vrijdag 6 juni 2014

Zepperen, Sint-Genovevakerk, de muurschilderingen - 2

Vlak tegenover 'Het laatste Oordeel' is het levensverhaal van de Heilige Genoveva van Parijs uitgebeeld, de patroonheilige van deze Limburgse kerk.
Zij leefde in de vijfde eeuw, is geboren in Nanterre, ging na de dood van haar ouders in Parijs bij haar meter wonen en bouwde er als godvruchtige vrouw een imponerende reputatie op. Ze verrichtte behoorlijk wat wonderen, spaarde Parijs van een bestorming door Attilla en de Hunnen, deed de uithongering van de stad door de Franken mislukken: met elf opgeëiste boten slaagde zij erin graan aan te voeren. Niet verwonderlijk dat zij de patrones van Parijs is. Haar ouders zouden eenvoudige lieden geweest zijn, maar een andere tekst stelt dat zij Gallisch edelen waren die meer dan voldoende bezaten. 

In de muurschildering, eigenlijk een beeldverhaal, laat de eerste tekening haar met haar ouders zien: Severus en Gerontia heten ze. Je ziet haar verder bij de bouw van een kerk (Saint-Denis in Parijs), bij een put waar ze een verdronken jongen weer tot leven wekt, en de schepen waarmee ze de stad van de uithongering heeft gered, zijn meermaals afgebeeld.


Het beeldverhaal over Sint Genoveva


Detail: Genoveva zult op een wonderbaarlijke manier een lege kan met water

Dat verhaal moeten de mensen uit de zestiende eeuw echt goed gekend hebben: als je er als eenentwintigste-eeuwer voor staat, weet je niet waarover het precies gaat, maar het internet brengt dan enig licht.

Ook het gewelf tussen de twee muurschilderingen is met ijver aangepakt: je vindt er onder andere de afbeeldingen van de tetramorf, de symbolen van de vier evangelisten, alles ter lering en zielenheil van de gelovigen.


De engel van Mattheus


De gevleugelde stier van Lucas

Kerkinterieurs moeten er voor de Reformatie heel anders uitgezien hebben dan nu: de mensen werden met beelden en schilderingen bij de godsdienstige les gehouden, want lezen konden de meesten niet; de catechismus hing permanent aan de muren. Maar daar is dan de beeldenstorm overheen gekomen, hoewel ik vermoed dat die in Zepperen niet gepasseerd is (de schilderingen werden pas in 1643 aan het oog onttrokken). De getroffen kerken werden nadien opnieuw met schilderijen en barokke altaren gevuld, maar van uitbundige muurschilderingen was geen sprake meer: tijd en mentaliteit waren veranderd, de middeleeuwen waren voorbij.


Maria met kind

Een ander kunstobject is een piëta uit 1480: naast de afbeelding van 'moeder-en-kind' is die van 'Maria met haar dode zoon op haar schoot' in de vijftiende eeuw een geliefkoosd onderwerp. Hier geeft haar gezicht uiting aan een stille, ingehouden droefenis, en de magerte van Christus drukt zijn lijden dan weer treffend uit. De plooienval in de kleding van de maagd verraadt een behoorlijk meesterschap van deze anonieme Vlaamse meester in  de gotiek. Leuk ook dat het beeld polychroom is: dat waren alle houten beelden in die tijd, maar hier zijn de kleuren bewaard. Bovendien, en dat is toch een tour de force, is het uit een stuk eikenhout gehouwen: dat brengt voor de kunstenaar toch heel wat beperkingen mee, maar 'in der Beschränkung zeigt sich der Meister', wat deze man duidelijk waarmaakt.


