woensdag 9 april 2025

Grootjuffrouw Johanna de Boer

In de regel liggen mensen in België op een kerkhof begraven, tegenwoordig ook wel begraafplaats genoemd. Het nieuwe kerkhof van Turnhout, op de Steenweg op Merksplas, heet 'begraafpark'. Dit vind ik nu een niet echt passende naam voor zo'n plaats: 'park', alsof er ook een speeltuin bij hoort, en een zwembad natuurlijk, alsof, God verhoede, de overledenen 's nachts in alle sombere duisternis met elkaar spelletjes zouden spelen. Niets van dat alles is al vastgesteld: het is dan ook geen park, maar een begraafplaats. En dan doen we het dan ook mee.

Nu was ik in november op het begijnhof, ik rijd scootmobielgewijs rond de kerk, en achter die kerk kom ik bij een graf uit, niet zomaar een graf, maar dat van de laatste Grootjuffrouw van dit begijnhof. Dat staat trouwens op haar graf, waarop volgende tekst te lezen valt: 'Zuster Johanna de Boer / Grootjuffrouw / Laatste Begijn van Turnhout / Geboren Rotterdam 27 januari 1908 / Gestorven Turnhout 28 januari 2002. Ze is dus 94 jaar geworden, om heel precies te zijn 94 jaar en 1 dag. Ze was dus Nederlandse, en heeft ook eerst geprobeerd in te treden in het begijnhof van Breda, maar dat kostte haar te veel, en bijgevolg is ze naar Turnhout gekomen. In 1939 startte ze hier als kandidaat-begijn, en in 1941 werd ze officieel begijn. In 1953 werd ze grootjuffrouw, wat ze bleef tot haar dood. Als je van Rotterdam komt, in Breda niet in kunt treden, maar tenslotte in een ander land wel, dan kan je wel spreken van een echte roeping: ongetwijfeld vond zij dat zo haar levensweg moest lopen.

De tekst op Johanna de Boers graf

In 1999 verhuisde ze naar het rusthuis Sint-Lucia, ze was toen 91 jaar oud. Vanaf toen woonden er geen begijnen meer op het begijnhof van onze stad. In Sint-Lucia heeft ze nog 3 jaar geleefd. Ze overleed op 28 januari 2002, juist een dag na het 94ste verjaardag. Ze is meer dan 60 jaar begijn geweest. Toen ze stierf waren er in ons land nog vijf begijntjes. Nu is de beweging helemaal uitgestorven. 

Zo gaat het met ons: We moeten allemaal de weg van alle vlees gaan.

 

Haar graf, dat ook beschouwd kan worden als een monument voor grootjuffrouw Johanna de Boer.

maandag 7 april 2025

De lente in Olmen

Een van mijn afstammelingen is met zijn vriendin en hun twee kinderen de stad ontvlucht; laten we Antwerpen inderdaad maar een stad noemen, soms moeten we clement zijn. Ze wonen nu nipt op de rand van de provincie, bijna net niet in Limburg, in volle Kempen. Wat ook heet 'op den buiten', in Algemeen Nederlands 'op het platteland'. En daar zie je dus veel eerder de tekenen van de vroege lente: madeliefjes à volonté bijvoorbeeld.

Madeliefjes à volonté: de aankondigers van de lente

De boerderij waar het gezinnetje is gaan wonen, heet 'Zwaluwhof', maar op dit ogenblik schitteren deze gevleugelde vriendjes vooral door hun afwezigheid. Ze zijn er nog niet, alsof ze weten dat er hier nog een koude snijdende wind blaast. of ze hebben een ingebouwde barometer die hen het weer van West-Europa mededeelt. Ik ieder geval, ze zijn er niet, te vroeg is te vroeg. Dieren die je hier wel ziet: paarden, hier wordt aan hobbylandbouw gedaan noemt mijn zoon dat. Zelf -  zijn vriendin en hij -  gaan ze schapen laten aanrukken, voor een toekomstige wolmultinational denk ik dan. Hoewel, aanrukken is voor schapen het verkeerde werkwoord. Ze behoeven wel een goede belhamel, dan volgen ze die stapvoets, of stappoots en op hun gemakje. Sneller zal het niet gaan, aanrukken of uitrukken doen schapen niet.

