dinsdag 17 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre III (ziek)

Dat bijna kerstekind Augustine heeft echter niet lang geleefd: in december 1904 werd ze ziek: tbc, een ziekte die in die tijd na korte tijd fataal was. Het is bekend dat ze op laatste keer als naaktmodel fungeerde op 12 december 1904 (Erwin Joos, boek over Augustine Pautre, blz. 181). Nadien heeft Van Mieghem haar talloze malen getekend tijdens haar ziekte en aftakeling.

'Augustine somber' is getekend circa 1904: dat kan dus ook in 1903 geweest zijn. Of ze op het moment van deze tekening al ziek was, weet ik niet: afgemagerd is ze nog niet, maar echt florissant ziet ze er ook niet uit: zo ken ik haar niet van andere tekeningen.


Augustine somber, zwart krijt, ca. 1904, 38 x 22 cm

Op de volgende tekening ziet Augustine er echt deerniswekkend uit: daar hoeft verder geen commentaar bij.

Augustine ziek, na 1 febr. 1905,13,2 x20,7 cm

                                                                                                                                                                                                                    

 Augustine ziek te bed, zwart krijt, na 27 januari 1905,12 x 20,5 cm

Augustine ziek, sanguine, gedat. 1905, 21 x 17.5 cm

Op laatste tekening, een sanguine, lijkt de dood al uit haar ogen te kijken. En zo was Van Mieghem ze muze al kwijt.

Voor de volledigheid: een sanguine is een tekening met roodbruin krijt

 

zondag 15 januari 2023

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre - II

Augustine was een onuitputtelijke bron van inspiratie voor Eugeen van Mieghem: hij beeldde haar af in huis, tijdens haar dagelijkse bezigheden, wanneer ze met haar kind bezig was, in het mondaine leven, maakte portretten van haar, en vele naakten.

Een portret dat mij bijzonder treft, is 'Augustine dromerig' uit 1904. Ze stond bekend om haar schoonheid, en dat blijkt wel uit deze tekening: misschien is ze de wereld om zich heen vergeten, is ze alleen bij zichzelf, maar ze kan net zo goed rustig zitten te lezen: haar blik is naar beneden gericht. Het gaat hier niet om de blouse die ze aan heeft, noch om de precieze weergave van een prachtig kapsel. Van Mieghem is het hier te doen om de het beeld van haar mooie gezicht: mooie neus, dito mond en een kaaklijn die daar natuurlijk ook bij past. Ingetogen is dit portret alleszins, en geef toe, echt mooi was ze, de Augustine van Eugeen, die haar prachtig op papier gezet heeft.

Augustine dromerig, 1904, zwart krijt, 12,6 x 17,3 cm

Ik heb al gezegd dat het huwelijk Van Mieghem-Pautre niet in het geld zwom, en een model laten poseren kost ook geld. Dat probleem is op te lossen als je eigen vrouw bijzonder mooi is, en zo gebeurde: in het begin poseert Augustine schroomvallig met de borsten bedekt, maar na een tijdje gaat ze voluit, ook voor bevriende kunstenaars van Eugeen. In het onderstaande 'Augustine als model' is haar gezicht duidelijk te herkennen, net zoals haar schroomvalligheid: met haar rug naar de toeschouwer kijkt ze eigenlijk een beetje weg: zacht en teder zit ze daar, zeker niet als de laatst verkozen Miss Universe. Mooi vind ik deze krijttekening.


Augustine als model, gekleurd krijt, ca. nov 1904, 29,2 x 22,5 cm

Van een andere aard is het naakt met sigaret: ze zit en profil een sigaret te roken, met kousen die tot boven de knie komen, en aan een halsbandje hangt een camee, haar rechterborst is duidelijk zichtbaar. De sfeer doet me nog denken aan huizen voor meisjes van plezier, maar dat is wat ik er in zie, dat is mijn verantwoordelijkheid.

Augustine als model (met sigaret), gekleurd krijt, ca. nov 1904, 26,5 x 17 cm

Een staand naakt vind ik ook best geslaagd: Augustine staat weer van de toeschouwer afgewend, alsof ze verlegen zou zijn, te preuts en timide om haar voorzijde te tonen. Ze lijkt zich ook tegen de muur te willen verstoppen, maar het is natuurlijk wel Eugeen die haar zo heeft doen poseren. Je moet niet al je kostbaarheden zomaar op straat gooien, kan hij gedacht hebben. Maar waarschijnlijk vond hij het gewoon een mooie houding om te tekenen.

