vrijdag 23 februari 2018

Museum De Reede - Munch

Van Edvard Munch (1863-1944) kent iedereen wel het iconische schilderij 'De schreeuw'. Ik heb wel eens een paar andere van zijn hand gezien, waarin eenzaamheid vaak nadrukkelijk aanwezig is, maar een kenner van zijn werk kan ik me echt niet noemen. Ik wist dus ook helemaal niet dat hij zich vanaf de jaren negentig van de negentiende eeuw had toegelegd op de grafische kunsten, vooral op steendruk (litografieën).

Een indringend voorbeeld daarvan is een lithografie uit 1895: in het museum heette het 'Zelfportret met been'. Op een totaal zwart vlak zie je twee lichte vlakken: zijn gezicht met de kraag eronder, en helemaal onderaan de botten van een arm en een hand. Maar vooral zwart en een deel van het skelet: de dood is uit deze steendruk niet weg te denken. En dan dat gezicht zelf: het is alsof hij zich voor de spiegel staat af te vragen wie hij eigenlijk wel is, zich de existentiële vraag over zichzelf stelt: wie ben ik, wat doe ik hier, wat heeft het allemaal voor nut. Zijn priemende ogen vinden geen antwoord, dat is duidelijk. Heel alleen is hij, eenzaam tot en met. Aan zo'n man vraag je niet spontaan 'Willen we vanavond eens lekker gaan stappen?' Dan had Goya in zijn 'Zelfportret' veel meer met zichzelf op.


Zelfportret met been, lithografie, (1895)

In 'Melancholie' zit een man aan de oever van een meer of een zee troosteloos voor zich uit te staren. In de achtergrond een eiland waar een zwarte zon lijkt onder te gaan, met weer zeer spaarzaam gebruik van wit in de lucht en op de hoogten van het eilandje. Wanhoop, depressie en natuurlijk weer eenzaamheid zie ik hier, in ieder geval veel meer dan melancholie.


Melancholie, lithografie, 1896

Dat liefde doet lijden is geen nieuws, vooral als je verteerd wordt door jaloezie en degene op wie je je gevoelens hebt gericht, zich beter voelt met een ander, en je volledig buitengesloten wordt en alweer eenzaamheid je deel is. En optimistische kijk op het leven heeft Munch niet, dat is het minste wat je kunt zeggen.


Jaloezie, lithografie, 1896

Munchs houding tegenover de vrouw was ook niet simpel: veel geluk heeft hij met hen niet beleefd. 'Vrouw' stelt drie fasen of leeftijden uit een vrouwenleven voor: rechts de jeugd, de verwachting, de illusie, in het midden de volwassen vrouw en rechts, weer in het zwart, de ontgoocheling, de desillusie. Wat nog volgt is de duistere eeuwigheid van het niets: sic transit gloria mundi



Vrouw, lithografie, 1899

'De handen' hangt op de tentoonstelling net naast 'De steeg': daarop staat een naakte vrouw net in het midden van twee rijen mannen met hoge hoeden: de bourgeoisie die op haar pleziertjes uit is. In 'De handen' strekken ze allemaal hun losse handjes naar dezelfde naakte vrouw uit: ze heeft zo'n blik van 'pak me dan als je kan'. Zij denkt misschien de macht te hebben. Anderzijds proberen die handen niets anders dan haar naar beneden te halen, letterlijk en figuurlijk. Dat zij geen brave huismoeder is, zal duidelijk zijn.


De handen, lithografie, 1895

Zeer opvallend zijn twee lithografieën die Munch 'Madonna' noemt. Je hebt 'Madonna's met kind' en allerlei andere, maar naakte madonna's zijn bij mijn weten redelijk ongezien: een provocerende titel is het alleszins. Bovendien zien deze twee vrouwen er helemaal niet ongelukkig uit, integendeel zij lijken ten diepste bevredigd. Volgens de gids verenigt dit werk 'de kleine dood van het orgasme met de bevruchting en het ontstaan van het leven'. Maar de 'Heilige Maagd' daarmee associëren: je moet het durven.




Madonna (tweemaal), lithografieën, 1896-1902

De twee kleine witte vlekjes links van onderen zijn restjes van een witte foetus die op deze steendruk voor de rest niet te zien is.

