maandag 14 april 2014

Manakamana: een bedevaartsoord

Van Kathmandu rijden we een eind het westen, naar Pokhara, de derde stad van Nepal, na de hoofdstad en Patan, dat daar vlak naast ligt: ze heeft ongeveer 250.000 inwoners. Maar voor we daar geraken kunnen de liefhebbers op de rivier Trisuli zich nog aan rafting overgeven. En dan gaat het verder naar Manakamana, waar de gelijknamige tempel staat die in de hindoewereld werkt als een zeer krachtige magneet. Maar zo makkelijk kom je er niet: plaats en tempel liggen hoog boven de rivier, en die afstand wordt overbrugd door een heuse kabelbaan van Oostenrijkse makelij: Doppelmayr heet de firma. Het station van vertrek ligt op 258 m, je komt aan op een hoogte van 1302 m. Meer dan een kilometer is dat, en de baan doet daar tien minuten over! En dan ben je nog niet aan de tempel, want die ligt nog zestig meter hoger!


Het visitekaartje van de kabelbaan

Vanuit de gondels zie je wel prachtige panorama's van de Trisuli, gehuchtjes op de bergflank en terraslandbouw: onze Ardennen zijn bescheiden molshopen, de term 'Hoog België' lijkt me van een mateloze pretentie!


De Trisuli diep beneden


Nepalese huisvesting


Land- en tuinbouw

Boven het dorp staat dan de zeer belangrijke 'Manakamana Tempel': van heinde en verre komen pelgrims toegestroomd. Toen we op ons vertrek naar beneden stonden te wachten - de kabelbaan lag stil: middagpauze! - ontmoetten we daar een goed geluimde Indiër die met zijn gezin en nog wat verwanten uit zijn land was komen aanvliegen, en die man was blij omdat hij eindelijk bij de tempel was geraakt. Hier wordt de godin Bhagwati vereerd, en zij is een verschijningsvorm van Parvati, de vrouw van Shiva, een oppergodin is zij. Ze doet wensen in vervulling gaan, en daarom heeft zij zoveel succes. Jonge echtparen komen hier bidden om een zoon te krijgen. En er wordt geofferd dat het een lieve lust is, maar niet voor de dieren: hanen, eenden en geiten moeten eraan geloven en het bloed vloeit rijkelijk.


De Manakamana Tempel

Wij zaten op een terrasje op de weg naar de tempel, en je kunt de tel niet bijhouden van de mensen die een of ander offerdier naar boven slepen: de goden leven hier echt wel. En Scherpenheuvel is hier ook niet veraf, maar dan op zijn hindoes: aan religieuze souvenirs kun je niet ontkomen. Je ziet tussen de stroom bedevaarders af en toe een werkende mens, iemand die in het transport zijn brood verdient bijvoorbeeld.


Scherpenheuvel op zijn Nepalees


Gewichtheffen is in Nepal geen sport


Vlak voor onze nederdaling zien we een jong, verliefd paartje dat met een witte doek zijn eigen besloten hofje heeft geïmproviseerd. Wellicht na boven een zoon gewenst te hebben? Ze gedroegen zich alleszins zeer gelukkig: er is nog hoop voor de wereld.

zaterdag 12 april 2014

Nepal: Belgische Zaken

De afstand tussen Brussel en Kathmandu bedraagt zo'n 7.000 km: je zit nog niet echt aan de andere kant van de wereld, maar je bent toch een end van huis weg. Maar ook hier is het vaderland aanwezig, niet prominent, waar soms wel goed waarneembaar, en zelfs proefbaar.

Tegen het einde van onze veertiendaagse wilden we wel eens iets anders dan noedels met groente of met kip, of gewoon iets minder pikants, en daar was al een oplossing voor: gepland was dat we frieten gingen eten, in Thamel, het stadsdeel van Kathmandu waar we verbleven. En die 'frituur' (echt waar) werd ook zonder moeite gevonden: er waren kenners in het gezelschap. Ik zal niet zeggen dat het de allerbeste frieten waren die ik ooit gegeten had, maar ze konden toch makkelijk de vergelijking met 'patat van eigen bodem' doorstaan: we hebben zo lekker gegeten als in een Belgisch frietkot, en dat in  het midden van Nepal. Leuk is ook dat je voorbij een bord wandelt waarop het inheemse eethuis aangeprezen wordt: B.K. laat weten dat hij de eerste frituur in Nepal runt! Het woord correct gespeld en al: dan kan de friet niet slecht zijn, hier moeten ze van wanten weten! En dat is ook zo: blijkt dat het om Nepalezen ging die de stiel in Willebroek (B) geleerd hebben, een goede bakinstallatie hebben gekocht en het zaakje naar hun vaderland hebben versleept. Om Frans Olbrechts te parafraseren: België zendt zijn zonen uit.


