dinsdag 13 november 2018

Reis naar Peru, dag 7 - Cusco II

Cusco is een best grote stad, en daar wijd je dus nog artikel aan. Ons hotel lag aan de Avenida del Sol, die ongeveer recht naar de Plaza de Armas voert. Als je daar bijna bent, kom je aan de Iglesia Santo Domingo: die is gebouwd op de funderingen en muren van een vroeger Incapaleis dat 'Qoricancha' heette, wat 'gouden binnenhof' betekent. Wat daar ooit gestaan heeft, is verdwenen, maar in het koloniale gebouw kom je nog wel op een terrein dat bekendstaat als de 'Tempel van de Maan': de muren bestaan alweer uit stenen die naadloos op elkaar aansluiten, de deuren (openingen eigenlijk) lopen ook taps toe. De ruimte waarin je dan komt, is leeg, maar je bent wel midden in de betere Inca-architectuur.


Muren van de 'Tempel van de Maan'

Je bent eigenlijk in een kloosteromgang, en aan de overkant ervan zie je een van de torens van de kerk: fors gebouw met een koepel.


Kloeke toren van de Santo Domingokerk

Aan de rand van die kloosteromgang kun je naar buiten lopen: je bent dan op een hoogte vanaf waar je een prachtig gezicht hebt op de stad Cusco en de bergen in de verte: remember, je zit op 3.400 meter hoogte!


Panorama van Cusco

In een van de gangen van het gebouw kom je een schilderij van de Melkweg tegen; het is van een moderne kunstenaar. Maar dat hangt daar natuurlijk niet zomaar te hangen: het refereert aan de Melkweg zoals de Inca's die zagen. Ze meenden daar een aantal dieren in te zien, zoals bijvoorbeeld een slang, een pad een vos of een patrijsachtige vogel die ze 'tinamou' noemden. De Inca's zagen die dieren niet door zoals wij een aantal sterren met rechte lijnen met elkaar te vinden, ze vonden die in zwarte gebieden in de Melkweg (donkere wolken van interstellair stof waarin vormen kunnen gezien worden); Bron: www.geubel.com/2009/05/de-donkere-wol...)


Moderne interpretatie van de Melkweg, zoals de Inca's hem zouden zien

En dan gaan Stijn en ik, de oudste en de jongste van onze groep, de kundige reisleider en de bevlogen toerist, ons eventjes ontspannen. Naar de Plaza de Armas betekent dat: rond dat plein zijn cafeetjes alom, en die hebben allemaal een of meer balkonnetjes waar je koffie of andere drank kunt savoureren, en de drukte onder je bekijken: waar kan de zaligheid nog groter zijn?

De achterzijde van die gebouwen doet er niet zo toe: niet dat ze onveilig zijn, maar op de esthetische afwerking wordt niet zo gelet. Het doet me aan Belgische koterijen denken: een mens is toch overal een beetje thuis!


Moderne dakconstructie in Cusco


Stijn boven het plein: regen, mensen en de Iglesia de la Compañia


Nestor met de Iglesia de Jesus y Maria op de achtergrond

We komen daar landgenoten tegen: van Aalst was het koppel, zestigers denk ik. Waar wij vandaan kwamen, interesseerde ze niet, ze vroegen het tenminste niet. Ze van die lui die denken: Ferdoeme, nu zitten we in het verre binnenland van Peru, en hier kom je ze nog tegen, die Rotbelgen, alias Rotvlamingen. Incognito reizen en toch betrapt worden! Dat is ook iets om plezier aan te beleven. Peru heeft onvermoede aspecten!

Reis naar Peru, dag 7 - Cusco

Cusco was dus de hoofdstad van het eens zo machtige Incarijk, en daar kun je hier en daar nog wel sporen van zien, maar wat vooral markant aanwezig is, zijn de talrijke kerken, en niet altijd zijn ze even bescheiden. Op de Plaza de Armas staan er drie naast elkaar: de kathedraal natuurlijk, maar rechts daarvan de Iglesia del Triunfo (1536), en links de Iglesia de Jesus y Maria (1733). Als vrome katholiek kost het hier geen enkele moeite om hier je trekken te komen.

In die kathedraal mag je geen foto's maken, en dat is nu eens in geen enkel opzicht jammer, spijtig of te betreuren: die kerk is zo overdadig versierd dat je zelf geen muren meer ziet. Ze deed me zelfs denken aan een polytheïstische tempel, een pantheon van alle mogelijke heiligen, een centrum van bijgeloof en heidendom. Wat mij betreft: een van de lelijkste kerken die ik ooit gezien heb. Maar ja, smaken verschillen.


