vrijdag 8 september 2023

KaVaGe en WissArt: Schilderachtig in 't Kasteel de Renesse

Op facebook had ik al een hele tijd gemerkt dat twee van mijn oud-leerlingen hun tijd zinvol doorbrachten met schilderen: KaVaGe en WissArt zijn hun pseudoniemen. Omdat zij met een schuilnaam actief zijn, zal ik hun echte namen ook niet prijsgeven: je hoor respect te hebben voor de keuze van de kunstenaar. Wel kan ik zeggen dat de eerste een vrouw is, de tweede een man. Zij zijn op de middelbare school afgestudeerd in 1985: dat geeft je enig idee van hun leeftijd. 

Op facebook like ik hun werken meestal, en als er dan vlakbij een tentoonstelling van de twee is, ben je als oud-leraar zedelijk verplicht hun werken 'in het echt' te gaan bekijken. Bij het weerzien werden herinneringen op gehaald, bijvoorbeeld dat ik de man van de twee vaak aansprak met 'Double U Double U', omdat zijn voor- en achternaam met een 'w' beginnen. Schilderen hebben ze naderhand geleerd aan de Kunstacademie van Turnhout: een hobby erbij, maar ook een manier van zelfexpressie. Mooi is dat toch?

WissArt wil zich graag bezighouden met perspectief en verdwijnpunt: zoals in een vervallen gang van een verlaten fabriek; tenminste, ik denk dat het dat voorstelt. De zoldering ziet er best vuil uit, de vloer staat onder water, alle ruiten zijn ook niet meer in orde. Dit is een excellent voorbeeld van een 'Onder-gang'. Het doek heeft overigens geen titel.

Onder-gang?

Zelf noemde WissArt het volgende werk 'Beach Peer': weer zoeken naar perspectief, diepte en verdwijnpunt, maar in een zonnigere omgeving nu. Als je ooit onder de pier van Blankenberge hebt gestaan, dan krijg je min of meer hetzelfde gezicht. Dat hadden nog mensen tegen hem gezegd, zei de kunstenaar.

Zonder titel (mogelijk 'Beach Peer')

Perspectief boeit WissArt enorm: van een derde werk zou je nog denken dat het geïnspireerd is door de hoogbouw aan de Belgische kust, maar het zijn geen appartementen, het gaat om hogere en lagere blokken naast elkaar. Aan de linkerkant zijn ze rozerood, aan de rechterkant blauwgrijs. Ze lijken voor een watervlakte te staan, waarin, als je goed kijkt, ze weerspiegeld worden. Door die watervlakte is het natuurlijk ook makkelijk om aan de (een) zee te denken. WissArt speelt graag met vormen, probeert na te gaan wat het effect ervan is, en dat verschilt telkens. Ik hou er wel van, zeker ook van die gesuggereerde zeekust.

  

Zonder titel (rechthoekige vormen en hun weerspiegeling)

KaVaGe is geïnspireerd door andere vormen, door bloemen, bloemblaadjes en de natuur, maar dan niet op een realistische manier. Een werk deed mij onmiddellijk denken aan Georgia O'Keeffe: dat hadden nog mensen tegen haar gezegd. Maar de kunstenares stelde ook dat zij eerst het schilderij had gemaakt, en dan pas de Amerikaanse kunstenares had leren kennen. Rood en roze:het is bijna een roos, maar toch is het iets anders. Warme kleuren zijn het in ieder geval, mooi op het doek gezet. Aantrekkelijk toch? Vind ik dan.

Zonder titel

Wat ook aan bloemen doet denken, zijn de twee volgende werken. Centraal in het werk zie je een aantal bloemblaadjes, rood en bruinig, weer warm van kleur, zoals ze niet voorkomen in een boeket samengesteld door een bloemist. Hier is de fantasie van de schilderes aan het werk geweest. Aan de linkerkant boven zie je groene blaadjes, aan de linkerkant onder roze blaadjes. Rechts boven zie je een kleine bruine vlek, rechts onder iets wat op een grijze kastanje zou kunnen lijken, maar het waarschijnlijk niet is: ik zeg maar wat ik er in kan zien. Die vier punten, twee blaadjes en twee vlekken, lijsten de bloemblaadjes in, houden het werk in evenwicht. Zal ik maar zeggen dat ik dit een geslaagd werk vind? En dat ik daar een zekere mate van tederheid uit zie stralen? Mooi toch?