Zonder woorden

Wat je ook tegenkomt en voor ons echt opvalt, is reclame voor Belgisch bier: je ziet het op stickers, op posters, op linnen doeken in cafés en restaurants. 'Finest Belgian Beers' roept de tekst, en dat zijn dan Hoegaarden, Liefmans, Duvel die 'Strong Pale Ale' genoemd wordt, Chimay en Westmalle 'Trappist Tripel': een Waals bier, vier Vlaamse: mocht Wevermanneke dat weten! De zin onderaan de affiche vind ik ad rem: 'Discover the taste of real beer.' Da's een boodschap aan Heineken en andere Amstels vrees ik. Het mooie van de zaak is dat zo'n tripel maar 345 Nepalese roepi kost, en dat is goedkoper dan in België: 1.000 roepi is € 7.33 waard, iets meer dan een derde dus € 2.50. Daar moet je hier te lande lang naar zoeken. Ook ongelooflijk is dat je 7.000 km ver zit, en daar een bier drinkt dat op 22 km van je thuis gebrouwen wordt. Ook voor trappist geldt kennelijk dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn! Axel, de Duitse mede-eigenaar van het 'Royal Park Hotel' in de streek van Chitwan vertelde ons: 'It pops up sometimes, but it disappears again'. Weg enthousiasme! Wat ons niet belet heeft ervan te genieten, daar ver weg in Azië.


Vlaanderen boven!


Couleur locale in Nepal

Zeer mooi was ook het duidelijke spoor van belgitude vlak bij ons hotel in Kathmandu. We keken vandaar uit op een ander hotel een straat verder, en wat ik daar zag was zonder meer ontroerend: een meer dan levensgrote panda, het verbeelde streefdoel van Onze Grote Leider en Roerganger. De panda's waren toen al echt een issue in het vaderland, Panda Bart was toen nog niet van een podium geflikkerd, maar de echte verkiezingspropagandastunt was toen in Kathmandu al te spotten. Vooruitziend en expansief dat die man is! En muurvast bovendien: struikelen is hier ondenkbaar. België staat bekend als het land van het surrealisme, wat hier nog maar eens gebleken is.


Toekomstbeeld? De Belg op bamboedieet

vrijdag 11 april 2014

Bhaktapur: stadsleven

In Bhaktapur rijden geen auto's, motoren of brommers: de straten zijn er gewoon te smal voor. Na de hectische chaos van Kathmandu is dit gewoon een verademing: je kunt op je gemakje de stad een beetje gaan verkennen. En je komt iets dichter bij het leven van de gewone Nepalees, durf je te denken.

Op Durbar Square krijg je al gelijk te maken met kleinvee. Niet dat het stoort: drie geiten liggen aan een muurtje gewoon van de zon te genieten. Het leven verloopt hier tegen een veel trager tempo, zoveel is duidelijk.


Drie geiten in de zon

Op dat Paleizenplein tussen alle eerbiedwaardige tempels staat ook een gewone, maar stoere waterput, en daar maken twee vrouwen ijverig gebruik van: godsdienstbeleving en essentiële zorg voor het dagelijkse leven gaan hier hand in hand. De luxe of het comfort van een betrouwbare waterleiding lijken de dames hier niet te hebben: Nepal is inderdaad geen rijk land, maar dat wisten we al langer.


Twee emmertjes water halen

Zeer interessant en bezienswaardig is het 'Pottenbakkersplein': je ziet een boel potjes bij elkaar, net daarachter bundels riet dat vochtig op de ovens terechtkomt, aan de rechterkant grondstof in plastic zakken. Een summier overzicht van het productieproces is het.


Het Pottenbakkersplein

Hier worden ovens gestookt, zie je mensen aan het werk, en worden de producten getoond en aan de man gebracht. Je hebt potjes in alle maten, en die worden dan met veel zin voor orde - die je in Nepal niet vaak ziet - uitgestald, en daarbij kijken ze niet op een potje meer of minder.