Hobbypaarden

Voorlopig is er een haan die overdag kraait zoals het hoort: Cantecleer noem ik hem. En een paar kippetjes en een kuiken: je moet klein beginnen als je groot wil eindigen. Die haan is een prachtig dier, wit hoofd en nekpartij, lager zwart met witte toetsen van zijn veren. Wat voor ras het is, weet voorlopig niemand, maar tot iemand mij tegenspreekt houd ik het bij 'Kempisch hoen'. Hij komt voor zowel in de Belgische als de Nederlandse Kempen, een grensoverschrijdend dier is het.

Grensoverschrijdend: waarschijnlijk Kempisch hoen

Je kunt dus een leuk toertje maken in de buurt van het Zwaluwhof, maar in deze tijd van het jaar ontmoet je echt niet veel mensen: het toeristische seizoen is duidelijk nog niet bezig. De toeristische infrastructuur staat er werkloos bij, paarden blijven nog zonder menselijk vracht.

Zitbank langs een wandelpad, wachtend op toeristen

Paard, wachtend op de eerste ruiter van dit jaar

Toch bloeien de bloempjes met enige ijver, het speenkruid bijvoorbeeld. Mooie gele stervormige bloemen heeft dit kruid, het groeit niet echt hoog (tot 20 cm, maar vele plantjes zijn kleiner). Van maart tot mei komt speenkruid algemeen in Europa voor, in gemengd loofbos, bij heggen, op vochtige schaduwrijke plaatsen. Een kleine beauty is het.

Speenkruid, klein maar fijn, a beauty

De naam 'Zwaluwhof' is ook te bezichtigen: bij afwezigheid van de diertjes lees je hun naam toch al.

Spreekt voor zichzelf

Een pinksterbloem is mijn laatste opname. Die bloeit van april tot juni, zelfs al voor Pasen, wordt tot 40 centimeter hoog, en je vindt ze aan waterkanten, vochtig bos en grasland, algemeen in vrijwel heel Europa. Een fijn teer bloempje is het.

Vroege pinksterbloem.

Sensationele planten, bloemen en dieren heb ik niet gezien, maar mooi en interessant vond ik het allemaal wel. Meer moet dat niet zijn, toch?

vrijdag 4 april 2025

Zonnewijzers in Turhout

Om de precieze tijd aan te duiden zijn zonnewijzers al lang uit de mode: de juiste tijd wordt bekend gemaakt door atoomklokken tegenwoordig. Of er in onze stad een atoomklok actief is, weet ik niet, maar het zou me verbazen. Maar ik weet wel van twee zonnewijzers, een grote en een kleine. Die grote is te zien op de zuidgevel van de Sint-Pieterskerk, de kleine staat in de buurt van de kerk van het begijnhof.

Van die grote kun je bij zonnig weer een mooie duidelijke foto nemen, met de tekst in het Latijn en het Nederlands uit de zeventiende eeuw, schat ik. En je kunt zelfs lezen waar de tekst vandaan komt: uit Epheziërs IV 20, wat dus verwijst naar 'Brieven van Paulus aan de Epheziërs, hoofdstuk IV, vers 20'. Als je dat gaat zoeken, vind je wel Hoofdstuk IV, en dan moet je meer bepaald vers 26 hebben. Daar staat te lezen: 'Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan;' Op onze zonnewijzer wordt dat dan: 'de sonne die magh niet ondergaen over uwen thoren'. En zo heb je nog een woordspeling met toorn (woede, boosheid) en toren. Dat je in vrede met iedereen en jezelf in zou moeten slapen, ligt een beetje voor de hand: je ligt beter niet overhoop met je naasten, je familie of je geliefden, dat behoeft geen verder betoog. Ik vraag me af hoe Trump in slaap valt: die man is zijn  eigen zon, hij gaat nooit onder, bijgevolg geen probleem!

