woensdag 10 juli 2019

Houffalize: kindervreugd (foto's)

Natuurlijk is zo'n familieweekend een feest voor de kinderen: zij voelen best goed dat het hier in Houffalize anders is dan anders. Opa is erbij, neefjes en nichtjes allemaal samen, ze krijgen te maken met zes ouders in plaats van twee, ze zitten samen aan tafel, ze eten zonder het strikte toezicht van thuis, en zo kan Mil ostentatief een spaghettisliert in zijn mond laten glijden, terwijl Nona dat eerder wantrouwig aanziet, denkend 'Jongen, zo doe je dat niet!'


De spaghettisliert


Moeder en dochter ingelijst

Echt een sensatie voor kinderen is de speeltuin 'Houtopia': je bent geneigd dat op zijn Nederlands uit te spreken, zoals Turnhout, Meerhout, Minderhout, te meer daar alle speeltuigen van hout zijn, maar die 'hou' van Houtopia verwijst natuurlijk naar Houffalize. Je kunt van Franstaligen niet verwachten dat ze een woordspeling op 'utopia' maken met een Nederlands woord ervoor. Een mooie, moderne speeltuin is het alleszins: een grote glijbaan is er - die is niet in hout - met houten constructies in de buurt, waarop naar kinderhartenlust kan geklommen en geklauterd worden.


Houten klauterdorp met glijbaan


De glijbaan, die in feite nogal traag ging, wat voor de veiligheid nog het best was.


Noortje met Nona naar de top

In ons huurhuisje hebben we wat bijna alle kinderen het leukst vinden: een zwembad. Ze moeten wel een zwemband hebben, want het is nogal diep, maar dan kunnen ze springen en in 't water ravotten dat het een lieve lust is. Vaders helpen en bewaken ze, en spelen met ze, en groeien zo uit tot goden die alles kunnen en voor hun kinderen willen doen. De puberteit is nog ver, en al maar goed.


Mil met zwemband


Vic beleeft de pret van zijn leventje, dank zij papa

We kijken tenslotte met zijn elven op een schitterend weekend terug. En we hopen op een herhaling in juli 2020!

Houffalize: een beetje fauna

Vanaf onze tuin zien we beneden ons een omheind stuk grond, en daar lopen tot jolijt van de kleinkinderen bambi's rond. Varkens moeten er op dat stukje land ook zitten: tenminste, we horen ze voortdurend knorren, maar ze laten zich niet zien. Tot ik een ree voorbij zie lopen terwijl hij dat geknor produceert: niks geen varkens, het is gewoon het geluid dat de bambi's produceren!

We noemen die dieren 'reeën', maar dat zijn ze helemaal niet:  reebokken hebben een klein gewei met twee tot drie punten, rechte horentjes lijken het wel, en onze bambi's hebben een groter gewei, ook al is het nog maar in de beginfase. Jonge mannetjes zijn het, het ene ouder dan het andere. En die dieren heten damherten, een soort kleiner dan het edelhert, maar groter dan de ree.


Damherten: een kalfje, een hinde en en mannetje met een beginnend gewei


Iets ouder mannetje met een groter, maar zeker niet volgroeid gewei

Maar ree of damhert, de kleinkinderen zijn reuze benieuwd naar ze, ze zouden altijd zichtbaar en aanraakbaar en aaibaar moeten zijn: helaas, het zijn geen stripfiguurtjes!

We kijken natuurlijk ook uit naar roofvogels: verleden jaar in Sourbrodt hebben we rode wouwen gezien, we verwachten dus wel iets. Maar neen hoor; wel hier en daar een hoge, verre roofvogel, biddend boven de Ardennen. In zwermen vliegen die sowieso niet, je moet realistisch blijven. Zwaluwen gieren wel voorbij, en zangvogels laten zich ook horen, maar blijven onzichtbaar. En wanneer het langzamerhand begint te donkeren maken vleermuizen hun opwachting: leven van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, dat wel.

Toch krijgen we nog een special guest star te zien: hij landt op een afsluiting voor ons, blijft een paar seconden zitten, en stijgt dan weer op. Een Vlaamse gaai, dacht ik, en inderdaad, als ik een en andere nakijk en opzoek op google, lijkt dat inderdaad een Vlaamse gaai geweest te zijn. Wit, zwart en blauw aan vleugels en achterlijf, het kan niet missen. Flauwe grapjes over de afwezigheid van Waalse gaaien, en de mogelijke vervlaamsing van Wallonië ga ik niet maken.