Potten van klein naar groot

Maar er zijn ook producten met meer pretentie, van een iets hogere orde, zou je kunnen zeggen. Je ziet een aantal 'Ganesha's - de god met de olifantenkop - maar dat lijkt me serieproductie, twee uilen, een schenkkan, een jonge dame in boeddhistische stijl, en vooral een pracht van een huisje in terra cotta: als het vervoer naar België niet zo precair was geweest, had ik het gekocht. Het lijkt me zo'n authentiek pièce unique dat je het ten minste volkskunst moet noemen.


Niet alles is kitsch op het Pottenbakkersplein

Als je het plein oversteekt, zie je een ouder paar bezig aan hun oven. De man is zijn oven op aan het bouwen, zodat hij er later de brand in kan steken. Zijn vrouw staat erbij met de handen in de zij: ze lijkt geconcentreerd te wachten tot wanneer hij zegt dat ze weer een bundel vochtige rietstengels aan moet geven die hij dan op zijn vuur in wording kan leggen, want dat vuur moet duren, wil het resultaat goed zijn.


Ambachtslui aan het werk

Op het plein staan nogal opzichtig twee blauwe borden, en die verwijzen naar de '(Co-operative) Genuine Thanka Painting School', zoals je ze in de steden wel vaker ziet. Een 'thanka' is een schilderij op katoen of zijde appliqué, gewoonlijk met een boeddhistische godheid, scène of een mandala. 'Mandala': dat is weer een nieuw woord: 'het is een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt'. Tenminste, dat zegt Wikipedia erover. En verder dat het 'concept van hindoeïstische oorsprong is, maar ook veel in het boeddhisme gebruikt wordt'.


Een geometrische mandala op een thanka

Zo heb je dus thanka's voor beide 'godsdiensten'. Ganesha bijvoorbeeld wordt graag afgebeeld. Hij is de god met de olifantenkop: hoe hij daaraan geraakt is weer een verhaal op zichzelf. Zijn ouders zijn Shiva en diens echtgenote Parvati. Wanneer de vader op een dag thuiskomt vindt hij zijn vrouw met een man in bed, Shiva wordt razend en hakt die onverlaat gelijk het hoofd af. Pas dan blijkt dat die man Ganesha is. Vol berouw belooft hij zijn zoon dat hij het hoofd zal krijgen van het eerste levende wezen dat hij de volgende ochtend tegenkomt. Helaas was dat wezen een olifant, en vandaar. Het verhaal doet denken aan dat van Oedipus die met zijn moeder Iocaste ook geslapen heeft. Dan denk je weer eens: we zijn hier bij een Indo-Germaans volk.


Een thanka met Ganesha

En zo doende en dat vaststellende zijn we een eind van het eenvoudige emplooi van de pottenbakker verwijderd. Maar in Nepal 'les extrèmes se touchent toujours en partout'.

woensdag 9 april 2014

Bhaktapur: een oude hoofdstad

Bhaktapur ligt veertien kilometer en oosten van Kathmandu en heeft zo'n 75.000 inwoners: het is een interessante plaats die nog te overzien is, bovendien een oude hoofdstad. Na de dood van koning Yaksha Malla in 1482 viel zijn eengemaakte rijk (de vallei van Kathmandu) uiteen in drie vorstendommen: een voor elke zoon. Kathmandu, Patan en Bhaktapur werden de hoofdsteden. In die laatste kenden kunst en architectuur in de zeventiende een grote bloei, en daarvan is in de stad nog veel bewaard. 'Durbar Square', waar al de tempels staan, is zonder meer indrukwekkend.

Als je het plein opkomt, zie je links een lange paleismuur, en in het midden daarvan bevindt zich de 'Gouden Poort': ze is in 1753 gebouwd, is van brons en dus niet helemaal van goud, maar de deurstijlen bestaan uit een aantal vergulde panelen met reliëfbeelden van een aantal goden en godinnen. De poort wordt beschouwd als een van de belangrijkste kunstwerken van de vallei van Kathmandu.