Augustine als model, 1904, gekleurd krijt, 29,5 x 17,5 cm

Ik heb bij De Reede een interessant boek gekocht: 'Eugeen Van Mieghem, 1875-1930, Augustine Pautre' van Erwin Joos. Het hoort niet speciaal bij deze tentoonstelling, het dateert al van 2015, maar de talrijke afbeeldingen maken het des te boeiender. En je krijgt in twee talen, Nederlands en Engels, een beschrijving van zijn carrière en hun levens. Voor een beter begrip: Erwin Joos is de specialist par excellence als het over Van Mieghem gaat. Hij is trouwens de curator van het 'Van Mieghem Museum', ook een bezoek meer dan waard.

Eugeen van Mieghem: Augustine Pautre- i

Museum De Reede aan de Ernest van Dyckkaai in Antwerpen heeft af en toe een mooie tentoonstelling: 'Augustine in liefde en leed' heet de huidige (vandaag sluit die overigens). Augustine was de vrouw van Eugeen van Mieghem, aan wie hij heel wat werken gewijd heeft, in voor- en tegenspoed. Hij had haar leren kennen aan de Antwerpse Academie, waar ze beiden opleidingen volgden. Augustine Pautre - zo heet ze voluit - wordt geboren op 22 december 1880, bijna een kerstekind is ze. Haar vader Paul-Henri, een Zwitser - Augustine heeft ook de Zwitserse nationaliteit - sterft al in 1883 zodat de moeder er met haar dochter alleen voor staat: ze trekt met haar van Merksem naar Antwerpen, waar ze in de periode 1884-1900 twaalfmaal verhuizen: dat doe je niet als je goed in de slappe was zit. In januari 1902 trouwen Eugeen en Augustine, allerminst tot grote vreugde van Eugeens moeder: haar schoondochter genoot helemaal niet van een goede reputatie! Op 11 november 1902 wordt een zoontje geboren, ook een Eugeen. 

Van moeder en dochter heeft vader Eugeen een idyllisch doek geschilderd: het kan niet anders dan uit 1903 komen. Het is een werk met veel licht, wat bij Van Mieghem niet zo vaak voorkomt, in een soort van impressionistische stijl. De twee zitten op Linkeroever: in de verte, links van het hoofdje van de kleine Eugeen zie je de toren van de Antwerpse kathedraal, op de rivier komt een schip aangevaren waarvan je de mast naast de toren ziet: familiegeluk in lichte en zachte kleuren. Merkwaardig schilderij voor Van Mieghem!

Augustine met de kleine Eugeen, olieverf op doek op paneel, 1903, 44 x 29,2 cm

Eenzelfde lichte, gelukkige sfeer hangt over een tekening in kleur: de baby in het wit natuurlijk, de moeder in een fleurige blouse, haar gezicht goed zichtbaar: ze kijkt de toeschouwer aan. Pronte hoed op haar hoofd, paars lint errond, verzorgd bruin haar: het contrasteert duidelijk met de industrie op de achtergrond, het kleine grote geluk afgezet tegenover de industrieel-economische activiteit. Overigens bestaan van dit werk nog een paar andere versies.

Augustine met kind, waterverf en gouache op papier, 3 x 43,8 cm, 1903

Wat me nogal opviel op deze tentoonstelling waren een aantal werken waarop Augustine afgebeeld wordt in het gezelschap van wat dan genoemd wordt 'een oudere heer', heel verschillend van de vertederende doeken en tekeningen met haar baby. Augustine hield kennelijk ook van het uitgaansleven: had zij daar haar niet zo schitterende reputatie gehaald?  Tijdens een periode in haar leven werd van haar gezegd dat zij 'een vrouw was die zich liet onderhouden', zoals dat dan eufemistisch werd omschreven. (Mijn wijsheid komt uit het gidsje bij de tentoonstelling.) Eugeen van Mieghem moet van haar omgang met oudere heren ook getuige van geweest zijn, anders kan hij dat niet getekend hebben. En die oudere heer is in dit geval een stevige vertegenwoordiger van de bourgeoisie, lijkt me. Wat er zich tussen haar en hem heeft afgespeeld, vertelt de tekening natuurlijk niet, dat kan ieder naar eigen godsvrucht en vroomheid invullen.

