe de vrouwen gekeurd worden, het gaat om een vleeskeuring als het ware, is de correcte vertaling hier 'De keuring', als je het mij vraagt.


Le choix, of 'De keuring' - 1924

Van een jaar later is 'Josephine Baker': de aquarel komt uit 1925, het jaar dat zij voor het eerst in Parijs optrad, in de Folies Bergères. Masereel zat met zijn neus op de actualiteit, dat kun je wel zeggen. Hier zijn de verhoudingen omgekeerd: Zij trekt alles aandacht, en de mannen liggen bij wijze van spreken aan haar voeten: zij heeft hier de macht, toch voor de tijd dat ze optreedt.


Josephine Baker - 1925

Deze vier werken houden zich niet met militair geweld bezig, niet met oorlog, maar net zo goed bevatten ze scherpe kritiek op de manier waarop het 'gewone' leven georganiseerd is. En daarom zijn ze ook op en top 'Masereels'.

woensdag 9 augustus 2017

Chinezen in de Eerste Werldoorlog

Als je nu vertegenwoordigers van een nationaliteit niet in de Eerste Wereldoorlog verwacht, dan zullen het wel Chinezen zijn. Toch waren ook zij er, op het einde dan, vanaf 1917, bij ons in  de Westhoek en in Noord-Frankrijk. Zij waren als gastarbeiders avant la lettre door het Britse leger geronseld: ze werden niet voor de echte oorlogshandelingen gebruikt, wel als logistieke medewerkers, zoals gezegd als arbeiders. Zij werden het 'Chinese Labour Corps' genoemd, en het motto daarvan was 'Hail to the work'! Je moet niet vragen welke Chinees dat bedacht heeft. Maar daardoor heet de tentoonstelling 'Vive Labeur'. 'The British Empire' kon zich in die tijd van alles en nog wat permitteren, ook een kleine volksverhuizing organiseren van mensen van de andere kant van de wereld, die voor de rest met dit in hoofdzaak Europese conflict geen uitstaans hadden. Wie bekreunt zich daarom, moet  het Empire gedacht hebben, het zijn maar Chinezen. Hoe die zich daarbij gevoeld hebben, vertelt het verhaal niet.

In Poperinge loopt nog tot 17 september een fototentoonstelling over het leven en de bezigheden van deze Aziaten: interessant alleszins, en hij belicht een vergeten aspect van de Eerste Wereldoorlog. Je ziet ze bijvoorbeeld aan het werk bij het aanleggen van een spoorlijntje om de munitie te krijgen waar die moest zijn, en als ze er dan is, moeten de obussen natuurlijk netjes gestapeld worden.


Spoorlijntje aanleggen


Obussen stapelen

Kennelijk werkten de Chinezen geen zeven dagen op zeven: er was af en toe ook tijd voor ontspanning. Dan zie je een groep steltlopen, een traditie die ze waarschijnlijk uit hun vaderland meegebracht hebben, maar een Engelse officier heeft de regie in handen en wijst waar ze naartoe moeten. Ook tijdens hun vrije tijd waren ze niet hun eigen baas.


Gecontroleerd steltlopen

Voor alle klussen en karweien werden ze ingezet: moest er iemand begraven worden, dan droegen zij de kist. Het graf hadden ze natuurlijk ook al zelf gedolven. Op de kist die de Chinezen dragen, ligt een Union Jack: ligt daar een gewone soldaat in, of een belangrijke officier, of 'De Rode Baron'?


'Ten grave dragen'

Dat is mogelijk, maar zeker ben ik er niet van. De laatste foto is inderdaad de foto van de begrafenis van de beroemde/beruchte baron Manfred von Richthofen die in 1918 de dood vond, nadat hij zelf 80 vijandelijke vliegtuigen had neergeschoten. De Britten waren zeer beducht voor hem, maar ze hebben hem zelf in Fricourt (Noord-Franrijk) met militaire eer begraven: vier grote bloemstukken hebben ze bij zich, nogal wat mensen waren aanwezig: het respect voor deze vijand was zeer groot. In deze vuile oorlog is dit een zeldzaam bewijs van 'chivalry' zoals de Engelsen zeggen, een daad van ridderlijkheid: eventjes komt de beschaving piepen. De man helemaal rechts, met de pet op, is een Chinees: waarschijnlijk een van de grafdelvers, die nu niet meer nodig is, maar die zich niet kan bedwingen en kijkt naar wie er met enige plechtstatigheid neergelaten wordt in de kuil die hij kort geleden gegraven had (zijn schop staat nog voor de haag voor hem). Beroepstrots heet dat.