De Gouden Poort met de vergulde deurstijlen

In de 'torana', een soort van timpaan boven de poort, staat centraal de godin Taleju, de familiegodin van de Malla's, het regerende vorstenhuis: ze heeft vier hoofden en tien armen! Vlak boven haar zit een 'Garuda', het vervoermiddel van Vishnoe en ook andere goden. Het is een mythologisch wezen, half mens, half adelaar. Een heel rare godenwereld hebben de hindoes: dat vinden wij dan, omdat we er van te voren niets van afweten, en we hem moeilijk kunnen overzien en/of begrijpen. De vraag is alleen maar wat zij van bijvoorbeeld de christelijke mythologie zouden denken.


De 'torana', een soort van timpaan, met Taleju en de Godura

De tempel van Taleju kom je als niet-hindoe niet in: je mag wel eventjes naar binnen kijken. En er wordt streng op toegezien dat ongelovigen het verbod aan hun laarzen zouden lappen: een soldaat en een bord laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Voor wie geen Engels verstaat, zijn er nog zes pictogrammen die uitbeelden wat je allemaal niet mee in de tempel mag nemen.


Verboden, in het Engels, met pictogrammen en soldaat

Een troost is een tweede torana boven de toegangsdeur: prachtig zoals die gebeeldhouwd is. Centraal onderaan zit weer Taleju die haar eigen tempel bewaakt. De twee vlechten boven haar zijn twee driekoppige slangen, met in het midden een zevende kop waarvan je het lichaam niet ziet, maar zo kom je toch aan het heilige getal 'zeven'. Op de zestien ronde bas-reliëfs zijn driearmige goden of godinnen afgebeeld, en helemaal links en rechts aan de basis zie je dan nog twee 'makara's: dat zijn mythologische krokodillen. Je mag het heiligdom dan wel niet binnen, maar eer je de buitenkant ontcijferd hebt, ben je toch wel een tijdje zoet.


De torana van de Taleju tempel

De meeste hindoetempels zijn  gebouwd in de vorm van een pagode, met twee, drie of meer daken. De dakstutten van een dergelijk gebouw zijn vaak versierd met houtsnijwerk: goden en mythologische dieren zie je erop, maar ook albeeldingen die recht uit Kamasuthra zijn weggelopen. Ter zijde: 'kamasuthra' is Sanskriet, 'kama' betekent 'genot', 'suthra' 'formule'. 'Genotsformules' zijn het dus, open en bloot. De hindoes hadden of hebben kennelijk een andere houding tegenover sensualiteit dan godsdiensten uit het Westen.


Een pagodetempel voor een van de vele goden


Tempelversiering

Af en toe zie je een tempel met een Indische vorm: die heet dan 'sikhara', Sanskriet voor 'bergtop', m.a.w. in dit soort van tempels kun je het dichtst bij de goden komen, en je geloof heel echt beleven. Een mooi voorbeeld ervan is de 'Vatsala Durga Tempel, ter ere van de oppergod Shiva. Hij zou in 1723 opgericht zijn. Links van dit gebouw staat 'de klok van Taleju': doe godin is hier prominent aanwezig, want, zoals gezegd de familiegodin van de koningen


De Vatsala Durga tempel


De klok van Taleju

 Op 'Durbar Sqaure' in Bhathapur is zoveel te zien: ongewone en prachtige indrukken krijg je er voortdurend, een totaal nieuwe godenleer leer je er (een beetje) kennen, en na een bezoek is enige rust geboden. Toch rijden we vandaag nog naar Nagarkot, om vanuit de verte de oostelijke Himalaya te bekijken, maar eerst willen we ook nog eens in de stad Bhaktapur rondstruinen: je komt hier tenslotte niet alle dagen!

donderdag 3 april 2014

Twee stoepa's: Swayambhunath en Bodhnath

Je bent niet in Nepal geweest als je de twee belangrijkste stoepa's niet gezien hebt: Swayambhunath en Bodnath. Ze hebben die status niet alleen in dit land, maar in de hele boeddhistische wereld. De eerste bevindt zich op een heuvel, twee kilometer ten westen van Kathmandu, de tweede ligt in het oosten van de stad.

Swayambhunath wordt ook 'Monkey Temple' genoemd, omdat er op het terrein behoorlijk wat apen zitten, die overigens best agressief kunnen zijn, behalve als ze aan het eten zijn, natuurlijk. Maar toeristen krijgen steevast de raad voorzichtig te zijn en ze niet uit te dagen. Leuk om te zien zijn ze alleszins.


