dinsdag 14 november 2017

Schitterend verlangen: een paar hoogtepunten

'Schitterend verlangen' heet de tentoonstelling die je nog tot 14 januari kan bezoeken in het MAS; 'Over de emotie van diamant' luidt de ondertitel. Talrijke objecten zijn er te zien: juwelen, kronen, liturgische voorwerpen ingelegd met diamanten, schilderijen van rijke dames, je kunt je ogen er wel de kost geven.

Het eerste juweel dat mij treft, is de verlovingsring van Maria van Bourgondië: wegens mijn familienaam heeft de hertogelijke familie 'de Bourgogne' mij van in de lagere school al geïnteresseerd. Niet dat ik een verre nazaat van een of andere 'Grote Bastaard' ben, maar de naam schept een band. Die ring heeft ze in 1477 van Maximiliaan van Oostenrijk gekregen: op 19 augustus van dat jaar trouwt de twintigjarige Maria met haar achttienjarige bruidegom. Het is wel de eerste gedocumenteerde verlovingsring met diamanten, en dat zette meteen een trend. Deze ring toont frontaal een rode 'M', waarvan het linker- en rechterbeen diamanten bevatten. Een mooi en kostbaar kleinood is het alleszins, een liefdesgave, door de schittering van de steentjes, de symboliek van zijn duurzaamheid en 'eeuwigheid': 'Diamonds are forever', zoals we allemaal weten.


De verlovingsring van Maria van Bourgondië, 1477

Een prachtstuk is ongetwijfeld de diadeem van onze Koningin Elisabeth. Hij werd 'gecreëerd' door het Huis Cartier in Parijs in 1910, en in 1912 was hij al in haar bezit. Toen ze is 1965 stierf, erfde Koning Leopold III hem, na zijn dood ging hij over in de handen van Liliane Baels, zijn tweede echtgenote, en was dus haar persoonlijke eigendom. In 1987 verkocht zij hem weer aan Cartier, zonder Koning Boudewijn of Koningin Fabiola te raadplegen of op zijn minst op de hoogte te brengen. Daardoor ontstonden wrijvingen in de koninklijke familie, en volgens de geruchten was die 'not amused', om het in diplomatieke taal uit te drukken. Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat het een schitterend sieraad is: zoveel diamanten, zulke sierlijke vormen, zoveel uren werk: je wilt niet weten hoeveel dat precieuze dingetje gekost heeft. Het was bij wijze van spreken ongeveer van ons, maar nu helaas niet meer! Sic transit gloria mundi, of toch het Belgische patrimonium.


De diadeem van Koningin Elisabeth van België, Cartier, 1910


Op een foto uit 1920 draagt Koningin Elisabeth al dat diamanten gedoe: ze doet niet haar best om sympathiek te kijken of te lijken: erg toeschietelijk of aantrekkelijk komt ze niet over. Ze had als koningin-verpleegster toch al de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, maar de betekenis daarvan is nog niet tot haar doorgedrongen: ze laat zich portretteren als een 24-karaats Belle Epoque-figuur, en die tijd was net door de 'Groote Oorlog' tragisch afgesloten.


Koningin Elisabeth met de diadeem, foto uit 1920

Van Rubens hangt er een schilderij uit 1630-1640: 'Helena Fourment met diamanten borsthanger. En dat is puur rijkdom en status etaleren: ze draagt kostbare kleren, maar niet alleen dat. Ze heeft een lange gouden ketting met tafeldiamanten omhangen, op haar mouwen en in haar haar zitten sieraden met diamanten versierd. Met zo'n vrouw kon je onder de mensen komen, daar moet Rubens zich goed van bewust zijn geweest. Overigens lees ik dat er in hun huwelijkscontract sprake was van 'juweelen en fraeijcheden': beide partijen wisten waar ze mee bezig waren. (Een tafeldiamant is een steen met een vlak gesneden bovenkant, niet iets om speciaal aan tafel te dragen.)

De foto naast Helena Fourment  toont zo'n diamanten borsthanger die erg op die van Helena lijkt, en die uit dezelfde periode komt: hij heeft ook vele en grote tafeldiamanten. Privéjets bezaten de lui uit de zeventiende eeuw niet, maar ze kenden best heel wat andere en goede middelen om zich van hun tijdgenoten te onderscheiden: ik ken me zonder moeite indenken dat er makkelijk een competitie was van 'baas boven baas'.


