dinsdag 22 oktober 2019

Hoogstraten, Sint-Katharinakerk, glas-in-loodramen

Gisteren had ik nog eens kerkwacht in de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten: ons erfgoed mee bewaken noem ik dat. Nog nooit had ik al geprobeerd foto's te nemen van de gebrandschilderde ramen, denkend dat me dat toch nooit fatsoenlijk zou lukken. Tot gisteren: ik wilde het toch eens proberen, je weet maar nooit.

In het hoogkoor stellen zeven ramen de zeven sacramenten voor: zo hoort dat in een kerk. Die glas-in-loodramen komen al uit 1531-1533, en zijn het werk van Antonis Evertsoen van Culemborg ( de eerste gravin was overigens ook van Culemborg). Ze zijn zeer kunstig vervaardigd, duidelijk in de nieuwe renaissance stijl, al zijn de onderwerpen dan uiteraard religieus. Op de eerste foto zie je Christus aan het kruis, geflankeerd door Maria en Jezus' lievelingsleerling, Johannes. Boven het kruis is renaissance architectuur te zien. Onder de 'C' en de 'I' kun je merken in welk jaar dit raam gemaakt is: Anno 1531. Bijna 500 jaar oud, dus.


De kruisdood, 1531

Niet al deze ramen dateren uit de zestiende eeuw: in de loop der tijden hebben ze een en ander geleden, zodat een aantal in de negentiende eeuw gerestaureerd diende te worden. Een mooi voorbeeld daarvan is het raam met op het onderste deel het eerste grafelijke echtpaar: Antoon de Lalaing en zijn vrouw Elisabeth van Culemborg. Het is zeker dat zij dat zijn dat omdat onder de graaf zijn wapen prijkt (rood met witte ruiten), en achter hem staat zijn patroonheilige, Sint-Antonius. Wie de kerk bekostigd had, wilde natuurlijk voor eeuwig en drie dagen zichtbaar blijven: ze hadden ongetwijfeld hun trots en 'noblesse oblige' zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben. Hoe zou je zelf zijn. Op de onderste rand van het raam staan de namen van de restaurateurs: ene Cauwenbergh en J.B. Capronnier. 1861 kun je rechts onderaan ook lezen: dat is natuurlijk het jaar van de restauratie.


Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg

Laten we er nu maar eens een sacrament bijhalen: het huwelijk. Een gemijterde bisschop met baard legt de handen van bruid en bruidegom in elkaar. Hij is in het blauw, zijn getuige staat achter hem; zij heeft een rijke bruidsjurk aan: groenig, met nogal wat versieringen. Ook achter haar staat en getuige, en dan nog een jonge vrouw die de sleep draagt. Het zijn duidelijk geen twee paupers die vanaf dat ogenblik hun leven samen willen leiden. En allicht hebben zij de bisschop horen zeggen: 'Wat God verbonden heeft, zal de mens niet scheiden.' (Marcus 10:9)


Het huwelijk

Velen van ons zijn in hun jonge jaren ooit wel eens te communie geweest, en dat sacrament staat er ook bij, alleen heet dat nu de eucharistie. De kerk heeft haar woordenschat opgefrist: een mis heet nu een viering. Het akeligste dat ik ooit gehoord een gelezen heb, was een 'begrafenisviering': om gillend de kerk uit te stormen, denk ik dan. Voor zo'n woord moet je geloof wel heel vast zijn! Weer een bisschop reikt een oudere man de hostie aan. De kunstenaar heeft achter het altaar zelfs een schilderij geconstrueerd: een Mariaboodschap zie je, de engel Gabriël komt haar zeggen dat zij Gods zoon zal baren.


 De communie

De kleuren in deze ramen zijn best geslaagd, vooral het blauw vind ik erg treffend. Het is jammer dat de taferelen zo hoog hangen, maar met een beetje verrekijker zou je kunnen zien dat op de achtergrond van de hoofdtaferelen delen van steden en gebouwen te zien zijn, dieren en voorbijtrekkende reizigers: er is bijzonder veel zorg besteed aan deze kunstwerken.

Als je de kerk verlaat, zie je een recent glas-in-loodraam: het Lam Gods staat op het boek met de zeven zegels, waarvan je er maar zes ziet: de steunbalk midden in het raam verbergt er een. Aan weerszijden van het Lam en eronder zie je de vier symbolen van de evangelisten: rechts de adelaar, links de engel, en eronder de stier en de leeuw. Uiterst links en rechts staan een man en een vrouw: zij stellen de mensheid voor. Helemaal van boven zijn de werktuigen van de kruisiging weergegeven: een ladder, een doornenkroon, een leeg kruis, hamer en trektang, de schandpaal waaraan Jezus gebonden was tijdens zijn bespotting.
Dit is werk van Jan Willemen, en het is geïnstalleerd in 1980, heel recent dus. In de maand juli heb ik in Limburg muurschilderingen gezien - als je de kerk verlaat - die steeds het Laatste Oordeel uitbeeldden: in Hoogstraten wordt niet met de eeuwige straf van brandende pek en verdoemenis gedreigd, maar we zijn hier ook een paar eeuwen later.