Anoniem, Piëta uit 1480

De Sint-Genovevakerk van het dorpse Zepperen is een kleine goudmijn: je staat versteld van de laatmiddeleeuwse kunst die je er vindt.  Dat is misschien net te danken aan het feit dat het een eerder ingeslapen plaats was geworden in de eeuwen volgend na 1509. Maar het is de trip ernaartoe dubbel en dik waard, Heel zeker!

zondag 1 juni 2014

Zepperen, Sint-Genovevakerk: de muurschilderingen - 1

De muurschilderingen in de Sint-Genovevakerk komen uit het einde van de vijftiende eeuw, of uit 1509: op twintig jaar komt het niet echt aan. Maar tijdens de Contrareformatie, in 1643, op het einde van de Tachtigjarige Oorlog, werden ze met een laag kalk overschilderd. De tijden waren kennelijk veranderd: kritiek op het instituut moest geweerd worden, het moest allemaal iets verhevener en deugdzamer. Op het einde van de negentiende eeuw, in 1898, ontdekte priester-historicus Polydoor Daniëls de werken: ze waren dan wel geconserveerd, maar er diende toch ook restauratie aan te pas te komen.

Boven het rechterzijaltaar bevindt zich 'Het Laatste Oordeel', een voorstelling van de jongste dag, waarop Christus het oordeel zal vellen over de levenden en de doden. Hij zit centraal op een regenboog, een beeld dat bij de Vlaamse primitieven ook voorkomt, zo bij voorbeeld op Van der Weydens 'Laatste Oordeel' dat in Hôtel Dieu in Beaune hangt: de onbekende kunstenaar moet de traditie gekend hebben. Naast hem twee groepjes heiligen: rechts vrouwen, die talrijker zijn dan de mannen links, maar je kunt erover lezen dat er links gewoon meer plaats was. Helemaal links wordt de 'civitas dei' afgebeeld als een kasteeltoren: je komt er zomaar niet binnen. Sint-Pieter, met de obligate sleutel in zijn rechterhand, leidt met zijn linkerhand de eerste van een rij gelukzaligen de eeuwige zaligheid binnen.


Het Laatste Oordeel

Christus, de Opperrechter, draagt de sporen van de kruisiging: wonden in zijn handen en die van de lanssteek in zijn rechterzij. Oog voor het correcte detail heet dat dan. Achter zijn schouders bevindt zich het zwaard van de rechter: rechts van hem het gevest, boven de verdoemden die naar de hel moeten, links is het een bloeiende tak bloemen geworden, boven de gelukzaligen natuurlijk. De bloemen kunnen volgens mij geen andere dan egelantieren zijn, ook een symbool voor Christus, want hij is degene die genoemd wordt 'In liefde bloeyende'.


De Opperrechter

Er staat ook heel wat Latijnse tekst op de schildering, al dan niet lees- en verstaanbaar. Uit uit een bazuin-met-kronkel van een engel klinkt 'Surgite vos mortui', en boven het zwaard van Christus 'Et venite ad judicium', of in hier passend plechtig Nederlands 'Staat op gij doden, en komt naar het oordeel'. Onder die engel staat de aartsengel Michael, die de zielen weegt. Daar vind je iets grappigs: een duiveltje probeert aan de rechterschaal van de balans de weging te saboteren, maar Michael duwt hem met zijn kruisstaf weg: het oordeel moet en zal correct zijn!


De aartsengel Michael, de zielen wegend

Het meest dramatische deel van het werk zit in de linkerbenedenhoek: de hel en haar verschrikkingen. Ze wordt voorgesteld als een afschuwelijk en enorm draakachtig monster, zijn muil ver opengesperd om alle verdoemden op te kunnen slokken, en voor de zekerheid zit er nog een stevige ketting voor. Net achter de ketting staat een interessant rijtje mensen: een bisschop met mijter, twee koningen met kronen, een pastoor met hoed en een monnik met tonsuur, 'bien etonnés de se trouver ensemble'. Vlak voor de muil zit een naakte vrouw van lichte zeden, belaagd door een duivel, je ziet een zondaar op een pijnbank gegeseld worden en twee andere worden met de kruiwagen aangevoerd. Bijzonder levendig en kritisch voor kerk en samenleving is dit tafereel, om duimen en vingers af te likken! Het zou me niets verwonderen dat de overschildering in de zeventiende eeuw hier haar reden vindt. Het lijkt me dat de kunstenaar ook zeer goed naar miniaturen gekeken moet hebben: die open muil lijkt nog op een grote hoofdletter 'D', en in de ruimte van de letter wordt dan de tekening gemaakt. En de stijl lijkt me ook zeer verwant. De tekst heeft het hier over 'dolor, pena, desolatio plena'. In een vers gezegd: 'Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt.'


