dinsdag 28 maart 2017

Jean-Paul Govaerts: tekeningen

Jean-Paul Govaerts stelt in 't Heilaer niet alleen intrigerende schilderijen tentoon, ook zijn tekeningen zijn meer dan de moeite van het grondig bekijken waard. Een reeks van vijf, rechts van de trap, heeft verschillende onderwerpen, maar wordt toch gekenmerkt door enige consistentie. De eerste ervan is 'La soupe': ze stelt een soepbedeling voor, doet me aan 'the great depression' in de VS denken, ook al aan Steinbecks 'The grapes of Wrath': de mensen die aanschuiven kunnen heel goed in de jaren '30  thuishoren, net zoals de twee 'well to do' burgers (politici?) die op een verhoogje in comfortabele luie stoelen zitten, maar de linkse van de twee dreigt eraf te vallen, hoewel de brave man dat nog niet doorheeft. Geen van beiden heeft ook maar het minste oog voor de rij behoeftigen: Govaerts beeldt nog wel eens vaker onverschilligheid van de rijken of de autoriteiten uit. De rij armen lijkt wel uit een zee te komen: dat verplaatst mij dan weer naar de Middellandse Zee, en de emigratie naar 'Fort Europa'. Als je de tekening goed leest, zie je dat het werk rijk aan betekenis is, en wordt ze actueel.


La soupe (79 x 63 cm)

'L'ultimo pesce' (De laatste vis) uit 2017 doet door de kleren van de heren weer erg Amerikaans aan, maar ook door de uitstekende rots rechts achteraan (Grand Canyon-beelden zijn niet ver uit de buurt). Drie industriële schoorstenen verwijzen helemaal niet naar de natuur, net zo min als de meetkundige lichamen die her en der naar beneden vallen of al op de voorgrond liggen. De suggestie dat die de oorzaak zijn  van 'de laatste vis' ligt voor de hand. De twee mannen links hebben geen oog voor de laatste vis, de twee aan de rechterkant kijken ofwel glimlachend, ofwel verwonderd toe: wetenschappers denk ik dan, want tussen hen in staat een meettoestel. De visser die met het dier een beetje wanhopig bezig is, kijkt de toeschouwer aan met een blik van 'Kijk eens hoe ver het gekomen is': wat moet er al niet verdwenen zijn voor we aan de laatste vis zijn toegekomen, en wat of wie zal er nog verloren gaan? Het einde van de mens, van de beschaving lijkt wel nabij te zijn, maar behalve de visser schijnt niemand zich zorgen te maken. Onverschilligheid, of gebrek aan bewustzijn van de ernst van de toestand: zo lijken we te zijn.


L'ultimo pesce (79 x 63 cm)

In 'The voice with a smile' gaat het weer over het tegendeel van natuur en natuurlijkheid: een aantal glimlachende heren heeft een artificiële stem geconstrueerd. Alleen de vrouw met die stem glimlacht niet, wel de heren die dit kunststukje voor elkaar gebracht hebben.


The voice with a smile (79 x 63 cm)

Religie komt nog eens aan bod in 'Religous damage - the making of a new god'. Tegen een rotswand wordt een nieuwe god opgericht, in zacht materiaal, zoals op de tekening te lezen is. Maar het treffende aan die rotswand is de nis aan de linkerkant: die doet denken aan de lege ruimte die overbleef toen de taliban in 2001 in Afghanistan twee granieten boeddhabeelden liet ontploffen, wegens afgodisch, want pre-islamitisch. Govaerts laat die vervangen door een godheid in zacht materiaal, maar die kan niet eens behoorlijk rechtop staan. Wat niet wegneemt dat er al bedevaartverkeer is ontstaan: van heinde en verre komen de aanbidders, zelf met het vliegtuig. De schepping van een nieuwe god, godsdienst, geloof lijkt een zeer efemere onderneming te zijn, zeker als er nog en soort meteoren neerkomt. 