Jan Willemen, Het Lam Gods, 1979-80

Wil je nog dergelijke ramen zien in de kerk van Hoogstraten: in de noorder- en zuiderzijbeuk zijn er nog van die moderne, die best het bekijken waard zijn. Dat geldt trouwens voor heel de kerk van Hoogstraten, maar dat heb ik al meermaals gezegd.

donderdag 17 oktober 2019

Jakob Smitsmuseum: Stadsgezicht

Laten we het dan ook nog eens over Jakob Smits hebben: in het aan hem gewijde museum in Mol-Sluis loopt een kleine tentoonstelling onder de titel 'Stadsgezicht': tien aanwinsten van het museum worden getoond. Daar zijn  drie schilderijen bij, een tekening en zes etsplaten, door SD Worx, een sociaal secretariaat en hr-partner, in bruikleen gegeven. Mooi, zullen de conservator en haar medewerkers gedacht hebben.

Dit 'mooi' geldt niet alleen het gebaar, maar ook de werken, dat spreekt vanzelf. De naam van de tentoonstelling, Stadsgezicht' verwijst naar het schilderij 'Stadsplein naast de kerk', of 'Rue de ville en Flandre' in het Frans. Dit is het enige van de weinige stadsgezichten van Smits dat nu in het museum aanwezig is. Het werk is tegelijkertijd typisch en niet typisch voor Jakob Smits: typisch omdat de verf zoals bijna altijd zeer pasteus is aangebracht, niet typisch omdat het niet over de natuur gaat, een zeer geliefkoosd onderwerp van Smits. Dat het om een Vlaamse stad gaat, is wel heel duidelijk: de kerk op het (markt)plein, de huizen met trapgevels, en straat die van het plein wegvoert (met enige, of veel fantasie zou je nog aan de Turnhoutse Gasthuistraat kunnen denken). Maar natuurlijk is dit Turnhout niet, of Mol, het is een plaats die inderdaad Vlaams aandoet, maar het is niet te bepalen welke. De kerk en de herberg (?) rechts zijn behoorlijk donker gehouden, de huizen en de hemel erboven maken het schilderij dan weer licht. Het zou vlak na de eerste Wereldoorlog geschilderd zijn: het heeft wel wat, het is een verrijking voor het museum.


Stadsplein naast de kerk - Rue de ville en Flandre

Het 'Portret van Jef van Hoof' bulkt evenmin van Kempische kwaliteiten: een eerder bleke componist kijkt de toeschouwer aan, een eigenaardig rechteroog heeft hij van Smits gekregen, het wijkt af van het gewone, zijn kapsel met loshangend haar aan de linkerkant benadrukt het romantische aspect nog meer: dit is iemand speciaal. Het witte gezicht zuigt de aandacht wel naar zich toe, dat dient gezegd.


Portret van Jef van Hoof, 1908

En dan hangt er nog het 'Portret van Boby', een van de kinderen van de schilder. Een jaar of vijf zal de jongen zijn, schat ik, een jongen die ons vragend aankijkt, een beetje melancholisch, zou ik zeggen. Een zacht portret is het alleszins: de vader heeft dat zeer liefdevol geschilderd..


Portret van Boby, 1892

Zes etsplaten zijn er ook te zien, dat wil zeggen : een etsplaat en vijf afdrukken. De echte etsplaat heet 'De ossenkar', maar daar is moeilijk een foto van te nemen: te donker helaas. Maar dat wordt goedgemaakt door de afdrukken: 'De Kempen' van meer dan 100 jaar geleden: puur en zuiver platteland, boeren deden de mensen in huizen die geen echte luxepaleizen waren. 'Arm Vlaanderen' klonk het in de negentiende eeuw, en de Kempen was daarvan een van de armste streken.


De Kempen

De kost verdienen als varkenskoopman, dat hoorde er ook bij: een schuur, een kar, een koopman die een varken met een achterpoot omhoog houdt zodat de mogelijke kopers de kwaliteit van zijn waar kunnen vaststellen, een tiental toeschouwers, twee biggen die mogelijk ook van eigenaar kunnen veranderen. Dat was ook dagelijkse kost in die verdwenen wereld.


Varkenskooplieden

Een die mij echt bevalt, is ' De melkster': 6 bij 7 cm meet deze ets. Er staat veel minder op dan op de twee vorige, maar dat maakt ze ook rustiger. De compositie vind ik geslaagd: van de linkerbovenhoek kun je een diagonaal trekken naar de rechterbenedenhoek, links is de ets voller dan rechts: ik vind deze 'Melkster' echt een pareltje.