 Zonder titel

Zo is er nog een variatie op hetzelfde thema: rode bloemblaadjes, weer bruin erbij, en grijs volgens mij (mijn kleurenzicht wil nogal eens afwijken). Wat ik daar ook treffend in vind is het geraamte van een blad van een boom: je ziet alleen de nerven van een afzonderlijk blad. Vergankelijkheid kun je erin erin, fragiliteit van de natuur bijvoorbeeld. En die tederheid weer, vind ik.

Zonder titel

Zo is mijn bezoek aan de tentoonstelling van mijn twee oud-leerlingen echt de moeite gebleken. Je ziet ook duidelijk andere talenten van wie je vroeger voor je had: je onderwees ze Nederlands of Engels, maar 'there are more things in Heaven and Earth, Horatio, than are dreamt of in your education', om eens een vers van Shakespeare te parafraseren. En dat te zien stemt de burger zonder meer tevreden.  Wat moeten we nog meer hebben?

De uitsmijter kwam van KaVaGe: ze had eens een opstel van mij teruggekregen waarvan de eerste bladzijde vol rode strepen en doorhalingen stond. Ik verbaasd: zoiets was niet mijn gewoonte. Boven aan de bladzijde had ik mijn excuses neergepend, en daarbij de oorzaak van al dat rood bekend gemaakt: 'Sorry, Noortje heeft weer toegeslagen.' Mijn dochter Noortje moet toen zo'n twee en een half jaar geweest zijn: ik was dat alles glad vergeten. Maar mijn oud-leerling stond dat 'once in a lifetime' nog altijd bij. Tot vreugde van ons drieën natuurlijk!

zaterdag 2 september 2023

Koraalcactus

Laat ik het nu eens hebben over wat ik altijd een nederig plantje heb gevonden: ik had in de Priba ooit een vetplantje gekocht. Dat kost niet veel, en je hebt weer wat groen in huis. Het stond op mijn salontafel, bleef groen, maar groeien deed het niet: van weinig geld kun je niet veel verwachten. Tot ik het een paar maanden geleden, om welke reden weet ik niet meer, op de vensterbank zette, aan de noordkant van mijn appartement; direct zonlicht verdraagt het plantje niet. En wat gebeurt? Het plantje dat altijd zo zichzelf was gebleven, dat wil zeggen nooit tekenen van overvloedig leven en groeilust had vertoond, verandert van tactiek: van onopvallend bosje groen krijgt het scheuten in alle richtingen, het wordt  groter en groter, zodanig zelfs dat ik er duidelijke foto's van kan maken, en op de computer onder 'vetplanten' kan zoeken hoe dat vroegere onooglijke ding, dat nu duidelijk ooglijk is geworden, toch mag heten. Dingen benoemen is orde in de chaos brengen, dat is algemeen geweten. Met zijn wetenschappelijke naam heet dat vroegere bescheiden groentje 'Rhipsalis baccifera oasis', wat best een mondvol is voor het eens zo nietige ding.

Rhipsalis baccifera oasis

Nu weet ik dus nog niets, want zo grondig is de kennis van mijn klassieke talen ook niet meer. 'Oasis' is duidelijk: het plantje groeit niet op uiterst droge plaatsen. 'Baccifera' of 'bacciferus' betekent 'bessen dragend', maar het knolletje of bolletje dat iets van een bes weg heeft, moet ik nog zien. Geheimzinnig groene levensvorm is het wel. En dan hebben we nog ''rhipsalis': dat woord komt uit het Grieks en betekent 'vlechtwerk van twijgen'. Sommige planten uit dit geslacht doen daar inderdaad aan denken.