Religious damage - the making of a new God in soft material (79 x 63 cm)

De tekeningen van Jean-Paul Govaerts moeten gelezen worden: als je dat een beetje aandachtig doet, zie dat ze erg veel inhoud hebben, en alles behalve vrijblijvende spielereien zijn. En je kunt erdoor zien waar Govaerts voor staat, wat hij belangrijk vindt. Ze bulken niet van het optimisme, maar, geef toe, daar is het ook niet echt de tijd voor. Ik heb er in ieder geval van genoten, en hoe meer ik ze bekijk, des te meer geraak ik ervan overtuigd dat Jean-Paul en grotere tentoonstelling verdient. Ondertussen: naar Beerse gaan zo lang het nog kan.

donderdag 23 maart 2017

Jean-Paul Govaerts in ' 't Heilaer' - Finding a new religion

Voor een intrigerende tentoonstellingen hoef je niet altijd per se naar Antwerpen, Brussel of Brugge, en niet alleen grote namen zoals Matisse, Rik Wouters, James Ensor en legio andere hebben met beeld en kleur iets te zeggen dat de moeite waard is om aandachtig te bekijken. Dat is me gisteren gebleken op de tentoonstelling van Jean-Paul Govaerts in 't Heilaer in Beerse.


Jean-Paul Govaerts, Finding a new religion

Als je de ruimte binnenkomt, zie je meteen drie redelijk grote schilderijen die bij nader toekijken een triptiek vormen: 'Finding a new religion' heet die. Dat vinden van - of zoeken naar - een nieuwe religie maakt evenwel zeer nadrukkelijk gebruik van christelijke symboliek: daar zijn de drie vissen in het linkerpaneel wel een duidelijk bewijs van. De schematisch getekende vis was in de eerste van onze jaartelling het symbool waarmee christenen zich op een geheime manier aan elkaar bekend konden maken. 'Ichthus' (Grieks voor 'vis') staat voor 'Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser'. Toch is het schilderij moeilijk te interpreteren: de man lijkt me op de zeebodem te lopen, maar zijn kleren worden daar helemaal niet nat of doorweekt van, verdrinken doet hij kennelijk niet, van de dood moet hij in ieder hier en nu niet gered te worden, een verlosser is dus niet meteen nodig. En die drie vissen - heilig getal - leven die wel echt? Vooral nummer twee en drie, die op hun zij zwemmen of drijven, zien er me niet echt voorspoedig uit, integendeel: dood en nutteloos. En de 'wandelaar onder water' bekijkt de vis vlak voor hem verwonderd, met zo'n air van 'tiens, wat is dat hier?'. Heel diep gaat zijn verlangen naar een nieuwe godsdienst niet. Iedereen kan dit schilderij verder doordenken, maar een zinloos spelletje is het zeker niet.


Finding a new religion, linkerpaneel

Op het middenpaneel staan acht mensen - vier kinderen, vier volwassenen - gebogen over een stuk aangespoeld wrakhout, dat eigenaardig genoeg, maar niet geheel onverwacht de vorm van een gekruisigde Christus suggereert. Heel benieuwd is het gezelschap, maar wat het voorstelt, daar zijn ze duidelijk nog niet achter. Het stukje strand waar 'de wrakkige Christus' op ligt,  gaat dan over in een vloer zoals je die in de jaren vijftig en ook vroeger bij ons wel eens kon aantreffen. De kunstenaar vertelde me dat hij dat stuk hout ooit gevonden heeft, en nog altijd bij hem thuis bewaart, de vloer lag waarschijnlijk in het huis dat hij is '78 gekocht heeft en waar hij nog altijd woont, en de verwonderde mensen komen uit een van de talrijke foto's die hij gevonden heeft in dat huis, en die dus niets met zijn eigen leven te maken hebben. En het water speelt ook weer een rol: de branding maken het volkomen begrijpelijk dat 'Christus' hier op het strand ligt. Overigens is Jean-Paul een fervent zeiler: niet ongewoon dus dat zee en water een prominente rol spelen. Hij legde me ook uit hoe hij werkt: hij neemt stukken uit andere realiteiten, en voegt die samen tot een nieuwe realiteit die op het eerste gezicht eerder 'realistisch' overkomt, maar die bij nader inzien zeer mysterieus is, en veel vragen oproept, hier over de betekenis, de zin, de waarde van godsdienst of religie in deze tijd. Zijn nieuwe realiteit stelt vragen over onze wereld, onze tijd. De juiste metaforen vinden heet dat: het kenmerk van iemand die zich terecht kunstenaar mag noemen, vind ik.


