zondag 7 november 2010

125 jaar socialistische partij

De socialistische beweging in België bestaat in 2010 125 jaar. Je kunt niet zeggen de 'Socialistische Partij', want na de Belgische WerkliedenPartij, die tot 1940 bleef bestaan, kwam de Belgische Socialistische Partij (tot 1978, en beide unitair, zoals dat in het vaderlandse politieke jargon heet), dan de PS en aan Vlaamse kant de SP, die er ondertussen ook al een a'tje bijgekregen heeft: Sp.a heten we nu, vanaf 2001. Je kunt het jammer en betreurenswaardig vinden dat de Internationale, de socialistische beweging, in onze 'natie' alleen uit gewestelijke monden kan spreken, maar het is niet anders. En dat zal nog wel een hele tijd zo blijven, vrees ik. Solidariteit wel (dat is toch bij uitstek een socialistisch parool), maar eerst met het eigen volk. De mensen van het Charter van Quaregnon gaan in hun graf eventjes anders liggen, dat is het minste wat je zou kunnen veronderstellen.

Maar goed, het gaat hier over de tentoonstelling die '125 socialistische partij' heet, en een zeer treffende onder (of boven-) titel heeft: De droom van een betere wereld. Met foto's wordt een geschiedenis opgeroepen van die lange strijd: er zijn gravures te zien uit 1868 en 1886: twee keer gaat het over het leger dat ingezet werd tegen stakers en de orde herstelt. Uit die tijd (eind negentiende eeuw, aan de stijl te zien) komt ook een prachtige spotprent in het Frans; 'Pyramide à renverser' heet die (omvergooien het boeltje): helemaal boven zit de koning (duidelijk Leopold II) die heerst over u, daaronder twee geestelijken die bidden voor u, dan drie militairen die schieten op u, dan vier kapitalisten die eten voor u, en helemaal van onderen, aan de basis, staat het volk dat werkt voor u. Alleen is 'u' niet altijd dezelfde.


In een vitrine ligt 'De Beginselverklaring of Charter van Quaregnon' met het commentaar: 'De jonge Brusselse advocaat Emile Vandervelde schreef een ideologisch manifest dat zowel qua inhoud als qua werfkracht tot vandaag niet is overtroffen'. Het waren niet de minsten, de eerste dromers van een betere wereld. Belangrijke thema's uit de geschiedenis van de beweging komen op chronologische wijze aan bod: de strijd voor algemeen stemrecht, de strijd voor de achturendag, het Plan van de Arbeid van Hendrik de Man (die in de tweede wereldoorlog dan weer eerder donkerbruin dan rood was, heiligen zijn we niet), stemrecht voor vrouwen (affiche voor de wetgevende verkiezing van 1949, de eerste met stemrecht voor vrouwen - dat is dus nog maar pas geleden), de koningskwestie, de schoolstrijd, de eenheidswet uit 1960-61 met een affiche 'Eyskens buiten', die met een trap op diens achterste naar andere oorden wordt gelanceerd (overigens: in december 1960 trouwde Boudewijn met Fabiola, toen voor velen een lichtpuntje in donkere tijden). Uit recentere tijden zie je enkele jonge turken van de SP (Marcel Colla, Luc van den Bossche, Norbert de Batselier, en Freddy Willockx - ong. 1980), de teletubbies in 2003 (J. Vande  Lanotte, Frank Vandenbroucke, Steve Stevaert, Freya van den Bossche en Patrick Janssens). Caroline Gennez sluit het rijtje af met een foto van de 1-meiviering van 2008 in Antwerpen. Zo krijg je een goed overzicht van de strijdpunten, de kameraden van vroeger, toen de strijd nog om de echt fundamentele zaken ging en de aanhang groeiend was en zeer groot werd, en de kopstukken van nu, die de boodschap van 'niets is voor altijd verworven' moeten brengen, een boodschap die niet als 'sexy' wordt ervaren, want wij hebben het toch allemaal goed, meneer! Daarom:socialisme is altijd herbeginnen, zoals Caroline Jos van Eynde citeerde.