Vlaamse gaai

Net als verleden jaar hebben we toch weer een 'rare vogel' gezien. Meer moet dat niet zijn, zou je bijna zeggen. Natuurlijk wel, maar dit is ook al mooi!

dinsdag 9 juli 2019

Houffalize: Katharina van Alexandrië

Als je aan het monument voor de burgerlijke slachtoffers van het Ardennenoffensief bent, sta je meteen ook naast de parochiekerk van Houffalize: ze is gewijd aan Cathérine d'Alexandrie, net zoals de grote kerk van Hoogstraten: dat schept een band, denken we dan. Oorspronkelijk was het een abdijkerk, pas vanaf 1785 parochiekerk. Ze is ook ouder dan die van Hoogstraten: de bouw ervan is begonnen in 1243, en pas in de eerste jaren van de volgende eeuw voltooid. Dertiende-eeuws, redelijk vroeg is dat: de poort zit in een romaanse omlijsting met een mooie rondboog. Het timpaan is in een lichtere steensoort, doet gotisch aan, en is waarschijnlijk een latere verandering. Deze kerk is het enige overblijfsel van de verdwenen abdij: daar is voor de rest niets van te zien.


De romaanse toegang tot de kerk

Als je op de andere oever van de oostelijke Ourthe bent, kun je een goede foto van de toren maken: gewoon stoer en sterk is die, zonder versiering, zodat je zou denken dat hij ooit ook ter verdediging van abdij en stadje gediend heeft. Kleine romaanse vensters maken het gebouw af. De spits is helemaal niet romaans: dat is werk van latere datum.


Romans torenlichaam

In de kerk, die echt niet zo groot is, ligt een gisant niet op een tombe, maar in de eerste zijkapel links: heel gaaf is die nog, gebeeldhouwd in zwarte kalksteen, bestemd voor de tombe van graaf Diederik (Thiery) II van Houffalize. Letterlijk vertaald is een gisant niets meer dan een 'ligger'.


Gisant voorstellend graaf Diederik II van Houffalize



Houffalize: panoramisch zicht - oostelijke Ourthe, kerk en toren met twee bomen aan de linkerkant, daarboven het stadje.

Een wereldcentrum van wat dan ook is Houffalize niet, maar zoals elk stadje met een lange geschiedenis, kun je er dingen zien die er op een ander dan weer niet zijn, en die het bekijken meer dan waard zijn.

Houffalize: eerste kennismaking, het Ardennenoffensief

Begin juli is het sinds drie jaar tijd voor ons traditionele familieweekend in de Ardennen: twee keer in de buurt van Malmedy, dit jaar in Houffalize. De kinderen zouden pas na de middag komen, maar ik wilde het stadje al vroeger verkennen, en om twaalf uur zocht ik al naar de plaatselijke VVV.  Die vond ik op de 'Place de Janvier', het Januariplein dus, en die naam zal wel te maken hebben met het Ardennenoffensief dat hier lelijk huis gehouden heeft, en hier in januari 1945 tot stilstand werd gebracht, zodat nadien de geallieerden de oorlog op Duitse bodem verder uitvochten.

In het midden van het plein staat een beeldhouwwerk dat een allicht Amerikaanse soldaat met een kind voorstelt: hij heeft haar gered, hij beschermt haar.


Soldaat met kind

Dat de mensen hier die gebeurtenissen niet vergeten zijn, integendeel de herinnering levend willen houden, bewijzen een Belgische en Amerikaanse vlag, broederlijk naast elkaar, vlak bij een monument dat vermeldt welke Amerikaanse divisies en luchtlandingstroepen hier strijd hebben geleverd en de stad hebben bevrijd.


Belgische dankbaarheid, Belgisch-Amerikaanse broederschap


De namen van de divisies die de strijd beslechtten

Dicht bij de kerk staat een modern beeldhouwwerk, een monument dat eer betuigt 'A la mémoire / des victimes civiles / de l'offensive des Ardennes'. Aan de voet van dit werk lees je 'Houffalize se souvient', of 'Houffalize vergeet jullie niet'. Op het kerkhof merk ik dat er 192 burgerslachtoffers zijn gevallen: bijna 200 zijn er dat: dat zijn er heel wat, als je weet dat het stadje toen behoorlijk minder inwoners had dan nu.