Finding a new religion, middenpaneel


Finding a new religion, rechterpaneel

Misschien drukt dit drieluik uit dat de 'moderne mens' de religie voorbij is, en dat hij met enige verwondering naar de symboliek en de beelden ervan kijkt. Maar echt interesse? Wie zal het zeggen.

Op deze tentoonstelling zijn ook tekeningen te zien: die moeten ook zeer nauwkeurig gelezen worden, en dan stel je vast dat de kunstenaar daar ook zijn ideeën in prijsgeeft. Daar kom ik nog op terug.

vrijdag 25 november 2016

'Boeddha & Mind' in het MAS - II - de schilderingen

Het belangrijkste deel van de tentoonstelling bestaat uit een reeks van 54 schilderingen (schilderijtjes eigenlijk) die zichtbaar maakt hoe een beoefenaar van de boeddhistische praktijk door meditatie een 'verlichte' of 'ontwaakte' kan worden. De beoefenaar was in dit geval waarschijnlijk een Mongoolse prins uit de achttiende eeuw. Nu speelt meditatie zich natuurlijk in het hoofd af, en zo'n proces uitbeelden is in feite onmogelijk: daardoor precies zijn de 54 schilderingen zo uniek. In feite zijn het stapstenen op weg naar een succesvolle meditatie. Ze visualiseren is iets dat überhaupt niet gedaan werd: een leraar moest dat de gevorderde leerling/monnik mondeling aanleren.

Dit 'leerboek' - je kunt het ook een beeldverhaal noemen - illustreert de zes delen van de meditatie: eerst zijn  er de voorbereidende oefeningen, deel 3 is 'zichzelf als godheid voorstellen', in deel 4 moet de monnik 'het leven van de Boeddha beschouwen': het zal duidelijk zijn dat de boeddhistische praktijk niet zomaar een simpele bezigheid is.


I, 3: Verering

De mediterende zit voor een tafeltje met rituele voorwerpen, waarmee hij de god Vajrasattva, de Boeddha en de leraar vereert: die drie zijn boven in het schilderij te zien, elk in een wolkenkrans.


III, 5: gezuiverd karma

Citaat uit de bezoekersgids: 'Het negatieve karma dat de verlichting belemmert, wordt gezuiverd door te mediteren over de boze god Trailokyavijaya.' Er komen nogal wat goden voor in het boeddhisme, dat toch niet als een godsdienst kan beschouwd worden: die goden zijn  min of meer voorstellingen of verbeeldingen van menselijke karakteristieken. Ze brengen ook geen heil voor of rampspoed over de mensenwereld, zoals bijvoorbeeld de goden uit de Griekse mythologie. Tenminste, zo meen ik na enige lectuur dit aspect van het boeddhisme te mogen verstaan.



III, 6: Demonen

Wat de bezoekersgids me hier leert: 'De witte maanschijf op de blauwe lotus staat symbool voor de beschouwing van de ultieme werkelijkheid. Hieruit verschijnt de boze godheid Vajrapani, die alle demonen en storende elementen naar de buitenrand van de mandala stuurt.' Zonder de teksten uit de gids weet je eigenlijk niet waar je naar kijkt: die is dus echt wel nodig wil je een klein beetje van het boeddhisme begrijpen, en voor meer begrip en inzicht is verdere lectuur onontbeerlijk. En hier speelt eigen nieuwsgierigheid natuurlijk een belangrijke rol.

Dat neemt niet weg dat de schilderijtjes - in een andere beeldtaal dan die wij in het Westen gewend zijn - op zichzelf best wel mooi en kleurrijk zijn: intrigerende producten uit een ons vreemde cultuur krijg je te zien.