Rubens, Helena Fourment met borsthanger / Gelijkend sieraad uit dezelfde tijd

Jan Fabre benadert al die luxe, schoonheid, status en opschepperij kritisch. Drie werken van hem gaan over Belgiës koloniale verleden en bezigheden in Congo. 'Skull with Diamond' uit 2013 is daar een voorbeeld van: een uiteraard niet aantrekkelijke doodskop, gemaakt met schilden van de juweelkever, heeft een grote diamant op zijn schedel. Mij lijkt dat een kloofijzer dat die schedel om het helemaal af te maken nog eens grondig moet splijten: een efficiënte metafoor voor de ondergang van de mens door zijn hang en drang naar materie en uitzonderlijke eigendommen.

Op het einde van de tentoonstelling hangt die schedel: hij brengt je weer met de voeten op de grond, en doet je beseffen dat het niet al goud of diamant moet zijn dat blinkt. En dat voor de ontginning van die bodemschatten nogal wat niet-menswaardig werk verricht moest worden. Niet door blanken natuurlijk, niet door ons.
Jan Fabre, Skull with Diamond, 2013


Wil je veel moois en schitterring, mateloze pracht en bezit gaan bekijken: naar het MAS! Je kunt je sommige dingen en toestanden niet indenken voor je ze gezien hebt. Zoals de kroon van de Russische tsaar, en nog meer van dat fraais.

vrijdag 3 november 2017

'Meesters in beeld' (Museum M) - Keizer Agustus, de Samaritaanse een tabernakelaltaar

Vermoedelijk uit Brussel komt een zeer eigenaardige houtsnijwerk: 'Het Visioen van Keizer Augustus en van Johannes de Evangelist op Patmos'. Dat Johannes zijn visioen, zijn Openbaring, op Patmos gekregen heeft, dat is bekend, maar wat komt Keizer augustus daar doen? Ze waren min of meer tijdgenoten, maar de keizer kan Johannes nooit gekend hebben, laat staan dat hij samen met Johannes op Patmos is geweest. Een beetje zoeken brengt de oplossing, en daar komt een sibille aan te pas. Volgens een middeleeuwse legende voorspelde de Sibille van Tibur de komst van Christus aan de keizer! (Wanneer in de middeleeuwen weet ik niet, wel dat Tibur het huidige stadje Tivoli is). Propaganda op zijn best is dit verhaal: als Christus zelfs aan de keizer was voorspeld, moest het wel waar zijn, werd de middeleeuwer verondersteld te denken! Augustus en Johannes worden in de rug min of meer gesteund door een vrouw een een jongeman die allebei naar de hemel wijzen: alle zegen komt van boven beelden ze uit. En tussen de twee mannen ziet het symbool van Johannes: de adelaar.

(Het beeld is in eikenhout, van rond 1500, en alweer afgeloogd)


Het Visioen van Keizer Augustus en van Johannes de Evangelist op Patmos

Een polychroom 'beeldengroepje' beeldt de ontmoeting van Christus met de Salaritaanse vrouw aan de waterput uit (Joh 4:1-42). Het is een verhaal waarin Christus blijkt geeft van zijn breeddenkendheid en verdraagzaamheid: hij is immers en Jood, zij een Samaritaanse, en die volkeren schoten niet te best met elkaar op. Hij vraagt haar water, zij is weigerachtig, hij zegt dat hij haar levend water kan geven, waardoor zij nooit meer dorst zal hebben, ze vertelt dat aan haar dorpsgenoten, ze meent dat hij de Messias zou kunnen zijn, waardoor talrijke Samaritanen ook in hem beginnen te geloven.

Stichtelijk verhaal alweer, waar Christus uitkomt als de perfecte mens die met iedereen in vrede wil leven en iedereen vrede wil geven. Ik kan me voorstellen dat die verhalen 500 jaar geleden erg bekend waren, en dat ze voor de mensen van toen een duidelijke boodschap overbrachten.

