zondag 10 maart 2019

Mit Lieb bin ich umfangen

Sinds een goed jaar zing ik in een koortje. Oude liefde roest niet: van mijn 10 tot mijn 20 heb ik gregoriaans gezongen, tijdens mijn legerdienst heb ik nog menige klank het Duitse zwerk ingestuurd, in Soest dan nog, bij de 6de Artillerie: o Freude, o Wonne! En nu maak ik deel uit van een klein gemengd gezelschap dat anoniem wenst te blijven, ook onze zeer onderlegde dirigent: dat is een kwestie van bescheidenheid. Maar twee zondagochtenden per maand ervaren wij, een tiental mensen (m/v), de vreugde van de samenzang in twee stemmen. Soms in meer, maar dat is dan niet altijd bedoeld.

We zingen liederen in het Duits, in het Frans, soms zelfs in onze eigen moerstaal, want vaak willen we ook verstaan wat we zingen. Vandaag hebben we iets nieuws geleerd: 'Mit Lieb bin ich umfangen' van de dichter/componist, of singer songwriter Johann Steuerlein, die geleefd heeft van 1546 tot 1613. Het lied zelf is van 1600, stijl: barok. De tekst luidt als volgt:

                                   Mit Lieb' bin ich umfangen,
                                   Herzallerliebste mein.
                                   Nach dir steht mein Verlangen,
                                   könnts oder möchts gesein
                                   Könnt ich dein Gunst erwerben,
                                   käm ich aus grosser Not,
                                   viel lieber wollt ich sterben
                                   und wünscht' mir selbst den Tod.

                                   Wie soll ich von dir lassen,
                                   es kost' mir meinen Leib.
                                   Dazu zwingt mich ohnmassen,
                                   dass ich nit' von dir scheid.
                                   Dir hab ich mir ergeben,
                                   in rechter Stetigkeit,
                                   dieweil ich hab das Leben,
                                   Herzlieb nit von mir scheid!

Iemand (m/v) zingt over een onbeantwoorde liefde, laten we bijgevolg maar aannemen dat het om een man gaat, een niet bijster origineel thema. Hij zou zich nog liever dood wensen dan haar niet te kunnen krijgen: tragedie, tragedie! Gelukkig is het lied best vrolijk en opgewekt: zo zwaar moet er kennelijk niet aan getild worden (zo klinkt het toch op youtube). Het lied leren is op zich zelf een bezigheid die zichzelf beloont: je kent het helemaal niet, eerst komen de sopranen aan de beurt, dan de bassen, dan proberen we dat samen en na een tijdje hoor je hoe mooi dat klinkt en hoe warm dat van binnen voelt. En dan stel je vast dat je toch weer met een aantal vrienden en vriendinnen iets zinvols gedaan hebt, iets waar je gelukkig van wordt. Meer moet dat niet zijn, wat zeg ik, dit is al heel veel.

Twee opnames op youtube op deze adressen:

https://www.youtube.com/watch?v=2y9vLQbBFs

https://www.youtube.com/watch?v=UerO-y_99FA 

Ik krijg van een goede vriendin nog een interessante reactie binnen: natuurlijk gaat dat over een onbeantwoorde liefde, schrijft ze, want het gaat hier over de liefde tot God, en die is voor de gewone sterveling onbereikbaar. Dat zal heel waarschijnlijk wel kloppen, want dat lied zong zij met een koor in de kerk, en die Steuerlein staat vooral bekend als dichter/componist van geestelijke liederen. Wat ik vandaag allemaal niet bijgeleerd heb, op deze rotwerige zondag!                       

zaterdag 2 maart 2019

Het Vennengebied: wandeling met zilverreiger en weinig lover

In februari 18 of 19 graden: natuurlijk zet dat aan tot genieten en profiteren in het Vennengebied. Bomen en struiken beginnen te knoppen, maar lover en bladerdek laten nog heel wat tijd op zich wachten, en zo kun je in de warme winter van dit jaar zaken zien die in de zomer verborgen blijven: 'In de natuur is geen dag dezelfde,' heb ik eens gezegd.

In de Kleine Klotteraard staan vlak voor de uitkijktoren een vijftal uitgebloeide lisdodden: de vergankelijkheid maakt zich zichtbaar in wollige sigaren zo lijkt het wel. En ze vangen mooi het tedere licht van de toch al redelijk sterke winterzon. Wit op een blauwe achtergrond krijg je dan: het heeft wel iets.