IV, 4: De vier ontmoetingen

Hoofdstuk IV van de 54 schilderingen verbeeldt 'Het leven van de Boeddha beschouwen'. Hier worden de voorstellingen concreter: ze gaan over feiten uit het leven van de Boeddha. In 'De vier ontmoetingen' wordt hij nog met zijn 'wereldse' naam genoemd, want in deze periode is hij nog niet 'verlicht' of 'ontwaakt'. De gids opnieuw: 'Siddartha Gautama waagt zich buiten het paleis en wordt geconfronteerd met een oude man, een zieke, en dode en een asceet. ... Siddarhta verlaat de stadspoort en verplaatst zich op een wit, paard.' In feite verlaat hij hier het paleis van zijn ouders die hem altijd van de buitenwereld afgeschermd hebben, en komt hij nu voor het eerst in contact met de echte werkelijkheid. Hij zou zijn ouders verlaten hebben op zijn 29ste, als vrijgezel; volgens een andere versie van zijn leven zou hij zijn vrouw en zijn kind dat nog een baby was, achtergelaten hebben. Veel over het leven van Boeddha is niet met zekerheid bekend: over zijn geboorte- en sterftejaar zijn de geleerden het ook niet eens. Een dergelijke gebrek aan zekere kennis is natuurlijk aanleiding tot het ontstaan van allerlei verhalen, sagen, mythen, vermeende heiligheid ...



IV, 8: De verlichte Boeddha

De gids zegt over deze schildering: 'Dit is de verlichte Boeddha, met lange oorlellen en wijsheidsbuil. Hij predikt voor discipelen, goden, boddhisattva's en wijzen.Uit zijn hart vertrekken twee lichtstralen met een boek, symbool voor de leer. Ook uit zijn hoofd vertrekken twee stralen, met de leraar en de maanschijf die de ultieme waarheid voorstelt. Beide zijn essentieel voor zijn meditatie.' Beeldrijk en met veel fantasie wordt het allemaal wel weergegeven.

Zoals ik al zei: zonder de bezoekersgids loop je rond in terra incognita. Maar je kunt na deze tentoonstelling wel een paar indrukken van het boeddhisme hebben. Wat opvalt, is de complete afwezigheid bekeringsijver in deze levensbeschouwing: de Boeddha predikte wel, maar niemand werd en wordt gedwongen zijn pad te volgen: dat is een eigen vrije keuze. Het boeddhisme heeft ook geen dogma's: het eigen zelf-ervaren is de basis. Die vrijheid ligt ook aan de basis van de geweldloosheid ervan: er is niet zoiets als een vernederende geseling, een gewelddadige kruisdood, er worden geen kooplui uit de tempel geranseld, het komt allemaal nogal vredevol over. Boeddha zou drie mirakels verricht hebben, maar je vindt geen hemelvaarten, opstaan uit de doden, water in wijn veranderen, wonderbare visvangsten of vermenigvuldiging van de broden.

En het boeddhisme is ook een zeer persoonlijke weg: het gaat erom de eigen onthechting te bereiken, de eigen innerlijke rust. Er is ook geen sprake van een leven na de dood: het is juist de bedoeling de eindeloze keten van wedergeboortes te beëindigen, zodat je niet nog eens terugkomt om weer een leven vol lijden te ondergaan. Er is ook geen opperwezen dat het Al bestiert: zo'n soort van god hoeft niet gediend te worden, of hij dient ons niet. Het lijkt me veraf te staan van onze traditionele westerse religieuze en/of maatschappelijke opvattingen, wat niet wil zeggen dat het voor ons geen betekenis kan hebben. Alleen is de praktijk van de meditatie zeer moeilijk, en vraagt het van het individu veel inspanning en inzet. Het kan wel een remedie zijn tegen de opgeklopte waan van de dag die het openbare en persoonlijke leven hier blijkt te beheersen. Overigens is er tegenwoordig sprake van een 'westers boeddhisme': het krijgt ook bij ons langzamerhand voet aan de grond. Zo wereldvreemd is het dus niet: het helpt je andere dingen in de wereld en jezelf te zoen.