Houffalize se souvient

Ik vind het best goed dat een kleine stad de herinnering aan de gruwelijkheden van het stuiptrekkende Derde Rijk niet uit de openbare ruimte verbant. Toevallig, of niet, ben ik juist Imre Kertész aan het lezen, ik ben nogal gevoelig voor boodschappen van deze aard en inhoud: een verstandig mens zoekt niet zomaar het conflict, of alleen zichzelf. Bij verkiezingen denken sommige Vlaamse partijen daar helaas niet genoeg aan: zij menen andere wegen te kennen om tot meer beschaving te komen, of tot wat zij denken dat beschaving is.

maandag 8 juli 2019

Houffalize: het exploot!

Verleden jaar, tijdens mijn verjaardagscadeau, dat wil zeggen een weekeinde in de Ardennen met kinderen en kleinkinderen, hebben we op het hoogste punt van België gestaan: 694 m hoog. Je kunt dan nog via een trapje een platform bereiken, en dan sta je 700 m boven de zeespiegel: de lucht werd daar nog net niet ijdel, de temperatuur zakte ook niet merkbaar, maar van mij en mijn clangenoten kan toch gezegd worden dat we het gevaar en de onverwachte uitdagingen niet schuwen.

Zo ook weer dit jaar: plaats van gebeuren is Houffalize, in de vallei van de Ourthe Orientale: klein stadje (in Vlaanderen heet dat een dorp) dat in het Ardennenoffensief best veel te lijden heeft gehad, maar dat is voor een andere aflevering. Ook mooie natuur, bossen, heuvelachtig terrein (in Vlaanderen heet dat bijna 'bergen'), mooie wolkenformaties, prachtige wandelingen.


Schapenwolken, of cirrocumulus, vrijdag 5.8 om 18.20 uur

Maar deze bijna poëtische zachtheid kan ons niet blijven boeien: gewandeld moet er worden, vooral door de ms-patiënt die met een scootmobiel aan de esbattementen zal deelnemen. Vlak bij ons vakantiehuis vertrekt de  'Promenade Roche Plate': dat is een mogelijkheid, misschien niet zo heel makkelijk zegt Noortje die de wandeling al twee keer gepresteerd heeft, maar waarschijnlijk niet onoverkomelijk.


Vertrekpunt van ons tochtje

'Piétons uniquement': koppige betweters die we zijn zullen we eens wat laten zien. En ja, in het bos ligt het wegdek aan mijn linkerkant veel hoger, zodat ik aan mijn rechterkant makkelijk naar beneden kan glijden: niet aan te raden speeltuin wordt dat hier, een schuinsrijder ben ik hier. Maar assistentie is nooit veraf, af en toe stap ik uit zodat de scootmobiel in zijn laagste snelheid makkelijker in bedwang te houden  is: ons kleine Ardennenoffensief  verdraagt na 75 jaar niet alsnog een slachtoffer meer. Maar 'we shall overcome, vandaag nog, niet 'some day': ons optimisme lijdt geen uitstel!



Links wat hoger, rechts wat lager!

En we vorderen, zonder ongelukken, daar kunnen we later nog altijd op rekenen! Soms heb je op natuurwandelingen zo van die poortjes die geen poortjes zijn, zigzagpassages zal ik ze noemen, waar je hier zelfs met geen fiets voorbij kunt. Ze dienen ervoor om motoren, brommers en natuurvreemd geluid producerend vervoer te weren, en daar kan ik inkomen, maar een bescheiden en timide rolstoel komt er ook niet voorbij. Bovendien ligt naast voornoemde hindernis een weiland met prikkeldraad onder stroom, 'stroompje eigenlijk, niet erg sterk', maar daar staan we dan. Ik stijg weer uit mijn kunstmatig ros - ik heb wat afgelopen tijdens die wandeling! - de prikkeldraad wordt tweemaal omhoog gehouden en dan zitten we weer op het juiste pad. Ik loop zelf nog eventjes verder, want ik heb er de smaak van te pakken, en we zetten onze barre voetreis met goede moed verder, iets voorbij de passage nog een voorbeeld van echt Belgisch surrealisme aanschouwend.


Voorbij (voor ons) de zigzagpassage: verboden voor motoren en fietsers. Volgens mij heeft Magritte himself dat bord tegen die eik gespijkerd. Vanuit de andere richting weet je van niets!