Munch in Museum De Reede geeft een behoorlijk in zicht in 's mans psyche: hij heeft zijn leven niet geleid, maar geleden, kan ik niet nalaten te denken. Maar zeer interessant zijn zijn werken wel. Zeker de moeite om naartoe te gaan!

donderdag 22 februari 2018

Museum De Reede - Goya

Af en toe komt er in Antwerpen een museum bij: het Van Mieghem Museum op de Ernest Van Dijckkaai 9 is er nog niet zo lang, en nu is er vlakbij, op nummer 7 weer eentje bij: het Museum De Reede. Het stelt hoofdzakelijk grafisch werk tentoon van drie kunstenaars die de moeite waard zijn: Francisco Goya, Félicien Rops en Edvard Munch. Schilderijen hangen er niet, maar de etsen en steendrukken zijn van uitstekende kwaliteit.

Goya

Dat Goya behalve schilder een uitmuntend etser was zal bekend zijn, en er is bij De Reede niet weinig te zien. De hele reeks 'Caprichos' (1799) hangt er, plus 'Los disparates' - of die volledig is, weet ik niet - die ook bijzonder kritisch kijkt naar de dwaasheden in of van de menselijke samenleving: de eerste editie van die reeks werd pas uitgegeven in 1864, lang na de dood van de kunstenaar, die overigens leefde van 1746 tot 1828. In Europa was dat een bijzonder roerige periode: Franse revolutie, napoleontische oorlogen, het congres in Wenen, In België rommelde het, in Griekenland, in Polen. Er was genoeg om kritisch over te zijn. Zeker ook in Spanje, waar adel en Kerk het voor het zeggen hadden: die maatschappij was verre van open en progressief.


Francisco Goya y Lucientes, Pintor

Op een zelfportret uit 1797 beeldt hij zichzelf af als een burger die het gemaakt heeft: de armoede die in zijn land wijdverspreid was, straalt er niet echt van af; enige mate van hooghartigheid dan weer wel. Toch moet hij een scherp gevoel voor onrechtvaardigheid, schijnwaarden en wreedheid van de oorlog gehad hebben: zijn 'Los disastros de la guerra' is ook niet onbekend gebleven. Hij moet het hart wel op de juiste plaats gehad hebben, zou je denken als je zijn etsen bekijkt. Maar bitter was hij ook wel.

Uit 'Los desastres de la guerra' komt 'Tanto y mas'. Die reeks is geïnspireerd door de Guerra Peninsular die in het eerste decennium van de 19de eeuw begon; Spanje, Portugal en Frankrijk waren de strijdende partijen. Een aantal dode Spaanse guerrillero's ligt buiten de stadsmuren, boven en door elkaar: de wreedheid en rampzaligheid zit hierin dat de lijken niet begraven zijn, maar gewoon op een hoop gegooid, zonder enig respect, alsof ze slachtafval zouden zijn van een slachthuis dat grof buiten de lijntjes kleurt, immoreel en onethisch.


Tanto y mas (Erger nog)

'Los disparates' is in 'Museum De Reede' het best vertegenwoordigd. 'Disparate de bestia' (Dwaasheid van het beest) laat een olifant zien op de rand van  een rond plein (je kunt er piste van een circus in zien): Hij zou Koning Fernando VII kunnen voorstellen, en de mensen waar hij naar kijkt, zouden dan zijn vleiende raadgevers zijn die zijn meningen napraten en hem een wetboek voorhouden. Een koning voorstellen als een logge olifant, een toch redeloos, maar zeer sterk dier, is niet bepaald een compliment. Ook Velasquez had een eerder problematische verhouding met het hof: in Spanje was dat voor de intelligentsia toentertijd helemaal niet zo moeilijk.


Disparate de bestia

Goya verstopt zijn honende spot graag achter dieren, en niet vreemd voor een Spanjaard waren dat vaak stieren. 'Disparate de tontos' (De dwaasheid van gekken) laat een wanordelijk stierenbal zien, hevig hotsen en botsen doen ze, ze gedragen zich helemaal niet als normale dieren, het zijn compleet losgeslagen mensen in dierengedaante die je bezig ziet. 'Alles is ijdelheid' en waanzin, kun je erbij denken.