Augustine elegant naast oudere heer, Oost-Indische inkt, ca. 1904, 25,5 x 19 cm

Als de wandellust voorbij was, boden cafés en bars de uitkomst: we gaan er lekker bij zitten en vertellen honderduit over wat des mensen is, misschien meer bepaald over wat des mans en der vrouw is, het moet interessant blijven. Een hoge hoed geeft die man meteen cachet, met een wit hemd en das en een winterjas ziet hij er in ieder geval beschaafd uit. Augustine is net zo stijlvol uitgedost: een pelsen hoed, een jas afgezet met bont: alweer stijl te koop! Je vraagt je af hoe zij aan die dure kleren komt, want zij en Eugeen hadden het bepaald niet breed. Ze kon zich in ieder geval laten zien in le beau monde anversois, ze was niet alleen moeder, dat is wel zeker.

In een bar (Augustine met een heer), pastel, ca. 1903, 28 x 29 cm

En Augustine had nog andere pijlen op haar boog, mogelijk gedwongen door hun benarde financiële situatie: model staan voor haar man en met hem bevriende kunstenaars.

dinsdag 6 september 2022

Jugendstilwandeling in Turnhout

Een tweetal weken geleden (23 september) heb ik geleid door Raymond Hoste met nog eens een tiental mensen een Jugendstilwandeling gemaakt in ons eigen Turnhout. Ze wordt genoemd naar Paul Cauchie, niet de grootste Belgische kunstenaar, maar wel een echte vertegenwoordiger van de 'art nouveau'. De man leefde van 1875 tot 1952, heeft het grootste deel van zijn leven in Brussel doorgebracht, en daar bevinden zich de meeste van zijn werken. In België in totaal 800! Antwerpen heeft er ook best veel, maar onze eigen stad, in de periode rond 1900 niet veel meer dan een provincienest, heeft er toch ook dertig. Andere Jugendstilwerken vind je zowat over heel het centrum verspreid: dat provincienest, er woonden hier toen niet eens 21.000 mensen, telde aan de gevels van ettelijke huizen te zien toch ook een bezittende burgerij, voor wie de versiering van hun huizen best iets meer mocht kosten, en die daarvoor ook gebruik maakte van de nieuwe, moderne stijl. Achterlijk waren die lui natuurlijk ook niet.

Maar laten we het eerst hebben over de Heilig Hartkerk ingewijd op de 3de januari 1907: dat is duidelijk een neogotisch gebouw pur sang. Maar Raymond Hoste brengt ons naar het hoogkoor, waar je als gewone sterveling niet komt. En hij wijst naar boven: aan de twee zijden hangen daar de symbolische afbeeldingen van de evangelisten, de zogenaamde tetramorf: nooit geweten dat die in Turnhout ergens te vinden was. Dat is werk van Paul Cauchie, die dat uitgevoerd heeft in de sfraffiti methode. Er wordt in een laag verse mortel een lijntekening gekrast en ingebleurd volgens de frescotechniek. (Italiaans 'sgraffire: wegkrabben). Cauchie was daar een echte meester in, daarmee heeft hij naam gemaakt.

Zijn meesterschap is dus ook te bewonderen in het hoogkoor van de Heilig Hartkerk: als het je interesseert en je komt er ooit, geef je ogen de kost. De engel staat voor Mattheus, de stier voor Lucas, de adelaar voor Johannes en de leeuw voor Marcus. Die symbolen zijn op een of andere manier verbonden met hun evangeliën, maar daar ga ik hier niet op in.

De engel, Mattheus

De stier, Lucas

De adelaar, Johannes

De leeuw, Marcus

En andere versiering, maar dan gewoon een profane, kun je vinden op het 'Huis Hendrickx, Mermansstraat 23'. De architect is Jos Verschoren, die hier nog Jugendstilhuizen heeft gebouwd, maar de versiering onder de kroonlijst is van Paul Cauchie. Het is een werk in drie delen: links zie je een zwaan die omkijkt naar de opkomende zon, en het achterlijf van een soortgenoot die naar de zon toe zwemt: zijn borst, hals en snavel zie je in het middenpaneel terug. Rechts komt een meeuw aangevlogen, maar de zon beheerst dit deel van het werk. Rechts nog een zwaan met open vleugels, en nog een dalende meeuw. Onderaan, van links naar rechts niets anders dan florale motieven. Ik had dit werk nog nooit gezien, en het blijkt een mooie verrassing te zijn.