Horen, zien en zwijgen aan de maaltijd

Maar we zijn in de eerste plaats voor de stoepa gekomen, en hij is indrukwekkend, dat vast en zeker. Als je in feite nooit een dergelijk gebouw hebt gezien, en er dus ook niet van kent, kan je er heel wat over leren. Het grondvlak van zo'n tempel symboliseert de aarde, de koepel die daarop staat voor het water. Daarop staat dan weer een kubus die aan de vier zijden versierd is met de 'Alziende Ogen van Boeddha': het doet nog denken aan Gods oog dat bij ons ooit populair is geweest, met de tekst erbij 'God ziet u, hier vloekt men niet', maar hier zijn geen woorden te lezen, ook geen waarschuwing. Boeddha bekijkt natuurlijk de wereld, maar tussen zijn twee wenkbrauwen heeft hij een derde oog: daarmee 'aanschouwt' hij zichzelf. Een vraagteken verbeeldt zijn neus: dat is het Nepalese symbool voor één. Het symboliseert ook de eenheid van de mensheid en de eenwording met Boeddha. Een zeer rijk symbool zijn die Alziende Ogen; het heeft wel iets. Boven de kubus staat dan weer een trapvormige toren met dertien treden, die dan weer staan voor het vuur en de dertien stappen op de weg naar verlichting. Nog hoger bevindt zich de parasol die de lucht symboliseert, en daarboven ten slotte een vlam die staat voor de ether. De vijf boeddhistische elementen zijn op die manier allemaal symbolisch in het gebouw opgenomen: aarde, water, vuur, lucht en ether. Elke stoepa is volgens dit concept gebouwd: veel variatie zit er dus niet in, al kan die trapvormige toren zowel rond al vierkant zijn.


Koepel, Alziende ogen, toren, parasol en spits

Bodnath is een stoepa die niet omringd wordt door allerlei hindoetempels: hij staat op een rond plein, afgesloten van het drukke verkeer. Door een doorgang kom je er, en dat deed mij nog denken aan het begijnhof van Amsterdam: als je daar binnengaat, vlakbij de Kalverstraat en het Spui, kom je ineens in een rustige oase terecht. Toch is de rust hier relatief: er zijn veel pelgrims en toeristen, maar de toeterende chaos is hier niet te horen. Het gebouw zoals het er nu staat is vijf eeuwen oud: het oorspronkelijke heiligdom uit de zevende eeuw is in 1349 door een vernielzuchtige islamitische sultan uit Bengalen vernietigd.


De stoepa van Bodnath

Gebedsvlaggetjes wapperen in zowat heel Nepal, maar hier zie je ze overvloedig. Er zit een welbepaalde volgorde in die vlaggetjes: eerst blauw, dan lichtblauw, bijna wit, verder rood, groen en geel, en die kleuren staan weer voor een van de vijf elementen die in het boeddhisme zo belangrijk zijn.


Talloze gebedsvlaggetjes

Via een trap kom je aan de koepel van de tempel, maar daarvoor krioelt het van de duiven, die van de mensen eten krijgen zoveel ze lusten: over duivenplagen hebben ze het hier niet. Integendeel, dieren te eten geven beschouwen de boeddhisten als een heilige plicht, een soort werk van barmhartigheid vind ik het.

Duiven voeren: een plicht

Bewakers van de stoepa zijn twee stenen olifanten met hun berijders: dat maakt het geheel natuurlijk nog imposanter. Ook treffend is dat in deze buurt heel veel Tibetanen wonen en hun godsdienst komen belijden: ze zijn hier naartoe gekomen nadat China in 1959 hun land had bezet, ingelijfd en geannexeerd, of hoe je het ook wil noemen. Autonoom is Tibet in ieder geval niet meer.


