woensdag 20 september 2017

Hoogstraten in groenten en bloemen 2017

'Hoogstraten in groenten en bloemen' is tijdens het derde weekend van september de traditionele afsluiter van het zomerseizoen: heel het 'stadje met smaak' loopt dan te hoop op de Vrijheid, inwoners van de deelgemeenten en andere plaatsen zijn er ook. Het is een drukte van belang en je kunt er heel wat florale creaties zien die de moeite waard zijn. Om welke reden weet ik niet meer, maar vorig jaar kon ik niet, wat ik dit jaar dan weer goedgemaakt heb.

In de Sint-Katharinakerk staat meteen een indrukwekkende creatie van Tom de Houwer: 'Grenzeloos verbonden' heet ze. Dit werk symboliseert de samenhorigheid van de zes deelgemeenten van Hoogstraten, maar echte Hoogstratenaren zeggen dat een en ander niet klopt: Meersel Dreef is geen aparte deelgemeente houden zij de goegemeente voor, dat hoort gewoon bij Meerle. Het is wel een aparte woonkern, en met enige goede wil heb je er zo toch zes.

Ik zie er echter totaal iets anders in: de 'zielen' zoals ze in het programmablaadje genoemd worden, lijken mij eerder spookachtige wezens, ze lijken me uit de onderwereld weer bovengronds gekomen te zijn. Aan hun voeten groeien chrysanten, de lege mantels zijn onderaan met dezelfde bloemen beschilderd: het geheel doet mij aan de dood denken, waarin de zes ook verbonden zijn. En het water waarop ze neerkijken, herinnert me aan de titel van een roman van Frederik van Eeden: 'Van de koele meren des doods'. Overigens kan 'grenzeloos' in dit geval ook betekenen 'tot over de dood'. Dat is het leuke van zo'n creatie: de schepper geeft er wel een betekenis aan, wat de toeschouwer niet belet er zijn eigen ideeën en interpretatie op los te laten.


Tom de Houwer, Grenzeloos verbonden

Een creatie van Tania Huyghe draagt ook de naam 'Grenzeloos': in een grote groene cirkel zit een kleine bloemencirkel, en daarin weer een kleiner 'doorkijkgat' waarin je blik bij wijze van spreken gezogen wordt, en kijken kun je natuurlijk grenzeloos.


Tania Huyghe, Grenzeloos

Zeer mooi van dezelfde florale kunstenares is 'Hummingbird', wat kolibrie betekent. Gelukkig kunnen we onze toevlucht nemen tot het Engels om titels te bedenken: in het Nederlands zou je ze veel te vlug verstaan, wat de bedoeling natuurlijk niet kan zijn. Maar dat terzijde. Dit werk moet de vlucht van de kolibrie symboliseren, en inderdaad, het suggereert en straalt een en al beweging uit. Mij doet het weer aan andere vogels denken: aan de bewegingen van een zwerm spreeuwen die allerlei onverwachte luchtballetten opvoeren en toch zwerm blijven. Ik zei het al: vanuit je eigen referentiekader kun je andere zaken zien dan die de maker bedoeld heeft. Maar prachtig vind ik het wel.




Tania Huyghe, Hummingbird

De derde kunstenaar is Jan de Ridder die een 'Kippenleger' presenteert. Je ziet savooien, chrysanten en hier en daar een roos. De haan, de generaal, is de grootste van allemaal, zoals het hoort: hij heeft de dikste kool, de dikste kop. In verspreide slagorde lopen de kippen: tactiek lijkt afwezig, een beetje chaos maakt dat dan weer goed. Een grapjas, die Jan de Ridder!


Jan de Ridder, Kippenleger

Wat niet zo groot, maar erg opvallend is: Groen geborgen' van Tom de Houwer. Wat wel een vulkaanmond kan suggereren is bekleed met witte bloempjes, het frisgroen van de isianthus 'Rosanne green' (dat heb ik uit het gidsje) en groene bloemkool. Bij wijze van spreken zou je nog verwachten dat 'Groen!' uit zal barsten. Het zal wellicht iets rustiger blijven.