Volgt nu een makkelijker deel: hoewel, ik rijd op een wortel die te veel boven het wegdek uitsteekt, val met scootmobiel en al rechts opzij, en houd er sporen van de prikkeldraad aan mijn rechterbovenarm aan over!


Resultaat van mijn Ardennenoffensief!

Dan begeven we ons naar het toppunt van de wandeling, maar dat weten we nog niet, vijf minuten later wel: een betonnen bruggetje over de oostelijke Ourthe, waar hij samenvloeit met een ander riviertje waarvan de naam mij nu gelukkig ontsnapt. Vijf treden brengen je weer naar horizontale en begane grond: ik heb een idee, zoon en schoonzonen voeren dat uit, dat wil zeggen het voorwiel telkens een trede hoger tillen, en zo kunnen we weer verder!


Mijn scootmobiel,


terecht glimmend van trots!

En nu zijn we nu zo in Houffalize. We hebben een exploot volbracht dat in ms-kringen zijns gelijken niet kent: schaars zijn de personen met ms die deze wandeling op hun palmares kunnen schrijven. Een homerische, heroïsche, epische strijd heeft mijn familie geleverd, wat mij tot het besluit bracht: 'Met deze familie kun je naar de oorlog!' We verslaan de tegenstand, maar maken geen slachtoffers! Wat een geruststelling, wat een vreugde in vredestijd!

Uiteindelijk zijn we niet naar de plaatselijke VVV gegaan om te melden dat 'Piétons uniquement' vanaf nu niet meer klopt. Leek ons toch verstandiger.

woensdag 26 juni 2019

Vlaamse Meesters in Situ: Turnhout, de preekstoel in de Sint-Pieterskerk

Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen heeft een initiatief genomen dat de naam 'Vlaamse Meesters in Situ' draagt. De geïnteresseerde kunstliefhebbers worden er attent op gemaakt dat een aantal belangrijke kunstwerken zich nog altijd op de plaats bevinden waarvoor ze eertijds bedoeld waren: een Rubens in Aalst, een Van Dyck in Zaventem, een 'Leven van de Heilige Jozef' in Hoogstraten. In de Sint-Pieterskerk in Turnhout krijgt de preekstoel bijzondere aandacht. Die is eigenlijk redelijk recent: hij staat er nog maar van 1862, een goede 150 jaar, zeg maar. Imposant is hij in ieder geval: ik heb al wel eens kleinere kanseltjes gezien! Trouwens, het Woord Gods wordt verondersteld over je neer te dalen, niet uit een bescheiden parlofoontje te komen.


De imposante preekstoel

Dit kerkmeubel is gebeeldhouwd door een Turnhoutenaar: Henricus Peeters-Divoort, en je moet zeggen, hij kende er inderdaad iets van. Hij liet zich inspireren door de preekstoel van de Sint-Andrieskerk in Antwerpen: daar is het een vrije kopie van. Drie figuren beeldt Peeters af: Christus, Petrus en zijn broer Andreas. De twee broers zijn gaan vissen in Palestina, natuurlijk, maar ze hebben niets anders dan Noordzeevissen gevangen, en dat lag niet aan de klimaatverandering! Die vangst ligt van achteren in het scheepje, en wat daar verder merkwaardig aan is: stijf zijn ze te zien op de achterplecht, alsof ze bevroren zijn, of net uit de diepvriezer komen. Daar had Peeters zijn fantasie toch iets meer moeten laten werken. Maar er zijn ergere dingen in het leven, dit is detailkritiek.


Diepvries Noordzeevissen

Het bootje meert aan vlak bij een rots, en dat is ook niet toevallig, want die verwijst naar Petrus. Christus zegt tot hem dat hij op deze rots (dat is dus Petrus) zijn kerk zal bouwen. Waarop die dan zegt dat hijn als eenvoudige visser daar niet geschikt voor is, dan zou hij gepromoveerd worden tot het niveau van zijn in competentie.  Dat heet dan toevallig ook nog het 'Peter principle', maar dat heeft met de vissende Petrus niets te maken. De toekomstige leider heeft zijn schrik geuit, maar Christus weet altijd raad, en spreekt de woorden: 'Vrees niet, want want nu af zult gij mensen vangen'. (Luc. 5, 10)


Simon Petrus en Andreas zullen voortaan mensen vangen

Een  prachtig deel van de preekstoel vind ik het klankbord: de Heilige Geest vliegt centraal onder dat bord: hij inspireert de prediker. Op het klankbord bazuinen twee engelen de komst van het laatste oordeel aan. Tussen de twee een banderol met in het Latijn de tekst uit Luc. 5,10.