De helse verschrikkingen, het inferno.

Toch heeft het iets satirisch en komisch, schopt het tegen zere benen en probeert het heilige huisjes om te duwen: ik kan het wel waarderen. Puik werk vind ik het.

zaterdag 31 mei 2014

Zepperen: Sint-Genovevakerk

En dan ben ik naar Zepperen gereden, 15 kilometer voorbij Hasselt, in de richting van Sint-Truiden, waar het ondertussen een deelgemeente van is. Je bent meteen in  Haspengouw, wat je merkt aan de fruitbomen. Maar daarvoor ben ik er niet gaan kijken: om de kerk was het mij te doen, de Sint-Genovevakerk met name. Die heeft een prachtige, stoere romaanse kerktoren: ik moest slechts de foto van de toren bekijken, om te weten dat het bouwwerk authentiek was. Dat wilde ik per se van dichtbij gaan bekijken.

Die toren dateert uit de twaalfde eeuw: hij is dus zowat 1.000 jaar oud!
Als bouwmateriaal werd silex gebruikt, wat in die tijden in Limburg (toen het graafschap Loon) niet ongebruikelijk was. Sterk is silex in ieder geval: er zal ooit wel wat restauratie aan te pas gekomen zijn, maar de toren staat er nog altijd imposant te wezen. De romaanse kerk zelf heeft in de periode 1430-1509 plaats moeten maken voor een nieuw gebouw in Demergotiek, die in deze streken toentertijd typisch was. Alleen de oude toren bleef behouden, maar er kwam wel een nieuwe spits op.


Sint Genovevakerk: de toren uit de 12de eeuw; op de voorgrond de classicistische kerkhofpoort uit 1765


Het deel vlak onder de nieuwe spits vind ik het meest geslaagd: symmetrisch geplaatste rondboogvensters met zuiltjes die die vensters nog verdelen. Het geeft het gebouw lichtheid en elegantie, het deed me zelfs denken aan Italiaanse campaniles, waar die manier van werken nog veel gesoftistikeerder werd toegepast.



Twee lagen elegante rondboogvensters

Naast de kerkhofpoort staat een bord met informatie over het dorpsplein (het Sint Genovevaplein) en een tekening van het plein met de belangrijke gebouwen.
De tekst vertelt dat er al rond het jaar 650 een 'bedehuis' (kapel of kerkje) was gewijd aan de Heilige Genoveva van Parijs, en je leert ook de oude Latijnse naam van het dorp: 'Septimburias' komt voor in een heiligenleven uit het einde van de achtste eeuw, het woord betekent 'zeven koten'. Links naast de kerk staat de pastorij uit 1779, en erachter rechts is de 'Ouwerhoeve' met een duiventil met torentje uit 1665. Nogal wat merkwaardigs staat hier op een kleine oppervlakte bij elkaar: het plein en het dorpsgezicht zijn dan ook sinds 1983 beschermd. Zeer terecht, zeggen we dan.


Dorpsgezicht, beschermd sinds 1983

Maar het mooiste en interessantste heb ik dan nog zien: dat bevindt zich in de kerk, en dat zijn de muurschilderingen uit het einde van de vijftiende eeuw, of uit 1509 zeer precies: de bronnen verschillen van mening. Wat niet wegneemt dat die schilderingen een reisje naar Zepperen bijna een 'must' zijn.