Tom de Houwer, Groen geborgen

En zo weet ik weer: 'Hoogstraten in groenten en bloemen' is altijd de moeite. Het duurt maar drie dagen, je kunt er dus maar kort van genieten. Doen als je kunt.

dinsdag 19 september 2017

Hoogstraten: de overspelige vrouw

De titel van deze tekst verwijst niet echt naar een Hoogstraatse die een scheve schaats zou gereden hebben - dat doen de dames daar ongetwijfeld niet - maar naar een beeldhouwwerk in het klein gestoelte, waarvan nog een deel te vinden is in de noorderkruisbeuk. Van de Sint-Katharinakerk natuurlijk. Het gestoelte in het hoogkoor, waar ik het al meermaals over gehad heb, dateert van omstreeks 1538, het klein gestoelte komt nog uit de 15de eeuw, bijgevolg uit de oude kerk. Het wordt vaak achteloos voorbijgelopen, terwijl het ook wel de moeite is, maar veel kleiner dan het 'nieuwe'. Toch vind je er in de zitterjes ook wel humor, en boodschappen in andere delen.

De kant die de zitbanken afsluit - 'zijwang' heet dat - heeft een levendig tafereel, maar je moet wel weten wat de onbekende kunstenaar uitgebeeld heeft. Vijf mannen staan achter een goed geklede vrouw, die ze naar Christus gebracht hebben, opdat die haar zou veroordelen. Van die Christus is overigens het gezicht in de loop der tijden verdwenen, wat echt wel jammer is: het zou de moeite zijn ook zijn uitdrukking te kunnen zien, quod non.

Op zichzelf is dit een mooi beeldhouwwerk: de plooienval van de klederen is zeer natuurlijk, de jas van de man links kan niet dicht omdat hij te dik van buik is, de man onmiddellijk rechts van de gevallen vrouw kijkt haar verwijtend en bestraffend aan, en met zijn vijven voelen ze zich natuurlijk behoorlijk superieur aan dat vrouwmens dat zich in hun ogen zeer misdragen heeft. Zijzelf behoort tot dezelfde stand als de heren: ze is even goed gekleed, het is een mooie vrouw met wespentaille en geprononceerde borsten. Iemand anders dan haar echtgenoot zal haar ook wel een lekker stuk gevonden hebben. Het werkje is zeer te appreciëren, als je het mij vraagt.

Die mannen zijn natuurlijk de Farizeeërs, de zedenpolitie van die tijd. Maar Christus maakt zich niet druk: eerst tekent hij wat op de grond, en dan zegt hij: 'Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.' Dat doet echt niemand: ze zijn eerder schijnheilig dan echt onberispelijk, en vallen zo door de mand, en voor de vrouw is de boodschap: 'Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer'. (Joh 8 : 1-11) No big deal, zal Jezus gedacht hebben, en verder iets over splinters, balken en ogen. Enige wijsheid kan hem niet ontzegd worden.


Christus en de overspelige vrouw

Dit thema was ook zeer geliefd in de schilderkunst van die en latere tijden. daarom: een ets van Pieter Breughel de Oude. Christus schrijft 'Die sonder sonde is', en de titel van de ets luidt in het Latijn: 'Qui sine peccatum est vestrum, primus in illiam lapidem mittat'. Zodat de geleerden het ook konden begrijpen.


zaterdag 2 september 2017

Lieve Flour: Turnhoutse huizen in 'De Wending'

In woon- en zorgcentrum 'De wending' is Lieve Flour bezig aan een zeer boeiend schilderwerk: 'Huizen in de kijker' heet het, maar ik had het voor mezelf al 'Turnhoutse huizen' genoemd. Heel veel uitleg erover staat in Binkenpost nummer 41, september/oktober 2017, en dat ga ik hier natuurlijk niet overschrijven. Lieve heeft 86 woningen geselecteerd, gewone, onbekende, mooie, minder mooie, van alles wat je in de straten van deze stad tegen kunt komen: een niet-geïdealiseerde staalkaart van Turnhoutse voorgevels, zeg maar. Zo'n twee derde is al af, maar Lieve is nog wel een tijd aan het werk.

Als je de muurschildering, want dat is het ook, gaat bekijken, denk je meteen: 'Wat een zoekplaatje!', wat verkeerd is, want het gaat hier om een heel grote zoekplaat: je herkent natuurlijk veel huizen, maar waar staan die dan weer? Je kunt het schilderij in wording ontdekken als Lieve aan het werk is, en dan legt ze je wel een en ander uit: een gediplomeerde stadsgids wordt ze dan ook nog!