Een klankbord om u tegen te zeggen

Een nieuwe beweging in de kunst heeft Peeters met deze preekstoel niet veroorzaakt: we zegden al dat het een vrije kopie was. In de traditie van de barok kun je hem situeren, maar die stijlrichting was zowat 200 jaar vroeger. Wat niet wegneemt dat Peeters met dit werk bewijst dat hij het beeldhouwen wel onder de knie had, of liever: in zijn vingers had.

Na die beeldhouwer Peeters-Divoort is er in Turnhout tot aan de Tweede Wereldoorlog een 'industrie' van kerkmeubilair geweest, maar vanaf 1944 was het daar kennelijk mee gedaan. Dat is iets dat ik niet wist, dat hebben we dan weer bijgeleerd.

maandag 24 juni 2019

Sint-Janskapel in Wommelgem

Eindelijk ben ik geweest waar ik al zo lang naartoe wilde gaan: in de Sint-Janskapel in Wommelgem. Telkens als ik via de snelweg naar mijn kinderen in Antwerpen rijd, kom ik er voorbij, en ik denk dan: 'Dat ziet er echt wel een authentiek gebouw uit, dat wil ik eens van dichterbij gaan bekijken.' Zo'n anderhalve kilometer voor de uitrit Wommelgem zie je die kapel, vlak bij een horecazaak die 'Feestzaal Royal Palace' heet, maar die is behoorlijk onderkomen, en veel koninklijks is er niet meer aan.

De kapel zou al in de 14de eeuw vermeld zijn, wat best wel vroeg is, maar het huidige gebouw komt uit de 16de eeuw, met veranderingen uit de 17de. De toegangspoort heeft een romaanse rondboog, en de stenen van de witte omlijsting zien er heel oud uit. Boven die poort laat een rond raam licht binnen, en je ziet verder een aantal vierkante vensters, zowel op de gelijkvloerse verdieping als op de eerste: dat zijn ongetwijfeld recentere veranderingen. Een slank torentje maakt het geheel iets eleganter. Het gebouwtje ziet er inderdaad authentiek uit, mijn eerste indruk wordt bevestigd.


De Sint-Janskapel in Wommelgem

Binnen, achter een redelijk modern altaar voor het venster doopt Johannes de Doper Christus die nederig door de knieën neigt. Voor mij zijn dat de meest geslaagde beelden uit deze kapel: voor de rest maken vooral neogotische Maria's en heiligen de dienst uit, zoals je er ook talloze ook kunt vinden in het Antwerpse café 'Het elfde gebod': hoogtepunten van esthetisch genot beleef ik hier niet.


Joannes de Doper doopt Christus

Een foto van het zicht op het oosten van de kapel laat zien dat de muren nogal bekleed zijn: 19de-eeuwse beelden van Maria en heiligen, en een aantal ruitvormige lijsten: dat blijken overlijdensberichten te zijn van belangrijke mensen, hoewel hun naam er niet bij staat. In Frans-Vlaanderen heb ik er zo nog gezien, zelfs uit het begin van de 20ste eeuw, en in het Vlaams!


Interieur: zicht op het oosten

De laatste foto toont het aandenken aan iemand die overleden is op de 5de november 1852 (obiit - hij/zij overleed), zonder naam, maar wel met een wapenschild: iemand die in de heraldiek thuis is, zal uit die afbeelding zeker allerlei kunnen afleiden, maar die man ben ik niet, helaas. Met zekerheid kunnen we wel stellen dat het hier niet om Jan Modaal, Piet met de Pet of Marie van 't Hoekske gaat: aan deze lui werd in kerken en kapellen dit soort aandacht niet besteed.


Overlijden met wapenschild, 1852

Soms heeft een mens al eens geluk: je noemt iets 'overlijdensberichten in ruitvormige lijsten', maar je weet heel goed dat dit een zeer onelegante omschrijving is van datgene waar je de naam niet van kent. Maar ik was kort daarna over de Sint-Pieterskerk van Turnhout aan het lezen, en daar wordt dat object een 'obiit' genoemd, of een 'rouwbord'. Die werden gemaakt voor prominente overledenen, aan het sterfhuis opgehangen en naderhand aan de muren van de kerk waarin de aflijvige begraven was. Ik voeg er nog een rouwbord uit Frans-Vlaanderen bij, van iemand die op de 3de oktober 1922 gestorven is. Naar alle waarschijnlijkheid heette die 'Tak' of 'Tack', want zijn wapenspreuk is 'Tak plooyt nooyt'.


