zaterdag 1 november 2014

Jakob Smits: schilderijen over de Groote Oorlog

Een paar weken geleden, op de tentoonstelling 'Kunst in de Groote Oorlog', in de Fabiolazaal in Antwerpen, zag ik twee werken van Jakob Smits over die oorlog. Nu heeft die man me altijd wel geïnteresseerd, en niet alleen omdat hij van de streek is, al komt hij dan van Rotterdam. In Mol-Sluis loopt ook een dergelijke expo: 'De Groote Oorlog in beeld'. Die toont een veertigtal tekeningen van Ghisleen Verdickt en 'oorlogsimpressies van Jakob Smits'. Ik had een reeks schilderijen verwacht, maar dat viel nogal tegen: wat het thema betreft zijn er slechts vijf werken van de schilder uit Achterbos te zien; eigenlijk vier, want het vijfde is een reproductie, maar wel een zeer goede.

Smits heeft in de oorlog niet getekend of geschilderd: die activiteiten had hij stilgelegd. Wel zorgde hij voor de mensen van zijn dorp: hij was lid van het gemeentelijk voedselcomité (wat hij in 1917 opgaf wegens te weinig steun), maar ook van het provinciale. Hij maakte gebruik van zijn naam en faam en probeerde met brieven hoogwaardigheidsbekleders (tot en met kardinaal Mercier) te overtuigen financiële bijdragen te leveren om de noden van de lijdende bevolking te lenigen: sociaal engagement was hem niet vreemd.

Na de wapenstilstand neemt hij het penseel weer op, en verwerkt zo de oorlog. Veel schilderijen heeft hij er niet aan gewijd: ik denk dat het er niet meer dan twaalf zijn, en voor zover ik weet, heeft hij in 1919 het laatste geschilderd.

Over 'In de loopgraven' heb ik het al eens gehad: alleen kan ik wel zeggen dat het geen typische Smits is: het licht is compleet afwezig. In het museum vertelde iemand me dat dat vlak na de verschrikking gemaakt moet zijn.


In de loopgraven

Maar voor de rest zie je weinig militair geweld in Smits' schilderijen: dat kan ook moeilijk, want aan het front of de nabijheid daarvan heeft hij nooit gezeten. Hij toont hoe de oorlog in de Kempen op het dagelijkse leven ingreep. In 'De soldaten trekken voorbij' zie je twee vrouwen (moeder en grootmoeder?) en drie kinderen vanuit hun woonkamer naar voorbijtrekkende soldaten kijken: ze zijn bang en houden zich gedeisd, want het zijn ulanen, en de gruwelijke wreedheden van de Duitsers waren hier allicht ook bekend: Aarschot is niet zo ver van Mol, en de brand van de universiteitsbibliotheek zal ook hier voor schrik en afgrijzen gezorgd hebben. Smits heeft dit schilderij gemaakt 'post factum': natuurlijk wist hij hoe hij de emoties dienaangaande kon uitbeelden.


De soldaten trekken voorbij, 1918

Ook geen militair geweld in 'De blinden': jonge mannen, allicht soldaten die aan het front het licht in hun ogen verloren hebben, gaan in groep mogelijk naar een hulppost, waarbij ze geleid worden door kinderen. Smits toont de gevolgen van de oorlog, laat het beeld voor zich spreken.


De blinden

Een geslaagde reproductie van 'De vlag (verwoest dorp) toont een beeld van de afloop van de oorlog: de Belgische vlag wappert wel, maar veel vreugde is er verder niet te rapen, de onzin van een dergelijk conflict behoeft geen verder betoog.


De vlag (Verwoest dorp), 1919

Een desolaat beeld in 'De hemel weent over de puinen': twee eenzame kruisen is een leeg landschap met een kapot geschoten boom. Dit schilderij hangt overigens in de Fabiolazaal.


De hemel weent over de puinen, 1919

Met meer Belgische vlaggen, meer mensen en een soort van kleine kermis wordt in Mol de wapenstilstand gevierd: een uitbarsting van vreugde is nog iets anders.