Een zeer herkenbaar huisje is er eentje van op het einde van de Patersstraat,  bijna recht tegenover de fotozaak van François Peeters. Een oud, smal gebouwtje is het bovendien: vaak heb ik er een oud, mager en ook al smal mannetje in de deur zien staan, maar die is intussen overleden. Ook al zo'n Turnhoutse gewoonte: als je je in knopen verveelde, kon je nog altijd zeggen ' 'k ga is in de deur staan', om voorbijgangers en het bedrijvige stadsleven te observeren. Nu woont er een jong paar, en dat heeft volgens Lieve het huis heel mooi gerestaureerd. 't Zou inderdaad jammer zijn als dat pandje verloren ging.
Realistisch, minutieus, tot in het detail correct geschilderd is het: let eens op de ramen, de gordijnen, de weerspiegeling in het glas. Puik werk!


Smal huisje, eind Patersstraat

Het volgende dacht ik in de Lindekensstraat te situeren, maar het staat op het Akkerpad: in correct Turnhouts 'Den Ekkerpad'! Ook wel eigenaardig dat een straat vlak in het centrum die naam heeft: deze stad was vroeger echt wel een dorp. Naar verluidt nu niet meer. Weer zo'n mooi schilderijtje levert Lieve af, de orde straalt er van af: de pannen mooi in het gelid, evenwicht en symmetrie in het huis zelf, best ook wat groen aanwezig. Het mooie van heel de schildering is dat het de huizen uit hun context licht, ze komen apart te staan, ze worden als het ware individuen, en dan kun je pas zien hoe geslaagd ze zijn: je kijkt met andere ogen naar je stad omdat dat het gewone ongewoon is geworden.


Oep den ekkerpad

Van de ene akker naar de andere: we zijn nu op de Graatakker. Daar staat een handelshuis: vroeger werden daar schoolbenodigdheden en - boeken verkocht, tegenwoordig lijkt het een kapperszaak te zijn. Maar de etalage is zo prachtig: pure Jugendstil, en daar is Turnhout niet zo rijk aan. Op een schilderij valt dat op, kun je het bestuderen, als je er voorbijwandelt, loop je gewoon achteloos verder.


Op de Graatakker

Laten we naar de Steenweg op Oosthoven lopen: daar staat wat je een monument kunt noemen, de Goormolen. Een paar jaar geleden heb ik ergens gelezen dat de kap en de wieken weer op de molen gezet zouden worden, maar ik heb daar later niets meer over gehoord: daar zou ik graag wel eens het fijne van willen weten. Men zou hopen dat dit niet exemplarisch is voor de monumentenzorg in onze stad. Gelukkig is de Oranjemolen wel gerestaureerd, maar dat is met privégelden gebeurd.


De Goormolen

De Kroonstraat dan: daar heb  ik jaren zelf gewoond, dat is pure jeugdherinnering. Een klein huisje is dit, een huisje voor de gepensioneerden, met een luifel boven de slaapkamer en een bank ervoor: daar konden de oude mensen dan op gaan zitten en in het zonnetje van hun levensavond genieten, dat was alleszins het idee dat erachter zat. Alle van die nieuwbouwwijken hadden overigens dergelijke woningen voor gepensioneerden: er stonden er gewoonlijk een tiental samen voor heel de wijk.


Huisje voor gepensioneerden, Kroonstraat

Niet-geïdealiseerd zei ik: een duidelijk voorbeeld daarvan is een huis waarvoor de architect nauwelijks zijn verbeelding heeft aangesproken, maar dan helpt de tand des tijds. De verf van de garagepoort bevindt zich in prima staat van afbladdering, en dat vindt Lieve leuk: dan kan ze zich eens uitleven! En dan wordt het lelijke mooi! Het rolluik heeft helemaal geen verf meer, wel een poging tot graffitikunst: een heks op een bezem lijkt voorbij te vliegen. Let ook weer eens op de weerspiegeling in het raam: ik zou zeggen dat de nok van het huis ertegenover goed te zien is, en daarboven de blauwe lucht. Liefde voor het detail alom: je moet niet vragen hoeveel tijd en geduld daarin gegaan zijn.


Afbladdering op zijn mooist

Een contrast nog uit de Duinenstraat: het huis ziet er best goed uit, maar de garagepoort lijkt van onderen weggerot te zijn, en het linkerdeel van de poort ziet er niet uit. Zo kom je van afbladdering tot verloedering.