Olifanten en goddelijke berijders als bewaking

Dit is dus een zuiver boeddhistisch heiligdom,  en dat is opmerkelijk in Nepal. Op de meeste 'Durbar Squares' (in het Nederlands 'paleizenpleinen') vind je boeddhisme en hindoeïsme en de bijbehorende tempels gewoon door elkaar, dat levert geen enkel probleem op. Aanhangers van de twee godsdiensten vieren zelfs elkaars feesten, en heel wat Nepalezen geloven in de twee religies. Het hindoeïsme is het sterkst hier: 85 % van de bevolking is er aanhanger van. Daar staan 11 % boeddhisten tegenover. Boeddha is nochtans in Nepal geboren (in het zuiden), maar hij is kennelijk niet 'de grootste sant in eigen land'. Dan zouden er nog 4 % moslims zijn en hier en daar kleine christelijke minderheden. Maar de mensen zijn hier zeer verdraagzaam, wat ook nog eens door de wet opgelegd wordt: het is verboden iemand tot een andere godsdienst te bekeren. Missionarisen hebben hier bijgevolg geen werk. Dat is tenminste een probleem waarmee Nepal geen last heeft. Ze hebben er overigens genoeg andere!

zaterdag 29 maart 2014

Kathmandu: 'gelijk een kuip mortel die van een stelling valt'

Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, heeft een miljoen inwoners: heel veel mensen wonen daar op een niet zo grote oppervlakte, wat resulteert in een ongelooflijke en onvoorstelbare drukte. Bovendien zijn de meeste straten er eerder smal, maar toch met tweerichtingsverkeer! Die straten hebben ook geen of nauwelijks stoepen: voetgangers, fietsers, rickshaws, brommers, motoren en auto's: dat wemelt en krioelt er allemaal door elkaar, een gigantisch mierennest is het! Maar de mensen zijn nogal verdraagzaam: niemand windt zich op, roept of scheldt of tiert, verkeersagressie lijkt onbekend, ongevallen of botsingen heb ik in die verkeerschaos evenmin gezien. Wel wordt er getoeterd dat het een lieve lust is. De inwoners van de stad willen in die enge straten vooral laten horen dat ze eraan komen, het is geen uiting van ongeduld of een boodschap dat anderen zich uit de voeten moeten maken: toeteren doe je voortdurend voor je eigen veiligheid en voor die van de andere weggebruikers. Praktische naastenliefde is dat, en zorg voor je eigen hachje! Dat resulteert natuurlijk wel in behoorlijk wat herrie, van 's ochtends tot 's avonds: rustig is Kathmandu niet! Ondanks alle hectiek en chaos schijnt het systeem toch te werken: het lijkt me onbegrijpelijk, maar het is zo!


Straatbeeld in Kathmandu

Kathmandu is geen stad waar opzichtig veel luxe en weelde te zien is: dat wordt al meteen duidelijk door de wegen. De straten zijn meestal geasfalteerd, maar sommige verkeren in deerniswekkende staat: putten en gaten overal, soms rijd je letterlijk in een zandstraat. En een en ander herstellen is bepaald geen sinecure: wegen afsluiten voor echt fundamenteel onderhoud is er niet bij. Ze afsluiten is hier ondenkbaar, dan zou de chaos pas echt niet meer te overzien zijn.


Iets bredere straat, met op de achtergrond een roestige voetgangersbrug

Stoffig is het er ook, in Kathmandu: we waren er in de lente, bij temperaturen tussen 20 en 25 graden, geen regen meer, want het moessonseizoen loopt van juni tot september. De stedelingen hebben daar ook last van, maar ze doen er wat aan: geregeld kom je in een straat waar een of andere handelaar vlijtig water gesproeid of gegoten heeft: 'help yourself' is hier een probate oplossing voor vele problemen.


Privé stofbestrijding

Maar dat soort van stof is toch nog minder erg dan het fijne stof dat boven dat stad hangt, ook boven een groot deel van Nepal. Het maakt in feite deel uit van de 'bruine wolk van smog boven Azië': zelfs als de helem onbewolkt, open en  vrij is, kun je hier niet zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is, wel integendeel. Vele mensen lopen in Kathmandu met een mondmasker, en de verkeersagenten hebben er allemaal een voor! Een van de oorzaken is niet ver te zoeken: het verkeer. Die bruine wolk boven Azië is een immens probleem: als ze in dit werelddeel zo voortdoen, helpen ze het finaal naar de knoppen! Na veertien dagen Nepal en luchtvervuiling kom je als geheid groene jongen terug.