Zeer interessant op de tentoonstelling vond ik ook de grote panelen (helaas niet gedateerd) uit einde negentiende-begin twintigste eeuw, waarop duidelijk te zien is hoe de nieuwe beweging ook naar een nieuwe beeldtaal zocht, maar daarbij duidelijk onder invloed stond van laten we maar zeggen de katholieke traditie. Op een wijze die wij nu zouden ervaren als 'pathetisch' worden gevoelens van solidariteit, vooruitgang en verheffing uitgebeeld, zoals in een paneel (ik zou zeggen bijna een doek) voor 'De Werker, socialistisch dagblad'. Een engel zweeft boven de gewone mensen: een kunstschilder, een man van de wetenschap, een filosoof, en een metaalbewerker die eendrachtig elkaars handen verenigen,  terwijl de symbolen van hun emplooi net zo goed worden voorgesteld: lier en bazuin, palet en penseel, anker en wereldbol, aambeeld en tandrad. Links staat een jonge boom al flink in de blaren: maar hij zal nog groeien, daar mag je zeker van zijn. De engel laat ondertussen ook zien wat de werkers wensen: 'acht uren werk, acht uren uitspanning (sic) en acht uren rust'. Voor wie het dan nog niet begrepen zou hebben: van onderen op de sokkel staat 'De eerste mei is het wereldfeest van den arbeid'.


Socialistisch hoogaltaar

Dezelfde beeldtaal zie je in  een prent van Jacob Wahre uit Berlijn: een jonge, uitgeputte arbeider, een kind nog, wordt letterlijk uitgezogen door een meedogenloze vampier (je kunt er ook een verschrikkelijke duivel in zien) die 'capitalisme' heet. Maar een beeldschone vrouw komt hem troosten en helpen: bij zich heeft zij een boek dat 'science' en travail' aanprijst: daar zal de redding vandaan komen. Je moet niet echt een fantast zijn om in die schoonheid een engel te zien, hoewel zij het hoofddeksel van de Franse revolutionairen draagt; maar dat is natuurlijk ook een deel van de boodschap.


De duivelse vampier, de maagd van wetenschap en werk en het nog lijdende kind

In Jugendstil en iets optimistischer is de prent 'Solidarity of Labour'. Maar weer beginnen we met een engel: zij draagt de kroon van de vrijheid (Freedom), spreidt haar armen over heel de wereld en haar bevolking (alle continenten worden genoemd), en laat duidelijk zien dat het om 'Fraternity' en 'Equality' gaat. Onderaan is te lezzen dat 'Labour's May Day' is 'dedicated to the workers of the world'. Jugendstil is een soort 'l'art pour l'art' heb ik altijd geweten: ik had nog nooit gezien dat die stijl voor politieke doeleinden werd gebruikt. De tekenaar was natuurlijk ook een kind van zijn tijd.


Met Jugendstil naar het feest

Een affiche uit het begin van de jaren zestig is net zo goed tijdsgebonden: de overdreven boodschapperigheid is verdwenen, alleen de gelijkheid 'De Toekomst - Het Socialisme' blijft over. Begin jaren zestig zeg ik: dat zie je aan de kleren de kapsels van man en vrouw, het beetje stadsgezicht op de achtergrond lijkt mij ook naar die tijd te verwijzen. Maar de twee mensen lijken mij niet dadelijk dompelaars of sukkelaars te zijn: veel leek al verworven te zijn, we hadden 'Expo 58' al achter de rug, de tijden waren optimistisch en de eerste oliecrisis kon men nog niet vermoeden (1967). Toch blijft voor het paar naar de toekomst kijken omhoog kijken, nog altijd naar de hemel. Eigenaardig dat daar het heil toen nog altijd van verwacht scheen te worden. Nu nog?


Begin jaren 60: we hebben er vertrouwen in

Ik moet eerlijk zeggen: ik heb genoten van '125 jaar socialisme', van de historische hoogtepunten van de beweging, en van de affichekunst die er te zien was. En de tentoonstelling mag een bescheiden succes genoemd worden: de afwezigen hadden eens te meer ongelijk. Ze hadden kunnen zien dat wij allang ontwaakt zijn, veel verwezenlijkt hebben en nog altijd niet staan te slapen.

1 opmerking:

Paul zei

Goede tekst, Toon. Te lang voor de Linkse Binken, maar met wat knipwerk kom ik er wel uit en de tekst erin.
Groeten

Paul