Duinenstraat

Zeer herkenbaar is een huis in neo-renaissancestijl op de Merodelei. In mijn lagereschooltijd liep ik daarlangs naar school, en ik vond het toen al een merkwaardig huis, wat niet moeilijk was: het was, samen met een dito huis iets verderop, enig in zijn soort.


De Merodelei: neorenaissance

Ten bijna slotte: een echt groot huis in de Otterstraat, op de hoek met de Beekstraat. Dat is een gebouw waar ik dagelijks langskom, maar ik heb door dit schilderij pas gezien hoe harmonisch en evenwichtig het is. De ramen van de gelijkvloerse verdieping staan iets hoger, je let daar dan niet op, en al zeker niet op die van de eerste verdieping, maar het is zonder meer een indrukwekkend gebouw. Aan de rechterkant hangt een Mariabeeld: daar zal ik de volgende keer ook eens naar kijken. Merk ook op met welk geduld en liefde voor detail de gordijnen op de gelijkvloerse verdieping geschilderd zijn, en hoe het licht weerkaatst in het twee raam van links. Je hoort Lieve bijna denken: 'Mon travail sera parfait, ou ne sera pas!'


Hoek Otterstraat-Beekstraat

Deze muurschildering hoort echt in 'De wending' thuis: de mensen die daar wonen, horen niet meer tot de jongste generaties, ze kennen Turnhout goed want ze hebben er heel hun leven gewoond, en zonder in weer en wind naar buiten te gaan kunnen ze de stad op een andere manier ontdekken, aan de beelden herinneringen verbinden, associaties maken, erover praten met hun medebewoners, en zo verbindt het ook de bewoners met elkaar. Prachtig idee en project is het! De bedoeling achter het werk heb ik in feite in deze tekst geïllustreerd: het werkt dus, dit 'Huizen kijken'.

Zeker ook niet te veronachtzamen is het fantastische werk dat Lieve Flour hier levert: ik vind het een krachttoer van zeer hoge kwaliteit, de tweede, na haar substantiële medewerking aan Panorama De Vries! Een beetje fatsoenlijke plaats heeft tegenwoordig een stadsdichter: wat let de vroede vaderen olm haar tot stadsschilder voor het leven te benoemen? Ze heeft het dubbel en dik verdiend! Proficiat dus, Lieve!

Heel leuk is ook dat ze op bescheiden, welhaast anonieme wijze haar handtekening op de schildering heeft gezet, met bakfiets en al. Wat mij betreft: haar naam mag er ook in grote letters op staan. Allemaal gaan kijken, zou ik zeggen: dit werk kan en moet je beleven!


Lieve Flours handtekening

donderdag 31 augustus 2017

'Rare' vogels in het Vennengebied

Als je vaak in het Vennengebied komt, zie je al eens een ander vogeltje dan een mus, een vink of een merel, en hoor je al eens een ander geluid dan dat van de tjiftjaf of de ekster. Kieviten, snippen en grutto's, heel soms zelfs een tureluur verzorgen dan de uitzendingen van Radio Venvogel. In het begin van dit jaar, op 12 maart om precies te zijn, op mijn eerste vennentocht van dit jaar, de winter was nog niet eens voorbij, spot ik in de plassen vlak naast het Haverven een zilverreiger, die daar op zijn eentje zijn kostje bij elkaar zoekt, onverstoorbaar, ook niet afgeleid door een amateurfotograaf in een scootmobiel. Mooi vond ik dat, want die vogel zie je niet elk jaar in het Vennengebied.


Zilverreiger, alleen en ongestoord

Aan de Klotteraard kom ik een gewezen buurman uit de Fonteinstraat tegen: hij staat birds te watchen met een verrekijker op statief - dat zijn  de echten! - en ik vertel hem over mijn zilverreiger, waarop hij dan weer: 'Vijfhonderd meter verder zitten er wel twaalf!' Ik daar naartoe natuurlijk: er zitten er zoveel dat je ze niet allemaal op een foto krijgt, tenzij 'van veraf', maar dan zijn het maar witte stipjes, en daar zit mijn foto liefhebberend persoontje ook niet op te wachten. Een prachtig schouwspel is het: mijn jaar kan niet meer stuk, denk ik bij mezelf.

De grote zilverreiger komt vooral voor in Italië, de Balkan en Turkije, maar tegenwoordig ook meer in noordelijkere streken van Europa: In Nederland zijn er zo'n 150 broedparen. De 12 of 13 van 12 maart waren dan ook waarschijnlijk op weg naar hun broedgebieden in Nederland.