De wapenstilstand, 1919

Ten slotte nog een donker schilderij dat 'Bemint elkander' heet. Op de achtergrond staat een dorp in brand: je ziet het vuur en dikke donkere rookwolken ten hemel stijgen. Op de voorgrond een kerkhof vol gesneuvelden en burgerslachtoffers. Daarboven een Christus aan het kruis: maar zijn boodschap heeft de mens kennelijk en helaas nog niet begrepen, met het gevolg dat op het schilderij te zien is.


Bemint elkander

Jakob Smits, die zich in de oorlog ingezet heeft om de nood van de mensen te verzachten - dat was voor hem veel belangrijker dat zijn eigen plastisch werk - schildert in niet zo veel doeken laconiek de gevolgen van 'De Groote Oorlog': hij maakt er geen sensationele werken van, maar laat de beelden voor zich spreken. Je moet geen genie zijn om zijn boodschap te begrijpen. Indrukwekkend zijn zijn schilderijen alleszins.

maandag 27 oktober 2014

Traben-Trarbach: de gitaar in de Vroegromantiek

Wat nu echt niet romantisch is: je gaat naar een gitaarconcert in Traben- Trarbach (aan de Moezel): 'Die Gitarre in der Früh-Romantik - Konzert auf Original-Instrumenten' heisst das auf deutsch, en dat begint met een powerpoint presentation. Philipp Neumann uit Leipzig vertelt daarin hoe hij een liergitaar uit het Mittelmosel-Museum gerestaureerd heeft, ze echter niet opnieuw 'spielbar' gekregen heeft: dat was onmogelijk. En hij geeft meer informatie over het instrument: wie kent nu ook een liergitaar? Ze ziet eruit als een lier, maar de snaren daarvan zijn vervangen door de hals van een zessnarige gitaar, en was zeer in de mode op het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw: na 1820 was haar korte bloeitijd voorbij. Ze werd vooral aanbevolen aan en bespeeld door jongere vrouwen, omdat de vorm zo gracieus was, en ze deed de gratie van de musiciennes beter uitkomen! In kamermuziek wilde het oog ook wat.


De liergitaar van Traben-Trarbach: voor en na

In een ets uit de tijd zie je hoe een man een jonge dame leert hoe ze het instrument behoort te hanteren, terwijl een man en twee andere vrouwen bewonderend zitten toe te kijken, en die twee laatste waarschijnlijk hun  beurt zitten af te wachten. Zeer betekenisvol heet de ets dan ook nog 'Le Bon Genre': succes verzekerd! En het ziet er nu ook al heel wat romantischer uit.


Le Bon Genre

Die restauratie is er gekomen door toedoen van Luc Snoeckx, geboren Turnhoutenaar, nu al bijna 40 jaar Hasselaar, en bekwaam gitarist. Onder anderen Roland Broux was zijn leermeester, en met een ander studente van hem, An Volders, vormde hij het trio dat op de 'Original-Instrumenten' zou spelen, in een veel te kleine zaal, zo bleek, van het Mittelmosel-Museum. Het spreekt vanzelf dat An de liergitaar voor haar rekening nam: noblesse oblige. Overigens zijn de akoestische gitaren van tegenwoordig merkelijk groter dan die van toen.


De liergitaar van het concert

Ze speelden kamermuziekwerken van componisten waar ik nog nooit van gehoord had, maar die toch echt konden boeien: de Spanjaard Fernando Sor en de Oostenrijker Anton Diabelli om er maar twee te noemen. Een romance, een étude, een wals, een Grand Trio passeerden de revue: het is moeilijk muziek met woorden te beschrijven, maar de sfeer van de tijd en het milieu waarin die stukken twee eeuwen geleden leefden, werd toch duidelijk: gracieus, elegant, rustig, diverterend, ver van mogelijke moeilijkheden des levens. Dit was de gegoede burgerij en adel op het lijf geschreven. Aangenaam om naar te luisteren was het alleszins.


Musicerend: Luc Snoeckx, An Volders, Roland Broux

Een keer een iets bekends: het 'Menuet uit het Kwintet in mi-groot' van Luigi Boccherini. Dan voel je zo'n walm van herkenning door het publiek stromen, zeker als je kinderen jarenlang viool volgens de Suzuki-methode geleerd en gespeeld hebben. En een keer steekt er een componist toch boven uit: als de 'Sonatine, opus 43a, bewerkt voor twee gitaren' van Ludwig van Beethoven klinkt en geklonken heeft. Dan hoor je het verschil tussen goede kamermuziek en wat een heel grote componist ervan maakt.