De sonne die magh niet ondergaen over uwen thoren (Ephes IV 26) 

Op het Begijnhof staat nog een zonnewijzer, een zonnewijzertje in feite. Hij is niet vergezeld van enige diepzinnige uitspraak, noch kun je erop zien hoe laat het toen was: de foto is genomen in de grijze novembermaand van vorig jaar. De zon kreeg toen wekenlang geen kans, en voor die zonnewijzer bestond de tijd toen in feite  niet. De zonnewijzer van de Sint-Pieterskerk duidt volgens mij de middag aan, 12 uur dus. Maar in september leefden we nog in de zomertijd, wij liepen dus twee uur voor op de zon, voor haar was het dus al twee uur in de middag. Einstein zei al de tijd relatief is: het heeft iets te maken met beweging en afstand tot een punt; maar vergeef me, meer uitleg heb ik niet, ik ben geen fysicus. Met onze zomer- en wintertijd hebben we het nog een beetje ingewikkelder gemaakt: waar de nietige mens groot in kan zijn!

 
 
Zonnewjjzer zonder tijd en boodschap
 
 
Ten slotte: ik ben alleen nog benieuwd waar in Turnhout de Kempische atoomklok staat. Waarschijnlijk op het kabinet van de burgemeester: ik zal Hannes Anaf eens bellen of mailen, dan kom ik er wel achter!

donderdag 3 april 2025

Dürer in Antwerpen III

Ten slotte wil ik het nog over vier werken hebben die ik om uiteenlopende redenen merkwaardig vind. De eerste heet 'Nemesis', een godin uit de Griekse mythologie; zij stelt de meedogenloze godin van de gerechtigde wraak voor. Ze lijkt een soort van engel met stevige vleugels. Poedelnaakt is ze, staat op een wereldbol, en wandelt of zweeft boven die wereld op de rand van de wolken. In haar rechterhand draagt zij de beker der overwinning, een vroege voorloper van de Beker der Landskampioenen zeg maar - over haar linkerarm hangen teugels en een toom, voorwerpen waarmee iemand in bedwang kan gehouden worden. Als je goed kijkt, zije nog de vingers van haar linkerhand. Ze loopt voor een stralend witte hemel, het dorp onder haar eerder grijs.Dürer zou dat landschap getekend hebben in de Alpen.

Wat ik aan deze Nemesis zo merkwaardig vind: ik had ze nog nooit gezien, en tezelfdertijd toch wel. Ze doet mij heel sterk denken aan de 'Pornocrates' van Félicien Rops: ze lopen allebei van links naar rechts, maar in plaats van straf of beloning leidt de naakte vrouw van Rops een varken, niets meer. Natuurlijk kan Dürer het werk van Rops nooit gezien hebben: ik krijg het vermoeden dat Rops de Nemesis wel gezien heeft. Of dat waar is, weet ik niet, maar merkwaardig blijft het wel.

Nemesis, c. 1502, gravure

Laat ik nog eventjes naar mijn familie terugkeren: er is een houtsnede die heet 'De verloving van Maximiliaan met Maria van Bourgondië uit de Ehrenpforte, c. 1512-1515. Maria was al in 1482 gestorven, ten gevolge van een val van haar paard, dat is genoegzaam bekend. Maximiliaan en Maria kunnen dus onmogelijk samen voor hem geposeerd hebben, maar dat was niet zo belangrijk: deze houtsnede moest een deel zijn van een triomfboog of erepoort, die dan weer een deel was van Maximiliaans propagandapolitiek waarmee hij zijn militaire successen en zijn dynastieke kracht verheerlijkte. De kleine luiden werden dan verondersteld te denken en vooral te zeggen: 't Is toch ne straffe, onze Max!' 

Op momenten van overdreven pretentie pleeg ik die Maria wel eens te benoemen met de term 'Tante Marie'. Helaas, en al maar goed, heb ik met het Huis van Bourgondië niets te maken. Mijn oudste stamvader heb ik in Woensel (Eindhoven) gevonden: in 1705 heette die Jan de Fransman, en in 1715, toen hij genoeg Brabants geleerd had, Jan van Bourgondiën. Zijn zoon Peter is in 1720 in Turnhout getrouwd,  op 29 december, vlak voor Nieuwjaar. Grapjas moet die Peter geweest zijn, of een viriel manneke? U begrijpt dat dit niets meer met Dürer te maken heeft, waarvoor mijn excuses. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De verloving van Maximiliaan met Maria van Bourgondië uit de 'Ehrenpforte', c. 1512-1515