Ingeprangd tussen twee andere kerken: de kathedraal van Cusco

Een opmerkelijk schilderij hangt er: 'Het laatste avondmaal' van ene Marcos Zapata: Christus met zijn apostelen zitten aan tafel zoals gewoonlijk, alleen wordt er cavia gegeten en chicha gedronken, een populaire regionale maïsdrank. De vruchten die ze zullen eten, zijn ook uit de streek: de nieuwe godsdienst met een couleur locale! (de foto heb ik overigens van het internet geplukt.)


Marcos Zapata, Het laatste avondmaal

In het midden van de Plaza de Armas Staat een groot standbeeld, duidelijk van een Incaleider.  Wie het moet voorstellen weet ik niet, wel dat de verdwenen Incacultuur op allerlei manieren prominent aanwezig is: de Cusquenos beschouwen zich zowat als hun erfgenamen, en dat zullen we geweten hebben. Het beeld heet dan ook 'Monument voor de Inca's'.


Monument voor de Inca's

De Inca's waren niet altijd lieverdjes: heel veel stammen en volkeren hebben zij onderworpen, en mensenoffers om de goden gunstig te stemmen waren niet ongewoon. Al hun erfgenamen dienen ook niet altijd als even betrouwbaar beschouwd worden. Ze proberen een rondrit in Cusco te verpatsen, tot aan het grote Christusbeeld komen we dan: rolstoelen mee op de bus nemen, geen probleem, heren, dat is zo gepiept, er wordt betaald, en de bus zal hier om half vier vertrekken. Dat wordt vier uur na een uitleg van een Cusqueno in het Spaans en ook in een zeer persoonlijk Engels, een rolstoel kan toch niet mee op de bus, er wordt een taxi ingeschakeld, er komt een andere bus, weer kan de rolstoel niet mee, voor ons kan de rondrit niet doorgaan, er wordt onderhandeld, wij vragen ons geld terug, de bus vol wachtende mensen blijft gelukkig kalm en begripvol, een Peruaanse komt ons ter hulp, en zij brengt het voor elkaar dat ons het geld teruggegeven wordt. Dat heb je ook in Peru: niet elke gids is officieel en geaccrediteerd, en dan krijg je zulke toestanden: geld moet het opbrengen, dames en heren! Ook alle taxi's schijnen niet officieel een vergunning te hebben: de Peruanen improviseren nogal graag, als toerist kijk je beter goed uit. Maar we werden wel uit de nood geholpen door mensen van daar die ook wel zagen dat er iets niet juist was.


Een sightseeing tour zonder moeilijkheden wordt ons zonder moeite verpatst

Het Christusbeeld staat op een hoogte buiten Cusco: het is geïnspireerd op de Christus van Rio de Janeiro, en heeft de respectabele hoogte van 27 meter. Je moet er niet echt vlak naast staan om het te zien.


De Christus van Cusco

De sightseeing tour hebben we dus gemist, maar we hebben er tenslotte ook niet voor betaald, en 'pedibus cum jambis', lopend dus, hebben we ook heel wat gezien. Terwijl Christus bovendien op ons toekeek, nota bene!

donderdag 8 november 2018

Peru: twee vlaggen

In Peru zie je vaak twee verschillende vlaggen: de nationale, met drie verticale banen rood-wit-rood, en een veelkleurige met horizontale banen, een soort van regenboogvlag. De nationale vlag verbaast niet echt, die heb je al wel eens meer gezien.


De Peruaanse vlag, sinds 1825


In het midden van de witte baan staat ook het wapen van Peru, en daarvan kun je de betekenis makkelijk uitzoeken. De krans boven het schild is van bladeren van de steeneik, en die staat voor overwinning en glorie. Rechts van het schild zie je een olijftak, links een lauriertak. Op het schild zelf links van boven is een vicuña afgebeeld, het nationale dier van het land. Hij staat ook voor de rijkdommen van het dierenrijk. Naast hem symboliseert de kinaboom dan weer de rijkdommen van het plantenrijk. En dan hebben we nog een hoorn des overvloeds, die de rijkdom aan mineralen voorstelt.