Disparate de tontos

Even dacht ik een soort van Pegasus te zien, maar neen, het was de 'Disparate volante' (de vliegende dwaasheid). Het lijkt een paard te zijn, maar dan eentje met een afschrikwekkende vogelkop, en vleugels van een best grote roofvogel: voor poëzie en vrede staat hij zeker niet. Op zijn rug zitten een weerloze man en vrouw, die door het vogelpaard ontvoerd worden naar ik-weet-niet-waar. Dit zou Goya's commentaar zijn 'op de fysieke beleving van de liefde en op het onvermogen van beide partners de hartstocht van dat ogenblik te beheersen'. Alweer een treffende metafoor is deze ets.


Disparate volante

Laten we er nog eentje aan toevoegen met alleen mensen erop: niet dat het dan vrolijker wordt, wel integendeel. 'El amor y la muerte' heet ze, eros en thanatos me andere woorden. De zielloze man zou gestorven zijn ten gevolge van een duel: voor zijn voeten ligt iets waarin je een zwaard of een degen  kunt herkennen. Deze dood is in ieder geval totaal iets anders dan wat men in de liefde 'de kleine dood' noemt: dit is de echte dood, en de vrouw houdt alleen maar pijnlijk verlies in haar armen, een geliefde die zo gek is geweest een duel aan te gaan en het ook nog eens te verliezen.


El amor y la muerte

'Los disparates' deed mij denken aan Erasmus' 'Lof der zotheid'. Die lacht met de dwaasheid van de mens, maar Goya neemt die zwaar op de korrel, haalt ze over de hekel, spot bijtend en kan er in feite niet mee lachen. Hij houdt zijn tijd een spiegel voor waarin zijn tijdgenoten liever niet wilden kijken. Daarom ook dieren in plaats van mensen, zoals in 'Van den vos Reinaerde'. Ik kan hem wel smaken, deze Goya, maar blij word je niet van al zijn donkerte.

De andere twee in 'De Reede', Rops en Munch, zijn evenmin vrolijke Fransen, maar daar heb ik het nog over.

Bron (bij interpretaties): gids van 'Museum de Reede', waar je veel uit kan leren.

dinsdag 14 november 2017

Schitterend verlangen: een paar hoogtepunten

'Schitterend verlangen' heet de tentoonstelling die je nog tot 14 januari kan bezoeken in het MAS; 'Over de emotie van diamant' luidt de ondertitel. Talrijke objecten zijn er te zien: juwelen, kronen, liturgische voorwerpen ingelegd met diamanten, schilderijen van rijke dames, je kunt je ogen er wel de kost geven.

Het eerste juweel dat mij treft, is de verlovingsring van Maria van Bourgondië: wegens mijn familienaam heeft de hertogelijke familie 'de Bourgogne' mij van in de lagere school al geïnteresseerd. Niet dat ik een verre nazaat van een of andere 'Grote Bastaard' ben, maar de naam schept een band. Die ring heeft ze in 1477 van Maximiliaan van Oostenrijk gekregen: op 19 augustus van dat jaar trouwt de twintigjarige Maria met haar achttienjarige bruidegom. Het is wel de eerste gedocumenteerde verlovingsring met diamanten, en dat zette meteen een trend. Deze ring toont frontaal een rode 'M', waarvan het linker- en rechterbeen diamanten bevatten. Een mooi en kostbaar kleinood is het alleszins, een liefdesgave, door de schittering van de steentjes, de symboliek van zijn duurzaamheid en 'eeuwigheid': 'Diamonds are forever', zoals we allemaal weten.


De verlovingsring van Maria van Bourgondië, 1477

Een prachtstuk is ongetwijfeld de diadeem van onze Koningin Elisabeth. Hij werd 'gecreëerd' door het Huis Cartier in Parijs in 1910, en in 1912 was hij al in haar bezit. Toen ze is 1965 stierf, erfde Koning Leopold III hem, na zijn dood ging hij over in de handen van Liliane Baels, zijn tweede echtgenote, en was dus haar persoonlijke eigendom. In 1987 verkocht zij hem weer aan Cartier, zonder Koning Boudewijn of Koningin Fabiola te raadplegen of op zijn minst op de hoogte te brengen. Daardoor ontstonden wrijvingen in de koninklijke familie, en volgens de geruchten was die 'not amused', om het in diplomatieke taal uit te drukken. Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat het een schitterend sieraad is: zoveel diamanten, zulke sierlijke vormen, zoveel uren werk: je wilt niet weten hoeveel dat precieuze dingetje gekost heeft. Het was bij wijze van spreken ongeveer van ons, maar nu helaas niet meer! Sic transit gloria mundi, of toch het Belgische patrimonium.