Dan is er nog een portret van Erasmus, door Dürer gemaakt in 1521, maar pas in 1526 gepubliceerd. Volgens de gids blijft de reden waarom dat 5 jaar geduurd heeft onduidelijk, maar sommige kenners suggereren dat Erasmus in Dürers achting zou gedaald zijn, omdat hij na de Thesenanschlag door Luther de kerk trouw is gebleven, terwijl de kunstenaar zelf door de nieuwe godsdienst zou geporteerd zijn. Dürer van wie ik in de eerste tekst veronderstelde dat hij katholiek was, bleek in zijn latere leven een medestander van de nieuwe godsdienst, het protestantisme, geworden te zijn.

Het portret, dat in het Latijn 'imago' heet, is volgens de tekst links boven 'ad vivam effigiem deliniata', dat wil zeggen 'naar levend portret (of model) getekend'. Hans Holbein de Jongere heeft een gelijkaardig portret geschilderd, met Erasmus aan het werk, 'schrijvend', zoals bij Dürer, want een geleerde slijt zijn dagen niet in ledigheid. Ook bij Holbein draagt de humanist hetzelfde hoofddeksel en kijkt hij naar links. En er liggen bij hem best wat boeken die hij kan raadplegen: hij werkt niet zomaar in het ijle weg. De geleerde wordt met alle eerbied afgebeeld.

Portret van Desiderius Erasmus, 1526, gravure

In 1515 vervaardigt Dürer een houtsnede van een Indische neushoorn, 'rhinocerus' staat rechts boven de afbeelding van het dier. Het opmerkelijke is dat Dürer nooit een levende neushoorn gezien heeft, geen witte, geen grijze, geen Indische, geen Afrikaanse. Openbare dierentuinen waren nog niet 'uitgevonden', en over vliegtuigen en verre reizen zal ik maar zwijgen. Dit werk is gebaseerd op mondelinge beschrijvingen en schetsen. En je moet zeggen: je kunt niet beweren dat daar een gnoe of een buffel staat. Honderd procent realistisch is het beessie niet, maar het kan en best mee door, met zijn platen op zijn lijf. Zo dringt de nieuwe wereld ook in het oude Europa door.

Rhinocerus, 1515, houtsnede

Deze tentoonstelling is heel erg de moeite waard: je ziet Dürer als kunstenaar van het christendom, van de nieuwe tijd, in dienst van vorsten. En door zijn  bekende monogram ook als zelfbewust artiest. Zonder meer interessant dat hij na 500 jaar nog eens naar Antwerpen gekomen is. Tot 14 april nog te bezoeken.

dinsdag 1 april 2025

Museum De Reede: Dürer in Antwerpen II

Dürer had het niet alleen voor Maria, hij beeldde ook graag vrouwen zonder hun verpakking af. Zo bijvoorbeeld 'Vier naakte vrouwen' of 'De vier heksen'. Die laatste naam krijgt deze gravure in de zeventiende eeuw. Waarom vertelt de gids bij de tentoonstelling niet. Boven de vier dames hangt een bol met de datum, 1497, en met de letters OGH, en wat die betekenen is mij ook niet bekend, en de gids evenmin. Deze vrouwen zitten goed in het vlees - 'goed gedraaid van oren en poten' klinkt eerder oneerbiedig, maar het staat er toch maar - het zijn zeker geen skinny beauties die tegenwoordig het schoonheidsideaal voorstellen. Ook opmerkelijk: twee zijn alleen ruggelings te zien, van een derde zie je alleen het hoofd, van de rechtse zie je wel de voorkant, borsten incluis, maar een niet toevallige sluier verbergt haar intiemste onderdeel: we kunnen hier niet van preutsheid spreken, maar alle remmen los is nog iets anders. Links is ook nog een duivelskop te zien, naast de voeten van de tweede ligt een doodskop: Enige waarschuwende moraal is deze gravure niet vreemd. Maar ja, 1497 is nog zeer vroeg in de renaissance. En de vier dames zijn zeer verschillend van de Maria's en Madonna's van Dürer. We zijn een andere weg ingeslagen, zoveel is wel duidelijk zichtbaar.