Een handzaam boekje over het boeddhisme is:

Edel Maex, Een kleine inleiding in het boeddhisme, Uitgeverij Lannoo, 2005
de schrijver is psychiater en zenleraar

De bekende Amerikaanse Karen Armstrong heft een biografie over Boeddha geschreven: die heet gewoon 'Boeddha'. Zij gaat zeer diep op haar onderwerp in.

De bezoekersgids bij de tentoonstelling kun je downloaden op www.mas.be


De stoepa van Bodnath (Kathmandu) met de alziende ogen van Boeddha (maart 2014)

dinsdag 22 november 2016

'Boeddha & Mind' in het MAS - I

Bijna drie jaar geleden ben ik veertien dagen in Nepal geweest, en daar is Boeddha zeer aanwezig: als er in het MAS dan een tentoonstelling over 'Boeddha & Mind' plaatsvindt, wil ik die natuurlijk wel eens gaan bekijken. Al voor je het gebouw binnengaat, weet je waar je moet zijn: vanaf enige afstand zie je op het terras van de derde verdieping een reusachtig Boeddhabeeld: daar is het te doen! Het blijkt een replica op ware grootte te zijn (India, polyester) van Boeddha Shakyamuni; het granieten beeld zelf wordt de Seokguram Boeddha genoemd, naar de plaats waar het staat, de Seokguram-grottempel in Zuid-Korea. Het komt overigens uit de 8ste eeuw. Best indrukwekkend is deze boeddha: behoorlijk groot, sereen, je kunt je hem niet idealer voorstellen. Zijn hoofd vind ik zeer bijzonder: rustig, evenwichtig, harmonieus, gelijkmoedig. Dit is de gezichtsuitdrukking van iemand die het nirwana bereikt heeft. Als entree van de tentoonstelling kan het tellen.





De Seokguram Boeddha (replica)



Het gezicht van de 'verlichte', de 'ontwaakte'

Zelfs wie leek is in het boeddhisme, zal weten dat meditatie in deze levensbeschouwing of filosofie van primordiaal belang is. Daarbij spelen thangka's en mandala's een belangrijke rol: ze helpen de monnik te mediteren over en zich te identificeren met het afgebeelde. De foto toont de 'Mandala van Akshobhya', een schildering op doek (een thangka dus) uit Tibet uit het midden van de 19de eeuw. Het woord 'thangka' duidt het doek aan, het woord 'mandala' in de eerste plaats de tekening op het doek, hoewel 'mandala' ook voor doek en voorstelling samen gebruikt wordt. Een mandala beeldt het universum in de vorm van een paleis af. In de mandala op de foto zijn in het vierkant (het paleis) vier driehoeken te zien, met elk een eigen poort, naar elke windrichting een: dat staat voor openheid naar de wereld.  - Mijn wetenschap komt uit de gedownloade gids bij de tentoonstelling, want, laten we eerlijk zijn, je komt hier in een onbekende wereld terecht, en zonder uitleg snap je er niet al te veel van. - Ondertussen zijn die thangka's en mandala's wel mooi en zeer kleurrijk, en voor de boeddhist ook functioneel: abstracte tekeningen moeten door meditatie naar een hoger bewustzijnsniveau leiden.


De 'Mandala van Akshobhya'

Een zeer groot en kleurrijk object is zeker de zogenaamde zandmandala. Die is speciaal voor deze tentoonstelling ter plaatse gecreëerd door lama's van het Tibetaans Instituut in Parijs en in Hoei. In het boeddhisme is een zandmandala maken ook en vorm van meditatie. Dagenlang 'schilderen' monniken met gekleurde zandkorrels zo'n werk bij elkaar. Als de mandala klaar is, wordt hij vernietigd en het zand wordt in een rivier gegooid. Dit maakt de makers ervan bewust van de vergankelijkheid van alle dingen. Bij de sluiting van deze tentoonstelling zal dit zand in processie naar de Schelde gebracht worden en erin uitgestrooid. (Bron: de gedownloade bezoekersgids)