Hier zie je het duidelijk: vlechtwerk van twijgen (eerder twijgjes)

Een Nederlandse naam heeft deze rhipsalis ook: 'koraalcactus' is dat. Geen idee of hij in koraalriffen groeit, en voor een cactus heeft hij veel water nodig, en stekels heeft hij helemaal niet. De wonderen van de natuur zijn onbegrijpelijk, zal ik maar denken. En ik heb weer plezier beleefd aan het determineren van wat er in mijn woonkamer groeit. En dat geeft natuurlijk een positief gevoel.

Foto voor op de identiteitskaart

Kind met inktvlekken - Papierindustrie (Turnhout) - II

De arbeiders in de 19de eeuw kenden geen luxeleventje: lange werkdagen, kinderarbeid, slecht betaald, eenzijdig dieet (aardappelen en brood): de ontevredenheid van die mensen nam dan ook toe.

Café De Penge - Sennes vader is kennelijk de moed verloren

Ze kwamen samen in cafés, zoals in De Penge in de Lindekensstraat, vlak bij Brepols. Terzijde: het café bestaat nog altijd. Centraal voor de toog zie je drie mensen: een man met een witte boord, dat is deken Adams, voor hem de vader van Senne, en achter vaders rug Senne. Die deken Adams was niet zomaar de eerste de beste: hij trok zich het lot van het arbeidersvolk erg aan, troostte hen, spoorde hen aan, en ging samen met hen de strijd aan tegen het patronaat. Hij stierf in 1924 in Ravels, waarnaar hij in 1921 hij verplaatst was na een conflict met kardinaal Mercier, en omdat hij in Turnhout als een te lastige klant werd beschouwd. Eigenlijk was hij een geestelijke in de traditie van priester Adolf Daens uit Aalst. 'Dat hij de motor van de ontluikende christelijke sociale beweging was, werd hem kwalijk genomen'. (Turnhout in straatnamen, p. 96). Turnhout heeft een straat naar hem genoemd (waar ik nog 5 jaar gewoond heb) en een monument aan hem gewijd, maar dat stelt niet zo veel voor: dat is de man onwaardig.

Het werkvolk is niet meer te sussen of kalm te krijgen of met een kluitje in het riet te sturen, en in 1892 breekt een staking uit. Daar had deken Adams zijn aandeel in: als man van gezag en geloof gaat hij de stakers vooraf, metterdaad duidelijk makend wat christelijke naastenliefde betekent! De deken en zijn arbeiders kun je vinden in een van de smalste straatjes van Turnhout, in het Notenesgangeske, zoals mijn vader dat uitsprak, en hij was een Turnhoutenaar van 1914. Maar die plaats is goed gevonden van de tekenaar. Ik wil die man overigens complimenteren met al zijn muurschilderingen: puik werk vind ik dat.

 
 
Deken Adams gaat de stakers voorop...
 

..die in een lange rij volgen

Het belang van deken Adams wordt nog een beklemtoond wanneer hij tussen stakers en families zijn linkerarm omhoog steekt, het patronaat bedreigend en tezelfdertijd de verschoppelingen der aarde aanmoedigend. Als een volksleider is hij in deze vertellende tentoonstelling neergezet. Ik moet zeggen: ik kan dat best appreciëren.

 
Deken Adams blijft aansporen
 
Laatste muurschildering: vier glimlachende mensen: de deken, Sennes vader, Senne zelf en zijn moeder. De staking is de moeite waard geweest, de arbeiders hebben hun slag thuis gehaald. Maar dat is het eerste succes in een strijd die nog veel langer zal duren, en die nog altijd niet gedaan is, zeker in gebieden en landen ver van ons België, waar nu de 'verworpenen der aarde' proberen te ontwaken.