De diadeem van Koningin Elisabeth van België, Cartier, 1910


Op een foto uit 1920 draagt Koningin Elisabeth al dat diamanten gedoe: ze doet niet haar best om sympathiek te kijken of te lijken: erg toeschietelijk of aantrekkelijk komt ze niet over. Ze had als koningin-verpleegster toch al de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, maar de betekenis daarvan is nog niet tot haar doorgedrongen: ze laat zich portretteren als een 24-karaats Belle Epoque-figuur, en die tijd was net door de 'Groote Oorlog' tragisch afgesloten.


Koningin Elisabeth met de diadeem, foto uit 1920

Van Rubens hangt er een schilderij uit 1630-1640: 'Helena Fourment met diamanten borsthanger. En dat is puur rijkdom en status etaleren: ze draagt kostbare kleren, maar niet alleen dat. Ze heeft een lange gouden ketting met tafeldiamanten omhangen, op haar mouwen en in haar haar zitten sieraden met diamanten versierd. Met zo'n vrouw kon je onder de mensen komen, daar moet Rubens zich goed van bewust zijn geweest. Overigens lees ik dat er in hun huwelijkscontract sprake was van 'juweelen en fraeijcheden': beide partijen wisten waar ze mee bezig waren. (Een tafeldiamant is een steen met een vlak gesneden bovenkant, niet iets om speciaal aan tafel te dragen.)

De foto naast Helena Fourment  toont zo'n diamanten borsthanger die erg op die van Helena lijkt, en die uit dezelfde periode komt: hij heeft ook vele en grote tafeldiamanten. Privéjets bezaten de lui uit de zeventiende eeuw niet, maar ze kenden best heel wat andere en goede middelen om zich van hun tijdgenoten te onderscheiden: ik ken me zonder moeite indenken dat er makkelijk een competitie was van 'baas boven baas'.


Rubens, Helena Fourment met borsthanger / Gelijkend sieraad uit dezelfde tijd

Jan Fabre benadert al die luxe, schoonheid, status en opschepperij kritisch. Drie werken van hem gaan over Belgiës koloniale verleden en bezigheden in Congo. 'Skull with Diamond' uit 2013 is daar een voorbeeld van: een uiteraard niet aantrekkelijke doodskop, gemaakt met schilden van de juweelkever, heeft een grote diamant op zijn schedel. Mij lijkt dat een kloofijzer dat die schedel om het helemaal af te maken nog eens grondig moet splijten: een efficiënte metafoor voor de ondergang van de mens door zijn hang en drang naar materie en uitzonderlijke eigendommen.

Op het einde van de tentoonstelling hangt die schedel: hij brengt je weer met de voeten op de grond, en doet je beseffen dat het niet al goud of diamant moet zijn dat blinkt. En dat voor de ontginning van die bodemschatten nogal wat niet-menswaardig werk verricht moest worden. Niet door blanken natuurlijk, niet door ons.
Jan Fabre, Skull with Diamond, 2013


Wil je veel moois en schitterring, mateloze pracht en bezit gaan bekijken: naar het MAS! Je kunt je sommige dingen en toestanden niet indenken voor je ze gezien hebt. Zoals de kroon van de Russische tsaar, en nog meer van dat fraais.

vrijdag 3 november 2017

'Meesters in beeld' (Museum M) - Keizer Agustus, de Samaritaanse een tabernakelaltaar