De opgaande zon boven een meer

In wat nu het Axakantoor op de markt is, naast café Sint Pieter, is een van de mooiste Jugendstilwerken in Turnhout te zien: het betreft een lichtkoepel boven wat ooit een kleine binnentuin geweest kan zijn, of een binnenkamer waar je gewoon ging zitten om te rusten of anderszins van het leven te genieten. Die koepel kijkt natuurlijk op de hemel uit, en natuurlijk zie je dan vogels en vlinders die de onbekende kunstenaar de gelegenheid gaven een afwisseling van kleuren en sierlijk vormen te gebruiken.

 

De binnenkoepel: vogels, vlinders en bloemen

Aan de zijkanten prijken twee paradijsvogels (tenminste: ik denk dat ze dat zijn).  Het mannetje is veel kleurrijker dan het vrouwtje, zoals dat gaat in de vogelwereld.

Paradijsvogel: het mannetje

Paradijsvogel: het vrouwtje

Als je ooit de gelegenheid hebt deze koepel te gaan bekijken: niet te missen. Ik had hem al eens gezien op een Open Monumentendag, en ik wist hoe mooi hij was, maar bij deze tweede visie was ik net zo onder de indruk: een regelrechte parel is het!

Ik voeg hier nog wat foto's bij, te beginnen met het waarmerk van Jos Verschoren:

Made by Jos Verschoren

Versieringen in de buurt van de Heilig Hartkerk:


of de lust van het mooier maken

Ik heb in ieder geval genoten van deze Paul Cauchiewandeling: als je de kans hebt, laat ze niet voorbijgaan. En met Raymond Hoste zul je een uitstekende gids hebben!

vrijdag 26 augustus 2022

Wortel Kolonie: de droogte

Laten we het nog eens over Wortel Kolonie hebben: daar is altijd wel iets nieuws te zien, hoe klein of hoe onbeduidend ook. Als je aan de Klapekster vertrekt en in de lange dreef naar het noorden rijdt, dan kom je aan de Grensdreef, de grens met Nederland wordt bedoeld. Rechts afslaan, en dat nog een keer of vier brengt je aan Bootjesven (dat ven wordt zonder lidwoord gebruikt, eigenaardig). Maar ik wilde eens links afslaan, en die kant ook verkennen.

Ik was pas vertrokken aan de Klapekster of ik zie op een tronk van een Amerikaanse eik iets wat op een best uitgegroeide zwam gelijkt: foto genomen en nadien proberen te determineren, wat niet altijd even makkelijk is. Het blijkt te gaan om 'eikhaas', een zwam die ook genomen kan worden voor de 'reuzenzwam', maar die is nog groter en ook bruiner. Eikhaas dus: nooit van gehoord. Een eigenaardig woord vind ik het ook, niet dat deel 'eik', dat spreekt vanzelf, maar wat 'haas' erbij komt doen, is me een raadsel. Volgens Wikipedia komt de soort in Nederland sporadisch voor in de zomer en in de herfst: ik heb dus een grensgeval ontdekt! Hij werd in de Chinese traditionele geneeskunde gebruikt, en in Azië, vooral in Japan wordt hij gegeten: hij wordt er zelfs voor gekweekt. Wat ik in Wortel zie, is een best indrukwekkend organisme: ik heb al kleinere zwammen gezien.

Eikhaas

Dat die eikhaas daar groeit heeft niet met de huidige droogte te maken, de zomer is voor hem ook goed. Het gebrek aan regen veroorzaakt wel veel vroegtijdige bladval, wat je al kon lezen en horen in de pers. En hier liggen de bewijzen in overtal: blaren van de Amerikaanse eik in overvloed en veel te vroeg. 

Amerikaanse eikenblaren à volonté

Paddenstoelen groeien niet alleen op dode bomen of wat er van rest, op nog levende exemplaren willen ze ook best wassen: witte schimmel heet dat dan soms.