De melkster

Tien pas verworven werken van Jakob Smits heb ik gezien: Het was de verplaatsing naar Mol-Sluis meer dan waard. Voor het Jakob Smitsmuseum is dat wat mij betreft wel vaker het geval.

donderdag 19 september 2019

Geel Sint-Dimpnakerk - het geloof voor de ongeletterden: retabels

Zoals in de Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw maken in de Sint-Dimpnakerk in Geel retabels een belangrijk deel van het keukenmeubilair uit: de beeldenstorm heeft ook hier gewoed, zodat je je afvraagt of die retabels toen in veiligheid gebracht waren, of ze later in de kerk terechtgekomen zijn, of de beeldenstormers hier niet zo fanatiek waren. Wie zal het zeggen?

Brussel, Mechelen en Antwerpen waren in het hertogdom Brabant belangrijke steden waar retabels vervaardigd werden, en die waren toen voor de gelovigen ook echt nodig: de allermeesten waren ongeletterd, en die retabels vertelden verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament, of ze beeldden de passie van Christus uit, zijn leven, of dat van Maria, of van een belangrijke heilige. Een belangrijk didactisch element waren die retabels, en vaak ook zeer kunstig gemaakt door bekwame 'beeldsnijders', zoals die mensen genoemd werden.

Een retabel dat van dat alles niet dadelijk blijk geeft, is het 'Apostelretabel': het is een witstenen kunstwerk uit de tweede helft van de 14de eeuw, en mogelijk het oudste artefact in deze kerk. Ik zou het nog een 'proto-retabel' willen noemen: door zijn vorm lijkt het aan het begin te staan van de retabelkunst, die haar hoogtepunt beleefde op het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw. Je ziet zeven gotische portalen, met in het midden natuurlijk Jezus aan zijn kruis, geflankeerd door zijn moeder en Johannes, zijn lievelingsleerling. Links en rechts telkens 6 apostelen met een kenmerkend attribuut. Links van Maria staat Petrus met de sleutel van de hemel in zijn handen, en naast hem Paulus met een zwaard. Nu is zoals wij weten Paulus nooit apostel geweest: hij was een felle bestrijder van het christendom - hij was een Farizeeër en heette Saulus - tot hij onderweg naar Damascus van zijn paard gebliksemd werd, tot andere inzichten kwam en een felle en fanatieke voorvechter en verspreider van dat nieuwe geloof werd. De term 'paulinische christendom' klinkt menigeen vertrouwd in de oren. Waarom is Paulus in deze groep dan binnengesmokkeld? Heel simpel: hij vervangt Judas, de verrader, want die mocht natuurlijk niet mee op de foto. Dit is een voorbeeld van herschrijving van de hier 'gewijde geschiedenis' zoals dat vroeger in de Sovjet Unie gebeurde, dit is geschiedschrijving op communistische wijze, veranderen als het de vertellende instantie beter uitkomt: 'niets nieuws onder de zon' ook niet als die zon nog rond de aarde draaide en de aarde het centrum van het heelal was. Galileo Galilei kan daar ook nog leuke verhalen over vertellen.


Het Apostelretabel (tweede helft 14de eeuw)

De uitwerking van de figuren is heel sober gehouden: in feite zijn het halfverheven beeldhouwwerkjes, en de attributen van de apostelen moeten erop wijzen dat zij maar zeer gewone mensen waren. De versiering is tot een minimum beperkt: roosjes boven de spitsbogen en onder de apostelen. We zijn hier nog ver van de retabels van rond het jaar 1500.


Van rechts naar links: Petrus, Paulus, Bartholomeus met mes, Thomas met winkelhaak, Matthias met bijl, Simon met zaag

De 'Vlaamse Meester in Situ' waarvoor je de kerk wordt binnengelokt, is de beeldhouwer van het Sint-Dimpnaretabel, maar helaas is die kunstenaar onbekend. We doen het dan maar met het kunstwerk zelf: zeker is wel dat het in de kerk geplaatst werd in 1556, dat is redelijk kort voor de beeldenstorm. Het werk is 6,50 meter breed, en tot aan de top van het kruis 7 meter hoog: dat is geen klein prutswerk! De  9 taferelen van onderen, samen dus die 6,5 meter, vertellen het hele verhaal van Dimpna, en daar net boven, in de gotische kapelletjes zie je minder belangrijke aanvullingen op het verhaal. Vlak onder het kruis wordt Dimpna door engelen naar de hemel gedragen.

Dit werk is een van de beste voorbeelden van retabelkunst op zijn best: drie lagen heeft het, het is bovendien voor een retabel zeer groot, de talrijke figuurtjes maken het zeer levendig, het is een lust voor het oog. De gelovigen van eeuwen geleden zullen er zeker ook door getroffen geweest zijn, kan ik me voorstellen!