Maria met kind, 1509 of iets vroeger

donderdag 15 mei 2014

Ravage - Leuven Museum M

In Museum M in Leuven kun je tot 1 september naar de tentoonstelling 'Ravage, kunst en cultuur in tijden van conflict'. De voor de hand liggende aanleiding is de brand van de stad op 25 en 26 augustus 1914, maar 'Ravage' is niet beperkt tot Leuven en de Groote Oorlog. Je vindt er werken van de vijftiende tot de eenentwintigste eeuw: oorlog, geweld, vernieling en verwoesting hebben kunstenaars altijd al gefascineerd. Mij hebben vooral die uit de modernere of zeer recente tijden aangesproken.

Een werk valt op door zijn afmetingen: 'een wandtapijt dat Floris Jespers in 1935 in opdracht van de Belgische staat. Het was een pronkstuk op de wereldtentoonstelling van New York in 1939, en is sindsdien in de VS gebleven: het is voor het eerst in bijna 80 jaar weer in ons land'. Dat lees je in een bijlage van De Standaard, die je op de tentoonstelling mee kunt nemen. Het werk toont de verschrikking van de oorlog in Leuven: de brandende bibliotheek waardoor 300.000 boeken in de vlammen opgingen, een groot kanon, een eenzame moeder met kind, benen van een gesneuvelde soldaat die nog niet helemaal door de aarde opgeslokt is, een kapotte Griekse zuil, een Belgische soldaat die helemaal alleen ook niets vermag. De rampspoed en de onmacht van België tegenover de Duitse overmacht en gruwelen duidelijk in beeld gebracht. Maar de redding en de hulp kwamen van over de Atlantische Oceaan: in een handpalm twee vredesduiven, links schepen en 'marines' die voedsel aanvoeren, boven gezichten op Amerikaanse steden. Het vrijheidsbeeld is prominent zichtbaar, met daarnaast president Hoover, die in de oorlog voorzitter was van de 'Commission for Relief of Belgium'. Helemaal van onderen kun je lezen: 'The United States saved Belgium / from starvation during the war' en aan de rechterkant 'When  peace came they helped to rebuild / the country and its scientific institutions'. Duidelijke dankbetuiging aan het land dat ons in 44-45 nog eens zou komen bevrijden.

Floris Jespers wordt een modernistisch kunstenaar genoemd: het expressionisme heeft hij in ieder geval goed geassimileerd.


Floris Jespers, American Welfare - Commission for Relief in Belgium, wandtapijt, 1935

Een werk dat er om zijn picturale kwaliteit echt uitspringt is 'De brand van Constantinopel' van William Turner. Die ramp zou in 1836 gebeurd zijn, Turner is in 1851 gestorven: in de vijftien tussen de twee jaartallen is het schilderij dus ontstaan. De meeste schilderijen van brandende steden in 'Ravage' woekeren in geel en zwart: de vlammen en de rookkolommen moeten de verschrikkelijke verwoestingen scherp en indringend overbrengen. Bij deze Turner is dat niet zo direct het geval: hij schildert een breder gezicht op de stad, waarbij het licht voor hem veel belangrijker lijkt dan de waanzin van de oorlog. Toch is niet alles licht natuurlijk: donkere groepjes stedelingen staan naar de brandende stad te kijken. Het werk is niet zo zwaar geladen, maar schilderkunstig is dit voor mij het beste dat 'Ravage' laat zien.


William Turner, De brand van Constantinopel

Heel recent is de installatie van de Libanese Mona Hatoum: 'Bunker' vult een hele zaal. Zelf is ze van Beiroet afkomstig, en op haar stad is het werk dan ook toepasbaar, maar net zo goed op eender welke stad die het slachtoffer is geweest van een oorlog: haar concrete situatie heeft ze abstract gemaakt. In het Midden-Oosten zijn er plaatsen genoeg die deze installatie perfect kunnen aanvoelen. De stad heeft alleen legen straten, de gebouwen, hoog en laag, zijn beschadigd, je ziet kogelinslagen, maar helemaal geen leven. Een bunker om in te schuilen is er nergens: je kunt eerder zeggen dat deze stad het resultaat is van beschietingen uit bunkers. Je kunt de leegte, de troosteloosheid, het verlies ook zelf goed aanvoelen als je in dit kunstwerk rondloopt.