Rouwbord of obiit uit Frans-Vlaanderen

Overigens is de kapel en haar omgeving een beschermd landschap: daar kon je gisteren niet te veel van merken, want het waren Sint-Jansfeesten; een beetje kermis, frieten, pintje, tripeltje, geïmproviseerd terrasje, snoep voor de kinderen, wielerkoers voor de plaatselijke helden en heldinnen: in een woord, het rijke Vlaamse volksleven. En Sint Jan in hoogsteigen persoon had voor goed weer gezorgd: wat willen we nog meer op een zondag? En het volk ontspande zich en was gelukkig. Terecht overigens.

En ik toch ook tevreden: de kapel van dichtbij en van binnen gezien.

maandag 3 juni 2019

Aan een boom in het Te Boelaerpark

Ik was te vroeg op de afspraak met een van mijn dochters, en scootmobiel eventjes naar het Te Boelaerpark, Borgerhout, want dat is dichtbij en groen en de zon schijnt. Nog maar net ben ik de ingang voorbij of ik zie een majestatische eik uitgestrekt liggen, geveld als reusachtige held.  En M. Vasalis schiet me te binnen met haar 'Aan een boom in het Vondelpark'. De eerste strofe luidt zo:

'Aan een boom in het Vondelpark

Er is een boom geveld met lange groene lokken.
Hij zuchtte ruisend als een kind
terwijl hij viel, nog vol van zomerwind.
Ik heb de kar gezien die hem heeft weggetrokken.'

De lange stam die ik zie, heeft geen groene lokken meer, hij is allicht wel ruisend gevallen, daarna van zijn takken en bladeren ontdaan, en niet door een kar weggetrokken. Hij ligt daar gewoon te drogen, een hele tijd al, want daar duidt het groen bezijden de stam op. Maar imposant blijft hij ook hier: die eik moet zeer hoog geweest zijn. Geen wonder dat een goede dichter (en dat was Vasalis) daar verzen aan wijdt.


Verticaal is horizontaal geworden

Zoals Samson zijn haren verloor, zo is deze boom takken en blaren kwijtgespeeld:  krachteloos en naakt ligt hij erbij, omgezaagd, verslagen. Allicht was hij door een ziekte aangetast, want je zaagt tegenwoordig niet zomaar een
boom om, zeker niet in een stadspark.




Omgezaagd, krachtloos, verslagen (tweemaal)

In de eerste strofe wordt de boom verpersoonlijkt, in de tweede geïdentificeerd: het is Hector, voor Troje en in de Ilias verslagen door Achilles. En zo wordt de dode eik alsnog een held. Prachtig hoe Vasalis een natuurtafereel met het begin van de westerse literatuur verbindt, daarmee zo'n 2.800 jaar overspant, en de dode Hector eert. Daardoor heeft hij 'schone wonden', is hij of zijn hoofd 'ongeschonden', en is 'zijn trotse romp nog onverslagen'.


Dat zegt de dichteres in de tweede strofe:


'O, als een jonge man, als Hector aan de zegewagen,
met slepend haar en met de geur van jeugd
stromende uit zijn schone wonden,
het jonge hoofd nog ongeschonden,
de trotse romp nog onverslagen.'

Duidelijk zal zijn dat een en ander me raakt.

maandag 6 mei 2019

Twee regenbogen

Mijn oudste kleinzoon - oudste: hij is nog net geen vijf jaar - heeft nieuwe kleurpotloden gekregen: 'funtastic' heten die op de verpakking. Maar hij ziet al de kleuren en noemt ze regenboogpotloden: wie zal iets inbrengen tegen de associatieve logica van een kind? En hij doet wat verwacht kan worden: een regenboog tekenen. Jonge kunstenaar aan het werk: rechtsboven een mooie gele zon, een veelkleurige regenboog, met kleuren niet helemaal in de juiste volgorde - maar een kniesoor die daarom maalt. Een menselijke figuur loopt onder de regenboog door, als ware dat een triomfboog, een hoogst eigenaardige mens trouwens. Gele ledematen, het is een indiaan! Blauw lichaam: het is een smurf! Bruin hoofd: een Belg van vreemde afkomst.  Een brede mond heeft hij, daarboven twee ogen en daarnaast dan een joekel van een neus: de waarneming is correct, de weergave doet in het allerbeste geval aan Picasso denken! Of dacht Mil in zijn argeloosheid dat de Denisovamens of de Neanderthaler er zo uitgezien moet hebben? Zelf vind ik dat eerder onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk. Maar, tot besluit, een mooie, leuke tekening is het alleszins, want ze is van Mil, mijn kleinzoon! Objectiever kan ik echt niet zijn!