Het wapen van Peru

In Cusco en in de Heilige Vallei zie je vaak een andere vlag, een veelkleurige met
horizontale banen, een soort van regenboogvlag die echter helemaal niets met de homobeweging te maken heeft. Ze werd in 1978 aangenomen als officiële vlag van Cusco en de gebieden er rond: de zeven banen symboliseren de zeven officiële kleuren van de regenboog. Ze speelt ook een rol in de bewustwording van het gebied: 40 % van de Peruanen spreekt Quecha, en beschouwt zich als afstammelingen van de Inca's, maar zij voelen zich tegenover andere Peruanen kennelijk gediscrimineerd, en willen door de vlag hun aanwezigheid ook bevestigen.

Ze wordt ook de regenboogvlag van Tahuantinsuyo genoemd, dat is de Incanaam voor de vier windstreken van het keizerrijk. Het is natuurlijk niet zo dat de Inca's toentertijd een zelfde vlag gebruikten.


De regenboogvlag van Tahuantinsuyo

Reis naar Peru, dag 6 - A sanctuary en Sacsayhuaman

En weer bezoeken we iets dat niet echt iets met inca's te maken heeft, maar het is wel 'a sanctuary', en daar worden dieren vastgehouden. Jawel, 'a sanctuary' betekent ook 'een gebied waarin het verboden is wilde dieren te doden'; een wildreservaat, een natuurgebied worden ook door dat woord aangeduid. 'In earlier times a criminal could use a church as a sanctuary: wat wij asiel noemen dus. En zo is het verband met 'heilig' ook meteen duidelijk. Zo leer je nog eens iets bij.

We komen dus aan in het 'Ccochahuasi Animal Sanctuary', het 'Dierenasiel Ccochahuasi', dat zich sinds 2007 bezighoudt met het redden van mishandelde dieren, of exemplaren die gered konden worden uit de illegale handel in wilde dieren. Sommige soorten stonden op de rand van het uitsterven, bijvoorbeeld de Andescondor.  Bedoeling is dat die zich hier voortplant, en dat de jongen dan later vrijgelaten worden. Die condor is werkelijk een indrukwekkende vogel: vleugelspanwijdte zo'n 3 meter, hij doet je niet dadelijk aan kolibries of huismussen denken. Maar in Peru wordt hij zeldzamer: hij plant zich zeer traag voort, en kadavers van zoogdieren zijn als voedsel vaak ongeschikt door vergiftiging, en dan moeten de condors het stellen met het vlees van gehouden vee, maar daar is dan de medewerking van de landbouwers weer voor nodig. Natuurbescherming is dikwijls zoeken naar een moeilijk evenwicht, ook hier.


Onbeleefde condor

Een ander kwetsbaar dier dat ze hier hebben, is de brilbeer: hij behoort tot de enige berensoort die oorspronkelijk Zuid-Amerikaans is. Hij heeft een groot verspreidingsgebied, heeft zich aan zijn habitats goed aangepast, maar is toch de meest bedreigde berensoort.


Brilbeer aan de maaltijd

De vicuña is een kameelachtige zoals de lama en de alpaca: hij levert de fijnste wol van de drie. De Inca's beschouwden de vicuña als een zeer hoogstaand dier, en dat mocht dus niet bejaagd worden. De Spanjaarden deden dat echter wel - hebzuchtige westerlingen! - en daardoor raakte de soort bijna uitgestorven. Het was dan Simon Bolivar in hoogsteigen persoon die in 1825 door een wet het dier officieel beschermde: het was de eerste soort die dat in Zuid-Amerika officieel te beurt viel.


Grazende vicuña

Weer naar de mensen van vroeger, de Inca's. Een site die je naar men zegt niet mag missen, is die van Sacsayhuaman: toeristen wordt geleerd die naam uit te spreken als 'sexy woman', wat humor schijnt te zijn. Elf jaar geleden, in Egypte, werd Hatshepsut die daar ergens een tempel had, vertaald in 'hot chicken soup': zo hebben we toen gelachen dat we er bijna ingebleven zijn! Toeristen infantiliseren, ook een leuke sport!

Sacsayhuaman ligt 250 meter boven de stad Cuzco, dat is 3.500 meter boven de zeespiegel. Waarvoor dit bouwwerk diende, is niet met zekerheid geweten: een stad was het waarschijnlijk niet, een fort maakt een goede kans, maar het kan ook religieus van aard geweest zijn. De muren zijn in zigzagvorm gebouwd, zodat de plaats echt efficiënt verdedigd kon worden. Tegen de Spanjaarden hadden de Inca's dan weer geen verhaal, die hadden wapens waar ze niet op voorzien waren: sic transit gloria mundi, kunnen ze gedacht hebben, als ze Latijn hadden gekend, wat echter vrij onwaarschijnlijk is. Nu is nog maar 20 % van wat er ooit gestaan heeft te zien: verwaarlozing speelt daarbij een rol, en weer de Spanjaarden, die de stenen gebruikten voor wat ze zelf bouwden.