Vier naakte vrouwen, of 'De vier heksen', 1497, gravure

Een gewone, poserende naakte vrouw zien we in de gravure 'Het zeemonster of Meerwunder' uit c. 1498. Dat zeewonder is natuurlijk de mooie jonge vrouw, het zeemonster is dan de oude man met zijn vissenstaart die haar meevoert, de rivier in. Hij heeft een soort van stekelig gewei met vier scherpe punten, als schild gebruikt hij het schild van een schildpad, en hij heeft zijn rechterhand al om haar linkerarm geslagen. Zij moet zich wel bewust zijn van wat er te gebeuren staat, want erg gelukkig ziet ze er niet uit. Deze gebeurtenis wordt in verband gebracht met allerlei mythen en sagen: uit de gids citeer ik: 'De meest overtuigende is de schaking van de Longobardische koningin Theudelinde door een zeemonster.' Van die Theulinde had ik nog nooit gehoord, maar zij was inderdaad een Longobardische koningin die overtuigend tegen het arianisme gevochten heeft. Ze heeft geleefd van ongeveer 570 en is gestorven in Monza in 627. Zij betekende dus wel iets in haar tijd, maar over een schaking door een zeemonster heb ik niets gevonden.

Het zeemonster of 'Meerwunder', c. 1498, gravure

'Sater en nimf' wordt ook 'De saterfamilie' genoemd, maar van familie is eigenlijk geen sprake. Hij speelt vrolijk op zijn schalmei, heeft uit de kluiten gewassen bokkenpoten en op zijn kop de bijpassende hoorns; bovendien is hij flink behaard. Zijn erectie bewijst zijn zichtbare viriliteit. De vrouw is helemaal wit, blank zou ik eerder zeggen, ze ligt op een witte vacht en zorgt voor haar baby: ze zijn het tegendeel van de sater. Die staat voor de natuurlijke driften van de man, die met zo'n gedrag niet fatsoenlijk voor vrouw en kind kan zorgen. Moraliserend plaatje is dit, het tweede al.

Sater en nimf, of 'De saterfamilie, 1505, gravure

Tot slot van dit deeltje: de aartsengel Michaël in gevecht met de draak. Michaël komt van boven links en steekt met alle kracht en geweld zijn lange lans door een van de strotten van de draak. Het is een zevenkoppig monster, hij heeft dus ook zeven strotten: je krijgt zo'n dier niet op een twee drie dood: kwaad uitroeien vraagt zijn tijd en inspanning en moeite. Rechts van de aartsengel perforeert een engel-boogschutter een tweede drakenstrot, boven rechts haalt nog een engel een zwaard tevoorschijn, en rechts boven komt een tweede engel-zwaardvechter ook zijn bijdrage aan het gevecht leveren. De strijd tegen het kwaad kan niet hevig genoeg zijn! Een en ander speelt zich dan af boven een vredig dorpje met kerktoren en links een waterput, alsof er niets aan de hand zou zijn. Wat zich in hemelse sferen afspeelt, bereikt de gewone sterveling niet...

De aartsengel Michaël in gevecht met de draak, c. 1496, houtsnede

De aartsengel Michaël in gevecht met de draak: Dit zou best het symbool van Brussel kunnen zijn, maar daar dienen andere kunstwerken voor.

zondag 30 maart 2025

Museum De Reede: Dürer in Antwerpen - I

Museum De Reede in Antwerpen pakt af en toe uit met een tentoonstelling om vol eerbied u tegen te zeggen. Nu is Albrecht Dürer an de beurt, nog tot 14 april. Die man leefde van 1471 tot 1528, werd geboren en stierf in Neurenberg. Hij is een van de belangrijkste renaissancekunstenaars van noordelijk Europa. De tentoonstelling heet 'Dürer in Antwerpen', en dat is een woordspeling: bijna alle werken op de expo zijn van Dürer, maar in 1521 verbleef Dürer zelf een jaar in Antwerpen. Meer dan 500 jaar later is hij er nu terug, met gravures, etsen en houtsneden.