Sint-Dimpnaretabel, 1556

Het verhaal vertelt dat Dimpna voor haar vader vlucht, van Ierland naar het continent: de man wou met haar trouwen na het overlijden van zijn vrouw, die natuurlijk haar moeder was: incest op niveau? Daar wil de gelovige niet van weten! Een schip komt aan in de haven van Antwerpen, Dimpna zit centraal. Rechts van die scène zie je hovelingen aan de koning mededelen dat ze Dimpna ontdekt hebben: in Westerlo hadden ze in een winkel betaald met dezelfde vreemde munt als de prinses, die daar eerder al was geweest! Die verhalen zijn soms zo vreselijk charmant! Maar dat blijft niet zo: een plaatje verder worden Dimpna en Gerebernus, haar biechtvader, onthoofd! Hier wordt het vreselijk verschrikkelijk, maar we weten al dat zij in de hemel zal worden opgenomen: eind goed, al goed!

Het is een sensationele vertelling, stichtend voor geest en hart en nieren, maar bijzonder levendig weergegeven. Een sprookje voor de 16de-eeuwse katholiek, zou ik nog zeggen.


Links aankomst in Antwerpen, rechts onthoofding van Dimpna en Gerebernus

Ten slotte nog een passieretabel uit de periode 1490-1500. Boven zie je geopende luiken: op het rechtse smeken Christus en Maria om erbarmen voor de zondige mensheid, op het linkerluik zie je (niet zeer duidelijk) God als Rechter. Gebeeldhouwd is links de geseling van Christus, en rechts wordt hij naar zijn graf gedragen.


Ten slotte: nog een passieretabel, uit de periode 1490-1500.

Het centrale tafereel is natuurlijk de kruisdood: Christus tussen de twee moordenaars. Met een lange lans steekt de Romeinse soldaat Longinus hem in zijn rechterzij. Er is heel wat volk te hoop gelopen, er is veel belangstelling, wat de dramatiek van het gebeuren alleen maar vergroot. Alleszins meester-beeldhouwers hebben hier aan gewerkt, maar psychologisch waren die ook een beetje daar, als je het mij vraagt.


De kruisdood en de ontzette toeschouwers

Leer ik een paar dagen geleden dat in de hoofdkerk van Herentals een retabel te bezichtigen is van Jan II Borman, de beste beeldsnijder van allemaal, zoals hij in zijn tijd genoemd werd. Daar trek ik voor 30 september ook nog naartoe, want daarna zijn 'Vlaamse Meesters in Situ' geschiedenis. En zoals men in het Duits zegt: 'Herentals ist immer eine Reise wert'. Welaan dan!

dinsdag 17 september 2019

Cornelis Floris II De Vriendt in Geel

'Vlaamse meesters in situ' bracht me ook naar Geel, naar de Sint-Dimpnakerk, voor het retabel van Sint-Dimpna, waarover later allicht meer. Als je voor de kerk staat, voor de toren is dat, zie je al meteen dat die toren niet zo hoog is als hij oorspronkelijk bedoeld was. Hij heeft trouwens van alles meegemaakt: in 1541 stort de toren in tijdens een hevige storm; dat is wat men noemt 'niet tegen een stootje kunnen'. Hij werd dan heropgebouwd: in 1563 men al zo hoog als de spitsboog van het grote venster, 17 meter is dat. Er is nadien nog een tijdje verder gewerkt, maar voltooid is hij nooit. Ik schat dat hij nu een 30-tal meter hoog is. Tijdens de periode 1949-1952 worden kerk en toren gerestaureerd naar de plannen van de provinciale architect Jozef Schellekens uit Turnhout, die het bouwwerk zijn huidige hoogte gaf: zo'n 30 meter moet dat zijn, schat ik. Je ziet wel dat dit gebouw authentiek gotisch is: in dit geval spreekt men van Brabantse gotiek, Demergotiek of zelfs Kempische gotiek. De gids zegt dat, rekening houdend met de oppervlakte van de basis, de toren even hoog had moeten worden als die van de Katharinakerk in Hoogstraten: 105 meter is dat. Het zou een duidelijk merkteken in het landschap geweest zijn, 'a landmark' zoals het Engels dat uitdrukt. De niet gerealiseerde hoogte van het gebouw zou het ook eleganter gemaakt hebben, maar wat er nu staat vind ik best oké: de speklagen geven de toren zeker enige lichtheid, zeker als hij het volle zonlicht vangt.


De Sint-Dimpnatoren, Kempische gotiek

Een zeer mooi en kunstig monument is ongetwijfeld de graftombe van Jan III van Merode en zijn echtgenote Anna van Gistel: zijn trouwden in 1520; zij overleed al in 1533, hij in 1550. Cornelis II Floris de Vriendt kreeg de opdracht voor deze tombe in 1552, exact het jaar waarin hij de sacramentstoren van de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw voltooid had. Deze Cornelis Floris was een uitstekend beeldhouwer, had een reis naar Italië ondernomen, was daar de renaissancekunst gaan bekijken en had ze nadien hier geïntroduceerd. Ik heb die sacramentstoren van Zoutleeuw deze zomer gezien, en ik kan de mensheid van hier te lande verzekeren: Cornelis Floris was geen prutser, wel integendeel.