Mandala van Sarvavid Vairocana (de zandmandala)

Er is ook een voorouderportret te zien: de verering van de voorouders is ook een boeddhistische plicht. Rijke Chinezen lieten vaak een groot portret maken van het gestorven familielid. Zo eentje hangt bij het einde van de expo: het is een portret uit China, uit de tijd van de Mingdynastie die bijna 300 jaar duurde (1368-1644). De man was zeker niet de Chinese Jan met de pet: hij is gekleed in een ruim en rijk gewaad, zit op een meer dan doordeweekse stoel, is zich van zijn waardigheid zeer bewust: hij kijkt de toeschouwer vrank en vrij aan. Hij was een man van betekenis, dat kan niet anders, maar helaas ook vergankelijk, zoals wij allen sterfelijk zijn.


Voorouderportret (China)

Een essentieel deel van 'Boeddha & Mind' zijn 54 schilderingen die een monnik moesten inspireren bij  zijn meditatie: daarover zal mijn volgende tekst gaan.

zondag 13 november 2016

Kenia: de savanne, ons oerlandschap

Ik heb het al gehad over de diepe indruk die de savanne op mij gemaakt heeft: ik kreeg er een gevoelen van thuiskomen, door de documentaires die ik erover gezien had, en ook doordat de mensheid daar zijn wortels heeft, en van daaruit de wereld is ingetrokken. Ik zou het een soort van religieuze ervaring kunnen noemen.

Ondertussen ben ik een boek aan het lezen dat daar op het eerste gezicht weinig mee te maken heeft: Dick Swaabs 'Ons creatieve brein - hoe mens en wereld elkaar maken'. De auteur, een Nederlander, is een neurowetenschapper van wereldniveau, en zijn boeken zijn hoogst interessant. In hoofdstuk IX, deel 8 schrijft hij over 'Kunst als therapie en therapie bij kunstenaars' (p. 195-196). Ook in psychiatrische ziekenhuizen worden reproducties van schilderijen gehangen, maar die moeten dan wel zorgvuldig geselecteerd worden: sommige werken van Van Gogh en Jackson Pollock deden de patiënten naar meer medicatie vragen tegen angst en onrust.


Maar er hingen ook foto's van de savanne.  En dan citeert Swaab professor Dennis Dutton, auteur van 'The Art Instinct: Beauty, Pleasure and Human Evolution' (2009). En dan citeer ik Swaab:

'Volgens Dutton is het geen toeval dat de savanne, het landschap waar onze menswording plaatsvond, over de gehele wereld het meest geprefereerde landschap blijkt te zijn. Hij ziet het als een landschap dat talloze generaties een evolutionair voordeel heeft opgeleverd, en dus als een erfenis uit het Pleistoceen. Inderdaad is de oudste onderkaak van een mensachtige, die zo'n 2,8 miljoen jaar geleden leefde, in het Afar-gebied in Ethiopië gevonden . . . . In de buurt van de mensachtige onderkaak werden fossielen gevonden van typische savannedieren. Interessant dat juist dit landschap de psychiatrische patiënten rust geeft.'


Mooi vind ik het dat ik dat gevoel van thuiskomen had, weken voordat ik met het boek van Dick Swaab bezig was, en de hypothese van Dennis Dutton gelezen had. De evolutie lijkt wel heel diep in de mens te zitten, en topwetenschappers kunnen kennelijk eigenaardige gevoelens nog verklaren ook, of er tenminste plausibele veronderstellingen voor maken.

vrijdag 11 november 2016

Mombassa: de Indische Oceaan

Onze vakantie in Kenia eindigt in het 'Amani Tiwi Beach Resort', vlak bij de Indische Oceaan, 30 km ten zuiden van Mombassa, de tweede stad van het land. Het is uitrusten nu, ontspannen, niet langer naar opmerkelijke zoogdieren of vogels speuren. Warm is het er net zo goed: wil je daar niet te veel last van hebben, dan ga je naar het eigenlijke 'Tiwi Beach', waar lichte zeewind de mens verkoeling toeblaast. Het hotel heeft er een Italiaans restaurantje, 'La bella vita': voor westerlingen op vakantie is die naam wel zeer toepasselijk. Je kunt er een biertje of een wijntje drinken, en pizza eten: dat gerecht is ondertussen ook bijna 'Unesco Werelderfgoed'!