Uitgebloeide lisdodden: wollig sigaren

Aan de verste oever van het ven is een grote zilverreiger op jacht naar eten: van het midden loopt hij zachtjes naar de linkerkant: rustig doet hij dat, door geen mens gestoord. Waarom het een grote zilverreiger is: gele bek en zwarte poten heeft hij, en voor een kleine soortgenoot is hij sowieso te groot, vind ik. Hij laat zich gewillig fotograferen, alsof hij de ondiepe kant van het ven als catwalk gebruikt: een slank model in bruidskleur. En als je wat geluk hebt, vat je de witte vogel en zijn spiegelbeeld in een beeld: een lucky shot noem ik dat dan. Een eerder zeldzame ontmoeting is dit: ik scooter al wel 15 jaar zeer vaak in het Vennengebied, maar ik geloof niet dat ik er al 5 zilverreigers gezien heb. Dat maak je dus mee als je buitenkomt.




Grote zilverreiger met spiegelbeeld

De nieuwe natuur komt hier en daar wel al piepen, maar heel voorzichtigjes: het is nog geen echte lente, er moeten nog maartse buiten en aprilse grillen komen, tenminste dat zou je willen. Maar bladgroei is nog niet te bespeuren, en zo zie je vaak verder en meer dan in de zomer. Naast het Bels Lijntje, voorbij de Heizijde richting Nederland, is nu aan de rechterkant zeer goed een grote plas in een weiland te zien: in de linkerhoek kun je een meerkoet zien, heel klein is hij op de foto, maar bij nader toezien wel zwart en met de witte bek en de witte vlek op zijn voorhoofd.


Grote plas met een kleine meerkoet, links in 't hoekje van de plas

Dat weiland wordt overigens begrensd door  een gracht die ik daar eigenlijk nog nooit opgemerkt had. Echt avontuurlijk en wereldschokkend is zo'n eerste visie niet, maar tussen twee bomenrijen heeft het wel perspectief en diepte. Ook het gewone eenvoudige kan mooi zijn!


Wintergracht, d.w.z. de Meirgorenloop

dinsdag 26 februari 2019

De klaprozen van Lau de Vries

Afgelopen week, van 15 tot 23 februari kon je in Campus Blairon Turnhout naar een kleine tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog gaan: 'Nooit meer oorlog herdenken' heette die. Het was een initiatief van 'demens.nu', en het 'Huis van de Mens - Turnhout' werkte natuurlijk vol overtuigend mee. Of het storm gelopen heeft, weet ik niet, maar dat het een lovenswaardig evenement was, daar ben ik wel zeker van.

Er waren ook 6 schilderijen van Lau de Vries te zien: antioorlogswerken zijn het, met telkens een klaproos erin verwerkt: zeggen dat de 'poppy' voor vrede staat, is water naar de zee dragen. Ondertussen: kleine interessante doeken zijn het. Zeer geslaagd vind ik 'Explosie': een klaproos ontploft, en laat onder andere veel bloed en scherven achter, of hoe tere schoonheid door oorlog finaal vernietigd wordt.


Explosie

'In Vlaamse velden' toont op de voorgrond klaprozen en andere begroeiing, maar die staan voor een drukkend rode heuvel, waarop een dode boom en waarboven een grijze hemel: leed verdriet, dood in een eenvoudig beeld dat mij echt raakt.


In Vlaamse velden

Rood komt ook in het volgende schilderij terug, in de bakstenen muren - of wat daarvan overblijft - en in de klaproos die ook niet meer ongedeerd is, maar ze is er nog en niet ontploft: veel krijgt de oorlog kapot, maar niet alles, niet de allerlaatste hoop.


War Poppy tussen het puin

Er hing nog een schilderij met een klaproos, maar dat had dit keer niet met oorlog te maken: 'Amaryllis' heet het, en achter de klaproos zie je de tekst van 'Zeer kleine speeldoos', een gedicht van Paul van Ostaijen tot de kleine Amaryllis gericht: zij is te speels en wordt daarom op het einde van het vers 'wijsneus' genoemd. Twee bloemen voor de prijs van een, zou je kunnen zeggen, en dan krijg je nog een vrolijk kunstwerk nog ook.