Verdiend applaus ontvangen

Kamermuziek voor gitaar en liergitaar was bedoeld als ontspanningsmuziek, en dat is tijdens het concert ook duidelijk geworden. Maar het is ook zeer waardevol dat mensen van nu dat soort van 'Unterhaltung' nog eens kunnen horen, en zich tweehonderd jaar later een idee kunnen vormen van de sfeer en mentaliteit in de hogere kringen van toen. En de muziek was ook gewoon mooi.

dinsdag 21 oktober 2014

Lieve Flour bij Würth - Turnhout

Lieve Flour stelt 'Tekeningen & Schilderijen tentoon in Kunstforum Würth: het is ook daar dat ze samen met Lau de Vries het 'Panorama van Turnhout' geschilderd heeft en er 'enthousiaste gastheren en gastvrouw' heeft leren kennen. En nu hangen daar 22 van haar eigen recente werken. Een begeleidend en interessant foldertje licht onder andere toe hoe ze met de kalligrafiepen in aanraking kwam  en ermee begon te werken. En de expo toont hoe ze er een meester mee geworden is.

Een beklijvende tekening is 'The feeling of broken glass': vanuit het centrum laat ze zien hoe scheuren en barsten in een glasoppervlak verder kunnen lopen, en tezelfdertijd kun je aan een bloem denken. Van een niemendalletje iets moois maken is dat, zuivere verbeelding en creativiteit met andere woorden.


The feeling of broken glass

Een plantenstengel zie je groeien dat de stukjes ervan afvliegen, zou je kunnen denken: de kracht van de natuur geeft ze met eenvoudige middelen weer, en het resultaat, dat 'Growing' heet, is overtuigend.


Growing

Een tekening met kleurpotlood stelt een vrouw voor die zich aankleedt: 'The morning after' noemt ze dat, maar 'whereafter' mag de toeschouwer zelf invullen: de eigen fantasie mag aan het werk. Een subtiele tekening is het.


The morning after

Sensualiteit zie je in 'Waking up': een jonge vrouw strekt en rekt zich eens lekker uit na een nacht slapen: plezier van het zijn dat opnieuw begint.


Waking up

Een totaal ander onderwerp vind je in 'Scripta manent': een pen, d.w.z. en vogelveer die zeer nauwgezet, realistisch en met veel geduld getekend is. Als je goed kijkt, zie je dat de pen nog niet aangesneden is, je kunt er nog niet mee schrijven. En zo wordt de vaststelling 'scripta manent' meteen ook een waarschuwing, in de aard van 'bezint eer ge begint', wat Guido Gezelle uitdrukte  met 'denkt aleer gij doende zijt, en doende denkt dan nog'. Het leuke daarbij is dat 'wat getekend is, (ook) blijft', zodat de tekenaar zich eigenlijk ook moet bezinnen.  Een uiting van ironie, zou ik dat noemen. Zo blijkt er achter elke tekening ruimte te zijn om even door te denken: Lieve Flour hanteert een op het eerste gezicht eenvoudige stijl, maar ze tekent niet zomaar, ze tekent niet alleen wat je ziet. En dat is alleen kunstenaars gegeven.


Scripta manent


Een aantal werken hebben het label 'Mixed Media' meegekregen. Schilderijen zijn het niet, hoewel ze ingelijst zijn: ze doen nog het meest aan collages denken, maar dat zijn ze voor mij ook niet helemaal. Maatschappijkritisch zijn ze in ieder geval wel: 'The usual suspect' bijvoorbeeld. Dat is kennelijk het kapitalisme: de streepjescode die bijna overal aan de kassa gescand wordt loopt naar beneden door en eindigt in verbrande lucifers waarvan de kopjes in ieder geval verdwenen zijn; voor hetzelfde geld kan er er vensterloze torengebouwen met verwoeste bovenverdiepingen in zien. En wat boven in het werk op het eerste gezicht bloemen lijken te zijn, is ook iets anders: vooral aan de rechterkant wordt dat duidelijk. Het hartje van de veronderstelde bloem geeft je een 'Gratis dvd High School Musical 3', je ziet doorgestreepte prijzen zoals in de koopjesperiode, reclame voor verzekeringen en autoverhuur, en het grote woord 'relax' verwijst naar ons 'druk druk druk' leven.