De staking is kennelijk goed afgelopen

En waarom het verhaal 'Kind met inktvlekken heet'? Wanneer Senne na een tijd met inkt mag beginnen te werken, morst hij natuurlijk op de vloer en op zijn kleren. Vandaar dus.

vrijdag 1 september 2023

Kind met inktvlekken - Papierindustrie (Turnhout) - I

Op dit ogenblik loopt in Turnhout de tentoonstelling, het verhaal 'Kind met inktvlekken': het is een evocatie van de papierindustrie in onze stad op het einde van de negentiende eeuw, met de miserabele werkomstandigheden, slechte lonen, kinderarbeid, de eerste pogingen tot verzet, met ook nog een pastoor die de  arbeiders metterdaad troost, maar zeker ook steunt en ze met raad en daad bijstaat. Samen met Yves heb ik die wandeling ook ondernomen: ik ben van Turnhout, mijn vader heeft ongeveer heel zijn leven bij Brepols gewerkt, en mijn broer kwam ook in drukkerijen aan de kost. Ik kan 'Kind met Inktvlekken' moeilijk overslaan alsof het mij niet aangaat.

Op die wandelingen kom je geregeld muurschilderingen tegen, van de hand van stripauteur Dido Drachman, en het verhaal achter dat alles is van schrijver Paul Govaerts, een oud-leerling zowaar! De vertelling wordt op je smart phone geladen, en als je dicht genoeg bij zo'n schildering bent, begint die phone te vertellen. (In de beste der werelden is dat; meestal moet je zelf ook nogal wat zoeken, maar daar gaan we niet over klagen). Vertrekken doe je aan het Museum van de Speelkaart, en algauw zie je de eerste muurschildering: een goed geklede dame die met harde hand de fabriek leidde. Mevrouw Dessauer is dat, door iedereen 'de patronne' genoemd. Door het raam waar ze voor zit, zie je de zuidkant van de Grote Markt, tenminste mij lijkt dat toch zo te zijn.

Mevr. Dessauer, genoemd de 'patronne'

In haar buurt krijg je dan het portret van Senne, het kind met de inktvlekken. Grote ogen heeft hij, hij kijkt vragend de wereld in, zo van 'moet dat zo voor de rest van mijn leven', zijn mond het tegendeel van een glimlach, zijn lange broek iets te kort, en op klompen: voor fatsoenlijke schoenen was er natuurlijk geen geld. Miserabilisme is hier geschilderd, een sterk contrast met mevrouw Dessauer. Variatie op 'meester en knecht' is het, hier 'patronne en kind van arme luizen.'. Het verhaal speelt zich af in 1892, zo verschrikkelijk lang is dat ook weer niet geleden.

Senne, het kind met de inktvlekken

In de Driezenstraat hangt het interieur van Sennes familie: vader en moeder, op de voorgrond Senne, allemaal rond de Leuvense stoof staand of zittend. Een stoel, voor de rest zie ik geen meubelen: armoe troef, dat is zeer duidelijk!

'Armoe troef' bij Senne thuis

Op een bepaald ogenblik is er brand bij Brepols, de kleine Senne redt daar iemand, maar raakt daarbij zelf gewond, zijn vader draagt hem naar het ziekenhuis (in de vlam links) waar hij naast het bed van zijn zoontje zit (vlam rechts). Voor de heldendaad van Senne krijgt de vader naderhand 1 frank, waarop de vader in woede ontsteekt zich roepend afvraagt of zijn zoon dan niet meer waard is. Je krijgt bij de wandeling ook een exemplaar van 'De Kempenaar' van 20 februari 1892: Daar kun je lezen over de 'Groote Brand bij Brepols': daarin leer je dat er geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen, en dat het werk zo spoedig mogelijk hervat zal kunnen worden. De zorgen in 'De Kempenaar' zijn vooral materieel. Op dezelfde bladzijde staat een verslag over 'Mevrouw Dessauer in Levensgevaar'. Het paard dat haar koets trok is op hol geslagen, maar door enige moedige burgers tot staan gebracht, en mevr, Dessauer is gered. Die moedige burgers 'ontvingen eene goede beloning'. De mevrouw wordt 'de achtbare dame' genoemd. Merkwaardig dat deze bladzijde van het krantje zo correct de mentaliteit en de opvattingen van toen weergeeft.