Amaryllis


Besluit: Laus klaprozen zijn zeker en bezoek en het zorgvuldig bekijken waard. Jammer dat ze alweer weg zijn.

dinsdag 19 februari 2019

Het Vennengebied: winterwandeling

Mijn ouders plachten te zeggen dat februari altijd drie zomerse dagen had, en mijn schoonmoeder goot diezelfde weerwijsheid in een versje: 'Februari is nooit zo fel, of het geeft zijn drie zomerse dagen wel.' Met die wetenschap ben ik opgegroeid, maar mijn eigen kinderen kennen deze spreuk niet meer, wat dan natuurlijk aan de ouders ligt. Nu hebben we die drie (of meer) dagen al gehad, en de maand is nog niet uit. Je kunt van een weerfenomeen de klimaatverandering niet afleiden, maar het blijft een feit dat we al een aantal jaren na elkaar geen noemenswaardige winter meer hebben gehad.

Gisteren (17.02) was een uitgelezen dag: ik met zoon en kleindochter naar de Klein Engelandhoeve. Best veel volk was er: alsof heel Turnhout en omliggende percelen het huis uitgejaagd was, op het parkeerterrein geen plaats meer. Ook opvallend wat Nederlandse nummerplaten: bovenste beste benedenmoerdijkse buren allicht. Wat zon, blauwe lucht, zalig temperatuurtje en veel licht met een mens doen: voor licht en warmte leveren we al eens een inspanning, zeker na een lange tijd grijsheid!

En wij dus op wandel. Het eerst wat mij opvalt is het Schaddenkot, uit
Retie, een lemen gebouwtje uit 1771, waarin schadden werden bewaard, en dat kun je nog beschouwen als een soort van turf van mindere kwaliteit. Vorig jaar was dat kot nog niet af, maar nu is de voorgevel mooi wit gekalkt.


Schaddenkot uit Retie, 1771, nu in het Vennengebied

We komen voorbij mijn vertrouwde plaatsen: het Koeven onder andere. Veel leven is daar nog niet te bespeuren: in de verte Canadese ganzen, maar enkele zangvogels laten zich al ongeremd horen, die zijn kennelijk ook blij met de drie zomerse dagen in februari. Op het uitkijkpunt kun je ook een poëtische impressie van Geert de Kockere lezen. 'Een ven is een spiegel/ in het landschap/ een weerspiegel/ waarop eenden drijven// In water dat hemelsblauw is/ herfstig grijs/ of bewolkt als een bonte koe'. Mooi de omgeving gevat, Geert.


Het Koeven


Natuur poëtisch verwoord

Dan lopen we een eindje langs de Langvenstraat en willen dan links afslaand vlotjes het bos in gaan: over een gracht ligt een bruggetje voor wandelaars en rolstoelen, maar bij het begin ontbreken er twee planken, zodat mijn scootmobiel daar dienst weigert. Maar ik stap uit, Jasper duwt en zo kunnen we onze weg verderzetten. Ik heb dat mankement al eens gesignaleerd, maar daar is kennelijk nog geen gevolg aan gegeven, wat jammer is. Minder mobiele mensen hebben ook recht op hun portie bos in het Vennengebied: ik zal niet zeggen dat dat een mensenrecht is, maar wel een van een echte Turnhoutse liefhebber van het gebied.

De weg door het bos, laten we die maar het bospad noemen, is wat hij moet zijn: niet te breed, niet te smal, best doenbaar met de scootmobiel, en af en toe neig je naar rechts of links: boomwortels steken her en der de kop op.


Het bospad, ook geschikt voor scootmobiels

En zo komen we op het pad waar ik verleden november gefotografeerd ben voor 'Natuurpunt', en die foto in het tijdschrift heeft mijn ontzag bij familie en kennissen naar ongekende hoogten gejaagd: ik zou er van naast mijn schoenen gaan lopen zijn, maar gelukkig bestaat dat gevaar niet, want ik heb ms (op  milde wijze)! Praise the Lord! En we zien weer het Schaddenkot van bij het vertrek, en dat blijkt een mooi herkenningspunt in het landschap te zijn: zoals Leo Plezier schreef, en de volksmond zegt 'Wit is altijd schoon!'