Een eerste indrukwekkende werk is niet van hem, maar van Martin Schongauer, die een belangrijke inspiratiebron voor Dürer was. Hij leefde in Colmar, en de jonge bewonderaar reist naar hem toe, maar toen hij in de stad aankwam, was Schongauer kort daarvoor overleden. Zijn gravure 'De grote kruisdraging' is zonder meer indrukwekkend, doet allerminst middeleeuws aan, maar ademt volop de nieuwe tijd. Veel meer mensen dan er op dit werk staan, kunnen er niet meer bij. Centraal zien we Christus, gevallen onder het gewicht van zijn kruis, de man vlak achter en de twee naast het kruis vertonen geen spoor van mededogen, maar proberen hem op te jagen en aan te vuren, keihard zijn ze. De gevallene met zijn doornenkroon heeft al zo veel afgezien dat zijn gezicht alleen nog uitputting verraadt: dramatisch is het tafereel in ieder geval. De vrouw naast die agressieve Romein (Maria, Maria Magdalena?) valt zo goed als bewusteloos. Lange steekwapens benadrukken de heftigheid van het tafereel: het gaat tenslotte om het vermoorden van de onschuld. Best te verstaan dat Dürer een bewonderaar was van Schongauers werk, en hem wilde ontmoeten.

Martin Schongauer, De grote kruisdraging, c.1479, gravure

Nogal wat prenten hebben met het christendom te maken, met het katholicisme zullen we maar zeggen, want het protestantisme had toentertijd nog geen wortel geschoten. Dürers 'Madonna met kind en een aap' vind ik wat ik een charmante gravure kan noemen (ze dateert uit c. 1498). Een lieflijk tafereel van moeder en kind is het, waar bij het kind op zijn handen een vogel en zijn jong heeft zitten: een afspiegeling van moeder en kind kun je erin zien. En dan kun je je afvragen: wat zit die aap daar te doen? Die zit vastgeketend aan de afsluiting van de tuin, en hij staat symbool voor de zondige impulsen van de mens, die dan weer geketend zijn door de komst van Christus. Dat aapje heeft ook twee kleine hoorntjes: een duiveltje is het dus; het is ook al geen mooi dier. Als je goed kijkt, kun je aan de horizon een kerktoren zien: die waren er natuurlijk nog niet toen Christus een baby was: een mooi anachronisme is dat. Onderaan in het midden is ook het bekende monogram van Dürer te zien.

Albrecht Dürer, Madonna met kind en aap,  c. 1498, 1498, gravure

Dürer heeft ook een reeks gewijd aan 'Het leven van Maria'. 'De vlucht naar Egypte' is er daar een van. Het wil mij voorkomen dat die vlucht vaak door een woestijn gaat of door een leeg landschap: vluchten is een eenzame en onbeschermde onderneming. Bij Dürer trekt het gezelschap door een dicht begroeid woud, met exotische planten. De drakenbomen heeft hij van Schongauer. Rechts boven zijn een dozijn of daaromtrent putti getuigen van de vlucht, en ze zullen de vluchtelingen waar nodig steun en bescherming bieden; tenminste dat denk ik dan.

 

De vlucht naar Egypte, c. 1505, houtsnede

Een ander geliefd onderwerp uit werken over Maria is 'de dood van Maria'. Hugo van der Goes heeft daar een prachtig schilderij over gemaakt. Hier ligt Maria centraal in een hemelbed, omringd door de apostelen, allemaal in een andere houding, wat enig leven aan de houtsnede geeft, die overigens eerder donker is. 

De dood van Maria, 1510

Laat ik mijn eerste tekst over Dürer  maar  afsluiten met mezelf: 'De lezende Heilige Antonius', een gravure uit 1510. Ik draag officieel dezelfde voornaam, en ik heb best wat gelezen in mijn leven, maar heilig kan ik me met de beste wil van de wereld niet noemen: een mens kan niet alles hebben. Ik heb nog goed moeten zoeken naar die Antonius: hij zit van onderen, rechts van met midden. Dürer  bewijst in deze gravure vooral zijn meesterschap in de tekening van de stad op de heuvel: best gedetailleerd is die. En het katholieke geloof wordt nog eens duidelijk weergegeven door het kruis in het midden van de tekening. Want katholiek moet Dürer wel geweest zijn: aan Maria's en Madonna's geen gebrek in zijn werk. In die zin was hij een man van zijn tijd. Maar hij behandelde ook andere onderwerpen: een pilaarbijter is hij zeker niet geweest.