Als je kolossale muren wil bewonderen dan ben je hier aan het juiste adres: de Spanjaarden konden aanvankelijk niet geloven dat die mensenwerk was, en dachten dat dit het werk was van demonen of boze geesten. Het is ook meer dan een huzarenstuk: sommige stenen wegen 70 ton! De muur op onderstaande foto was oorspronkelijk 30 meter hoog. Aangenomen wordt dat Sacsayhuaman rond 1508 voltooid was.


Sacsayhuaman: muur ter verdediging

Een sterk staaltje van vakmanschap is ook dat die stenen, hele grote, grote en kleine, allemaal perfect in elkaar passen, zodat er in de voegen zelfs geen onkruid kan groeien. Zo'n gebouw kan bijgevolg wel tegen een stootje, of een forse stoot of schok van een aardbeving: ten bewijze daarvan: ze staan er nog altijd.


Bouw dat maar eens na

Onze gids Enrique, die liever Henri heette

Enrique had het natuurlijk ook over Pizarro, die in menige verwoesting in Peru de hand heeft gehad. Toen ik hem vroeg in wiens opdracht hij werkte, wie zijn baas was, bleef hij het antwoord schuldig, wat ik zeer eigenaardig vond. Tot grote vreugde van onze groep heb ik hem dan maar gezegd dat dat Keizer Karel was, in 1500 in Vlaanderen, meer bepaald in Gent geboren. Waar een klein landje groot in kan zijn, denkt men dan, maar zo kwam het niet over. Hoe dan ook, hij was een Spaanse Habsburger, zo verwant en verantwoordelijk hoeven wij ons niet te voelen. Maar de waarheid heeft haar rechten!


Terrasbouw, (een fort?) net voor een frisse douche

Sacsayhuaman en zijn muren: om bescheiden en nederig van te worden. De Muur van Geraardsbergen, dat is om mee te lachen!

dinsdag 6 november 2018

Reis naar Peru, dag 5 - Amarudorpje en Pisac

Vandaag gaan we langs bij een Amarudorp, bij authentieke indianen, zo kunnen we die mensen misschien ook noemen. Onze gids vertelde ons dat er geen Inca's meer zijn, dat alle Peruanen mestiezen zijn, maar hier vraag ik me af of deze paar mannen en meer vrouwen toch geen 'zuivere' Inca's zijn. Overigens lees ik ergens op het internet dat in 1572 de laatste heerser van de Inca's, Tupac Amaru, geëxecuteerd werd, en dat daarmee een einde aan het machtige Incarijk kwam. Interessant zou ook zijn te weten wat 'amaru' precies betekent.

Maar ergens in de bergen gaan we dus naar een Amarugemeeschap, waar we verwelkomd worden met muziek (fluit en trommel): mannen en vrouwen dragen kleurrijke poncho's.


Muziek ter verwelkoming

De vrouwen vertellen ons met enige gerechtvaardigde trots welke bewerkingen alpacawol moet ondergaan voordat die klaar is om mee te weven: wassen, kaarden, spinnen, kleuren, en tenslotte het weven zelf, en dat schiet ook niet echt op. Een en ander is zo arbeidsintensief dat de mensen hier industrieel gemaakte poncho's dragen, want de authentieke in alpacawol, die ze dus zelf maken, zouden te duur voor ze zijn. Als toppunt van ironie kan er dat mee door. The leading lady maakt ons alles duidelijk in het Cuecha, wat door onze gids in het Engels wordt  omgezet. Zijn ouders spreken die oude Peruaanse taal nog vlot en vloeiend, hij eigenlijk niet zo goed meer, bekent hij. Wat je jammer kunt vinden, maar het zal de eerste taal en cultuur niet zijn die verdwijnt.


De bezoekers werden uitgedost zoals het hoort

De alpacawol wordt op een natuurlijke manier gekleurd, dat wil zeggen met planten die gewoon in de natuur voorkomen.


Planten dienen als kleurstof


Al zittend weven, niet aan een groot weefgetouw

Maar toch: geen dag in Incaland zonder archeologische sites, dit keer die van Pisac. De terrassen die hier gebouwd zijn behoren naar verluidt tot de mooiste van Peru: en inderdaad, knoeiwerk is hier niet verricht.