Vermoedelijk uit Brussel komt een zeer eigenaardige houtsnijwerk: 'Het Visioen van Keizer Augustus en van Johannes de Evangelist op Patmos'. Dat Johannes zijn visioen, zijn Openbaring, op Patmos gekregen heeft, dat is bekend, maar wat komt Keizer augustus daar doen? Ze waren min of meer tijdgenoten, maar de keizer kan Johannes nooit gekend hebben, laat staan dat hij samen met Johannes op Patmos is geweest. Een beetje zoeken brengt de oplossing, en daar komt een sibille aan te pas. Volgens een middeleeuwse legende voorspelde de Sibille van Tibur de komst van Christus aan de keizer! (Wanneer in de middeleeuwen weet ik niet, wel dat Tibur het huidige stadje Tivoli is). Propaganda op zijn best is dit verhaal: als Christus zelfs aan de keizer was voorspeld, moest het wel waar zijn, werd de middeleeuwer verondersteld te denken! Augustus en Johannes worden in de rug min of meer gesteund door een vrouw een een jongeman die allebei naar de hemel wijzen: alle zegen komt van boven beelden ze uit. En tussen de twee mannen ziet het symbool van Johannes: de adelaar.

(Het beeld is in eikenhout, van rond 1500, en alweer afgeloogd)


Het Visioen van Keizer Augustus en van Johannes de Evangelist op Patmos

Een polychroom 'beeldengroepje' beeldt de ontmoeting van Christus met de Salaritaanse vrouw aan de waterput uit (Joh 4:1-42). Het is een verhaal waarin Christus blijkt geeft van zijn breeddenkendheid en verdraagzaamheid: hij is immers en Jood, zij een Samaritaanse, en die volkeren schoten niet te best met elkaar op. Hij vraagt haar water, zij is weigerachtig, hij zegt dat hij haar levend water kan geven, waardoor zij nooit meer dorst zal hebben, ze vertelt dat aan haar dorpsgenoten, ze meent dat hij de Messias zou kunnen zijn, waardoor talrijke Samaritanen ook in hem beginnen te geloven.

Stichtelijk verhaal alweer, waar Christus uitkomt als de perfecte mens die met iedereen in vrede wil leven en iedereen vrede wil geven. Ik kan me voorstellen dat die verhalen 500 jaar geleden erg bekend waren, en dat ze voor de mensen van toen een duidelijke boodschap overbrachten.

Dit beeld komt uit de Noordelijke Nederlanden, is van ca. 1520-1530, in eikenhout en polychroom. Een anonieme meester-beeldhouwer heeft dit gemaakt: de kleren van de vrouw en van Christus plooien rijkelijk en natuurlijk, de put is mooi versierd, zij giet met een forse geut haar emmertje leeg in een grotere kruik. Juweeltjes zijn veel van deze beelden: gemaakt met een vakmanschap en liefde voor het beeldhouwen die je alleen maar kan bewonderen. Zeer bijzonder vind ik het.


Christus met de Samaritaanse Vrouw aan de Bron

Uit de Zuidelijke Nederlanden (mogelijk uit Doornik, ca. 1400) komt een ivoren 'tabernakelaltaar met vleugels'. Centraal staat een 'Moeder met kind', en dat heeft een wereldbol in zijn rechterhandje, een vertrouwd symbool in de katholieke iconografie. Dat thema wordt in de deurtjes nog een paar keer herhaald, en je vindt daar ook afbeeldingen van de schenkers of opdrachtgevers. Een tabernakel is de plaats waar de hosties bewaard worden, dus denk ik dat dit voorwerp gebruikt werd door priesters die de communie moesten geven buiten de kerk, aan stervenden bijvoorbeeld, of die dat meenamen als ze op reis waren, wat bij de hogere geestelijkheid wel eens voorgekomen zal zijn: geestelijken moeten dagelijks een mis opdragen. En met die hosties kon niet gebeuren: deurtjes toe, en ze waren veilig en beschermd. Zo krijg je dus een gebruiksvoorwerp voor alle dag, maar dan kunstzinnig uitgewerkt. En het zal ook wel kostbaar geweest zijn: ivoor groeide hier in de middeleeuwen ook niet aan de bomen. Iets exclusiefs was, en niet iedere 'pape' zal zoiets niet in huis gehad hebben.


Tabernakelaltaar met vleugels, ca 1400

'Meesters in beeld' is een zeer interessante tentoonstelling: stuk voor stuk zie je meesterlijk uitgevoerde beelden, je ontdekt hier en daar verhalen die je nog niet kende, voorwerpen die je nog niet gezien had. Het helpt wel als je een en ander van de christelijke traditie kent, want in vijfhonderd jaar tijd zijn  we daar ondertussen behoorlijk vervreemd van geraakt. Maar toch: een aanrader!

woensdag 1 november 2017

'Meesters in beeld' in Museum M - Sint-Anna-ten-Drieën

Een beeld - beeldengroepje - dat op het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw ook behoorlijk in was, is Sint-Anna-ten-Drieën: Anna, de moeder van Maria, Maria zelf en het Christuskind samen. Soms zijn ze eerder eenvoudig, een andere keer echt uitgewerkt.