Aan het strand neem je ook je laatste vakantiefoto's: het witte strand met de obligate palmbomen: cliché der clichés!


Clichébeeld: strand en palmen

Of een je kiekt aparte soort broodwinning: een Keniaan zit bij twee dromedarissen op het strand, en af en toe willen strandgasten effectief op die dieren gezeten langs het water gereden worden: de zee vanuit de hoogte bekijken!


Plaatselijk middenstandsgebruik

Met enig geluk druk je op het juiste moment af, en krijg je een geslaagd zeegezicht. De eerste branding gebeurt al zo'n 200 meter van de kust: daar is de zee bij eerder laag water nog altijd maar een meter of iets minder diep, en de brekende golven (golfjes) eigenlijk resulteren dan in een mooie witte streep. Dat zie je niet in de Noordzee, of andere zeeën waar ik ooit geweest ben. En zoals het hoort, is het strand wit. Een aparte charme heeft de oceaan hier. Natuurlijk wil ik hier ook zwemmen, ter verkoeling, maar ook om te kunnen zeggen: ik heb ik de Indische Oceaan gezwommen! Bij mijn tweede beurt, toen het tij al wat sterker opkwam, ben ik bij mijn terugkeer echt aangespoeld: wat dat werkwoord letterlijk betekent, heb ik aan den lijve ondervonden. Weer een nieuwe ervaring!


Marine

In de savanne hadden we zo goed als geen bloemen gezien: wat wil je, het was droog seizoen. Maar het hotel wil natuurlijk enige standing uitstralen: de gazons en de planten wordt geregeld besproeid, en deze kleine wereld wordt voor de toeristen waar nodig en mogelijk verfraaid. En zo krijg je een prachtige bloeiende bougainvillea vlakbij het strand, waar je zo'n plant helemaal niet zou verwachten. Kenia spant zich zeker in voor zijn toeristen, dat wel. In de beste der werelden zou de eigen bevolking daar ook de vruchten van moeten plukken, maar dat duurt nog wel een aantal jaren, vrees ik.


Bougainvillea

zaterdag 5 november 2016

Rachid Mwachuppu Tsange, Keniaan

Onze chauffeur/gids heette dus Rachid, voluit Rachid Mwachuppu Tsange, op zijn momenten een grapjas. Ik stap in zijn Toyota minibusje - 'my van' noemde hij het - en het eerste wat ik zie is een Nederlands woord op een zwart jasje: het schildje van de politie van onze Noorderburen, compleet met de vlam! Natuurlijk wil ik weten hoe hij daaraan komt, en hij vertelt dat hij een aantal jaren terug in Nederland is geweest - hij wilde daar politieman worden, maar dat hij toch maar teruggekomen is: kou, heimwee en liever toeristen begeleiden in de parken. Een paar dagen later blijkt dat hij het jasje van een Nederlandse politieofficier gekregen heeft: die man was kennelijk zeer tevreden over Rachids werk, en zo zou hij de Nederlander ook nooit vergeten. Rachid draagt het vooral 's ochtends, tegen de kou, want dan is het nog net geen twintig graden in Kenia!


Rachid Mwachuppu Tsange


Nederland is Kenia zeer dankbaar

Rachid is inderdaad een zeer bekwaam chauffeur: de laatste dertig kilometers naar het Amboseli Park gingen over landwegen met veel meer putten, kuilen en oneffenheden dan in het Turnhoutse Vennengebied, maar hij wist steeds dat spoor te vinden waar het denderen, dokkeren en daveren tot een minimum beperkt bleven. Rachid zat vol mededogen met de westerse mensheid die niets gewend is!