Op de vier hoeken van de tombe staan Romeinse soldaten: herauten volgens Cornelis Floris, die mogelijk het overlijden van het echtpaar aankondigen. De middelste figuur op onderstaande foto staat aan de kant van Jan III, en die draagt het wapen van Merode (dat overigens in Duitsland ligt). Die Romeinse soldaten - of het idee - heeft de kunstenaar allicht van zijn Italiëreis meegebracht, en zo sluipt de renaissance in deze kerk en in zijn werk binnen.


Wapendrager tussen twee herauten (Romeinse soldaten)

Aan het voeteneinde van de tombe liggen de obigate leeuw en hond: de eerste symboliseert dapperheid, het tweede dier staat voor huiselijkheid en trouw, deugden van de vrouw. Aan de rollen van man en vrouw werd toen nog lang niet getornd! Vooral in de manen van de leeuw heeft Cornelis Floris zich eens kunnen laten gaan, en uitpakken met zijn kunst en meesterschap. Maar beide dieren zijn zeer geslaagd.


De leeuw voor dapperheid (Jan III), de hond voor trouw (Anna)

Het was te moeilijk een volledige foto te nemen van de twee liggende figuren, maar hun hoofden bewijzen ook al heel wat. Jan III van Merode is in vol ornaat afgebeeld, hij heeft bij wijze van spreken zijn beste pak aangetrokken, want hij moet voor de ultieme opperrechter verschijnen. Hij draagt een hermelijnen cape waarvan de zwarte staartjes goed zichtbaar zijn (dat zijn de witte pluisjes op zijn rechterschouder), en onder die cape zit een rijkelijk versierde mantel: noblesse oblige! Natuurlijk heeft hij een gaaf gezicht, en hoofdhaar en baard met virtuoze krullen, superlatieven van de manen van de leeuw. En dan moet je het hoofdkussen nog bekijken: ragfijn versierd met opgelegde koorden, zo realistisch mogelijk. Dit is werkelijk renaissancekunst par excellence!


Jan III van Merode

Hetzelfde metier en dito virtuositeit vind je terug bij zijn vrouw Anna: mooi versierde kledij, haar handen gevouwen tot gebed, zoals ook Jan III deed, fijn uitgewerkt kraagje, en rand van haar hoofddeksel maken het kunstwerk af. Groot kunstenaar was Cornelis II Floris de Vriendt (Antwerpen ca. 1514-1575).


Anna van Gistel

Ik heb me meermaals enthousiast uitgelaten over de Sint-Katarinakerk in Hoogstraten, maar de Sint-Dimpnakerk van Geel heeft nog meer en oudere kunstschatten. Wat je er allemaal nog vindt, daar heb ik het nog over. Voor de liefhebbers: een bezoek meer dan waard.

donderdag 12 september 2019

Turnhout: 75 jaar bevrijding

De bevrijding van ons vaderland is deze maand 75 jaar geleden, tenminste in onze streken. Dat wordt herdacht en opnieuw in herinnering gebracht: in deze rechtse en populistische tijden is dat helemaal geen slecht idee. Een kolonne militaire voertuigen rijdt door het land: 'Bevrijdingskolonne Noord' heet die. Ze vertrekt, of is vertrokken in Mons, dan volgt Ath, en via Brussel en Antwerpen is ze vandaag in Turnhout aanbeland, waarna nog Geel en Leopoldsburg volgen, wat het eindpunt is. In die kolonne rijden 50 historische voertuigen en worden er herdenkingsmomenten gehouden: dat in Turnhout heb ik om goed van start te gaan gemist, maar dat ligt nu eens niet aan het instituut ABL (Armée Belge/Belgisch Leger).

Die 'historische voertuigen' zien er allemaal best goed uit: netjes gewassen, pas naar de car wash geweest, fris opgeschilderd in groenbruin dat ook wel kaki genoemd wordt. Nergens een spoor van bloed of andere menselijke resten van gruwelijke gevechten, je zou nog gaan denken dat het 'ein frischer, froher Krieg  gewesen sein muss! Helaas weet de mensheid al eeuwenlang beter, er bestaat geen 'propere oorlog', en beide partijen verliezen, ook al is er altijd een overwinnaar.

Maar allerlei voertuigen dus. Eentje is een bijna een tank: vier wielen heeft het ding, maar ook een geschutskoepel. Heel indrukwekkend is het niet, het doet me eerder denken aan 'my little tanky' van Lieutenant Gruber uit 'Allo Allo'. Vooral na afloop van een oorlog is het makkelijk ermee te lachen. Maar opgepast: dat is hier niet de bedoeling, in dit geval ligt het aan mijn slecht karakter.