Mil de Munnynck, Wit landschap met regenboog

Mils 'Wit landschap met regenboog' deed me onmiddellijk denken aan Kunstenfestival Watou 2018, waar ik ook een artistieke regenboog heb gezien. Van de Duitser Franz Schmidt (°1980) was die: de volgorde van de kleuren is ook eerder fantastisch, en de boog zelf is maar de helft van wat hij hoort te zijn. Maar netjes binnen de lijntjes blijft Schmidt wel. Dat is Mil nu met veel overgave en tongpuntje buiten aan het leren, zijn motoriek van handen en armen onder controle te houden. Het lukt hem al aardig, letterlijk dan, want figuurlijk binnen de lijntjes blijven dat heeft hij nog niet onder de knie. Hoe zou hij ook, hij kent nog lang niet alle lijntjes die hij over een aantal jaren wordt geacht niet te overschrijden: iemand beschaven (opvoeden noemen we dat) is een gestaag werk van lange adem. Dat gold trouwens ook voor Franz Schmidt, en kijk eens wat dat opgeleverd heeft. Dat werk van Schmidt heet trouwens 'Somewhere'. 'Over the rainbow' denk je er dan bij. En voorbij de regenboog zie je dan groene bomen, rode rozen, blauwe hemels en witte wolken, een wondermooie wereld. Dat zegt Mil met zijn tekening ook: blij, optimistisch en onschuldig is die, zoals die van een kleuter hoort te zijn. 'Optimism' is dan nog geen 'moral duty', het is gewoon de enige manier van zijn, het paradijs! En ook leuk voor de grootouders.


Franz Schmidt, Somewhere


Mil en Vic, zijn kleine broertje, aan de maaltijd

** Over de ogen en de neus: een trouwe correspondent ziet in die joekelige neus eerder een oor, wat veel logischer is. Niet elke recensent is even onderlegd.

zondag 10 maart 2019

Mit Lieb bin ich umfangen

Sinds een goed jaar zing ik in een koortje. Oude liefde roest niet: van mijn 10 tot mijn 20 heb ik gregoriaans gezongen, tijdens mijn legerdienst heb ik nog menige klank het Duitse zwerk ingestuurd, in Soest dan nog, bij de 6de Artillerie: o Freude, o Wonne! En nu maak ik deel uit van een klein gemengd gezelschap dat anoniem wenst te blijven, ook onze zeer onderlegde dirigent: dat is een kwestie van bescheidenheid. Maar twee zondagochtenden per maand ervaren wij, een tiental mensen (m/v), de vreugde van de samenzang in twee stemmen. Soms in meer, maar dat is dan niet altijd bedoeld.

We zingen liederen in het Duits, in het Frans, soms zelfs in onze eigen moerstaal, want vaak willen we ook verstaan wat we zingen. Vandaag hebben we iets nieuws geleerd: 'Mit Lieb bin ich umfangen' van de dichter/componist, of singer songwriter Johann Steuerlein, die geleefd heeft van 1546 tot 1613. Het lied zelf is van 1600, stijl: barok. De tekst luidt als volgt:

                                   Mit Lieb' bin ich umfangen,
                                   Herzallerliebste mein.
                                   Nach dir steht mein Verlangen,
                                   könnts oder möchts gesein
                                   Könnt ich dein Gunst erwerben,
                                   käm ich aus grosser Not,
                                   viel lieber wollt ich sterben
                                   und wünscht' mir selbst den Tod.

                                   Wie soll ich von dir lassen,
                                   es kost' mir meinen Leib.
                                   Dazu zwingt mich ohnmassen,
                                   dass ich nit' von dir scheid.
                                   Dir hab ich mir ergeben,
                                   in rechter Stetigkeit,
                                   dieweil ich hab das Leben,
                                   Herzlieb nit von mir scheid!