De mooie terrassen van Pisac

Een eindje verder zien we de prachtig gelegen ruïnes van een heus dorp: mogelijk de huizen van Inca-edelen en -hogepriesters. Onze Enrique wilde daar weer een uitleg afsteken, maar werd meer dan enigszins gehinderd door twee Amerikaansen, een van het obese type, een andere iets normaler, die de vallei afdaalden en dan weer begonnen te klimmen, en die met luider stemme allerlei bespiegelingen het Peruaanse zwerk in oreerden, er niet aan denkend dat zij niet de enige wezens op aarde waren. Waarschijnlijk kwamen ze deze beschaving bekijken omdat ze er zelf geen hebben, beschaving bedoel ik. Of dachten ze zo 'to make America great again'. Tot ze ons in de gaten kregen, en het volume uitgeschakeld werd. En het onze gids alsnog toegestaan werd zijn kennis met ons te delen. Niet alleen uit de ruïnes in Peru blijkt dat beschaving wel eens een teer plantje kan zijn. Wat niet wil zeggen dat we alle hoop moeten laten varen.


Huizen, mogelijk van edelen en hogepriesters

maandag 5 november 2018

Reis naar Peru, dag 4 - Naar Machu Pichu

Na onze eerste kennismaking met minder bekende, maar net zo goed boeiende Incasites wenden we de steven vandaag naar de plaats die iedereen in Peru wil en moet gezien hebben: Machu Pichu. Ben je daar niet geweest, dan had je ook thuis kunnen blijven, zo is de mentaliteit een beetje. Om 6 uur 's ochtends neem je in Urubamba de trein naar Machu Pichu Pueblo, en daar kom je dan omstreeks half 9 aan. Maar je wordt verzorgd tijdens die rit: je krijgt ontbijt, je kunt een en ander kopen, bijvoorbeeld een fles pisco, en de wagon zelf is eerder luxueus te noemen, met panoramische ramen zodat je moeiteloos naar boven kunt kijken. Het rijtuig heeft een embleem waarover nagedacht is. Jet gaat om een rond schildje met vier symbolen die Peru evoceren: de bergen, een lama, een muur met de precies passende stenen van de Inca's en een min of meer mythologische vogel die de goden voorstelt. Public relations zit hem ook in de details, moeten de Peruanen gedacht hebben.


Peru volgens Perurail

Machu Pichu Pueblo is behoorlijk druk en toeristisch: smalle straatjes in dit bergachtige gebied, veel souvenirwinkeltjes, een obligate Inca op het centrale plein: alles om je in de juiste 'mood' te brengen voor het belangrijkere werk.


Smalle hellende straatjes

Dat belangrijkere werk is ons met de bus zo dicht mogelijk bij de site laten voeren: hoger dan 2.400 meter zitten we dan. En het weer zit voor een keer eens niet echt mee: een malse regenbui is ons deel. De rolstoelgebruikers in ons gezelschap zijn nu echt wel beperkt: die rolstoelen kunnen niet overal komen, en tenzij je zelf nog kunt lopen, wordt het geen al te uitgebreid bezoek. Terwijl deze stad toch best groot is. Men is het er tegenwoordig over eens dat de bouw ervan rond 1350 begonnen is, dat die zo'n 80 jaar geduurd heeft, tot omstreeks 1430 dus, dat de plaats bij de invallen van de Spanjaarden aan haar lot overgelaten is, dat wil zeggen vanaf ongeveer 1530. Dan is ze in complete vergetelheid geraakt: boeren uit de buurt wisten begin 20ste eeuw wel dat zich daar iets eigenaardigs bevond, maar die waren dan weer niet ontwikkeld genoeg om te kunnen vermoeden wat het juist was. Zij brachten de Amerikaan Hiram Bingham in 1912 er wel naartoe, en sindsdien is Machu Pichu voorwerp van archeologische studie en toeristisch bezoek.


Machu Pichu bijna in de wolken


Stad in de bergen

De Incahoofdstad was Cusco, en de Inca zelf verbleef er het grootste deel van het jaar, samen met zijn hofhouding, vrouw en concubines. Als hij zich naar Machu Pichu begaf bracht dat een behoorlijke verplaatsing met zich mee: 4 reisdagen. En de mensen die er heel het jaar woonden, moesten alles in het werk stellen om de Inca en zijn hofhouding naar best vermogen te dienen. Zij moesten ook best wat belasting betalen om de adel het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Maar de Inca stond het dichtst bij de zon, de belangrijkste god, en zolang je van dat geloof uitgaat, is maatschappelijke rust verzekerd.