Wit is altijd schoon

Een en ander vraagt om een Schuppen Boer in Klein Engelandhoeve, wat ons best smaakt. Kleindochter Han heeft haar eigen drinken bij zich: levengevend water. En zij kijkt zich de ogen uit naar zoveel volk, en test of de zwaartekracht ook daarbinnen werkt door elk bierviltje dat ze te pakken krijgt te laten vallen: haar vader is wetenschapper, en ook deze appel valt niet ver van de boom, maar het kan zijn dat ik hier tot voorbarige conclusies kom. Opa raapt die viltjes na een tijdje op, legt ze buiten haar bereik, en probleem opgelost, en zo heb ik nog eens bewogen en ben door de knieën gegaan, allemaal door en voor dat kleine meisje!


Han, de jongste Van Bourgognie (11 maanden)


Benieuwd naar Papa kijkend: wat gaat hij nu weer doen, de grapjes?

Je dient aan het einde van zo'n namiddag te zeggen: 'Voldaan keerden wij huiswaarts'. En dat deden wij, en doe ik dan ook, bij dezen.

dinsdag 18 december 2018

Adriaen Brouwer in Oudenaarde - 2 - Emoties en landschappen

Ondertussen heet deze tentoonstelling wel 'Adriaen Brouwer, Meester van emoties': het gaat over meer dan slampampende boeren en mannen die hun handen dan niet thuis kunnen houden. En ik haal er 'De rokers' nog eens bij, dat werk met het zelfportret; de scène speelt zich niet zo toevallig ook weer in een kroeg af. Typisch Brouwer is opnieuw de openstaande deur rechtsboven: daardoor komt een ietsje meer licht naar binnen, en tezelfdertijd zie je een wegwandelende man. Dat lijkt zowat het handelsmerk van de schilder te zijn. De centrale figuur in het schilderij is natuurlijk Brouwer zelf: hij kijkt met grote ogen en met mogelijk nog grotere open mond de toeschouwer recht in de ogen, verbaasd en geschrokken, alsof hij zich betrapt voelt terwijl hij Gods water over Gods land laat lopen. Brouwer is een grapjas: hij kan natuurlijk alleen maar kijken naar de schilder die hem vereeuwigt, die hij zelf is. Lachen met zichzelf, zelfspot heet dat. Schrikken zal hij ook nog wel meteen: de man achter hem, met zijn vinger op de mond, zal hem ongetwijfeld zo een of andere poets bakken, diens gezicht spreekt ook boekdelen.


De rokers: zelfspot en expressieve gezichten

Brouwer maakte ook emoties duidelijk door scènes uit het dagelijkse leven: hij laat een chirurgijn of een kwakzalver een rugoperatie uitvoeren, allicht zonder verdoving, waardoor het gezicht van de patiënt van pijn is doortrokken. Moeder de vrouw staat erop toe te zien of alles wel volgens de regels van de kunst verloopt, alsof zij ook kennis van zaken heeft. En dat 'alsof' geldt waarschijnlijk net zo goed voor de chirurgijn.


De rugoperatie/Het gevoel, ca. 1632/36, Städel Museum Frankfurt

Nog zo'n grappig tafereeltje is 'Onaangename vaderplicht/De reuk', waarbij een nieuwe man uit de 17de eeuw het kontje van zijn kindje schoonveegt, zijn gezicht afwendend, want alle geur wil hij natuurlijk niet in zijn neus. Achter hem staat zijn moeder of schoonmoeder te inspecteren of alles naar behoren gebeurt. Dit schilderij doet mij nog denken aan 'copieerlust des dagelijksen levens', waarmee de 19de-eeuwse schrijver Nicolaas Beets getypeerd werd. En voor een soort van realisme zorgt Brouwer hier toch wel.


Onaangename vaderplicht/De reuk, ca. 1630/32

Laat ik eindigen met een paar landschappen. Er is een zeer mooi 'Duinlandschap' uit 1636/38 te zien, uit de laatste jaren van zijn leven. Het doet me denken aan etsen van Rembrandt, die hij waarschijnlijk wel ontmoet heeft: Rembrandt had net als Rubens werken van Brouwer in zijn bezit. Twee menselijke figuren beklemtonen de weidsheid van de natuur: het duin rijst naast ze op, de zee ligt achter hen en het grootste deel van het schilderij is een bewolkte hemel.