Hij kende de parken als zijn broekzak - hij reed er al jaren in rond - en ook alles wat er op twee of vier poten liep of twee vleugels had: hij was geen echte bioloog natuurlijk, maar toch een uitmuntend kenner van de fauna, en hij wist vrij goed waar hij de dieren kon vinden. Bovendien was hij een zeer goed observator, een arendsblik had hij: voor wij nog maar vermoedden dat er ergens een interessant dier kon zitten, klonk het uit zijn mond 'Elephant at 11 o'clock' of 'Lions at 3 o'clock'. Zonder hem hadden we de jachtluipaard zomaar achteloos voorbijgereden. Hij kon de dieren ook vlotjes in het Engels benoemen: zijn 'pullover' was er een ietsiepietsie naast, maar we zagen wel dat het over een plevier ging. En daarbij: who's perfect?

Zo wijst hij ons ook de waterbok aan, een antilopensoort die ten zuiden van de Sahara in waterrijk gebied leeft. Het is een redelijk groot dier: het mannetje kan tot 200 à 300 kg wegen. Rachid noemt hem in het Engels 'waterbuck', wat een letterlijke vertaling is van het Afrikaanse 'waterbok'. Het is trouwens opvallend dat veel van de dieren hier een naam hebben die zeer Nederlands aandoet, maar het is dus oorspronkelijk Afrikaans.


Waterbuck at 11 o'clock

Een interessant woord is de naam voor de gnoe: die heet hier 'wildebeest': Afrikaanser kan het niet zijn, in het Engels is zelfs de spelling niet aangepast. Maar de uitspraak wel: ze hebben het over 'waaildebiest'. Ik leg Rachid uit dat dat woord uit het Afrikaans komt, en hij zegt dan dat 'gnoe' uit het Frans komt. Daar heb ik mijn twijfels bij, en zoek dat natuurlijk op. Het blijkt uit het Duits te komen, via het Kafferwoord 'ngu'. En dat is best plausibel, als je weet dat nogal Duitse ontdekkingsreizigers en biologen al vanaf het begin van de negentiende eeuw in dit gebied actief  zijn geweest.
Terzijde: deze uitleg is een voorbeeld van beroepsmisvorming  van een taalleraar met pensioen, die zijn vak nog altijd belangrijk vindt. Ik zou nog zeggen 'Sorry', maar waarom toch?


Waaildebiest at 2 o'clock

Kerken zie je niet zo vaak in Kenia, wel moskeeën: veel 'kaffers' of ongelovigen zullen hier niet meer zijn. Maar de intensiteit van het geloof wil wel eens variëren. 'Rachid' is my religious name, vertelt de man, maar 'I'm half muslim'. Ik ga niet naar de moskee, maar zolang ik weet dat God bestaat, is het goed voor mij. Moorden in naam van het geloof, daar kan hij echter niet bij, dat heeft met godsdienst niets te maken, vindt-ie. Een zeer pragmatische en prozaïsche kijk heeft hij op zijn godsdienst: in West-Europa noem je zo iemand een lauwe (zelfs een koude) katholiek. Het voordeel: we moeten geen schrik hebben dat Rachid zou radicaliseren.


Moskee op zijn Keniaans

Rachid was fijn gezelschap: hulpvaardig en voorkomend, en geduldig. Voor lange trajecten had hij nogal wat te laden: drie rolstoelen en vier koffers, plus handbagage, maar dat deerde hem niet. En wie niet zo goed ter been was, hielp hij alsof hij het altijd gedaan had. Anderzijds: kruiperig of slijmerig was hij niet, hij zag ons als gewone mensen, niet als blanke halfgoden die van een andere planeet kwamen. En dat was ook een prettig gevoel. Rachid is een van de 46 miljoen Kenianen, maar een man uit de duizend, iemand aan wie ik zeer goede herinnering heb. Ik begrijp die Nederlandse politieofficier met zijn jasje wel: Rachid is kennelijk altijd zo. Zichzelf is dat. Leuke ervaring was hij, als je dat zo kunt zeggen.


Ons groepje, met Rachid in ons midden.