In het eerste beeld zitten ze alle drie in een grote stoel, een troon lijkt het wel. Anna zit van boven: als grootmoeder van Christus lijkt zij de belangrijkste te zijn, is het grootst en krijgt de meeste aandacht. Het boek dat ze op haar rechterknie vast heeft, is het evangelie. Maria is afgebeeld als jonge vrouw, en heeft de kleine Jezus op haar schoot. Ze houdt hem een druiventros voor. En die komt meer voor in een Sint-Anna-ten-Drieën. En in het Oude Testament: toen Jozua en Kaleb na de terugkeer uit Egypte het land van Kanaän gingen verkennen, het land van hun voorouders, vonden zij er een overvloed aan vruchten. Om dat te bewijzen brachten zijn een druiventros mee terug: die was zo zwaar dat ze hem met zijn tweeën aan een stok moesten dragen. Naar dat land moesten de Israëlieten dus gaan, dat was evident. Weer in de kerk van Hoogstraten is die gebeurtenis uitgebeeld in een zittertje van het hoogkoor.


Jozua en Kaleb met de druiventros, omstreeks 1538 (Hoogstraten)

Het zal duidelijk zijn dat de druiventros bij de Sint-Anna een figuurlijke betekenis krijgt: ze stellen de vruchten van Christus' prediking en van het geloof voor. Mooi en kunstig uitgewerkt is het beeld alleszins.


Sint-Anna-ten-Drieën

Ook niet echt groot is de groep uit het Maasland, van circa 1520, in eikenhout. Hier zijn de posities iets veranderd: Anna en Maria staan allebei recht, ze zijn als het ware gelijken geworden, en Christus is hier nog een echt Kindje Jezus: in zijn rechterhandje lijkt hij een speeltje vast te hebben, een rammelaar misschien. De druiventros is er nog niet: Jezus is nog een beetje te jong. En weer ben ik getroffen door het meesterschap van de beeldhouwer: eikenhout is niet echt zacht, maar de natuurlijkheid van het beeld is verbluffend. Een groot kunstenaar was degene die dit gemaakt heeft, ongetwijfeld.


Sint-Anna-ten-Drieën, Maasland (Elsloo-groep), ca.1520

De grootste in Leuven is die van ene 'Meester Balthazar', uit Luik, van ca. 1510-1520, ook weer in eikenhout, en pas later beschilderd. Balthazar heeft geen achternaam, zodat we eigenlijk nog niets weten. De kleren wallen weer mooi, het evangelieboek is echt goed gebeeldhouwd, met ruimte tussen sommige bladen, mar de gezichten vallen me toch wat tegen: veel uitdrukking hebben ze niet, ze doen eerder romaans aan.





Meester Balthazar, Luik, 1510-1520

De druiventros is er hier weer, en de kleine Jezus wil die graag aanpakken. Samen met het boek is dit een mooi detail.


Meester Balthazar, Sint-Anna-ten-Drieën, detail

Ik heb veel moois gezien bij 'Mesters in beeld', en tezelfdertijd een aantal christelijke (katholieke) verhalen en legendes weer opgefrist. Ook al geloof ik er niet in, ik kan me voorstellen dat ze de mensen van 500 jaar geleden veel troost boden, in ondermaanse dat toen veelal echt wel een tranendal was. Dat hebben die verhalen wel: fantasie, maar eigenlijk wel mooi.