Duinlandschap, 1636/38, Akademie der Bildenden Künste, Wenen

Het laatste is eerder donker, hoewel: 'Landschap bij maanlicht' speelt juist met licht en donker. Je ziet de maan boven een meer of de zee, daar vlak onder weerspiegeld natuurlijk. Vooral de nachtelijke sfeer wordt opgeroepen: van voren links staan drie mannen te praten, een eindje verder nog twee, rechts zorgen een hoeve en het gebladerte voor meer duisternis, de maan verlicht een deel van de hemel, en de rest is stemming, maar geen dreiging: daar zorgen de pratende mensen voor, het rustige weer en het scheepje dat even ongestoord op het meer dobbert: allemaal pais en vree is het.


Landschap bij maanlicht, ca. 1635/37, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie

Onder de foto's bij de teksten over Brouwer heb ik de plaatsen vermeld waar je nu zijn werken kunt vinden: in musea in Nederland en België, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, de Verenigde Staten, op plaatsen die er toe doen. Het is dan ook bijzonder prachtig dat Oudenaarde 'zijn' schilder gerehabiliteerd heeft: meer dan 51.000 bezoekers heeft de tentoonstelling getrokken, las ik gisteren in de krant. Een groot en verdiend succes is dat. Proficiat daar!

maandag 17 december 2018

Adriaen Brouwer in Oudenaarde - 1 - Feesten en drinken

Nog net op tijd - op de voorlaatste zondag - heb ik de tentoonstelling 'Adriaen Brouwer, Meester van emoties' gezien. In zijn geboortestad was dat, in het stadhuis van Oudenaarde, gebouw dat tegenwoordig helemaal museum is. Bij het begin van ons bezoek - ik was er met een vriend - rond half twee, was er best wat volk, maar het was te doen, zoals men dan zegt. Anderhalf uur later, toen we naar buiten gingen, was het echt druk druk druk, met nog een rij aanschuivende mensen: die wisten ook dat het het voorlaatste weekend was, en die wilden zoals wij de kans niet laten schieten. En gelijk hadden ze, en wij ook: het is een prachtige tentoonstelling. 54 kunstwerken zijn er te bewonderen, schilderijen, tekeningen, prenten, niet alleen van Brouwer zelf, maar ook van Rubens en Rembrandt en van andere tijdgenoten. De tentoonstellingsruimte was niet zo groot, dus zeer goed gevuld, en in een veel grotere zaal was deze expositie nog indrukwekkend(er) geweest.

Brouwer (1603/04-1638) ken ik al heel lang: heb ik hem voor het eerst ontmoet in de cursussen van professor De Maeyer op het eind van de jaren zestig, heb ik hem voor het eerst echt goed gezien in het Rijksmuseum in de jaren zeventig, dat weet ik niet meer. 'Adriaen Brouwer' de 'roman' van Felix Timmermans heb ik toentertijd ook gelezen, ik vond die zelfs goed, maar bij herlezing een maand of twee geleden ben ik tot de vaststelling gekomen dat mijn evaluatie van dat schrijfsel totaal veranderd is. Maar mijn oordeel over de schilder helemaal niet.

Timmermans schrijft een zeer geromantiseerde levensloop van Brouwer, met veel dromerij erin, ongeveer 'zoals het niet heeft kunnen zijn'. Rubens wordt zijn hete hoogmoed verweten, hij wordt neergezet als een medewerker van het regime van de Spaanse Habsburgers, om het woord collaborateur niet te gebruiken, maar in de buurt van Timmermans is dat een nogal beladen term. De grote barokschilder had wel 17 werken van Brouwer in zijn bezit: ze waardeerden elkaar echt. Pieter Paul heeft Adriaen ook eens uit de gevangenis in Antwerpen gehaald - waarvoor hij vastzat, weten we niet. En nadat Brouwer in armoe was gestorven (doodsoorzaak onbekend) en in een armengraf was begraven, hebben een aantal kunstenaars, waaronder weer Rubens, hem laten opgraven en hem een waardig graf gegeven in de Karmelietenkerk in Antwerpen. Timmermans is degene die Brouwer zijn imago van schilder/drinkebroer heeft bezorgd: onterecht en zeer dom was dat. Dat beeld behoeft zeer veel nuancering, wat deze tentoonstelling ten overvloede bewijst.