Dit beeld komt uit de Noordelijke Nederlanden, is van ca. 1520-1530, in eikenhout en polychroom. Een anonieme meester-beeldhouwer heeft dit gemaakt: de kleren van de vrouw en van Christus plooien rijkelijk en natuurlijk, de put is mooi versierd, zij giet met een forse geut haar emmertje leeg in een grotere kruik. Juweeltjes zijn veel van deze beelden: gemaakt met een vakmanschap en liefde voor het beeldhouwen die je alleen maar kan bewonderen. Zeer bijzonder vind ik het.


Christus met de Samaritaanse Vrouw aan de Bron

Uit de Zuidelijke Nederlanden (mogelijk uit Doornik, ca. 1400) komt een ivoren 'tabernakelaltaar met vleugels'. Centraal staat een 'Moeder met kind', en dat heeft een wereldbol in zijn rechterhandje, een vertrouwd symbool in de katholieke iconografie. Dat thema wordt in de deurtjes nog een paar keer herhaald, en je vindt daar ook afbeeldingen van de schenkers of opdrachtgevers. Een tabernakel is de plaats waar de hosties bewaard worden, dus denk ik dat dit voorwerp gebruikt werd door priesters die de communie moesten geven buiten de kerk, aan stervenden bijvoorbeeld, of die dat meenamen als ze op reis waren, wat bij de hogere geestelijkheid wel eens voorgekomen zal zijn: geestelijken moeten dagelijks een mis opdragen. En met die hosties kon niet gebeuren: deurtjes toe, en ze waren veilig en beschermd. Zo krijg je dus een gebruiksvoorwerp voor alle dag, maar dan kunstzinnig uitgewerkt. En het zal ook wel kostbaar geweest zijn: ivoor groeide hier in de middeleeuwen ook niet aan de bomen. Iets exclusiefs was, en niet iedere 'pape' zal zoiets niet in huis gehad hebben.


Tabernakelaltaar met vleugels, ca 1400

'Meesters in beeld' is een zeer interessante tentoonstelling: stuk voor stuk zie je meesterlijk uitgevoerde beelden, je ontdekt hier en daar verhalen die je nog niet kende, voorwerpen die je nog niet gezien had. Het helpt wel als je een en ander van de christelijke traditie kent, want in vijfhonderd jaar tijd zijn  we daar ondertussen behoorlijk vervreemd van geraakt. Maar toch: een aanrader!

woensdag 1 november 2017

'Meesters in beeld' in Museum M - Sint-Anna-ten-Drieën

Een beeld - beeldengroepje - dat op het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw ook behoorlijk in was, is Sint-Anna-ten-Drieën: Anna, de moeder van Maria, Maria zelf en het Christuskind samen. Soms zijn ze eerder eenvoudig, een andere keer echt uitgewerkt.

In het eerste beeld zitten ze alle drie in een grote stoel, een troon lijkt het wel. Anna zit van boven: als grootmoeder van Christus lijkt zij de belangrijkste te zijn, is het grootst en krijgt de meeste aandacht. Het boek dat ze op haar rechterknie vast heeft, is het evangelie. Maria is afgebeeld als jonge vrouw, en heeft de kleine Jezus op haar schoot. Ze houdt hem een druiventros voor. En die komt meer voor in een Sint-Anna-ten-Drieën. En in het Oude Testament: toen Jozua en Kaleb na de terugkeer uit Egypte het land van Kanaän gingen verkennen, het land van hun voorouders, vonden zij er een overvloed aan vruchten. Om dat te bewijzen brachten zijn een druiventros mee terug: die was zo zwaar dat ze hem met zijn tweeën aan een stok moesten dragen. Naar dat land moesten de Israëlieten dus gaan, dat was evident. Weer in de kerk van Hoogstraten is die gebeurtenis uitgebeeld in een zittertje van het hoogkoor.


Jozua en Kaleb met de druiventros, omstreeks 1538 (Hoogstraten)

Het zal duidelijk zijn dat de druiventros bij de Sint-Anna een figuurlijke betekenis krijgt: ze stellen de vruchten van Christus' prediking en van het geloof voor. Mooi en kunstig uitgewerkt is het beeld alleszins.