Meesters in beeld (Museum M) - Sint-Antonius

Een tentoonstelling die niet met toeters en bellen aangekondigd is, kun je op dit ogenblik bezoeken in Museum M in Leuven: 'Meesters in beeld' heet ze, en ze is zeer zeker de moeite waard. Religieuze beelden in hout zijn er te zien: heiligen, taferelen uit heiligenlevens, crucifixen, een sedes sapientiae, het is er allemaal. En niet van bekende namen, van een Claus Sluter of zo: werken van anonieme kunstenaars zie je, hooguit met een noodnaam, of beelden met de waarschijnlijke plaats van herkomst. Je kunt ook de populariteit van de heiligen vaststellen: de Heilige Catharina van Alexandrië kom je meermaals tegen, en Sint-Maarten van Tours, Sint-Anna-ten-Drieën en mogelijk de best in de markt liggende van allemaal: Sint-Antonius, de Heremiet, de Kluizenaar, Sint-Antonius Abt, en die met zijn varken. Al die namen verwijzen naar dezelfde persoon. En als je eerste officiële voornaam voluit 'Antonius' luidt, heb je hoe dan ook een band met hem. Mijn vader decreteerde dat Antonius met zijn varken mijn patroonheilige was, feestdag op 17 januari. Voor de volledigheid: de beelden op deze tentoonstelling komen allemaal uit de periode 1480-1530.

Een prachtig beeld is 'De verzoeking van de Heilige Antonius'. Voor zijn kluis,  die op een hoogte staat, wordt Antonius belaagd door vier afschuwelijke figuren: links probeert een lelijke duivel, eentje met een afgrijselijke 'smoel' en roofvogelpoten, hem zijn paternoster afhandig te maken. Rechtsboven staat een soort draak vervaarlijk met een knots te zwaaien, vlak voor dat dier staat dan weer een fantastische roofvogel angstaanjagend te krassen en te krijsen, en rechts van Antonius ligt nog een draak te dreigen. Links bekijkt een klein, normaal varkentje naar de heilige, zo met de bezorgde vraag: wat gebeurt er met mijn meester?

Prachtig dramatisch tafereel is dit, op meesterlijke wijze vorm gegeven door deze onbekende kunstenaar. Want dat hij veel meer dan een ambachtsman was, is zonder meer wel duidelijk: kijk naar het gezicht van het duiveltje, naar de manier waarop de drie monsters aan de rechterzijde in beeld zijn gebracht, het getormenteerde gezicht van Antonius. Een meesterwerk is het zonder meer! Met wat voor een precisie en geduld die man de emoties en de verschrikkingen in beeld heeft gebracht!


De Verzoeking van de Heilige Antonius

Nu wil het geval dat ik hetzelfde tafereel in de Sint-Katharinakerk in Hoogstraten al eens gezien heb, op het wandtapijt uit 1540. Kennelijk was dat een geliefkoosd thema in die tijden van godsdienstige troebelen. Ook hier  monsters en duivels: de hel was toen in ieder geval zeer nadrukkelijk aanwezig.


De Verzoeking van de Heilige Antonius (Hoogstraten)

Een totaal ander Antoniusbeeld komt uit Gelderland en stelt gewoon de Heilige Antonius de Heremiet voor. Het dateert van ca. 1480-1490, is van eikenhout, en de polychromie is 'afgeloogd': dat wil zeggen 'met loog zuiveren', met andere woorden de verf die op het beeld zat is er opzettelijk afgehaald. Maar zonder beschildering is dat beeld ook best mooi. Met liefde is er aan gewerkt: de krullen in de baard van Antonius bewijzen dat. Heel sereen lijkt hij hier: hij leest in een evangeliënboek, heeft een Tau-kruis of Antoniuskruis in zijn linkerhand, dat ongetwijfeld samen met het boek het monster krachteloos maakt, hoewel dat met zijn lelijke rechterpoot de heilige toch tracht te raken. En helemaal links onderaan , naast het monstertje, komt weer het trouwe varkentje piepen. Verder niks aan de hand: het geloof houdt de verzoeking af.


De Heilige Antonius Heremiet, Gelderland, 1480-1490

Een Antonius de Heremiet uit Leuven (mogelijk, waarschijnlijk?) is iets eenvoudiger: hij heeft gewoon een wandelstok vast, weer een evangelie, en aan zijn voeten weer het obligate varkentje. Volgens de uitleg bij het wandtapijt in Hoogstraten werd dat varken door de volgelingen van Antonius opgenomen, omdat het net als zij zijn voedsel op straat zocht. Anderen zien in het dier de door Antonius overwonnen duivel. Opmerkelijk bij dit beeld is het hoofddeksel van Antonius: dat moet in die tijd erg in de mode geweest zijn: Erasmus zie je er ook vaak mee afgebeeld. Bewonder ook de natuurlijk plooival van de kledij van de heilige: mooi gedaan alweer!