Mona Hatoum, Bunker, 2011


Foto van Homs, anno 2014: geen scheppende kracht

Zeer indrukwekkend is het werk van de Chinese kunstenaar Cai-Guo-Qiang. Het heet 'Black Fireworks - Project for Hiroshima en dateert van 2008. Een buskruittekening is het: de man is erin geslaagd te tekenen met sporen van verschillende soorten buskruit dat hij zelf tot ontploffing gebracht heeft. In dit werk zie je sporen van de ontplofte bom boven de Japanse stad: neerdalende stofpartikels. Onderaan rechts een beeld van het verwoeste Hiroshima met het vredesmonument: de naakte koepel van een tentoonstellingsgebouw dat als enige de atoomontploffing min of meer 'doorstond'. Op een wrede manier is het 'prachtig'.


Cai Guo-Qiang, Black Fireworks - Project for Hiroshima, buskruittekening, 2008

'Ex libris' - in dit geval 'gewezen boeken'? - bestaat uit een groot aantal foto's van door de Israëli's geroofde boeken uit Palestijnse huizen, instellingen en bibliotheken; in 1948 is dat gebeurd. Zo om en bij 30.000 boeken waren dat, en daarvan worden er nog 6.000 bewaard in de Universitaire Bibliotheek in Jeruzalem, in de categorie "A.P.", wat staat voor 'Abandoned Property'. Een puik voorbeeldje van Newspeak is dat! Emily fotografeerde deze boeken met haar gsm. Het werk legt ook de verbinding met de brand van de bibliotheekbrand in Leuven, waar helaas nog veel meer boeken verloren gingen. Mijn foto toont een christelijke tekst in Arabisch schrift en een afbeelding van Christus. Ik vond dat eigenaardig genoeg om het te fotograferen. En hij laat ook zien dat er Palestijnse christenen zijn: niet alleen moslims zijn het slachtoffer van de staat Israël.

Ironisch genoeg lees je onder Christus: 'Dolce cuore del mio Gesu' / fa ch'io T'ami sempre piu' '. Of: 'Zacht hart van Jezus, maak dat ik altijd meer van Je hou'. Dat is een verzuchting die een tentoonstelling als 'Ravage1914' overbodig zou maken, als iedereen ze in zijn geloof - Allah, Jahweh, God, de mensheid - kan realiseren.



Emily Jacir, Ex libris, 2010-2012 (fragment)


'Ravage1914' is alles behalve een herdenking van het heroïsche 'brave, little Belgium' van 100 jaar geleden. En dat is dan weer meer dan zeer goed.

dinsdag 6 mei 2014

'Olla vogala' en een poosplaats

Op zo'n prachtige lentedag als gisteren (05.05) moet ik naar buiten, dan rijdt mijn scootmobiel vanzelf naar het Vennengebied. Eerst een klein eindje Kempisch Kanaal en dan het Bels Lijntje in. 'In' inderdaad: de bomen en struiken staan al zo overvloedig in het blad dat je in overdekte Kempische serres rijdt, je zit binnen, in dat groen. En je hoort vogels alom: tjiftjafs, merels en vinken! Naderhand denk je: daar had ik een opname van moeten maken. Aan het Haverven roept de koekoek dieper in het bos, en als je aan de uitkijktoren bent, heb je de kieviten ook al gespot. Het is wel duidelijk: het leven heeft weer gewonnen, de lente laat zich uitbundig horen en zien. De brem staat kennelijk al een tijd in bloei: sommige struiken lijken zelfs op hun retour. Zacht voorjaar heeft zijn gevolgen.