De lezende Heilige Antonius, 1510, gravure 

vrijdag 22 november 2024

Park Güell

Park Güell is een werk van Gaudi dat het tot 'Werelderfgoed' gebracht heeft; zo zijn er nog zes of zeven in Barcelona, plaatsen of gebouwen die tot werelderfgoed uitgeroepen zijn, en niet allemaal van Gaudi natuurlijk. Het was niet de bedoeling van de opdrachtgever om op die hoogte boven Barcelona een park aan te leggen. Güell gaf Gaudi de taak daar een tuinstad te bouwen; 60 huizen met alles erop en eraan. Daar is echter zo goed als niets van gekomen: vlak bij de ingang staat een modelvilla van die stad. En dat gebouw is dan weer een werk van Francesc Berenguer, een van de medewerkers van Gaudi. Andere villa's of huizen zijn er niet meer gebouwd: er was geen vraag naar. De steenrijke Güell kon ook wel eens verder springen dan zijn stok lang was: torenhoge ambitie pakt niet altijd even goed uit.

Francesc Berenguer: modelvilla van de niet gebouwde tuinstad

Hoewel Park Güell geen pretpark is, en ook geen sprookjesbos, deed het mij toch denken aan De Efteling, maar dat kan ook aan mij gelegen hebben. Vlak bij de ingang zijn twee hoofdgebouwen opgetrokken: die doen tenminste sprookjesachtig aan. Het eerste is de portiersloge. Je ziet een blauw-wit betegelde toren, met een vierarmig kruis erop, lager een witte, fantasierijke kroonlijst, en een donkerdere gelijkvloerse verdieping. Naast de hoge toren zie je ook een kleinere: dat blijkt een vliegenzwam te zijn, maar ook in blauw en wit.

De portiersloge

Het huis van de bewaker heeft een andere kleurencombinatie: lichtbruin en wit. Een  lange, slanke toren ontbreekt hier. In de kroonlijst laat Gaudi zijn fantasie weer de vrije teugel. Het dak zelf heeft een kleiner torentje: dat is nog een vliegenzwam, maar dit keer in zijn natuurlijke kleuren. Geef toe, deze twee gebouwen hebben iets Eftelingachtigs.

Het huis van de bewaker

De Hypostylehal met 84 scheve, Dorische zuilen was bedoeld als marktplein voor het landgoed. Dan moeten we natuurlijk nog weten wat een hypostyle is: het is een ruimte waarvan de dakbedekking gedragen wordt door zuilen of pilaren. Daar loopt overigens best wat volk rond, niet zozeer voor de zuilen, maar wel voor de zoldering, want daar is van alle fraais op te zien.

De hypostylehal, het marktplein van het landgoed

Die zoldering toont allerlei tekeningen van de zon, verschillend allemaal natuurlijk, die meer dan best het bekijken waard zijn, ze zijn zonder meer schitterend! Zij zijn het werk van Jujol, met wie Gaudi meermaals samengewerkt heeft.



Drie zonnen van Jujol

Je kunt ook op de hypostylehal komen, en dan heb je het mooiste uitzicht. Ook op de hagedis, of beter de draak van Gaudi. Dat dier is zowat het symbool van Park Güell geworden: zeer kleurrijk en aantrekkelijk in ieder geval!

De draak van Gaudi: het lijkt alsof hij uit zijn bad komt gekropen. Ik geef toe, daar zijn ooit betere foto's van genomen.

Gaudi had best wat pijlen op zijn boog: hij bouwt een basiliek om ontelbare keren U tegen te zeggen, hij ontwerpt huizen en appartementsgebouwen om als architect jaloers op te zijn, en een park dat werelderfgoed is. Hij was wel iemand, Antoni Gaudi, dat staat als een paal boven water!