Sint-Anna-ten-Drieën

Ook niet echt groot is de groep uit het Maasland, van circa 1520, in eikenhout. Hier zijn de posities iets veranderd: Anna en Maria staan allebei recht, ze zijn als het ware gelijken geworden, en Christus is hier nog een echt Kindje Jezus: in zijn rechterhandje lijkt hij een speeltje vast te hebben, een rammelaar misschien. De druiventros is er nog niet: Jezus is nog een beetje te jong. En weer ben ik getroffen door het meesterschap van de beeldhouwer: eikenhout is niet echt zacht, maar de natuurlijkheid van het beeld is verbluffend. Een groot kunstenaar was degene die dit gemaakt heeft, ongetwijfeld.


Sint-Anna-ten-Drieën, Maasland (Elsloo-groep), ca.1520

De grootste in Leuven is die van ene 'Meester Balthazar', uit Luik, van ca. 1510-1520, ook weer in eikenhout, en pas later beschilderd. Balthazar heeft geen achternaam, zodat we eigenlijk nog niets weten. De kleren wallen weer mooi, het evangelieboek is echt goed gebeeldhouwd, met ruimte tussen sommige bladen, mar de gezichten vallen me toch wat tegen: veel uitdrukking hebben ze niet, ze doen eerder romaans aan.





Meester Balthazar, Luik, 1510-1520

De druiventros is er hier weer, en de kleine Jezus wil die graag aanpakken. Samen met het boek is dit een mooi detail.


Meester Balthazar, Sint-Anna-ten-Drieën, detail

Ik heb veel moois gezien bij 'Mesters in beeld', en tezelfdertijd een aantal christelijke (katholieke) verhalen en legendes weer opgefrist. Ook al geloof ik er niet in, ik kan me voorstellen dat ze de mensen van 500 jaar geleden veel troost boden, in ondermaanse dat toen veelal echt wel een tranendal was. Dat hebben die verhalen wel: fantasie, maar eigenlijk wel mooi.

Meesters in beeld (Museum M) - Sint-Antonius

Een tentoonstelling die niet met toeters en bellen aangekondigd is, kun je op dit ogenblik bezoeken in Museum M in Leuven: 'Meesters in beeld' heet ze, en ze is zeer zeker de moeite waard. Religieuze beelden in hout zijn er te zien: heiligen, taferelen uit heiligenlevens, crucifixen, een sedes sapientiae, het is er allemaal. En niet van bekende namen, van een Claus Sluter of zo: werken van anonieme kunstenaars zie je, hooguit met een noodnaam, of beelden met de waarschijnlijke plaats van herkomst. Je kunt ook de populariteit van de heiligen vaststellen: de Heilige Catharina van Alexandrië kom je meermaals tegen, en Sint-Maarten van Tours, Sint-Anna-ten-Drieën en mogelijk de best in de markt liggende van allemaal: Sint-Antonius, de Heremiet, de Kluizenaar, Sint-Antonius Abt, en die met zijn varken. Al die namen verwijzen naar dezelfde persoon. En als je eerste officiële voornaam voluit 'Antonius' luidt, heb je hoe dan ook een band met hem. Mijn vader decreteerde dat Antonius met zijn varken mijn patroonheilige was, feestdag op 17 januari. Voor de volledigheid: de beelden op deze tentoonstelling komen allemaal uit de periode 1480-1530.

Een prachtig beeld is 'De verzoeking van de Heilige Antonius'. Voor zijn kluis,  die op een hoogte staat, wordt Antonius belaagd door vier afschuwelijke figuren: links probeert een lelijke duivel, eentje met een afgrijselijke 'smoel' en roofvogelpoten, hem zijn paternoster afhandig te maken. Rechtsboven staat een soort draak vervaarlijk met een knots te zwaaien, vlak voor dat dier staat dan weer een fantastische roofvogel angstaanjagend te krassen en te krijsen, en rechts van Antonius ligt nog een draak te dreigen. Links bekijkt een klein, normaal varkentje naar de heilige, zo met de bezorgde vraag: wat gebeurt er met mijn meester?

Prachtig dramatisch tafereel is dit, op meesterlijke wijze vorm gegeven door deze onbekende kunstenaar. Want dat hij veel meer dan een ambachtsman was, is zonder meer wel duidelijk: kijk naar het gezicht van het duiveltje, naar de manier waarop de drie monsters aan de rechterzijde in beeld zijn gebracht, het getormenteerde gezicht van Antonius. Een meesterwerk is het zonder meer! Met wat voor een precisie en geduld die man de emoties en de verschrikkingen in beeld heeft gebracht!