Brepols brandt - links: vader draagt Senne naar het ziekenhuis, rechts: vader waakt bij het ziekbed van Senne

Een muurschildering bevindt zich in de Uitbreidingsstraat, dat is net over de vaart, in de nabijheid van Brug I. Ik heb het over dat werk al eens gehad, maar toen wist ik nog niet dat dat tot deze reeks behoorde. Ik heb er toen van gemaakt dat een meisje op de bagagedrager van een fiets zit, en dat de man aan het stuur met haar ergens naartoe rijdt. Nu blijken er volgens enige uitleg volgende thema's in verpakt te zijn: inspanning, opoffering, verbondenheid, kindsheid. En die zitten in de twee figuren. De schepper van dit beeld in de Spanjaard Zésar Bahamonte, en dat werk misstaat in de hele reeks helemaal niet, een beetje symbolischer is het, dat wel.

Zésar Bahamonte: Inspanning, verbondenheid

Het tweede deel van de wandeling, daarover vertel ik in een tweede tekst. Tot straks!

zondag 27 augustus 2023

Aan de rand van het land - Toen het nog geen zomer was / Wortel Kolonie

Verleden zondag - rond 20 mei was het toen - kregen we nog eens een dag die de mensen naar buiten lokte: zonnig, zo goed als geen verkillende wind en dus aangenaam van temperatuur. Nou, dan is het tijd om de scootmobiel in de auto te zetten, zachtjes, zeer zachtjes, en een stukje natuur op te gaan zoeken. Laat ik maar eens naar Wortel Kolonie rijden: verleden jaar ben ik daar door de lange hete zomer nauwelijks geweest, nu moet het er anders uitzien, want regen hebben we inmiddels in overvloed gehad. Dat is bijvoorbeeld te zien aan het eilandje in het midden van Bootjesven: 'lush' noemen ze dat in 't Engels, wij zeggen 'weelderig', 'welig tieren' doet het groen. En dat stuk natuur is ook zo prachtig, schoongewassen door de regen.

Het eilandje in Bootjesven 

Een door mij geliefkoosd pad in Wortel Kolonie is de Grensdreef: veel dichter kan een wandelweg niet tegen de grens liggen. Tot zo'n 10 meter ten noorden van de dreef ben je nog in België, dan stuit je op een draadafsluiting zoals bij weilanden, alleen is het geen prikkeldraad. Nederland wil kennelijk geen geblesseerde Belgen: in het grensgebied hoort het rustig te blijven, 1830 is over 7 jaar al tweehonderd jaar geleden, die strijd is gestreden. Overigens doet dat 'grensgebied' mij denken aan De Nieuwe Snaar die een lied hadden waarin onder andere voorkwamen 'Jappen uit het grensgebied' en 'Lappen uit het grensgebied'. Maar die twee nationaliteiten hebben met dit grensgebied niets te maken.

Natuurlijk zie je weer allerlei dieren: konikpaarden, maar daar heb ik het al eens over gehad, en 'grauwe ganzen'. Je hebt Canadese, Nijlganzen en nog wat variëteiten: ik heb vier grauwe ganzen op de gevoelige plaat gelegd, de soort die hier inheems is. Hun voedsel bestaat vooral uit gras: grazen is dan ook een van hun geliefkoosde bezigheden. Je hebt halftamme van die vogels, maar ook wilde. De halftamme blijven hier het hele jaar, de wilde zijn meestal maar wintergasten.

 

Vier grazende grauwe ganzen

Het is hier ook geen kunst een forse bremstruik te spotten: zijn bloeitijd is april-juni. Ik geloof dat brem de eerste grotere plant was die mijn vader me bij naam noemde:jeugdherinnering dus. Opvallend is hij natuurlijk ook, als hij in volle bloei staat en zoals hij op de foto staat te poseren: schitterend geel, en laat geel nu een van mijn lievelingskleuren zijn. (De andere is blauw: mogelijk ben ik een gereïncarneerde Zweed.) als er zo'n aantal struiken bij elkaar staan, lijkt de zon op aarde te schijnen: de kleur komt overeen, de hitte gelukkig niet. Een woord voor brem in het Latijn is 'genista', en uit L.P. Boon herinner ik me dat brem in het Aalsters 'ginst' is. Goed opgeleid dialect, dat Aalsters.