Lieutenant Grubers 'Little tanky'

En mijn legerdienst staat meteen ook voor mijn neus: ik was soldaat-milicien zoals dat toen heette, in 1970-71. Wat zie ik: een half track, zoals ik die toentertijd ook in Soest rondreden, soms toch, in de Kazerne 'Kanaal van Wessem'. Ik heb ze nooit in echte actie gezien, zelfs niet op 'serieuze' manoeuvres in Elsenborn. Toen waren wij en de Belgische mensheid al veel vredelievender aangelegd, dat kan de enige juiste conclusie zijn. Of misschien waren onze officieren gewoon lui, hoewel dat een eerder defaitistische gedachte is


Eerbiedwaardige 'half track'

Nieuw - voor mij althans - zijn ontzag inboezemende motoren: die waren in 70-71 al compleet verdwenen, dit is echt antiek, met een lading waar je een paar weken mee verder kan! Maar heel flitsend modern zien die dingen er toch niet uit!


Uit het antiquariaat

Jeeps zijn er natuurlijk ook: een aantal exemplaren van de oude, vertrouwde Willys! Ik was chauffeur in het leger, en hoeveel kilometers ik met mijn Willys heb afgelegd, weet ik niet meer, maar talloze zijn het er! Ik reed namelijk voor de topografen, en wij moesten geregeld aan de grens met de DDR stellingen gaan controleren en opnieuw opmeten: oorlogsvoering ging zo'n 50 jaar geleden niet zonder een goede basis driehoeksmeting, wat dan het werk voor architecten en ingenieurs was, niet voor een simpele germanist! Mijn jeep was er eentje uit het jaar 1941, die had dus oorlogservaring! Dertig jaar later was die nog in dienst: de carrosserie was van meet af aan sterk genoeg, af en toe werd er een nieuwe motor ingestoken, en vooruit met de geit! De adjudant-chef wiens chauffeur ik was, heette 'Lust': hoe konden wij tweeën nog gelukkiger zijn met onze prachtnamen. Veel zin voor humor had hij niet, maar het was een fatsoenlijke mens, geen pestkop, wat van alle onderofficieren niet gezegd kon worden.

Onderstaande foto toont de favoriete bezigheid van het Belgisch Leger in vredestijd: met z'n tweeën tegen de jeep leunend zitten en babbelen tegen je overbuur die ook zittend leunt of probeert dat te doen: het is een kunst op zichzelf! Pittig detail in de rechterbenedenhoek: de uiteindjes van de benen en de voeten van een militair die leunt, maar nog niet zit. Die heeft de kunst nog niet onder de knie!


Een Willys en zijn entourage in vredestijd: altijd alert!


Schietensklare Willys

De mooiste auto die op de Grote Markt te vinden was? Geen militair vervoermiddel, maar een Cadillac uit de periode 1940-45 in volle glorie. Natuurlijk reed de eerste de beste korporaal daar niet mee rond, dat spreekt vanzelf. Het kenteken van de auto van voren: een rode plaat met vier witte sterren. Dit is de wagen van een viersterrengeneraal, een best hoge pief! Die reed daar zelf ook niet mee rond: die had natuurlijk een chauffeur, dat ligt voor de hand.


Viersterren Cadillac: respect, respect

Achteraan nog een kenteken: U.S. Army, en het blazoen van de VS: de adelaar met in zijn rechterpoot een lauriertak, in zijn linker de pijlen die zeggen dat we niet naïef zijn en ook kunnen aanvallen'. Op de banderol boven de vleugels van de arend is de spreuk van de VS te lezen: 'E pluribus unum', uit velen een. Dat zo te bekijken geeft een ander gevoel dan wanneer je dat op tv achter het lichaam en hoofd van Trump ziet hangen. Hoe zou dat komen?


Lauriertak en pijlen, en 'E pluribus unum'

Een echte tank had de tocht naar Turnhout ook ondernomen: die stond dan waar met Turnhout Kermis de grote, oude paardenmolen met het mechanische orgel staat: klein beetje contrast, toch! Om welk type tank het gaat is me niet bekerdnd: enige verklarende borden zouden niet verkeerd geweest zijn. Een groot wapen met een ongelooflijk kaliber is het niet, maar je wordt er natuurlijk liever niet midscheeps of midlichaams door getroffen: je mag er niet aan denken.


Tank van een onbekend type

Dat rijdende kanon wordt met een platte aanhangwagen vervoerd en vooral de boodschap van achteren op die wagen is geruststellend: 'Uitzonderlijk vervoer', dat we maar niet zouden denken dat we tegen de Polen of Hongaren op zouden trekken: zo ver drijft het moderne Europa het niet meer.


Uitzonderlijk vervoer, en al goed!