Maar veel vogels zie je niet: vinken en tjiftjafs zijn te klein, de koekoek leeft liever verborgen. Tot je dan aan pas geoogste hooilanden komt, vlak ten noorden van het Zwart Water. Wat van het veld overblijft zijn korte grassprietjes waarin vogels met een langere bek in de aarde volop naar voedsel zoeken. Zo kun je een wulp bezig zien zijn inwendige vogel te versterken. Je hoeft geen onderlegd ornitholoog te zijn om hem te herkennen: hij heeft een naar omlaag gebogen snavel. 'De wulp wijst naar zijn gulp' luidt het geheugensteuntje.


Wulp op voedseljacht

Zo vaak heb in het Vennengebied wulpen nog niet kunnen observeren: een beetje bijzonder vind ik het dan ook. Maar hij had nog een collega-voedselzoeker: een eind links van hem was een andere vogel aan het werk. Ik dacht eerst dat het om een kievit ging, maar zijn roep klonk niet zo. Dan thuis maar in 'De complete natuurgids' gezocht: het blijkt een scholekster te zijn. Ik dacht dat die alleen in de nabijheid van kusten voorkwamen, maar de natuurgids zegt dat je ze ook in het binnenland vindt. Het is een mooie zwart-witte waadvogel met een opvallende oranje, rechte bek; hij wordt 40 tot 45 centimeter groot. Zo'n scholekster spotten is al bijzonderder.


Scholekster op hetzelfde hooiland

Als je dan weer richting Turnhout rijdt, moet je over de Geheulse Dijk, en die ligt op Merksplas. Vlak voor de Nieuwe Bossen (Turnhout) ligt wat ik het 'Ezelsven' noem: het is geen ven, maar drasland. Omdat er al vele jaren ezels naast dat watertje staan, noem ik het voor mezelf 'Ezelsven'. 'Koeven' en Peerdsven' liggen overigens in de buurt. In de zomer staat de draslandje droog, na de winter staat het behoorlijk vol. Dit jaar is het minder dan anders: droog voorjaar, weet je wel. Maar daar weer een andere vogel te kijk: een blauwe reiger. Zo extreem zeldzaam zijn die dieren niet: zo eentje heb ik wel eens over het Peerdsven zien vliegen, met een trage, ietwat majestatische vleugelslag, maar een die bleef waar hij was, dat was me nog niet overkomen. Zo'n reiger bezig zien, is voor mij dan ook heel bijzonder.


Blauwe reiger in het Ezelsven

Aan de Geheulse Dijk is nog iets merkwaardigs te zien, iets dat er voor de winter nog niet lag. Op een grote steen die door het water flink glad gemaakt is, zijn een aantal verzen gebeiteld. 'hier is het dat het langzaam welt / en aarde water draagt': zo begint het gedichtje. Aan de zijkant van de steen lees je de naam van de (vrouwelijke) dichter: Pien Storm van Leeuwen. De kleine 'v' duidt er al op dat het om een Nederlandse kan gaan, en dat is ook zo: Pien is Brabantse. Ze heeft zo meer versjes geschreven en die zijn dan te vinden op zogenaamde 'poosplaatsen' (het woord is van haarzelf). Vlak naast beekjes of water liggen die plaatsen 'waar poëzie en verpozen bij elkaar komen'. Die plek naast de Geheulse Dijk markeert de bron van de Mark, die op de Zandvenheide ontspringt. Vlak naast de steen staat natuurlijk een houten bank waar de mensen inderdaad een poos kunnen rusten. Pien Storm van Leeuwen heeft in de provincie Antwerpen nog een aantal poosplaatsen gerealiseerd, in onder meer Rijkevorsel, Hoogstraten en Baarle-Hertog. 'Ode aan de Mark' is ook uitgegeven als boekje met foto's en haar gedichtjes. Op haar website vind je meer informatie over haar: 'www.pienstormvanleeuwen.nl'.