Kathmandu vanaf de heuvel van Swayambhunath

Gebouwen en huizen in Kathmandu heb je ook in extremen: ze kunnen behoorlijk modern zijn, maar net zo goed op niet al te charmante wijze kaduuk. We zaten in het binnentuintje van ons hotel (International Guest House!) een bouwsel te bekijken waarvan ik dacht: daar woont toch wel niemand meer in. Ik had beter moeten weten: op het dak hing was te drogen. En een paar minuutjes later zwaaiden spelende kinderen ons vanuit een raam lachend toe! Tegenover die bouwval, aan de andere kant van de straat, staat dan weer een gebouw dat een of andere firma huisvest, maar waarin ook appartementen te zien zijn. Ik zei het al: Nepal is een land van contrasten, ook vlak onder je neus.


Krotwoning met verdiepingen


En met tevreden kinderen


Daarboven zitten ze al beter in de slappe was

In Kathmandu kun je ook zien wat er bij ons onder de grond zit: elektriciteits- leidingen. Het gaat hier om een grootstad: een paar kabels aan een stevige paal zijn niet voldoende, wat vaak onontwarbare puzzels oplevert. Toch zeggen mensen die het kunnen weten dat fouten vrij gemakkelijk te herstellen zijn dank zij een vernuftig nummeringssysteem van die leidingen. Het is overigens wel zo dat de stroom hier dagelijks uitgeschakeld wordt: in ons hotel bijvoorbeeld van 6 tot 10 uur in de avond, maar elders kon dat ook in de middag zijn. Nepal in niet rijk.


Gordiaanse stroomknoop

Kathmandu laat alleszins een blijvende indruk na: je kunt je niet indenken hoe zo'n stad toch functioneert, hoe mensen in dergelijke omstandigheden kunnen leven. Allicht zijn ze niets anders gewend, maar ze hebben ook televisie: dat het elders in de wereld comfortabeler is, moet ze ook bekend zijn. Moedige mensen zijn de Nepalezen, en vriendelijk, opgewekt, sommige op het gênante af gedienstig. Dan heb ik het niet over bedelaars en straatventers, of anderen die niet aan de bak komen, en die het land aan hun lot overlaat.

Van bij het begin deed de stad mij aan L.P. Boon denken, maar bepaald aan de manier waarop hij 'De Kapellekensbaan' typeerde als 'een plas, een zee, een chaos', als 'een roman ge alles holderdebolder uitkeert, kwakt, gelijk een kuip mortel die van een stelling valt'. Dat is Kathmandu helemaal, vind ik.Maar er zijn ook mooie dingen te beleven, dat zeker ook.

donderdag 27 maart 2014

Nepal: geen Hof van Eden

'De verbluffende gezichten op de Himalaya staan in scherp contrast met de beelden van armoede die je overal kan zien.'

Dat lees je in een foldertje van het weeshuis 'Shangrila Home' in Kathmandu, en dat is dan nog vrij neutraal uitgedrukt. Die armoede kun je schrijnend ten hemel schreiend noemen, mensonwaardig, onvoorstelbaar: je kunt die armoede niet 'niet zien', ze ligt in heel Nepal voor je uitgerold, je ontkomt niet aan de confrontatie ermee, ze is Nepal, helaas. Voor mij was het een diep ingrijpende belevenis, waarvan ik de beleving na veertien dagen Nepal mee naar huis genomen heb, een plas verdriet in mijn hoofd, lijf en leden was het dan al geworden. Niet dat er in dat land niets moois te zien is, integendeel, maar daar gaat het nu even niet over.

De tweede dag bezochten we de stoepa van Swayambhunath, een zeer bekend boeddhistisch heiligdom, waar heel wat pelgrims en toeristen naartoe komen: drukte alom. Prachtig gebouw is het, met een grote symbolische betekenis voor de volgelingen van Boeddha.


De stoepa van Swayambhunath met de alziende ogen van Boeddha

Overal wapperen er gebedsvlaggetjes: die geven een op het eerste gezicht een feestelijke indruk, hoewel dat de bedoeling niet is. Die vlaggetjes zijn bedrukt met gebeden, en men gelooft dat de wind die mee in de kosmos neemt: hoe meer die vlaggetjes verbleekt zijn, hoe meer die gebeden gevlogen zijn naar hun bestemming.