De Verzoeking van de Heilige Antonius

Nu wil het geval dat ik hetzelfde tafereel in de Sint-Katharinakerk in Hoogstraten al eens gezien heb, op het wandtapijt uit 1540. Kennelijk was dat een geliefkoosd thema in die tijden van godsdienstige troebelen. Ook hier  monsters en duivels: de hel was toen in ieder geval zeer nadrukkelijk aanwezig.


De Verzoeking van de Heilige Antonius (Hoogstraten)

Een totaal ander Antoniusbeeld komt uit Gelderland en stelt gewoon de Heilige Antonius de Heremiet voor. Het dateert van ca. 1480-1490, is van eikenhout, en de polychromie is 'afgeloogd': dat wil zeggen 'met loog zuiveren', met andere woorden de verf die op het beeld zat is er opzettelijk afgehaald. Maar zonder beschildering is dat beeld ook best mooi. Met liefde is er aan gewerkt: de krullen in de baard van Antonius bewijzen dat. Heel sereen lijkt hij hier: hij leest in een evangeliënboek, heeft een Tau-kruis of Antoniuskruis in zijn linkerhand, dat ongetwijfeld samen met het boek het monster krachteloos maakt, hoewel dat met zijn lelijke rechterpoot de heilige toch tracht te raken. En helemaal links onderaan , naast het monstertje, komt weer het trouwe varkentje piepen. Verder niks aan de hand: het geloof houdt de verzoeking af.


De Heilige Antonius Heremiet, Gelderland, 1480-1490

Een Antonius de Heremiet uit Leuven (mogelijk, waarschijnlijk?) is iets eenvoudiger: hij heeft gewoon een wandelstok vast, weer een evangelie, en aan zijn voeten weer het obligate varkentje. Volgens de uitleg bij het wandtapijt in Hoogstraten werd dat varken door de volgelingen van Antonius opgenomen, omdat het net als zij zijn voedsel op straat zocht. Anderen zien in het dier de door Antonius overwonnen duivel. Opmerkelijk bij dit beeld is het hoofddeksel van Antonius: dat moet in die tijd erg in de mode geweest zijn: Erasmus zie je er ook vaak mee afgebeeld. Bewonder ook de natuurlijk plooival van de kledij van de heilige: mooi gedaan alweer!


De Heilige Antonius Heremiet, Leuven (?), ca. 1490

Een rijke tentoonstelling is 'Meesters in beeld': Katharina kan nog in beeld komen, Sint-Maarten, of Sint-Anna-ten-Drieën. Of zelfs Johannes de Evangelist en Keizer Augustus, wat een eigenaardige combinatie is! Maar in het geloof kan alles.

maandag 23 oktober 2017

'Arab Cartoons' in De Warande - Abdalla Al Omari

De tentoonstelling 'Arab Cartoons' in 'De Warande' is inmiddels afgelopen, en dat is een beetje jammer: die had best wat langer dan 15 dagen mogen duren. Een van de kunstenaars die eruit sprong, is Abdalla Al Omari, geboren in 1986 in Damascus, een Syriër die ondertussen in Brussel woont, en die de auteur is van 'The Vulnerability Series'. Eerder dan cartoons die we meestal gewend zijn, gaat het hier om wat wel echte schilderijen lijken te zijn. En dat zijn ze ook, maar niet op deze tentoonstelling: hier kun je twee kopieën van zijn werk zien. Zijn 'Kwetsbaarheid Reeks' werd geveild via Christies en in Londen en Hamburg geëxposeerd, zoals je uit de teksten bij zijn werk kan leren: niet de minste dus, deze Abdalla Al Omari.