Ik heb bij mijn scootmobielwandeling over de Markt misschien meer aan mijn eigen legerdienst gedacht dan aan de bevrijding en wat eraan vooraf gegaan is. Maar versta me niet verkeerd: we leven hier al 75 jaar zonder oorlog! Toen mijn vader 30 was, had die er al twee wereldoorlogen opzitten: ik had het niet mee willen maken. P.s.: 14 dagen na mijn vaders geboorte brak de eerste wereldoorlog uit, maar een causaal verband mag niet eens verondersteld worden!

Tot slot een citaat van Imre Kertész, uit zijn essay 'De ongelukkige twintigste eeuw': 'De nazi's streefden niets anders na dan de nihilistische tegencultuur die alles ten koste van de ander wil (en niets voor een ander)'. Menslievend is dat niet, fascistisch wel!

woensdag 14 augustus 2019

Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk - muurschilderingen

In de Sint-Leonarduskapel zie ik tot mijn verrassing twee muurschilderingen: een boven de toegangsdeur, en een rechts boven de deur van de kluizenaarskamer. 'Vier heiligen in fresco' noemt de gids die ook. Het gaat over de Heiligen Servatius, Rochus, Albertus en Egidius. Het werk werd in 1995 gerestaureerd, maar desondanks zijn de heiligen moeilijk te herkennen. Uiterst links staat Servatius: die draagt een mijter, want hij was bisschop van Maastricht. Naast hem staat de heilige Rochus, patroon of beschermheilige van de pestlijders. Omdat hij zelf aan de pest geleden heeft, wordt hij afgebeeld met een open been, zonder lange broek dus. Hier zie je zijn twee blote benen (info: wikipedia). De derde is dan de heilige Albertus, ook Albertus Magnus genaamd. Hij was een geleerde, onderwees de filosofische en wetenschappelijke vakken van Aristoteles; een van zijn leerlingen was Thomas van Aquino. Albertus draagt een staf, waarschijnlijk als teken van zijn waardigheid en uitmuntendheid; hij werd overigens doctor universalis genoemd. Op de muurschildering is echter niet zoveel van hem te zien, net zoals van de figuur uiterst rechts, en dat is dan de Heilige Egidius. Die man was kluizenaar, en wordt vaak afgebeeld in het gezelschap van een hinde, die hem van melk voorzag. Ik dacht aanvankelijk dat het een hond was die van Egidius aandacht en liefde wou, maar de muil van het dier kan niet die van een hond zijn, wel van een ree. Het wil wel eens moeilijk zijn die heiligen te identificeren, maar als je zoekt naar typische dingen in hun voorstellingen, kom je al een eind ver. Op google kun je al eens wat vinden, maar niet alees.wat


Boven de toegangsdeur tot de kapel hangt een 'Laatste Oordeel' van Lodewijk Raets, uit ca. 1490, een schilder waarover google mij niet wijzer maakt. Mogelijk was hij van Leuven, een Brabander uit de streek. Op een regenboog zit Christus ten troon, geflankeerd door twee engelen: hij oordeelt over de mensen, over de goeden, de gelukzaligen, en de kwaden, de verdoemden. Maria, de Middelares, staat onder zijn rechtervoet, tegenover haar staan andere heiligen. Links gaan mensen in het maagdelijk wit gekleed het paradijs binnen, rechts varen een aantal naakte figuren ter helle, voor eeuwig reddeloos verloren. De gelovigen wordt opnieuw hun mogelijke toekomst voorgehouden, voorgespiegeld: beloning voor een goed leven, straf voor ongeloof en losbandigheid. Het doet me denken aan het 'Laatste Oordeel' in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Truiden: beter op tijd waarschuwen als je de mensen braaf, mak en gedwee wilt houden!


Lodewijk Raets, Laatste Oordeel, ca. 1490

Een laatste schilderij, geen muurschildering. Maar toch iets eigenaardigs: het is een grafmonument of 'memento'. Het gaat dan over het middenpaneel: wat op de achterzijde geschilderd werd, is op de voorzijde zichtbaar. Dit schilderij zou dateren van ongeveer 1530. Het beeldt de legende van Longinus uit, de Romeinse soldaat die met zijn lans in Christus' zijde stak. De gids gaat zo verder: 'De Heilige Catharina van Emmerich zag in een visioen hoe Longinus na deze daad genezen werd van een sterke bijziendheid, zich bekeerde en de godheid van Christus beleed'.


Longinus doorsteekt Christus zijde

Onder het schilderij hangt een tekst die je ook al in de gids kunt lezen:

'Hierleyt begrave M. Henrich van Steyroey, hij stierf int jaer XVC en LXV den XIJ dach Mey en joeffrouw Margriet Speken zij sterf int jaer XVCLXI den X augustus bidt voer die ziele Godts.


Zo zijn Hendrik en Margriet een beetje onsterfelijk.

De Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw: een belevenis! Het is niet zover, en er is veel interessants te zien - hoewel,  dat is subjectief. Maar wat wil een mens nog meer?