Voorspoedige bremstruik

Berken kom je natuurlijk ook tegen: die zie je overal, dat is pioniervegetatie, zoals dat heet. Maar in Wortel staan twee speciale naast elkaar, alsof ze proberen een tweeling te zijn: helemaal van boven hebben ze allebei een kruintje, maar daaronder een lange, naakte en natuurlijk witte stam.  Siamese berken zijn het niet, want ze staan apart, maar ze hebben wel iets, deze twee.

Witte, naakte berken

Naast de Grensdreef is na de voorbije regenperiode weer een flink drasland te zien: het lijkt op een ven, maar is het niet. Als een een tijd droog en warm is, trekt al dat water weg, en staat drasland droog. Maar wanneer het in het voorjaar nat genoeg is, dan klinkt die plas alsof alle kikkers van Wortel, Hoogstraten en Minderhout daar verzamelen hebben gekwaakt: vermenigvuldigen is daar dan aan de orde van de dag, de week en nog langer. Je hoort daar de natuur luidkeels ontwaken.

Drasland naast de Grensdreef

Naast de Grensdreef ligt tenslotte toch een ven, op de Nederlandse kant dan. Hoe het ven heet, weet ik niet, maar het ziet eruit zoals zijn Belgische of Vlaamse collega's: begroeiing langs de oevers, een leuke wateroppervlakte, en ven zoals een ven hoort te zijn.

Nederlands ven, vlak tegen de grens

Op een bord laat 'Staatsbosbeheer' weten dat dit 'Kwetsbaar gebied' is, en dat je er 'Geen toegang' hebt. Overtreders zullen voor hun straf of beloning met 'Art. 461 Wetboek van Strafrecht' te maken krijgen. Wie wil zwemmen, zal naar andere plassen moeten, die hebben ze in Nederland trouwens genoeg. Dergelijke borden heb ik in het Turnhoutse Vennengebied nog nergens zien staan: ons gebied is misschien niet kwetsbaar?


 Aan het lettertype zie je ook dat dit Nederlands is

donderdag 24 augustus 2023

Hendrik Marsman - Landschap

Elke dag krijg ik op facebook door 'Het mooiste gedicht' een vers toegestuurd. Een paar dagen geleden was dat 'Landschap' van Hendrik Marsman. Ik heb de laatste twee teksten over 'De schoonheid van het Vennengebied' op mijn blog geplaatst, en voelde mij onmiddellijk tot dit gedicht aangetrokken. Het is mooi in zijn eenvoud. Hier volgt de tekst:

 

Landschap

In de weiden grazen

de vreedzame dieren;

de reigers zeilen

over blinkende meren,

de roerdompen staan

bij een donkere plas;

en in de uiterwaarden

galopperen de paarden

met golvende staarten

over golvend gras.



Ik geef toe het Vennengebied is nog iets anders, en ik zou er niet zoals Marsman over kunnen schrijven, maar ik ben dan ook geen dichter.

Andere zeer bekende gedichten van hem zijn 'Lex Barbarorum' en 'Denkend aan Holland'.

Hij is jong gestorven, op zijn 40ste: hij vluchtte uit Frankrijk voor de oorlog weg - hij wilde Engeland bereiken - maar het schip waarmee hij voer, werd getorpedeerd. Acht overlevenden waren er, maar daar waren Marsman en zijn vrouw niet bij.

Uiterwaard: strook land langs een rivier tussen de langere zomerdijk en de hogere winterdijk die bij een hoge waterstand vol loopt. Uiterwaarden zijn waterbergingsgebieden: het teveel aan rivierwater kan hier zonder schadelijke gevolgen opgevangen worden.

woensdag 23 augustus 2023

Het begijnhof van Sint-Truiden revisited.