Verzen bij de bron van de Mark

Zo is deze mij zeer vertrouwde scootmobielpromenade echt wel zeer bijzonder geworden: vogels gehoord en gezien, een poosplaats met verzen van een streekgenote in onze provincie 'Midden-Brabant'. Dat beleef je niet elke dag!

woensdag 23 april 2014

Rembrandt in Malmedy - II

Rembrandt was een kind van zijn tijd, bijgevolg komen in zijn werk ook Bijbelse taferelen aan bod. In de calvinistische Nederlandse Provinciën was dat overigens het belangrijkste boek tout court: het nieuwe geloof werd er sterk door ondersteund en uitgedragen, en precies uit die tijd dateert ook de Nederlandse Statenbijbel (1637). Natuurlijk vond een kunstenaar in die Bijbel ook inspiratie.

Erg realistisch vind ik een 'Adam en Eva': zij heeft net de appel geplukt en er allicht in gebeten, en biedt hem dan haar man aan. Hij schijnt hem aan te nemen, maar houdt toch zijn rechterhand twijfelend en waarschuwend in de hoogte. En het is geen slang die haar verleid heeft: het is een grote afschrikwekkende draak! Die kom je ook wel eens in middeleeuwse schilderijen tegen: Hugo van der Goes zet die ook bij Eva aan het werk. Op de achtergrond zie je in het Aards Paradijs nog een olifant: Europa was al een tijd in de wereld rond aan het kijken.

Maar het treffendst vind ik de manier waarop Adam en Eva afgebeeld zijn: het zijn geen gestileerde bovenaardse schoonheden, ze staan daar als gewone mensen, zonder gewijde idealisering. Hun intieme delen zijn ook niet toevallig weggestopt achter een of andere struik of takkenbos: Rembrandt toont de eerste mensen in hun schamelheid en nietigheid ten voeten uit. Dat realisme van de etser staat mij zeer erg aan, moet ik zeggen.


Adam en Eva, 1638

'De thuiskomst van de verloren zoon' is ook zo'n sterk werk: de uitgemergelde zoon valt van vermoeidheid, spijt en berouw voor zijn vader op zijn knieën, terwijl die hem vol liefde opvangt en hem bemoedigend omarmt. Het is het dramatische hoogtepunt van het verhaal, uitgebeeld met de emoties die erbij horen, inclusief de nieuwsgierigheid van verwanten en dienaars.


De thuiskomst van de verloren zoon, 1636

Scènes uit het dagelijkse leven krijgen net zo goed aandacht: een bedelaarsfamilie die aangeklopt heeft en een aalmoes krijgt, toont de precaire situatie van de lagere klassen. De familie bestaat uit een oude man, zijn dochter die het geld aanneemt, met op haar rug de kleinzoon van de oude, en een jongen van een jaar of twaalf, haar broer wellicht, staat ook nog toe te kijken. Een beeld van generatiearmoede toont Rembrandt hier.


Bedelaars die een aalmoes krijgen, 1648

Interessante landschappen zijn er ook te zien, van een windmolen bijvoorbeeld, Hollandser kan niet, zullen we dan maar denken. Maar de kunstenaar weet wel de weidsheid van het land efficiënt te suggereren.


Windmolen, 1641

Leuk is zeker de ets van een oude boerderij met bijgebouwen: het lijkt bijna wel romantisch. Grappig is dat in de hoek rechtsonder een man zit te tekenen wat erop de ets staat: Rembrandt schetst zichzelf terwijl hij bezig is? Relativering of zelfspot? 


Oude boerderijen en bijgebouwen, 1645

Deze onverwachte tentoonstelling heeft me het etswerk van Rembrandt veel beter leren kennen. Het mag dan zo zijn dat er heel wat 'tirages récents' bij waren, ze kwamen wel allemaal uit het Rembrandthuis, en dat wil toch wel iets zeggen.