Netjes op een rij


Met minder orde

Vorige dinsdag, op die tropisch warme augustusdag, moet je natuurlijk van zo'n stralende laatzomerdag profiteren, en van het Vennengebied gaan genieten. Stil is het er nu: je hoort nauwelijks vogels, de natuur lijkt zich op de herfst voor te bereiden. En dan zie ik weer iets nieuws: een vlucht kieviten die zich mogelijk klaarmaakt voor hun vertrek. Ik probeer ze te fotograferen, maar dat lukt niet: als ik meen ze voor mijn lens te hebben, bevinden ze zich natuurlijk weer 10 meter naar links of rechts, hoger of lager. En als het zonlicht een beetje slecht valt, gedragen ze zich als zweefvliegtuigen: opeens zijn ze verdwenen, maar zoals de zwevers, laten ze zich 10 seconden later weer zien. Opmerkelijk, toch?


Een vlucht kieviten (foto van het internet geplukt)

Ik heb mijn kieviten nog niet goed geobserveerd, of er gebeurt weer iets nieuws aan de Kasteeltjes (daar speelde alles zich af): links naast mij vliegen 7 of 8 grauwe ganzen weg, op een rijtje, 5 seconden later  hetzelfde aantal, en nog eens 5 seconden later een derde groepje. Een V-formatie is het nog niet, maar die gaan waarschijnlijk wel vormen, en dan trekken ook zij weg. Er gebeurt wat in de natuur, vlak voor het najaar: de herfst is komende, dat is wel duidelijk.


Groepje grauwe ganzen (foto Chris van Rijswijk)

Een eenzaat laat zich horen en zien: een roepende buizerd die waar dan ook naartoe vliegt.


De eenzaat (foto van het internet)

En zo kan ik zeggen dat het jaar goed begonnen is met mijn zilverreigers, en goed bijna geëindigd met mijn kieviten en grauwe ganzen. Ik heb de natuur haar cirkel een beetje vol zien maken, en dat is mooi.

woensdag 16 augustus 2017

Frans Masereel: Belgisch

Het zou best kunnen dat Masereel meer tijd in het buitenland dan in België heeft doorgebracht: hij was geen lokaal tweederangskunstenaartje, dat zal bekend zijn. Maar het vaderland vergeten deed hij ook niet. De houtsnede 'Souvenir de mon pays' vind ik best wel goed: in twee nissen naast elkaar staan een vrouwen- en een mannenfiguur. Zij stelt, zou je kunnen denken, Onze-Lieve-Vrouw voor, maar ze heeft maar een kleine aureooltje. Aan haar voeten staan wel Vlaamse torens: over Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen gaat het kennelijk. De man naast haar is gewoon een beschaafde, gesettelde burger, natuurlijk een regelrechte, onvervalste bourgeois in de ogen van Masereel. Hij vertoont geen kentekens van enige heiligheid, hij staat wel te bidden, maar beiden, man en vrouw, zien er vooral saai en weinig tot de verbeelding sprekend uit. Ik kan niet anders dan denken dat zij niet zozeer heilig zijn dan wel schijnheilig. Het brave, levenloze katholieke Vlaanderen wordt hier uitgebeeld. Deze houtsnede komt uit 1921, een tijd waarin de goegemeente niet meteen wild werd van dergelijke kunstwerken.


Souvenir de mon pays

'Non, Nooit, Jamais' staat op de borden die de betogers meedragen in Brussel eind 1960, begin 1961: tegen de eenheidswet van de regering van vader Gaston Eyskens protesteren zij. De kreet 'Eyskens buiten!' was toen niet uit de lucht, herinner ik me nog. De wet beoogde de verbetering van 's lands economische situatie, want die dreigde eerder precair te worden: de werkloosheid steeg, in Wallonië werden een aantal mijnen gesloten en Congo was net onafhankelijk geworden. Eyskens wil de problemen oplossen door 7 miljard Belgische frank nieuwe belastingen te heffen, te besparen op onderwijs en landsverdediging, en strengere controle op de werkloosheidsuitkeringen en het pensioenstelsel van sommige ambtenaren. Dit schoot natuurlijk in het verkeerde keelgat, en massale stakingen en betogingen waren het gevolg (bron: Wikipedia). Pour la petite histoire: een klein lichtpuntje voor het geplaagde vaderland was het huwelijk van
Koning Boudewijn met Fabiola. Op 15 december 1960 was dat: heel het land zat voor de buis.