The usual suspect

Rustiger is 'Anderzijds', weer een werk waar je beter niet achteloos aan voorbijgaat. Aan de linkerkant kleven krantenknipsels waarin het onder andere gaat over Cecilia Bartoli, je ziet het programma van Radio Klara, aan de rechterkant verbeelden fotootjes in twee kolommen de waan van de dag. De veelkleurige balk draden, linten en snoeren is mogelijk een symbolisering van het ongecontroleerde geluid dat ons van alle kanten overstroomt, van de hectiek van onze samenleving.


Anderzijds

Lieve Flour maakt niet alleen tekeningen die niet alleen meer zeggen dan ze laten zien, in haar 'Mixed Media' laat ze zien dat haar kunst met de voeten in de samenleving staat, waarin 'pas tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles'. Vinger aan de pols houden dat is wat Lieve Flour doet. Niet te missen: nog tot half december in Kunstforum Würth!

woensdag 15 oktober 2014

De Modernen: Kunst in de Groote Oorlog

In de Fabiolazaal loopt op dit ogenblik weer een andere tentoonstelling in de reeks 'De Modernen'. Daarin wordt niet alleen werk van schilders getoond, maar komen ook schrijvers aan bod: Emiel Verhaeren, Karel van de Woestijne, Cyriel Buysse en Paul van Ostaijen, om vier belangrijke te noemen.

De eerste schilder die mij opvalt, is Jakob Smits, de ingeweken Rotterdammer die in Mol werkte. 'De hemel op de puinen' is een behoorlijk groot doek (121 bij 128 cm) dat je onmiddellijk als een Smits herkent: de verf fors en korrelig aangebracht, een wit-lichtblauwe hemel, een al dan niet Kempisch boerderijtje, maar zeker geen idylle: voor het huisje staat een boom waarvan de kruin is weggeschoten, aan de linkerkant staan twee eenvoudige, maar scheve kruisen, een klein, leeg ven op de voorgrond. Veel landschap is er niet meer, en wat je ziet, is vooral leeg, en klein onder die weidse hemel.


Jakob Smits, De hemel op de puinen

Een veel donkerder werk van hem heet 'In de loopgraven': de lucht is hier nog wel wittig-blauw, maar beslaat veel minder plaats: het grootste deel van het doek is vuilgeel en donkerbruin, en daarmee probeert Smits vooral de ontploffingen en verwoestingen te suggereren. Links op de voorgrond staan twee schimmige en nietige figuren vanuit hun loopgraven de verwoesting te bekijken. 'In de loopgraven' is een klein schilderij (40 bij 32 cm), maar zeer krachtig, en nogal afwijkend van de Smits die ik ken.

In de bezoekersgids lees je dat Jakob Smits in de oorlog niet geschilderd heeft, maar dat hij zich inzette voor het 'Comité voor hulpverlening en voedselvoorziening van het canton Mol'. Deze twee schilderijen zijn eigenlijk het resultaat van Smits' verwerking van de oorlog, zou je kunnen zeggen.


Jakob Smits, In de loopgraven

Van Rik Wouters, volgens mij een van onze grootste schilders, is er heel wat te zien. Hij komt met zijn regiment na de val van Antwerpen in Nederland terecht, in Zeist en Amersfoort, later, wanneer hij steeds zieker wordt, in Amsterdam, waar hij in 1916 op 34-jarige leeftijd sterft aan kanker aan zijn bovenkaak.

Zeer overtuigend is een kleine aquarel op papier uit 1914 (24,8 bij 17,5 cm) die getiteld is 'Nachtmerrie - Oorlog'. Veel meer dan kleuren zie je bijna niet: een donkerblauwe hemel met rood en grijs daarboven, en een land waar in een dorpje nauwelijks gesuggereerd wordt. Het enige leven in de aquarel zijn kraaien en kauwen die aangeduid worden als op een kindertekening: voor de rest ook weer leegte. Het lijkt een zeer spontaan werk, fauvistisch zou ik zeggen, en zeer effectief.