Witte schimmel

Het pad naar links dat ik ingeslagen ben, is niet zo goed berijdbaar: aan de sporen te zien is het een echt en heus ruiterpad, en op losse ondergrond laat dat een soort van kuiltjes achter waarop een scootmobiel liever niet rijdt, de mijne toch niet. Ik sla rechtsaf, een bospad in, en na een tijdje kom ik aan een weiland, en aan de overkant daarvan zie ik het oude vertrouwde vaderland liggen: zonder er me van bewust te zijn heb ik een uitstap in het buitenland gemaakt, zomaar gratis.

En daar zie ik iets dat ik in België nog nooit tegengekomen ben: 'Nieuwe banken en insectenhotel' kondigt de titel van het bord aan. En dan volgt de uitleg: 

'Deze joekels van beuken komen uit de laan van Staatsbosbeheer in Breda. Ze kunnen hier mooi dienen als bank. De planken die vrij kwamen hebben we rechtop gezet en zo hebben de insecten ook hun eigen hotel. We wensen mensen veel zitplezier op deze oeroude bomen. En we wensen dat het hotel volgeboekt raakt. Met vriendelijke groet, De boswachters van Staatsbosbeheer.'

Dat hotel zal zeker aantrek hebben: die slimme Nederlanders hebben de plank zo ongeveer de vorm gegeven van een colaflesje, natuurlijk zullen de insecten, wespen, bijen, andere merken in drommen als stuka's aan komen storten. Toen ik er stond, was er geen luchtverkeer, maar dat is ongetwijfeld toeval geweest.

Insectenhotel 'In de zoete cola' 

De zitbanken zijn gewoon geschaafde beukenstammen: niemand kan er zijn kleren aan openhalen, en er zeker niet doorzakken: zo'n zitbank kan wel meer hebben dan 6 of 7 gemiddelde Nederlanders. Met enige goede wil kunnen er makkelijk nog een paar normale Belgen bij. Als die er al zijn.


Zitbank voor Europeanen

Veel kleur heb ik nog niet gezien: grijs gras om met een alliteratie te spreken. Maar toch, op weg naar Bootjesven: struikheide, een prachtige struikje dat de droogte opvrolijkt! Hoezee! denken we dan.

Vrolijk bloeiende struikheide

Helaas, verder naar Bootjesven ligt de weg weer onder de blaren: beukenblaadjes zijn het ditmaal, maar net zo goed te vroeg afgevallen.

Beuk of eik, iedere boom gelijk!

Leuke tocht was het, in een gebied waarvan je niet weet of je in Nederland of België bent. Dat scherpt een mens zijn Europese gevoelens aan. En dat is mogelijk nog erg nodig de komende tijd. Daarom: Leve Wortel Kolonie!

donderdag 25 augustus 2022

Turnhout Kermis en een sequoia

Wat is er leuker voor opa's dan de kleinkinderen op een kermistochtje trakteren? Je hebt het zelf als kind al gedaan, dan als papa met je eigen kinderen, dan als opa met je eigen kleinkinderen: in drie generaties beleef je dat, de laatste twee keren zonder dat je je moet generen om weer op die grote molen van Faes, aan het stadscafé, met dat volkse Decaporgel, rond te draaien: ik kan dat best smaken. Wat een vreugde is het!

Zoals we vroeger zegden: naar de 'pertjes' gaan

Of er wordt een rijtuig gesuggereerd: twee profane en bijna wulpse engelen steken hun bazuinen hemelwaarts. Feestelijk ziet die eruit,  deze edelkitsch. Ik vind het niet eens een 'gullty pleasure', ik vind het plezier zonder meer, en de kinderen ook.  Wat een pret hebben we daar ooit als kleine broekjes beleefd! Dat geluk valt nu de derde generatie toe: de molen staat niet stil, het leven evenmin!