Heb je iets gemist als je Machu Pichu niet gezien hebt? Echt wel, hoor. Een best uitgestrekte stad bouwen op een dergelijke hoogte, in die tijden - de tweede helft van de 14de eeuw, de eerste 30 jaar van de vijftiende - is zonder meer een prestatie. Een aantal delen van de stad hebben een welbepaalde functie: zin voor organisatie hadden de Inca's wel. En een en ander ligt ook nog eens mooi in het landschap: Machu Pichu is meer dan zomaar iets dat je eens gezien moet hebben, het is een hoogtepunt van een verdwenen beschaving waarover nog niet alle vragen zijn opgelost. Deze site is een must see, ongetwijfeld en zonder discussie.


Als ik me niet vergis: de koninklijke gebouwen

In een riviertje beneden in Machu Pichu Pueblo trekt een rots mijn aandacht: die kolossale stenen waarmee de inca's hun muren bouwden, liggen er nog altijd. Makkelijk lijken ze me niet te verwerken, wat de bewondering voor wat zij gepresteerd hebben alleen maar doet toenemen.


Incabouwmateriaal


De groep van WeTravel2 in Peru: uiterst links, Enrique, onze gids

Reis naar Peru, dag 3 - Naar de Inca's

Natuurlijk zijn er ook Inca's geweest in Peru, en dat is eigenlijk het eerste doel van onze reis: vandaag zullen we ze eindelijk te zien krijgen, dat wil zeggen een paar van de archeologische sites die ze achtergelaten hebben, te beginnen met die van Ollantaytambo. Dit is duidelijk geen Spaanse plaatsnaam, dit is onvervalst Quecha, de taal van de Inca's, die door een groot deel van de bevolking nog gesproken wordt.


De oude toegangspoorten tot Ollantaytambo

We komen hier naar een authentiek Incafort kijken, opgericht door een generaal die ondanks zijn enorme verdiensten voor het rijk toch niet met de dochter van de koning mocht trouwen, zich hier terugtrok en deze versterking bouwde, een sterk staaltje van Incabouwkunst in terrassen. Hij en de koningsdochter hebben elkaar nooit gekregen, de geschiedenis loopt tragisch af, en de Spanjaarden deden de rest. Prachtig is wel hoe dat fort tegen de heuvel is gebouwd, hoe het mooi past in het landschap.


Het fort van Ollantaytambo


Een paar kilometer verder, bij het stadje Maras, krijg je een totaal ander voorbeeld en toepassing van terrasbouw: deze infrastructuur zou dienst gedaan hebben om de ideale omstandigheden voor het kweken van gewassen (fruit, groente) te achterhalen: experimentele landbouw werd hier met andere woorden bedreven, wat vanuit ons standpunt (we zijn dan zowat in de 13de eeuw) toch wel opmerkelijk is. Deden wij zoiets toen al? Inca's zijn niet zomaar weg te zetten als een bijkomstigheid in de geschiedenis van de mensheid, en degenen die ze vernietigd hebben, dragen een grote verantwoordelijkheid: wat hadden wij niet van hen kunnen leren?


Moray: terrasbouw voor experimentele landbouw

Wat hoogst opmerkelijk is in de buurt van Maras en op deze hoogte: zoutmijnen, salineras in  het Spaans. Ik heb er ooit wel gezien in de Camargue, lang geleden, 'Salin-de-Giraud' heette dat daar, maar dat was op zeeniveau, helemaal normaal vinden we dat dan. Maar hier, op zo'n 3.000 meter hoogte? Volgens mijn gids (National Geographic) voorziet een hooggelegen natuurlijke bron de zoutpannen van een gestage stroom water met een hoog zoutgehalte. Onze gids Enrique legde dat zo uit: dat water komt van rotsformaties die miljoenen jaren geleden nog diep onder het zeeoppervlak lagen, maar door allerlei geologische activiteit in de loop der tijden gebergte geworden zijn, maar nog zout water bevatten. Tenminste zo zou het zijn als ik goed geluisterd en het goed verstaan heb. Hier werd reeds in de pre-Incatijd zout gewonnen, en nu houden een aantal families zich nog altijd bezig met deze activiteit. Het zout wordt met de hand geoogst en vooral gebruikt voor likstenen voor dieren, zegt mijn National Geographic. Dit is pre-industriële archeologie die nog altijd opbrengt!
Maar luxueus is deze toestand voor de mensen hier niet, dat zal duidelijk zijn.



De zoutpannen van Maras