De Heilige Antonius Heremiet, Leuven (?), ca. 1490

Een rijke tentoonstelling is 'Meesters in beeld': Katharina kan nog in beeld komen, Sint-Maarten, of Sint-Anna-ten-Drieën. Of zelfs Johannes de Evangelist en Keizer Augustus, wat een eigenaardige combinatie is! Maar in het geloof kan alles.

maandag 23 oktober 2017

'Arab Cartoons' in De Warande - Abdalla Al Omari

De tentoonstelling 'Arab Cartoons' in 'De Warande' is inmiddels afgelopen, en dat is een beetje jammer: die had best wat langer dan 15 dagen mogen duren. Een van de kunstenaars die eruit sprong, is Abdalla Al Omari, geboren in 1986 in Damascus, een Syriër die ondertussen in Brussel woont, en die de auteur is van 'The Vulnerability Series'. Eerder dan cartoons die we meestal gewend zijn, gaat het hier om wat wel echte schilderijen lijken te zijn. En dat zijn ze ook, maar niet op deze tentoonstelling: hier kun je twee kopieën van zijn werk zien. Zijn 'Kwetsbaarheid Reeks' werd geveild via Christies en in Londen en Hamburg geëxposeerd, zoals je uit de teksten bij zijn werk kan leren: niet de minste dus, deze Abdalla Al Omari.

Het eerste werk toont je een 'vertrouwd' beeld: een rij vluchtelingen of ontheemden, aanschuivend voor een portie eten om enig overleven toch mogelijk te maken. Ze hebben pannen bij zich, borden, schotels, zelfs een emmer. De rij wordt geopend door twee jongens van een jaar of 12-13, een zwarte en een blanke: de rampspoed kiest geen ras. Vlak achter hen staat Obama, dan Kim Jong-un, een ventje van een jaar of zestien, iemand in de volle bloei van zijn puberteit. Eventjes verder kijkt Poetin of er nog geen schot in de rij komt, Assad staat net achter hem - voor de bescherming allicht. Eventjes verderop staat iemand in wie je Ayatollah Khamenei kunt herkennen, en mogelijk staan er nog politieke leiders van meer dan plaatselijke betekenis in deze eindeloze file. Een aantal van deze lui zijn ironisch genoeg net diegenen die de 'rijen', de kwetsbaarheid veroorzaken, die wij als bedreigend beschouwen. De omgekeerde wereld? Niet per se: zijn kunnen ook kwetsbaar zijn, het zijn ook mensen. En dat zouden ze zelf ook eens mogen bedenken.
 

The Vulnerability Series - wereldleiders

Kim Jong-un krijgt een portret ten voeten uit: dat verdient de 'Briljante Kameraad' of de 'Geweldige Leider' zeker wel. Alleen ziet hij er bij Al Omari niet echt zo uit: hij lijkt nog jonger nu (13 jaar?), hij kijkt een beetje betrapt met zijn  gevaarlijk speelgoed dat hij achter zijn rug tracht te verbergen, tezelfdertijd beteuterd en sip omdat hij zijn speeltje niet mag of kan of durft te gebruiken. Je zou medelijden met hem krijgen: een pyjamabroek draagt hij, met een pijp half opgerold, en dan een groene sweater die er eigenlijk niet bij past. Hij schijnt net opgestaan te zijn, en vrolijk begint zijn dag niet, dat is duidelijk. Meewarig, deerniswekkend kijkt hij de wereld in. 'Het komt over een paar jaar nog wel goed met je', ben ik geneigd te denken. Maar hij blijft gevaarlijk: zo'n pubertje met dergelijk speelgoed tegenover een andere ongeleide puber. Gezellig is het allemaal niet!
 

The Vulnerability Series - Kim Jong-un

Meer dan cartoons zijn deze twee werken: je kunt er wel eens mee lachen, eerder grim- dan glimlachen, meesmuilen. De wereld kan nog wel wat verbetering verdragen, voel je dan.

p.s.: Abdalla Al Omari kreeg onlangs asiel in België? Momenteel leeft en werkt hij in Brussel.