Edelkitsch: profane bazuinende profane engelen

Han gaat op zo'n groot 'pertje', zij is al vier en een half, maar voor haar zusje, Elvis, bijna twee, is dat nog te hoog gegrepen. Alle twee leven ze zich eventjes verder en later uit met 'eendjes vissen'. Han is daar al best handig in, Elvis vangt er ook meer dan je van haar zou verwachten. Maar ze heeft het nog niet helemaal door: ze gooit haar vangsten geregeld terug. Wat haar ook erg interesseert, is hoe die eendjes weer tevoorschijn komen: de opening waardoor ze blijven komen aandrijven biologeert haar ten zeerste: ze snapt kennelijk nog niet hoe dat kan blijven duren en duren. Na afloop zijn ze natuurlijk blij met hun machtig prijsje, wat hadden we gedacht!


En dat blijft maar komen, denkt Elvis dan

Han de handige

Elvis leert geconcentreerd

Tenslotte moet er nog een kleinigheid genuttigd worden: een mens leeft niet van plezier alleen: in welk boek staat dat alweer? Dus wij laten ons neder op het terras van de Barzoen. Opa, pa Jasper en ma Lene maken hun keuze, de kinderen krijgen wat ze belieft, en algehele tevredenheid daalt over ons neder: ik was al wat met verheven bijbels taalgebruik bezig.

We moeten wel eventjes wachten voor we de tanden kunnen zetten in onze snack, want 'er zijn nog andere klanten', zeggen ze binnen. Alsof we dat niet zelf al gemerkt hadden. Maar: alternatief, we geven onze ogen dan maar de kost met de bomen die rond het terras staan. En daar prijkt zelfs een sequoia, niet echt een Kempische langlever. Dat die daar nog staat, is op zijn minst opmerkelijk: het betekent namelijk dat ze die boom met bijzondere zorg omringd hebben  bij de afbraak van het Oude Gasthuis, en bij de daarop volgende opbouw van de Warande. Zeg nu nog eens dat ze in Turnhout alleen kunnen afbreken. (Dat kunnen ze hier echt wel goed, hoor!) Zo'n boom hier wordt wel niet zo hoog en dik als in Californië, maar hij is zeker de koning van alles wat rond hem staat. In Chevetogne, in juli, hadden Dries, de vriend van Noortje, en ik er ook een gespot, maar door tegenvallend licht was daar geen behoorlijke foto van te nemen. Het Turnhoutse exemplaar echter verleent volgaarne zijn medewerking: in volle licht stil blijven staan voor het kiekje.

 

Onze sequoia, zoals hij zelf denkt, een vedette

Opmerkzaam zoals Dries en ik zijn, rapen we onder de boom in Chevetogne een 'vrucht' op: een dennenappel is dat niet, want een sequoia is geen den, 'ne maastentop' ook niet want hij is ook geen mast. Dus ga je zoeken hoe dat dan wel heet: een kegelvrucht zegt Wikipedia. Hij heeft inderdaad iets van een kegel weg. Een Turnhouts woord bestaat er niet voor: daarom is Turnhouts een dialect en geen taal. Niet dat ik op mijn dialect neerkijk, ook niet als leraar Nederlands: Turnhouts is mijn moedertaal, waarom zou ik daar beschaamd over zijn. Alleen kun je het niet overal gebruiken.

 

Kegelfrooët uit Wallonië

donderdag 4 augustus 2022

Gott mit uns - In God we trust

Ik kom in mijn eigen straat, de Molenbergstraat in Turnhout, mijn vriend Yves tegen: hij komt al van de winkel. De hemel hangt er nogal grijs bij, en ik opper de mogelijkheid dat het vandaag wel eens zou kunnen regenen. 'Nee', zegt hij 'vandaag niet en morgen ook niet'.

 

Yves: vaste lijn met God 

En weer mijn vraag: 'Heb jij met De Croo gebeld?'

'Nee, die weet daar niets van. Ik heb met God zelf gebeld, en die vroeg waar juist in Turnhout het al dan niet zou regenen, en ik kreeg het juiste antwoord'. 

Vraag ik weer:

'Doet Hij dat voor atheïsten?' 

'Juist voor ons', repliceert Yves, 'al die anderen noemt hij schijnheiligaards!'


Ikzelf, opgelucht door Yves' en Gods antwoord

Ondertussen is gebleken dat we ook niet meer op God kunnen vertrouwen: het heeft al geregend, spaarzaam geregend, gemotregend, gemiezerd, maar er zijn druppeltjes gevallen. Eine feste Burg ist unser Gott: helaas is ook dat niet meer waar!

Sic transit gloria Dei!