Het eerste werk toont je een 'vertrouwd' beeld: een rij vluchtelingen of ontheemden, aanschuivend voor een portie eten om enig overleven toch mogelijk te maken. Ze hebben pannen bij zich, borden, schotels, zelfs een emmer. De rij wordt geopend door twee jongens van een jaar of 12-13, een zwarte en een blanke: de rampspoed kiest geen ras. Vlak achter hen staat Obama, dan Kim Jong-un, een ventje van een jaar of zestien, iemand in de volle bloei van zijn puberteit. Eventjes verder kijkt Poetin of er nog geen schot in de rij komt, Assad staat net achter hem - voor de bescherming allicht. Eventjes verderop staat iemand in wie je Ayatollah Khamenei kunt herkennen, en mogelijk staan er nog politieke leiders van meer dan plaatselijke betekenis in deze eindeloze file. Een aantal van deze lui zijn ironisch genoeg net diegenen die de 'rijen', de kwetsbaarheid veroorzaken, die wij als bedreigend beschouwen. De omgekeerde wereld? Niet per se: zijn kunnen ook kwetsbaar zijn, het zijn ook mensen. En dat zouden ze zelf ook eens mogen bedenken.
 

The Vulnerability Series - wereldleiders

Kim Jong-un krijgt een portret ten voeten uit: dat verdient de 'Briljante Kameraad' of de 'Geweldige Leider' zeker wel. Alleen ziet hij er bij Al Omari niet echt zo uit: hij lijkt nog jonger nu (13 jaar?), hij kijkt een beetje betrapt met zijn  gevaarlijk speelgoed dat hij achter zijn rug tracht te verbergen, tezelfdertijd beteuterd en sip omdat hij zijn speeltje niet mag of kan of durft te gebruiken. Je zou medelijden met hem krijgen: een pyjamabroek draagt hij, met een pijp half opgerold, en dan een groene sweater die er eigenlijk niet bij past. Hij schijnt net opgestaan te zijn, en vrolijk begint zijn dag niet, dat is duidelijk. Meewarig, deerniswekkend kijkt hij de wereld in. 'Het komt over een paar jaar nog wel goed met je', ben ik geneigd te denken. Maar hij blijft gevaarlijk: zo'n pubertje met dergelijk speelgoed tegenover een andere ongeleide puber. Gezellig is het allemaal niet!
 

The Vulnerability Series - Kim Jong-un

Meer dan cartoons zijn deze twee werken: je kunt er wel eens mee lachen, eerder grim- dan glimlachen, meesmuilen. De wereld kan nog wel wat verbetering verdragen, voel je dan.

p.s.: Abdalla Al Omari kreeg onlangs asiel in België? Momenteel leeft en werkt hij in Brussel.

donderdag 19 oktober 2017

Kempenatlas: gevechten bij het Kasteel van Hoogstraten


Een interessante tentoonstelling over onze streek loopt op dit ogenblik in 'De Warande': 'Kempenatlas heet hij, en hij toont verleden en heden van de Kempen met foto's van vroeger en nu, laat met kaarten de economische en andere ontwikkelingen zien: boeiend bekijks genoeg.

Wat mij echter het meest trof, was een ets over Hoogstraten die ik nog nooit gezien had; en ik ben een toegewijde liefhebber van 'het stadje met smaak' en wat ermee te maken heeft. De ets toont het kasteel van Hoogstraten en de omgeving, met hier en daar zelfs soldaten. Gelukkig staat boven aan de rand een tekst die duidelijk maakt waar het in feite over gaat. Die tekst is een hele mondvol; hij luidt:

'Warachtige afbeeldinge van het sterck ende geweldig Casteel van Hoogstraeten, met de gelegentheyt vande omliggende plaetsen ende hoe de nieuwe Bondgenooten daerinne belegert sijn worden // vanden Hooggeboren ende Machtigen Vorst den Aertshertoge Alberto; ende vanden Grootdadigen Vorst Mauritio sijn ontset worden den 10 Augusti 1603.

 'Aertshertoge Alberto' is natuurlijk Aartshertog Albrecht, bij ons samen met zijn vrouw Isabella bekend voor het Twaalfjarig Bestand. 'Vorst Mauritio' is Prins Maurits van Nassau (1567-1625), een zoon van Willem van Oranje, de Stichter des Vaderlands, maar niet het mijne. De nieuwe bondgenoten zijn muitende Spaanse soldaten die zich in het kasteel verschanst hebben. Prins Maurits van Nassau ontzet die dus, kennelijk met de bedoeling ze bij zijn eigen troepenmacht in te lijven: we zijn in de Tachtigjarige Oorlog, en daarin is op dat ogenblik nog niets beslist, verre van zelfs. Overigens heeft de eerder kleine versterking van Maurits troepen de afloop van de oorlog niet bespoedigd: die zou pas in 1648 aflopen, met de 'Vrede van Münster', ook wel de 'Vrede van Westfalen' genoemd.