Ter zijde: Malmedy heeft iets meer dan 12.000 inwoners (met de deelgemeenten meegeteld), het is dus een kleine stad. Zo'n tentoonstelling daar vinden, dat is toch wel echt een prettige verrassing: ik zie het in Turnhout nog niet zo snel gebeuren.

In het Malmundarium, nog tot 2 november van dit jaar: een aanrader!

maandag 21 april 2014

Rembrandt in Malmedy - I

Sinds 2011 heeft Malmedy een zeer interessant stedelijk museum: het heet 'Malmundarium' en is ondergebracht in het oude benedictijnenklooster vlak naast de kathedraal. De ambachten die vroeger voor de stad belangrijk waren, worden er getoond: de leerlooierij en de papierindustrie. Ook het plaatselijke carnaval (le cwarmê) krijgt veel aandacht, en een andere afdeling is gewijd aan de kerkschatten.

Geregeld vinden er ook tentoonstellingen plaats die het lokale belang echt overstijgen. In het eerste jaar was er een 'prestigieuze retrospectieve' over Marc Chagall (Le maître du rêve), en nu loopt er een over Rembrandt: 'L'oeuvre gravé.
Etsen zijn het dus, en daarbij zijn portretten en zelfportretten, Bijbelse taferelen, het leven in Amsterdam en landschappen. Er is echt een ruime keuze gemaakt, en de werken worden goed gepresenteerd.

Zeer mooi en aangrijpend vond ik 'De moeder van Rembrandt', misschien uit 1648: ik kan het derde getal op de ets niet ontcijferen, maar de kunstenaar is in 1606 geboren en hij toont hier met veel liefde en empathie een oude vrouw. 1648 lijkt me plausibel, maar het kan wat mijn betreft best tien jaar vroeger zijn.


Rembrandts moeder

Een eerste zelfportret dateert uit 1630, toen de kunstenaar 24 jaar was. Hij kijkt met grote verwonderde ogen de wereld in, beeldt zichzelf af als jonge man die niets om decorum geeft: direct en spontaan is die ets, los uit de pols getekend zo lijkt het wel. In het Frans heet het werk 'Autoportrait au chapeau, les yeux grands ouverts'. De rijk geïllustreerde brochure over de tentoonstelling vermeldt er nog bij dat het om een 'tirage récent' gaat, een recente druk dus. Het papier is ongetwijfeld niet zeventiende-eeuws, maar ongetwijfeld van zeer hoge kwaliteit: het effect is in ieder geval treffend.


Zelfportret uit 1630

Helemaal anders van toon is een zelfportret uit 1639: de kunstenaar is bijna tien jaar ouder, en niet alleen aan zijn rijkelijke kledij is te zien dat hij al succes heeft gehad. Hij kijkt de toeschouwer erg zelfbewust recht in de ogen, met zo'n houding van 'hier ben ik, ik weet best wie ik ben en wat ik kan'. Geposeerd is deze ets, een soort van staatsieportret is het eigenlijk.


Autoportrait se penchant sur un rebord de pierre, 1639, tirage récent

Met dezelfde houding beeldt hij zichzelf af op een dubbelportret uit 1636: Saskia van Uylenburgh zit op op achtergrond, ze is niet het hoofdonderwerp van deze ets, en ze kijkt haar man minzaam en rustig aan: Rembrandt laat zich bewonderen door de vrouw achter hem. Uitgekookte compositie van de zelfbewuste kunstenaar. Hij is duidelijk tot volle wasdom gekomen, het gaat goed met hem in het leven.


Zelfportret met Saskia, 1636, recente druk

Je kunt een deel van zijn geschiedenis, zijn houding en gevoelens aflezen uit deze etsen die hemzelf en zijn moeder en vrouw als onderwerp hebben. Prachtig is dat toch, als een kunstenaar na meer dan 350 jaar nog zo te lezen is. Al heb je natuurlijk wel een referentiekader. Toch laat het de grootheid van Rembrandt zien.