Dat neemt ondertussen wel niet weg dat veel van Brouwers taferelen te maken hebben met feesten en drinken, en zich in kroegen en in de volkse sfeer afspelen: zonder twijfel heeft hij dat milieu zeer goed gekend. 'Het slachtfeest' is daar een voorbeeld van: wat er geslacht is, weet ik niet zeker, misschien liggen twee eenden op de tafel in het midden. Maar dat is niet zo belangrijk: waar het om gaat zijn de mensen en de wanorde, zo een beetje stijl 'een huishouden van Jan Steen'. Rechts achteraan staat een deur open: iemand verlaat het feest al, of moet dringend naar het toilet. Naast die man staat een behoorlijk corpulente kerel die er ook niet meer zo fris uitziet. Op de voorgrond slaapt een derde op een ton zijn roes al uit: het begin van het feest hebben we dan al lang gemist. De poes op de voorgrond lijkt ook te slapen. De vrouw aan de linkerkant zet de kruik net zo goed aan haar lippen, en links van haar zie je een tweede kruik, al leeg waarschijnlijk, want het deksel staat open. Onder de stoel ligt een omgevallen stoop: heel netjes is het er niet meer. Midden achteraan kijkt een man de schilder kennelijk nog nuchter aan, en zijn vrouw ziet er ook nog fatsoenlijk uit. Een ode aan Bacchus? Een waarschuwing tegen de zonde van overdaad en overmaat? Wat leuk is: het duurt een tijdje eer je dit schilderij gelezen hebt, een amusement op zichzelf is dat.



Het slachtfeest, ca. 1625-26, Staatliches Museum, Schwerin

'Feestvierende boeren' is nog levendiger dan 'Het slachtfeest': iedereen is in beweging: de vedelaar links, de vrouw rechts voor hem die een drinkebroer bijschenkt, mannen die in de algemene vreugde hun handen opsteken, ontspannen hun benen uitsteken, rechts iemand die zijn handen niet kan thuishouden, waardoor de papkom van de schoot van de belaagde vrouw glijdt, tot ontsteltenis van het kind dat zijn maaltijd ziet verdwijnen: er gebeurt wel wat bij die boeren. Tezelfdertijd is dit natuurlijk een belangrijke zonde die uitgebeeld wordt: overmaat en gulzigheid, meer bepaald drankzucht! Moralistisch wil Brouwer ook wel eens zijn, naar de mode van de tijd, maar hij heeft er al schilderend zijn plezier mee gehad, dat is duidelijk te merken.


Feestvierende boeren, ca. 1624/26, Kunsthaus Zürich

'De rokers' is van een tiental jaren later, ca. 1636, uit Brouwers tweede Antwerpse periode. Dit schilderij toont het enige zelfportret van de kunstenaar: hij is de man helemaal van voren. Hij heft de kruik, de vriend achter hem heeft een pijp vast, die rechts van hem heeft een mooie witte kraag en draagt zwarte kleren: een teken van welstand. Ook de anderen op dit rokersportret zijn uitgedost in kledij van betere snit en kwaliteit dan de boeren die we voordien gezien hebben: Brouwer schilderde wel mensen 'van lager allooi', maar dat was hij zelf niet. Hoe het komt dat hij in armoede gestorven is, dat weten we niet: veel over zijn levensloop is niet bekend. Maar hij slaagt er hier wel in zich als een vrolijke Frans voor te stellen.


De rokers, ca. 1636, Metropolitan Museum of Art, New York

Een werk dat mij zeer aanspreekt is 'Oude man in een kroeg': die is op zijn stoel voor de kachel in slaap gesukkeld, zijn bierkruik naast zich. Hij is of was niet zomaar iemand: ook hij draagt zwart, en op zijn grijze hoofd staat een zwarte hoed, niet een of andere floddermuts. Maar zijn jas is versleten, vuil en afgedragen, het zwart is op plaatsen grijs geworden: de man is ooit in beteren doen geweest, hij is een illustratie van het gezegde 'bier na wijn is venijn', helaas. Tegen de muur achter hem probeert een man een meid te versieren, en die twee worden dan weer in de gaten gehouden door een kerel die door een raam komt piepen. Ook weer een moraal van Brouwer: moet je eens zien waar drankzucht toe leidt! En de twee flirters worden ook betrapt: sociale controle is er waar je ze niet verwacht!