Veel informatie is te lezen en te vinden in:

Emiel Vandeput, pr. , De Sint-Leonarduskerk... Hart van Zoutleeuw,
Zoutleeuw, 1978 - Herziendrukken 1986,1996

dinsdag 13 augustus 2019

Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk - beelden

De kerk staat ook vol met heiligenbeelden, je zou bijna zeggen van allerlei soort en pluimage, mannen zowel als vrouwen: gelijkheid der seksen in de middeleeuwen. Ik kom er een heilige tegen die ik een beetje ken, de Heilige Elisabeth van Thüringen, of Hongarije, dat is dezelfde. Zij was een Hongaarse koningsdochter die al zeer jong beloofd werd aan de hertog van Thüringen, en als baby al naar dat Duitse hof werd gebracht, alwaar zij opgevoed werd. Zij heeft volgens de legende een zeer ongelukkig leven geleid: haar man stierf jong in een veldslag, diens broer greep de macht, Elisabeth en haar kinderen werden verstoten. Dat alles gebeurt in het begin van de 13de eeuw. Elisabeth is geen hoogmoedige, wraaklustige prinses, integendeel, ze zorgt voor de gewone mens waar en wanneer ze kan, vooral voor de melaatsen. Ook zij sterft vroeg: op haar 27ste, en wordt vrij snel na haar dood heilig verklaard. Het is deze Elisabeth die haar naam gegeven heeft aan talrijke ziekenhuizen: Turnhout en Herentals onder andere. Zij wordt hier afgebeeld met een kroon en een scepter, terwijl dat symbolen van macht waren die ze helemaal niet wilde. Tenminste, in de versie van het verhaal dat ik ken. In de grote kerk van Hoogstraten hangt een wandtapijt dat haar geschiedenis vertelt: ook zeer bezienswaardig is dat!


De Heilige Elisabeth van Thüringen, met scepter en kroon, 16de eeuw

Sint-Anna-te-Drieën staat er een aantal keren: het beeld van oma, mama en het Jezuskind was bijzonder populair. Mooi laatgotisch beeld is dit, met zeer levendige plooival. En de kleuren zijn ook bijzonder goed bewaard (en waarschijnlijk op tijd gerestaureerd).


Sint-Anna-te-Drieën, 16de eeuw, eikenhout, 74 cm

En dan zijn er piëta's: Maria zit op een stenen bank, houdt Christus met haar rechterhand vast zodat hij niet zou vallen, en ze schijnt zeer hevig te huilen: met een zakdoek wist zij haar tranen weg. Haar gevoelens zijn in ieder geval meer dan duidelijk. Dit beeld zou Duitse invloed vertonen, maar waaraan die te zien is, weet ik niet. De gids zegt wel dat haar gezicht duidelijk joods is, maar zij wordt met al haar verdriet zeer respectvol afgebeeld. Als joodse wordt zij als een mens zoals de middeleeuwers van hier ook waren.


Piëta, 16de eeuw, notelaar, 83 cm

Een andere piëta komt uit de 15de eeuw: de kleuren zijn echt wel fris. Dit is nog meer verdriet dan de vorige piëta: Maria verbergt haar hoofd nog meer onder haar hoofddoek, ze huilt, haar gezicht vertoont geen leven meer, ze heeft haar handen in gebed gevouwen, en kennelijk is ze zo verslagen dat ze de moed niet meer vindt om het lichaam van haar dodo zoon vast of tegen te houden. Dit is werkelijk iemand met een onmeetbaar diep verdriet, iemand die zich van God en klein Pierke verlaten voelt. Aangrijpend beeld vind ik het.


Piëta, 15de eeuw,115 cm, Duitse invloed

Een middeleeuwse benaming voor Maria was 'Sedes Sapientiae ', Zetel van Wijsheid. Als zodanig is zij vaak gebeeldhouwd. Haar kleren hebben nogal wat beweging, dat neigt naar gotiek, maar haar gezicht is onbewogen, ze schijnt voor de gelovigen onbereikbaar te zijn. Statig is dit beeld, afstandelijk: keek men toen zo tegen de Moeder Gods aan? Op haar linkerknie hoort een Christuskind te zitten, maar door welke oorzaak dan ook is dat verdwenen. Haar rechterhand is pas in 1950 bijgevoegd: daarmee zou ze een scepter moeten dragen, maar die was kennelijk niet meer voorradig.


Sedes Sapientiae, laatromaans, 12de eeuw, lindehout, 140 cm

Je kunt in de Sint-Leonarduskerk je hart ophalen aan
romaanse, gotische en laatgotische beeldhouwkunst: je kunt het metier zien evolueren, merken hoe er steeds meer verhalen bijkomen, en bijgevolg meer onderwerpen uitgebeeld kunnen worden. En je kunt een idee krijgen van hoe kerken er voor de beeldenstorm kunnen hebben uitgezien, en dat is een bijzondere ervaring. Vind ik.