Het kasteel staat in het midden van de ets, dat is duidelijk. Aan de rechterkant zie je de oprukkende troepen van de prins, in de rechterbenedenhoek zijn schermutselingen met de vijand aan de gang:  die vijand zijn de soldaten van Albrecht, wiens kamp zich helemaal links bevindt.

Vanaf het kasteel vertrekt een weg met bomen naar het westen, naar de linkerkant van de ets: dat is wat nu de Lindendreef heet. En echt op de rand staat de Sint-Katharinakerk, die toen nog maar zo'n zeventig jaar oud was. Merkwaardig is wel dat de toren niet zo hoog uitvalt als hij in werkelijkheid is: hier kloppen de verhoudingen niet helemaal.



Warachtige afbeeldinge van het ... Casteel van Hoogstraeten

En zo krijg je geheel onverwacht een stukje getekend verslag van een oorlog van meer dan vierhonderd jaar geleden, een oorlog die bepalend zou zijn voor de rest van de geschiedenis van de Nederlanden: de scheiding van die landen wordt inderdaad definitief in 1648. En vanaf dan kun je spreken van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Tegenwoordig zou je een foto onder ogen krijgen, maar zover waren we toen nog niet. Nu wel: fotografie is een kunst geworden, en oorlogsvoering veel en veel wreder en rücksichtsloser dan ooit voordien. We gaan er inderdaad op vooruit!

zaterdag 23 september 2017

Hoogstraten: Brokaat en fluweel - de hoge adel

Het grootste deel van 'Brokaat, en fluweel' is gewijd aan de kledij van de zeer hoge adel, en daartoe hoorden Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg zonder enige twijfel. In de 'Historie van Hoogstraten' (Leslie Brosens en Piet van Deun, 2010) lees ik dat graaf verre van de allerminste was, om het met een onderdrijving te zeggen. Keizer Karel V stelde hem in 1522 aan als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, hij werd benoemd tot hoofd van de Privé Raad van Margaretha van Oostenrijk, en hij zetelde in de Privé Raad van Keizer Karel: dat is niet niets. Als ik een slecht karakter had, zou ik zeggen dat Antoon in zijn tijd belangrijker was dan iemand als Arnold van Aperen enkele jaren geleden. Als ik een slecht karakter had, zeg ik er wel bij.

Zijn positie uitte zich natuurlijk ook vestimentair. Waar Van Aperen tevreden kon zijn met een al dan niet duur maatpak, een al dan niet wit hemd en een stropdas of net geen, stond de graaf voor grotere problemen: hij moest met zijn kleren laten zien dat hij de man was, naar het aloude adagium, 'de kleren maken de man'. En dat nam hij ook ter harte.

De jonge dame die ons, kerkwachters, de rondleiding met veel expertise gaf, vertelde ons dat het in de 16de--eeuw voor mannen de bedoeling was dat ze hun viriliteit zouden doen uitkomen, terwijl de vrouwen daarentegen hun vormen zoveel mogelijk trachtten te verbergen. Dat blijkt uit de twee afbeeldingen hieronder: breed in de schouders zijn de heren, een kraag tot net onder de kin dragen ze, een zogenaamde stierennek, net daaronder een wambuis (je komt nog eens oude woorden tegen!) en een pofbroek met daarin een 'braguette: die zit waar wat wij thuis in de volkstaal een 'fluitjesbroek' noemden, in Algemeen Nederlands een 'gulp'. Die braguette, of schaambuidel, diende er vooral toe des edelmans klokkenspel en de grootte ervan te suggereren. Van het Groenewouds 'Ik wil de grootste hebben' was vijf eeuwen geleden al een fervent nagestreefd ideaal. Soms ware die braguettes zo ruim dat ze tezelfdertijd ook dienst konden doen als portemonnee.