Rik Wouters, Nachtmerrie - Oorlog, 1914

Twee tekeningen die weinig met de oorlog te maken hebben, tenzij dat Wouters ze in Nederland gemaakt heeft, tonen wat een goede tekenaar hij ook was, hoe hij met weinig lijnen de ruimte van een heel blad kan vullen.


Rik Wouters, Naaister voor Amersfoort, 1915


Rik Wouters, Gezicht op Amersfoort

Van Van Ostaijen is er een mooi, haast iconisch portret uit 1928, het jaar van zijn dood. Floris Jespers is er de maker van, en links onderaan kun je de opdracht ook lezen: 'aan vader Van Ostaijen'. Op een computerscherm zie je bladzijden uit 'De feesten van angst en pijn', dat dan weer aan Oscar Jespers opgedragen is, maar pas in 1928, na de dood van de dichter gepubliceerd werd.


Floris Jespers, Paul van Ostaijen, 1928

Karel van de Woestijne, de broer van schilder Gustave, blijft tijdens de oorlog in België, maar rapporteert er wel over in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.


Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestijne, 1935

Gustave zoekt zijn heil in Wales en in Londen: in het schilderij dat van er van zijn hand te zien is, 'De slapers' uit 1918, lijkt de oorlog ver weg: die werd dan ook niet over het Kanaal uitgevochten.


Gustave van de Woestijne, De slapers, 1918

In de twee jaren die Verhaeren nog van de oorlog meemaakte, manifesteert hij zich als een volbloed patriot: hij publiceert dan bundels met duidelijke titels: La Belgique sanglante, La Belgique dévastée, Le crime allemand en Villes meurtries
de Belgique. Hij heeft het einde van de oorlog niet mee mogen maken: hij verongelukt in 1916 in Rouen wanneer hij op een rijdende trein wil springen.
Op deze tentoonstelling is hij aanwezig in een marmeren borstbeeld - hij was niet zomaar en prutsrijmelaar! - van de beeldhouwer César Schroevens.


César Schroevens, Emile Verhaeren

'Kunst in de Groote Oorlog' geeft een interessant beeld van waar kunstenaars in tijden van de  eerste wereldoorlog en vlak erna mee bezig waren, en hoe hen dat al dan niet beïnvloedde. Een aanrader!

vrijdag 10 oktober 2014

'Heilige plaatsen' in het MAS: schilderijen

'Heilige plaatsen' is een zeer rijke een boeiende tentoonstelling: christendom, jodendom en islam zijn er vertegenwoordigd met Rome, Jeruzalem en Mekka, maar ook met andere plaatsen zoals onder meer Kevelaer en Scherpenheuvel. En naast vele waardevolle liturgische voorwerpen en beeldjes hangen er ook een aantal schilderijen die het bekijken meer dan waard zijn.

In het begin kom je voor 'De Kaarskensprocessie van Scherpenheuvel' te staan Frans Van Leemputten heeft het in de jaren 1903-05 geschilderd.  Het is een realistisch werk dat scènes uit het leven van het zeer devote volk weergeeft: het toont niets sensationeels. Merkwaardigerwijs is het een drieluik: links gaan de mensen ter pelgrimage, centraal zie je de 'kaarskensprocessie, rechts gaan de mensen met knielingen en het nodige ontzag weer naar huis. Braaf lijkt het mij, maar het is een tijdsdocument. Die techniek van het drieluik werd in die tijd wel eens meer gebruikt: in het Fin de Sièclemuseum hangt van Meunier 'De triptiek van de mijn' (1902), van Léon Frédéric 'De krijtverkopers' (1882-83) en Eugène Laermans heeft een triptiek gemaakt over 'De staking' (1896). Die doeken beelden het mijnwerkersleven uit, het schamele bestaan van de krijtverkopers, het strijd van de werkman. De vorm van de triptiek voegde dat er aan toe: het probleem werd naar een hoger, religieus plan getild, de ernst en de pregnantie   ermee benadrukt, de sociale strijd en ongelijkheid onderstreept, je krijgt iets monumentaals te zien. Dat mankeert in het werk van Van Leemputten: deze brave, ik zou zeggen onderworpen mensjes lijken me in een triptiek te misstaan, en dat geeft een weinig beklijvend schilderij.