Oude man in een kroeg, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Vol leven zitten de schilderijen van Brouwer, maar die heeft nog andere pijlen op zijn boog!

maandag 26 november 2018

Reis naar Peru, dag 9 - Literatuur en water

Na het Museo de la Nacion merken we dat we ook wel eens culinair aan onze trekken willen komen: het loopt tegen de middag, en dan hoort dat. Eten dus, de betere snack, vriendelijke bediening, voorkomende mensen. Als we ons restaurantje verlaten, zien we redelijk dichtbij de 'Casa de la Literatura Peruana'. Hier voelt Mario Vargas Llosa zich allicht thuis, de enige Peruaanse schrijver van wie ik ooit een boek gelezen heb en die in 2010 de Nobelprijs Literatuur gekregen heeft. Tussen de twee feiten bestaat natuurlijk geen oorzakelijk verband. Dit Huis van de Literatuur was vroeger een station: onder het uurwerk staat 'Ferrocarril Central' te lezen. Dit was Brussel Centraal, maar dan in Lima. Tegenwoordig reizen hier gedachten en meningen heen en weer, wat overigens zeer vruchtbaar kan zijn, en waar niets tegen te hebben is, althans niet volgens mij.


Het Huis van de Peruaanse Literatuur, met rechts Livia en Dankwart

De middag sluiten we af in een park met een intrigerende naam: 'Circuito magico del agua': dat circuit is in 2007 geopend, er is een investering van 13 miljoen US dollar aan voorafgegaan, en je kunt er je ogen de kost geven aan 13 verlichte fonteinen. Het is zondag vandaag, en bijgevolg lopen er nogal wat bezoekers rond: veel mensen wonen hier op een appartement, hebben geen eigen tuin, of ten hoogste een stadstuintje, en voor frisse lucht moeten ze naar buiten. (Daarom zijn de parken in Antwerpen bij dreigend goed weer ook altijd erg in trek.) Vooral de kinderen beleven er plezier aan: wat is er nog leuker dan met water plassen, net op tijd uit de weg springen, of net te laat? Maar dan nog, dat maakt niet uit, want koud is het hier niet echt. Opa's en oma's zien hun kleinkinderen ravotten en denken aan de tijd toen zij jonge ouders waren, de jonge ouders van nu proberen zich verantwoordelijk te gedragen, maar als hun jonge volkje een beetje nat is, hoeft dat gelukkig niet meer, en zo is iedereen blij: waar kunnen wij nog beter zijn?


Het magische watercircuit

Een van die fonteinen is zelfs voor volwassenen een ware uitdaging: 'de watertunnel' zal ik hem maar noemen. Je kunt zeer gemakkelijk zonder enig spatje te voelen van begin tot einde doorwandelen, maar er zijn altijd spuiters die het water doen afwijken, richting iemand anders' gezicht bijvoorbeeld, wat gegarandeerd tot al dan niet gedeelde pret aanleiding geeft: wat kan een beetje water heerlijk zijn als het niet geregend heeft! Als het maar niet te nat is natuurlijk, want dan wordt het ongemakkelijk. Moeilijke mensen zijn we soms.


De watertunnel

Kristof wil nog een foto die bewijst dat hij Peru heeft veroverd, jammer genoeg was Pizarro vijf eeuwen vroeger, maar een kniesoor die daarom maalt. De heer Stijn Poosen verschanst zich achter man, vlag en rolstoel en legt als fotograaf de andere portrettenmaker op de gevoelige plaat: ik weet zeker dat het na die twaalf dagen Peru op die plaat bijzonder druk is!


Wetravel2 ook in Peru, Zuid-Amerika


De fontein dicht bij de ingang

Helaas, driewerf helaas, dat was onze laatste uitspatting in Peru. Morgen wordt ook dat land een herinnering: een blijvende, zeer rijke en waardevolle herinnering. Het land was zeer interessant, en de groep een onbetaalbare belevenis, een levend gebeuren dat ik nog wel eens of meermaals mee wil maken. Wetravel2 naar Peru: geslaagd, maxima cum laude! Zeg dat ik het gezegd heb, en mijn reisgenoten denken daar waarschijnlijk ook zo over!