Ik ben ook betrokken, vindt de Chinees

Tot in 1920 zijn de Chinezen gebleven: na de oorlog moesten zij alles weer mee opruimen, het land een beetje fatsoeneren, en de gesneuvelden van de slagvelden halen. Leuk werk hebben ze echt niet gehad, deze mensen. Zolang de oorlog duurde, had de plaatselijke bevolking geen 'last' van hen, maar na de wapenstilstand veranderde dat: ze zagen er anders uit, hadden een totaal andere cultuur, niemand verstond hen, en zij begrepen op hun beurt geen West-Vlaams: misverstanden, fricties, conflicten en niet erg menselijke behandeling werden hun lot. Dat krijg je, als je mensen verplaatst omdat je ze alleen als goedkope werkkrachten beschouwt. Op het British Empire is vaak heel wat te zeggen, helaas.

donderdag 3 augustus 2017

Tyne Cot Cemetery

Tyne Cot Cemetery heb ik ook nog eens 'gedaan': het ligt inderdaad prachtig, het is behoorlijk uitgestrekt, de namen van talloze gesneuvelden zonder graf staan op de achterwand gebeiteld: dat zijn die er op de Menen Poort niet meer bij konden. In totaal gaat dat over zo'n 80.000 mensen: het geeft je wel een idee van de omvang van de slachting, en dit zijn alleen nog maar de onbekenden!

Nieuw is een bezoekerscentrum: dat werd in 2008 ingehuldigd door Queen Elizabeth en Prince Philippe, en Koningin Paola (Koning Albert lag toen in het ziekenhuis). Je vindt daar allerlei voorwerpen en medailles, maar het meest troffen mij twee citaten, een van King George V, en een van een gewone, anonieme vrouw.

Dat van George V luidt zo:

'We kunnen echt wel zeggen dat heel de aarde omgord is met de graven van onze doden. Tijdens mijn bedevaartstocht heb ik me vaak afgevraagd of er krachtigere pleitbezorgers voor vrede op aarde zijn in de komende jaren dan deze massale menigte stille getuigen van de troosteloosheid van de oorlog.' (11 mei 1922)

Het woord 'desolation' dat George V gebruikt, heeft veel betekenissen: verwoesting, vernietiging, diepe droefenis, en ook verlatenheid, zoals in 'van God en Klein Pierke verlaten'.

De Koning heeft het wel mooi en treffend gezegd, met woorden die men van mensen van zijn stand mag verwachten: de aarde is omgord, bedevaartstocht, pleitbezorgers, massale menigte, troosteloosheid. Hooggestemd is zijn uitspraak, maar veel gevoel spreekt er volgens mij niet uit.

Overigens gebruikte Prins Charles maandag 24 juli 2017 hetzelfde citaat tijdens de herdenking van de Slag om Passendale op Tyne Cot Cemetery. Dat was een sobere plechtigheid, waarbij naast Britten ook Australiërs, Canadezen, Nieuw-Zeelanders, Ieren en de vier Duitsers die op Tyne Cot liggen werden herdacht.


Het citaat van King George V (1922)

De onbekende jonge vrouw (de verloofde van John Low) drukt het zo uit:

'Het idee dat Jock voor zijn land gestorven is, troost me niet. Zijn herinnering is alles wat ik nog heb om lief te hebben.' (10 januari 1918, toen de oorlog nog niet afgelopen was).

Zij gebruikt geen grote woorden, zij gelooft ook niet in de leuze 'Dulce et decorum est pro patria mori' zoals Horatius ooit dichtte, maar een bewering die door Wilfred Owen, die zelf sneuvelde exact een week voor de wapenstilstand, met kracht werd bestreden. Wat de verloofde nog heeft, is alleen een herinnering om lief te hebben: met simpele woorden drukt zij de rampspoed van de oorlog raker uit dan George V. De twee citaten die in het bezoekerscentrum tegenover elkaar hangen, contrasteren enorm. Je kunt moeilijk niet gepakt zijn door de 100 jaar oude woorden van de eenzame verloofde.


Het citaat van een gewone vrouw (1918)

Zondag 24 juli had de grote herdenking van de slag dan plaats op de Grote Markt van Ieper: de BBC had kosten noch moeite gespaard, een en ander was zonder meer onberispelijk, zou je kunnen zeggen. Of niet? Waar was Angela Merkel, waar waren de staatshoofden en/of de regeringsleiders van de andere strijdende naties? Het was een puur Britse aangelegenheid, alsof alleen zij offers gebracht hebben, alsof de anderen  niet geleden hebben. Ze gedenken de slachtoffers wel, maar tezelfdertijd hun overwinning, heb ik het gevoel. In honderd jaar is er toch wel iets veranderd in Europa? Hetzelfde gevoelen krijg ik op Tyne Cot Cemetery: een beetje 'pomp and circumstances' hangt daarover, zeker als je het vergelijkt met Vladslo.

Dat we die slachtingen moeten blijven gedenken, staat buiten kijf, en de oorlogsbegraafplaatsen mogen we ook nooit wegdoen. Misschien leert heel de wereld er ooit wat van: het ware te hopen.


Bij wijze van spreken: The crosses row on row . . .