Frans Vazn Leemputten, De Kaarskensprocessie van Scherpenheuvel

Er hangt ook een Chagall: 'Jeruzalem' (1932) heet het werk, en het beeldt 'De klaagmuur' af. Geen typisch Chagall-werk zou je zeggen, want er is weinig 'verbeelding' te zien, hoewel. De lucht en de zon zijn typisch Chagall, en wat er op de grond gebeurt ook: er zijn wel een viertal klagers te zien, maar tegenover de muur zitten een aantal mensen kennelijk van de zon te genieten, of misschien hebben ze genoeg van hun eigen geklaag en gejammer. Heel ernstig is dit schilderij niet. Overigens: de Klaagmuur bevond zich toen nog in een smal straatje: de site is sindsdien - sinds het bestaan van Israël, zeg maar - duidelijk opgewaardeerd.


Marc Chagall, Jeruzalem, 1932

Ook joods is een schilderij van Reuven Rubin uit 1926: een aantal pelgrims danst in een groep dicht bij elkaar rond een Torarol: zo vieren zij de sterfdag van de rabbijn Simon bar Jochai, wiens graf zich in Meron bevindt. Hij zou de bijbel van de joodse mystiek, de Zohar,  geschreven hebben. Op de achtergrond zijn vrouwen met een kindje bezig: zij zijn kennelijk niet zo belangrijk, en aan het religieuze feest nemen zijn niet deel.


Reuven Rubin, Dansers bij Meron, 1926

Het pièce de résistance van deze tentoonstelling is voor mij de 'Madonna van Loreto' van Caravaggio, voluit Michelangelo de Meresi da Caravaggio. Dat dat werk hier zou te zien zijn, daaraan is in de pers nogal wat ruchtbaarheid besteed: Caravaggio is niet de eerste de beste prutser, wel integendeel, en daarbij komt nog dat het al vierhonderd jaar geleden is dat er nog eens een werk van zijn hand in Vlaanderen was; de laatste keer gebeurde dat door de bemiddeling van Rubens himself. Dat moet je dus gezien hebben. Er was wel behoorlijk wat interesse voor 'Heilige plaatsen', maar storm liep het nu ook weer niet: voor de 'Madonna van Loreti' had ik meer belangstelling verwacht. Het voordeel is dan weer dat je het  doek goed kon bekijken.

Dan zie je twee pelgrims, een man en een vrouw, die bij het Huis van Loreto, het huis van Maria, aangekomen zijn en hun handen in gebed naar Moeder en Kind heffen. Maar die twee zijn heel gewone mensen, volkse types, wat heel ongewoon was: meestal waren het rijkeren of mensen van adel, mensen die iets vertegenwoordigden die de goddelijkheid mochten benaderen. De voeten van de man zijn bovendien gewoon vuil: hij heeft zijn bedevaart op blote voeten gelopen, en dat geeft Caravaggio realistisch weer. Maria houdt een flink uit de kluiten gewassen baby vast, nog geen kleuter, maar een peuter is hij toch al. En ze kijkt niet naar het Goddelijk Kind, maar ze geeft haar volle aandacht aan de twee armen. Die Heilige Maagd is ook voorgesteld als gewone volksvrouw: niets in dit schilderij is geïdealiseerd. Als klap op de vuurpijl: op de website 'cosidetto.be' is het artikel 'Een spraakmakende Caravaggio in Antwerpen' te lezen: daarin staat dat die vrouw 'een in de buurt gekende en vooral bij kardinalen geliefde prostituée' was, die ook nog eens de minnares van de schilder was. In plaats van heiligenverering is dit in feite een blasfemie, zal men begin zeventiende eeuw gezegd hebben. In ieder geval: geen zoetsappigheid hier, wel voor die tijd, en de kardinalen, schokkend realisme. Caravaggio was dan ook niet de braafste van de klas.


Caravaggio, De Madonna van Loreto, ca. 1605

Het verhaal van 'Huis van Loreto', dat in de middeleeuwen beschouwd werd als het geboorte- en woonhuis van Maria, heb ik een jaar of drie geleden leren kennen in de Sint-Salvatorkathedraal in Brugge. De legende vertelt dat engelen dat huis opgelicht zouden hebben en over de Middellandse Zee naar Italië, naar Loreto gebracht. In werkelijkheid heeft een adellijk Italiaanse geslacht daarvoor gezorgd: het huis afgebroken, de stenen genummerd en met het schip vervoerd, en dan in Italië weer opgebouwd; een beetje op de manier waarop zoveel huisjes in Bokrijk terecht zijn gekomen. Maar het is wel uitgegroeid tot een zeer belangrijk bedevaartsoord, bij momenten zelfs belangrijker dan Santiago de Compostela.