Zeven jaar geleden ben ik al eens een keer in de begijnhofkerk van Sint-Truiden geweest: alleen was ik, met een zeer goede en enthousiaste gids. Verleden weekend ben ik ze nog eens bezocht, met een tiental uitgelezen vrienden. De gids mocht er weer zijn: ze hebben er goeie daar in Sint-Truiden, en ze kunnen met verve vertellen over de muurschilderingen die de kerk zo speciaal maken. Ze kwamen tot stand van ong. 1300 tot in het begin van de 17de eeuw.

Over die muurschilderingen vind je elders in deze blog teksten (in het jaar 2017), nu wil ik het over een wijkruis en over een niet afgewerkt tafereel hebben. Het woord wijkruis heb ik verleden zaterdag voor het eerst gehoord: het heeft niets te maken met 'wij' als 1ste persoon meervoud van het persoonlijk voornaamwoord, dat niet. Het verwijst naar 'wijden, inzegenen', het is een zogenaamd apostelkruis, of een van de 12 gewijde kruisen op de binnenmuren van een geconsacreerde kerk. Ze hebben de vorm van een Grieks kruis, dat wil zeggen dat de vier armen even lang zijn: zo krijg je een mooie symmetrie.

Een van de twaalf wijkruisen (rechts van het altaar)

Een tafereel dat niet gerestaureerd is, enkel de tekening is blootgelegd, stelt volgens mij het martelaarschap van een mij onbekende heilige voor. Links van de zuil zit een vrouw te bidden en te smeken van 'laat hem toch leven', maar de tragedie speelt zich rechts van de zuil af. De rechtstaande man heeft een lang zwaard in zijn rechterhand, en dat zal met kracht gestoken worden in de plaats waar de kleine hersenen van de martelaar zitten. Het slachtoffer zit voorovergebogen op zijn knieën, vol schrik voor wat gaat komen. Het gebed van de vrouw haalt niets uit, want de punt van het zwaard is nauwelijks nog 5 centimeter boven de nek van de martelaar. De hoed van de geweldenaar lijkt mij alleszins geen middeleeuws hoofddeksel: ik zou dat laatste kwart 16de, misschien zelfs 17de eeuw dateren. Het zou interessant zijn te weten waarom dat martelaarschap niet verder is ingekleurd, maar ik weet het uiteraard niet.

Het martelaarschap van een onbekende christen man

Indrukwekkend is ook het tongewelf dat de kerk overspant. Op een bepaald ogenblik, wordt het dak van de kerk iets lager (zo'n 20 cm schat ik) en dat wordt in het interieur opgevangen door een stenen gewelf.


Het imposante tongewelf

Dat stenen stutgewelf is ook rijkelijk beschilderd: links zie je het wapenschild van de familie de Pitteurs. Die familie, de laatste particuliere eigenaar, verkocht in 1934 de kerk aan de de VZW Vrienden van het Begijnhof, in 1970 werd de provincie Limburg eigenaar van het gebouw dat ingericht werd als Provinciaal Museum. Je kunt dus zeggen dat de Provincie het Begijnhof van de ondergang heeft gered. Die familie Pitteurs was een zeer rijk Limburgs-Luiks geslacht, en op een bepaald ogenblik zelfs in de adelstand is verheven; het waren niet Janneke en Mieke! In de Truyense volkstaal bestaat nu nog de uitdrukking 'zo rijk als Pitteurs': dat wil al wat zeggen, denk ik dan.

In dat linkerdeel, tussen het wapen de guirlandes en de versiering is ook duidelijk te lezen: Niet zonder Godes Hulpe. Als je zo rijk bent als de zee diep is, mag je God wel eens bedanken voor zijn hulp. Je kunt tenminste beleefd zijn: Hij kon wel eens van idee veranderen. Ondertussen mag ook gezegd zijn: dat stutgewelf is zeer mooi, als is het niet zo oud.


 Niet zonder Godes hulpe