Gebedsvlaggetjes in een behoorlijk vervuilde lucht

Die stoepa ligt op een heuvel, twee kilometer ten westen van Kathmandu. Dus moet je weer naar beneden langs een pad en nogal wat trappen. Die worden geflankeerd door bedelaars allerhande. Je ziet oude besjes van wie je je afvraagt hoe ze daar in hemelsnaam nog gekomen zijn, maar wie mij het allermeest trof was een man - een mannetje eigenlijk, want Nepalezen zijn niet groot - van een jaar of zestig-zeventig, een leeftijdgenoot van me in feite. Donkerbruin zijn huid, droeve, gelaten smekende ogen, in zijn mond nog een paar scheve tanden. Hij hield ook zijn rechterhand op, maar in plaats van vingers had hij nog vier stompjes van een centimeter lang: weggevreten door melaatsheid vermoed ik. Het parool is dat je bedelaars niets mag geven, want dan komen ze met z'n allen achter je aan, en structureel verandert het niets: ik heb me dan ook aan die 'goede' raad gehouden, maar later op de dag begon het te knagen en vroeg ik me af of ik hem toch niet iets had moeten geven. Je kunt niet heel de wereld op je schouders nemen, maar het beeld van die man vergeet ik nooit meer.

Het weeshuis 'Shangrila Home' hebben we de dertiende dag bezocht. Ik had er eerlijk gezegd niet zo veel zin meer in, mijn potje miserie en ellende was al meer dan vol, had ik het gevoel, maar het is in 1995 opgericht door twee Vlamingen, Inge Bracke en Paul Jacobs. Tegenwoordig wordt het gerund door Wim de Becker, en er verblijven zo'n 72 kinderen: die zijn soms heel jong - nog niet uit de pampers - maar ook achttienjarigen. Ze krijgen er ongeveer alles wat ze vroeger gemist hebben: eten, kleren, onderwijs en begeleiding en liefde van vooral Belgische of Nederlandse, maar ook Nepalese vrijwilligers. Je wordt in dat huis - een voormalig hotel - rondgeleid, en je ziet dat er ongelooflijk veel goeds gebeurt.

Shangrila Home, het weeshuis

Om half vier komen de kindertjes uit de basisschool, en dan zoeken ze gelijk aandacht bij hun verzorgers, zoals bij An, een Antwerpse die er als vrijwilliger als vier jaar aan de slag is: daar moet je heel sterke benen voor hebben, om in zulke omstandigheden ook nog de 'moeder' te zijn van die kleine Nepaleesjes. Respect en bewondering, zeg ik dan.En ze lachen, zijn gelukkig en helemaal niet schuw of wereldvreemd: ze laten zich met plezier fotograferen, ook met leden uit ons gezelschap.


An met twee Nepalese weesjes


Twee nieuwsgierige aagjes tussen onze Jens en Geert

Ik vraag An, denkend onder anderen aan mijn melaatse bedelaar, wat de staat hier voor zijn inwoners doet. Het antwoord is eerder lapidair en ligt, na veertien dagen Nepal, helemaal in de lijn der verwachtingen: 'Niks.' Shangrila Home krijgt geen subsidies van de staat, het weeshuis leeft van giften en permanente opdrachten, vooral uit België. Donateur worden, zoals ik gedaan heb, vind ik zeer zinvol, en je kunt gerust zijn dat het geld goed besteed wordt.

Wat mij ook interesseerde was de betekenis van 'Shangrila'. Die vind je dan op Wikipedia: het is de naam van het aardse paradijs in het boek 'Lost Horizon' van de Engelse romanschrijver James Hilton. Dat wist ik nog niet toen ik dit artikel 'Nepal: geen Hof van Eden' noemde; het boek speelt zich overigens af in de Himalaya, in Tibet. Het is een zeer ambitieuze naam voor het weeshuis, deze naamkeuze getuigt van enige moed, die hier echt wel nodig is, wil je een steen in de rivier verleggen.

Wat in het gebouw ook opvalt is het prachtige trappenhuis: het doet aan de gulden snede denken. Het voormalige hotel moet echt wel stijl en luxe geboden hebben. Daarvan is ook de jacuzzi een bewijs, waar de kinderen tegenwoordig hun kleren wassen: want opvoeden tot zelfstandigheid zit ook in hun programma.



Het trappenhuis van Shangrila Home


Zevenjarig Nepaleesje met toekomst

Nepal is een land van zeer extreme contrasten, dat is wel zeker.

Donateur worden? Zie: www.shangrilahome.org,
rekeningnummer BE86 0682 2248 1550