De wet werd toch gestemd, maar de regering Eyskens viel niettemin. Haar opvolger, de regering Lefèvre-Spaak, zal de Eenheidswet toch uitvoeren, gefaseerd weliswaar.

Tegen zoveel sociale afbraak komt Masereel natuurlijk in het geweer: een steeds breder wordende stoet betogers nadert, hun boodschap is overduidelijk, en de Belgische vlaggen wijzen op de eenheid van de bevolking: geen communautair gedoe hier!


Manifestation à Bruxelles, 1961, olieverf op doek

Ook op latere leeftijd had Masereel zijn engagement en weerbaarheid niet verloren, ook al ging het over zijn kleine vaderland. Maar een spannende tijd was het toen wel, dat staat me nog levendig bij. En daar getuigt ook dit schilderij van.

zaterdag 12 augustus 2017

Frans Masereel: groot werk - Oorlog en vrede

Als je de Masereel-tentoonstelling in Oostende binnenkomt, word je vrijwel onmiddellijk met een werk geconfronteerd dat alleen al opvalt door zijn afmetingen: zo'n 7 bij 4 meter is het, tenminste dat schat ik. Zonder meer indrukwekkend! Is dit een Masereel, vraag je je dan af. Het zit zo: zijn goede vriend Henry van de Velde had Masereel verzocht, gevraagd, uitgenodigd het te maken voor het Belgische paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 (in een klein gidsje leer je nog eens iets!). 'La famille en lecture' heet het, in het beste Belgisch mogelijk.

Centraal zitten vader, moeder en dochter rustig en ongestoord van hun boeken te genieten, met een uitbundig stralende zon achter hen: waar kunnen wij nog beter zijn? Ze bevinden zich vlak bij de zee, tussen de zonnebloemen, en het leven speelt zich links en rechts van hen af. Links zie je de stad en de industrie, aan de rechterkant meer natuur, een klein dorpje en schepen die binnen komen gevaren, een man spreidt verwelkomend zijn armen. Een idyllisch tafereel is het, een geïdealiseerde wereld waar 'tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles'. Toch komt het schilderij uit 1937: zo heel voorspoedig was de wereld er toen echt niet aan toe, maar - nog volgens mijn gidsje - past het werk door zijn formaat en het afgebeelde tafereel bij eerder communistisch geïnspireerde propaganda. Masereel had nogal wat sympathie voor dat systeem, hij was een geëngageerd man, maar wat hij hier weergeeft heeft het communisme helaas ooit nooit kunnen verwezenlijken, weten we nu. Maar dat kon de kunstenaar toen dan weer niet bevroeden. (Tegenwoordig is dit kunstwerk te bewonderen in het Antwerpse culturele centrum Nova, op het Kiel is dat).


La famille en lecture, 1937 - olieverf op doek

Bij 'De lezende familie' hoort nog een tweede werk, een muurtekening, ook voor de wereldtentoonstelling van 1937. Het is een muurtekening van 5 bij 7 meter, en stelt 'L'enterrement de la guerre' voor. Of dat werk nog ergens bestaat en te bekijken is, weet ik niet. Wel is op de tentoonstelling een schets van dat werk te zien: een blije menigte draagt gelukkig en juichend de oorlog in een open doodskist ten grave. De oorlog is een monster: zijn voeten zijn tanks, zijn benen  en dijen lopen van kanonnen, ter bescherming van zichzelf draagt hij een gasmasker. Weer volgens het gidsje zijn in de gezichten van de dragers bekende Franse communisten te herkennen, en een paar van hen waren kennissen van Masereel. Een grapjas was hij, ook in zijn engagement.