Brugge, Sint-Salvatorkathedraal: Hans van Minderhout, Engelen brengen de 'Santa Casa' naar Italië


Het Huis van Loreto, met Moeder en Kind tronend op het dak

zaterdag 4 oktober 2014

Laatbloeiers, en een beetje 'serendipity'

Als augustus bijna niets gaf en september bijna alles, als de nazomer tot in oktober duurt, dan moet je daarvan profiteren en voor mij betekent dat zoveel mogelijk naar en in het Vennengebied scootmobielen, zien hoe de natuur nu veel rustiger is dan in de lente en in juni, en ook zoeken wat er nog echt leeft. Vogels: kauwen, en meeuwen op de Grote Klotteraard, weinig meer. Achter dat ven Jacobschapen,die van twee tot zes hoorns kunnen hebben; zelfs de ooien hebben er.


Jacobschaap

Veel bloemen zie ik niet meer: het boerenwormkruid doet nog altijd zijn best, en hier en daar zie ik nog wel een gele veldbloem, maar echt kleurrijk is de natuur niet meer.


Boerenwormkruid

Naast de wegen rond het Zwart Water staan nog wel behoorlijk wat 'asterachtigen', maar ze heten zo: het zijn madelief- of zomerfijnstralen. Ze hebben een geel hartje en lila kelkblaadjes, en zo vallen ze wel op. Mooi vind ik ze, dus ik maak er foto's van. Ik dan zie ik waarnaar ik niet op zoek was, maar wat ik toch vind: een citroenvlinder die op de bloem zijn voedsel komt zoeken. Een beetje serendipity noem ik dat. Waar zou dat citroentje anders zijn eten zoeken: er zijn al zo weinig bloemen, en deze zijn bijzonder aantrekkelijk.


Madelieffijnstraal met citroenvlinder

Als die vlinder weg is, komt er een ander insect eten: voor een wesp is het te dik, voor een hommel niet harig genoeg. Maar Google geeft toch antwoord: het is een 'gewone citroenzwever': op zijn zwarte achterlijf heeft hij gele strepen, vandaar zijn naam. De Vlaamse kleuren zijn dat: zodra minister-president Bourgeois deze 'gewone zwever' kent, zal hij alweer onverwijld voorstellen en decreteren hem  de 'Vlaamse citroenzwever' te noemen. Wat een machtig plan zou dat zijn: een nietig insect zet Vlaanderen prominent op de kaart. Kleine Weyts zal zijn geluk evenmin op kunnen! En geef toe: 'citroen' en 'zwever' zijn toch twee woorden die perfect bij de N-VA passen! Wat minder goed uitkomt: deze diertjes zul je zelden of nooit in steden en tuinen zien: deze vliegen pesten geen mensen, ze leven in de natuur. Maar de partij belooft zich aan te passen.


Dezelfde met 'gewone citroenzwever'

Dat is het boeiende aan het Vennengebied: als je goed uitkijkt, ontdek je er altijd iets nieuws. Bovendien is het vandaag Werelddierendag': die kleintjes horen daar ook bij. Ze moeten deze tekst maar beschouwen als een soort van hulde, als ze dat al zouden kunnen.

donderdag 25 september 2014

Robert Bosisio bij Hugo Voeten

Tot de 30ste oktober loopt in 'Art Center Hugo Voeten' in Herentals een tentoonstelling van de Italiaanse kunstenaar Robert Bosisio: 'Vanishing Point' heet die, wat in het Nederlands 'verdwijnpunt' is. Dat is een term uit de tekenkunst, die zoveel  betekent als 'punt waarin de lijnen die in de werkelijkheid evenwijdig zijn, elkaar snijden in de tekening'. Het is dus een denkbeeldig punt, en die lijnen kunnen elkaar gemakkelijk een heel eind buiten de echte tekening snijden. Een heel technische uitleg is dat, maar hij is wel van toepassing op de schilderijen van Bosisio en de manier waarop je naar zijn werken dient te kijken.