Beide edelmannen dragen ook een tabbaard: nog zo'n oud woord, dat je kunt tegenkomen in een sinterklaasliedje. Het gaat om een mantel die meestal tot aan de knieën reikt, soms tot op de grond, met twee openingen om de armen door te stekken. De tabbaards die ze om hebben zijn vervaardigd van hermelijn: de zwarte streepjes die je erop ziet zijn de staartjes van de hermelijnen. Je kunt als het ware tellen hoeveel diertjes voor die mantels gestorven zijn: heel veel in ieder geval. En dan te weten dat zo'n tabbaard bij de hoge adel niet zo'n uitzonderlijk kledingstuk was. Jagers zullen ook wel hun handen vol gehad hebben! Net zoals de kleermakers overigens: maar het uurloon kostte niets, en vakbonden waren er niet. Nu zou je zeggen: dat is luxe ten koste van de kleine man, maar toentertijd dacht men zo nog niet.


Jan van Luxemburg en Antoon de Lalaing, de twee echtgenoten van Elisabeth van Culemborg (tekening van Nicolaeus de Kemp, ca. 1590-1593)

De gravin moet met haar even weelderige kledij niet onderdoen voor haar mannelijke tegenhangers. Heel veel hermelijn zie je weer: de mouwen, de split van haar kleed, haar mantel, het kon kennelijk niet op. De vierkante halsuitsnijding is typisch voor de mode van die tijd: als vrouw moest zij vooral het zeer mooie bijverschijnsel van haar man zijn, en haar sekse niet te veel doen opvallen. Daarom een beetje kuis ook: vrouwelijk vormen zijn in en onder haar kleding goed verstopt, borsten kun je alleen maar vermoeden.


Elisabeth van Culemborg (tekening van De Kemp, ca. 1590-1593)

Dit is eigenlijk de 'haute couture' van die tijd. Ik heb dan ook gevraagd of er van die meester-kleermakers of -ontwerpers namen bekend zouden zijn, of zij een status hadden vergelijkbaar met die van een Dior, Lagerfeld of Saint-Laurent. Dat is dus niet zo: zij waren ambachtslui, meer niet. Ik heb dan maar besloten dat ze allemaal 'Snijders' geheten moeten hebben, en voor de tabbaards misschien 'De Pelsmaecker'.

De drie mensen van hierboven worden nog eens afgebeeld in een 'Memorietafel van het Elisabethweeshuis ' in Culemborg: iets gewoner, maar echt nederig is het nog altijd niet. De heren dragen allebei een ketting van het Gulden Vlies, en haar ketting zal ook niet van klatergoud zijn. Jan en Antoon hebben een roodbruine tabbaard met overmouwen in goudbrokaat. Zij heeft weer dat witte onderhemd, daarboven een lijfje met vierkante halsuitsnijding - haar borsten worden als het ware platgedrukt, dat ook weer - haar mouwen zijn weer van hermelijn. Zeer luxueus is het allemaal: zelfs als ze zich 'eenvoudig' voordoen, blijft het heel exclusief; De betere kleermaker mocht het maken, en voor de andere gewone mannen en vrouwen gold: 'Daar mag je alleen maar naar kijken, maar aankomen niet!'

De afstand tussen de heel hoge adel en de derde stand moet zeer groot geweest zijn: echt twee aparte werelden waren dat. Toch: na haar overlijden werden uit haar erfenis twee weeshuizen gesticht: een in Hoogstraten en een in Culemborg. Helemaal wereldvreemd kan ze dan ook niet geweest zijn. Een bovendien: ons komt het niet toe over mensen van 500 jaar geleden te oordelen met de normen van vandaag. Wie weet hoe oordelen ze over 500 jaar over ons. Zoals Spinoza zei:'Caute!', 'wees voorzichtig'


Elisabeth van Culemborg met haar beide echtgenoten, links Jan van Luxemburg, rechts Antoon de Lalaing

In de grote ruimte van het museum hangen allerlei stoffen die voor de toplaag gebruikt werden: leuk om de kwaliteit daarvan eens te voelen. 'Krot en companie' is nog iets anders, stel je dan vast. Ze wisten wat het goede leven was, die leden van de hoge adel van vroeger, dat zeker!


Bont


Fluweel


De stoffen voor de allerrijksten: bont, fluweel, katoen, linnen, goudbrokaat, zilverbrokaat


We hebben een zeer interessante rondleiding meegemaakt, het was alles behalve verloren tijd. Verleden tijd, dat wel, maar het is boeiend daar op deze manier kennis mee te maken. Gaan kijken, zou ik zeggen.