L'enterrement de la guerre (schets)

Helaas bleek in  september 1939 dat de oorlog in Europa springlevend was: dat heeft Masereel niet kunnen beletten, en velen met hem niet. Maar men kan niet zeggen dat hij de mensen niet gewaarschuwd heeft: dat is onder andere wat een kunstenaar hoort te doen, en een werk als dit blijft jammer genoeg nog altijd actueel. Goed dat die schets ook in Oostende te zien was.

donderdag 10 augustus 2017

Frans Masereel over macht

In het Mu.ZEE van Oostende loopt weer een interessante tentoonstelling: 'Frans Masereel en hedendaagse kunst: verzet in beelden'. Tot 3 september duurt ze nog: talrijke werken van Masereel worden geconfronteerd met die van kunstenaars van nu. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral naar die van de meester/houtsnijder heb gekeken: er waren er zoveel, en zoveel die ik nog nooit gezien had dat ik mijn ogen nog wel een paar uren meer de kost had kunnen geven, gesteld dat mijn concentratie op peil zou gebleven zijn, want, even eerlijk gezegd, na anderhalf uur en iets meer is mijn potje vol, en wat ik er dan nog probeer bij te stoppen en te proppen, daar heb ik eigenlijk zoveel niet meer aan.

Het zal bekend zijn dat Masereel een man was van 'Ni Dieu, ni maître', dat hij, om het eufemistisch te zeggen met macht niet hoog opliep, dat hij daar uiterst kritisch tegenover was. Dat gold voor hem voor de grote politiek, maar net zo goed voor de dagelijkse economische realiteit  en de meester-knecht-relatie. In een tekening uit 1924 zet hij dat echt goed in de verf (dit is een verkeerde uitdrukking: het is een tekening in inkt op papier). Het disproportionele hoofd van de baas domineert heel het kantoor: iedereen is braafjes en gespannen aan het werk, gelukkig zien de gezichten er niet uit, en de man en de vrouw die staan te praten, zijn zeker niet aan het flirten: zij schijnt uitleg te geven of te vragen over het vel papier dat ze vasthoudt. Streng en zonder uitdrukking van enige menselijkheid kijkt 'het hoofd' toe: geen minuut werk mag verloren gaan. Nu wil het toeval dat ik een dergelijke scene ooit live gezien heb: ik was toen 7 à 8 jaar, zat ik de tweede klas, en woensdagmiddag ging ik vader van zijn werk ophalen. Bij Brepols was dat, in wat in Turnhout toen nog echt de Papenstraat heette. En ook daar zag ik toen een 'surveillant' die alle bedienden waakzaam in het oog hield: dat is precies een klas hier, dacht ik toen, dat herinner ik me echt. En zoveel jaren later stel je vast dat Masereel dat ook al gezien had, en niet met kinderogen.


Au bureau - 1925

'Petites dactylos' is en aquarel op papier, ook uit 1924. Masereel was niet alleen een houtsnijder: hij tekende, schilderde en maakte ook aquarellen. En zo zie je meer dan alleen maar zwart-wit in zijn  werk. Je krijgt ongeveer hetzelfde als in 'Au bureau': een zeer struise kantoorchef contrasteert met de veel tengerdere kantoormeisjes. Eentje leest voor wat ze geschreven of getypt heeft, en hoopt ongetwijfeld dat haar werk goedgekeurd zal worden, de tweede staat gedwee haar beurt af te wachten, kijkt ondertussen naar buiten, naar de vrijheid: de ongelijkheid in de werkrelatie is meer dan duidelijk. Ik houd er wel van, van dit soort werk, van deze aanklachten.


Petites dactylos - 1924

In de frivolere wereld berust de macht natuurlijk ook bij de mannen: om de distinctie duidelijk te maken draagt hij hier een bolhoed, de jonge vrouwen, de meisjes zijn nauwelijks gekleed. De titels van Masereels werken zijn in het Frans, en 'Le Choix' betekent 'De keuze', maar als je ziet hoe de vrouwen gekeurd worden, het gaat om een vleeskeuring als het ware, is de correcte vertaling hier 'De keuring', als je het mij vraagt.


Le choix, of 'De keuring' - 1924

Van een jaar later is 'Josephine Baker': de aquarel komt uit 1925, het jaar dat zij voor het eerst in Parijs optrad, in de Folies Bergères. Masereel zat met zijn neus op de actualiteit, dat kun je wel zeggen. Hier zijn de verhoudingen omgekeerd: Zij trekt alles aandacht, en de mannen liggen bij wijze van spreken aan haar voeten: zij heeft hier de macht, toch voor de tijd dat ze optreedt.


Josephine Baker - 1925

Deze vier werken houden zich niet met militair geweld bezig, niet met oorlog, maar net zo goed bevatten ze scherpe kritiek op de manier waarop het 'gewone' leven georganiseerd is. En daarom zijn ze ook op en top 'Masereels'.