Dat wordt meteen duidelijk als je met zijn doeken geconfronteerd wordt: we stonden met een drietal mensen vlak voor het schilderij 'Untitled 2014', waarover de kunstenaar de uitleg gaf. Wij bekijken een werk, zei hij, zoals een we een boek lezen, van links naar rechts gaan onze ogen, we lezen een schilderij op een heel traditionele manier. Terwijl ik juist wil dat je in het schilderij blijft: de golvende lijn van onderen volgt, waar ze ophoudt linksomkeert maakt en de donkere lijn van boven volgt: zo exploreer je het werk. En dan moet je dat loslaten, de afstand tot het werk groter maken, het loslaten, 'verdwijnen' als het ware, een 'vanishing point' zoeken, en dan pas geeft het zich vrij, zie je wat er staat: in dit geval was dat een mond'. En die sensatie is echt, zo gebeurt het ook. Dan kun je dat werk gaan invullen, interpreteren: een vrouwenmond allicht, eerder neutraal, maar toch mooi. Bosisio zegt: 'Ik lever juist genoeg informatie om mee aan het werk te gaan, maar ik dring niet op wat er staat. Dat moet je zelf vinden, en dat kan voor iedereen anders zijn. En dat neemt zijn tijd.' Hij leert mensen met andere woorden 'traag kijken', rond zijn werk vul je je eigen schepping in. Hij doet nogal denken aan wat de 'Vijftigers' of 'Experimentelen' in de vorige eeuw met hun poëzie wilden bereiken.


Robert Bosisio, Untitled 2014

'Head 2010' is een ander voorbeeld: het is geen echt protret, daarvoor is het te wazig, maar je ziet toch duidelijk een menselijk gezicht: ogen, neus en mond zijn te herkennen, maar je kunt niemand identificeren. Door het kapsel denk ik weer dat het om een vrouw gaat, maar dat is voor mijn rekening, zeker is dat niet. Wazig is het, spookachtig voor sommigen, mysterieus en raadselachtig, maar het ultieme weten, dat is er niet bij. Iemand in het gezelschap had het over 'platonisch kijken', met een verwijzing naar de grot van Plato, waarin de mensen maar de afschaduwing van de dingen, van het ideële, van het zijnde zien. Dat is de filosofische kijk op de zaak. Ik dacht in dezelfde richting: al deze werken tonen dat de ultieme waarheid niet kenbaar is, niet over mensen of dingen. Als iedereen zijn schilderijen mag aanvullen met zijn eigen waarheid, en die interpretaties zijn allemaal geldig, dan is er geen Grote Waarheid meer. Dat kan alleen maar tot nederigheid en verdraagzaamheid inspireren, denk ik dan.


 Head 2010

Ook twee interieurs zijn niet wat ze lijken: je kijkt telkens door een deur ergens naar binnen, je krijgt een dieptezicht, maar wat er zich in die ruimte bevindt, daar heb je het raden naar.


 Interior 2013


Nr 035 Interior 2012

Een vroeger interieur is wel duidelijk afgelijnd, het is ook leeg, maar het is helemaal niet suggestief, niet abstract en veel minder warm dan de twee eigenlijk uitnodigende beelden van later. Ik zie er het verschil in tussen een plaatje en een schilderij.


Interieur, 1998 - 1999

'Vanishing Points' is een zeer boeiende tentoonstelling: ze confronteert je met je eigen manier van kijken en zien, van zijn ook, ze doet je vragen stellen en nadenken. Een beetje uitleg is niet geheel onmisbaar, maar als je Bosisio doorhebt - tenminste als je meent hem door te hebben - is een bezoek een zeer intrigerende ervaring. Ga er naartoe met de houding die Radio Klara van zijn  luisteraars vraagt: 'Blijf verwonderd'.

Tot slot:

Bosisio is de lievelingsschilder van de Duitse cineast Wim Wenders, die in 2010 zijn tentoonstelling 'Seeing is believing' inleidde met onder andere de woorden:

'Like for Vermeer,
seeing is not only Robert's greatest pleasure,
and a sacred act;
it is also the very subject of his art.
(And not only when he is painting an eye...)

...

Every true painter
is also a teacher
to our eyes.

Ik kan me daar in ieder geval in vinden.