Iemand (m/v) zingt over een onbeantwoorde liefde, laten we bijgevolg maar aannemen dat het om een man gaat, een niet bijster origineel thema. Hij zou zich nog liever dood wensen dan haar niet te kunnen krijgen: tragedie, tragedie! Gelukkig is het lied best vrolijk en opgewekt: zo zwaar moet er kennelijk niet aan getild worden (zo klinkt het toch op youtube). Het lied leren is op zich zelf een bezigheid die zichzelf beloont: je kent het helemaal niet, eerst komen de sopranen aan de beurt, dan de bassen, dan proberen we dat samen en na een tijdje hoor je hoe mooi dat klinkt en hoe warm dat van binnen voelt. En dan stel je vast dat je toch weer met een aantal vrienden en vriendinnen iets zinvols gedaan hebt, iets waar je gelukkig van wordt. Meer moet dat niet zijn, wat zeg ik, dit is al heel veel.

Twee opnames op youtube op deze adressen:

https://www.youtube.com/watch?v=2y9vLQbBFs

https://www.youtube.com/watch?v=UerO-y_99FA 

Ik krijg van een goede vriendin nog een interessante reactie binnen: natuurlijk gaat dat over een onbeantwoorde liefde, schrijft ze, want het gaat hier over de liefde tot God, en die is voor de gewone sterveling onbereikbaar. Dat zal heel waarschijnlijk wel kloppen, want dat lied zong zij met een koor in de kerk, en die Steuerlein staat vooral bekend als dichter/componist van geestelijke liederen. Wat ik vandaag allemaal niet bijgeleerd heb, op deze rotwerige zondag!                       

zaterdag 2 maart 2019

Het Vennengebied: wandeling met zilverreiger en weinig lover

In februari 18 of 19 graden: natuurlijk zet dat aan tot genieten en profiteren in het Vennengebied. Bomen en struiken beginnen te knoppen, maar lover en bladerdek laten nog heel wat tijd op zich wachten, en zo kun je in de warme winter van dit jaar zaken zien die in de zomer verborgen blijven: 'In de natuur is geen dag dezelfde,' heb ik eens gezegd.

In de Kleine Klotteraard staan vlak voor de uitkijktoren een vijftal uitgebloeide lisdodden: de vergankelijkheid maakt zich zichtbaar in wollige sigaren zo lijkt het wel. En ze vangen mooi het tedere licht van de toch al redelijk sterke winterzon. Wit op een blauwe achtergrond krijg je dan: het heeft wel iets.


Uitgebloeide lisdodden: wollig sigaren

Aan de verste oever van het ven is een grote zilverreiger op jacht naar eten: van het midden loopt hij zachtjes naar de linkerkant: rustig doet hij dat, door geen mens gestoord. Waarom het een grote zilverreiger is: gele bek en zwarte poten heeft hij, en voor een kleine soortgenoot is hij sowieso te groot, vind ik. Hij laat zich gewillig fotograferen, alsof hij de ondiepe kant van het ven als catwalk gebruikt: een slank model in bruidskleur. En als je wat geluk hebt, vat je de witte vogel en zijn spiegelbeeld in een beeld: een lucky shot noem ik dat dan. Een eerder zeldzame ontmoeting is dit: ik scooter al wel 15 jaar zeer vaak in het Vennengebied, maar ik geloof niet dat ik er al 5 zilverreigers gezien heb. Dat maak je dus mee als je buitenkomt.




Grote zilverreiger met spiegelbeeld

De nieuwe natuur komt hier en daar wel al piepen, maar heel voorzichtigjes: het is nog geen echte lente, er moeten nog maartse buiten en aprilse grillen komen, tenminste dat zou je willen. Maar bladgroei is nog niet te bespeuren, en zo zie je vaak verder en meer dan in de zomer. Naast het Bels Lijntje, voorbij de Heizijde richting Nederland, is nu aan de rechterkant zeer goed een grote plas in een weiland te zien: in de linkerhoek kun je een meerkoet zien, heel klein is hij op de foto, maar bij nader toezien wel zwart en met de witte bek en de witte vlek op zijn voorhoofd.


Grote plas met een kleine meerkoet, links in 't hoekje van de plas

Dat weiland wordt overigens begrensd door  een gracht die ik daar eigenlijk nog nooit opgemerkt had. Echt avontuurlijk en wereldschokkend is zo'n eerste visie niet, maar tussen twee bomenrijen heeft het wel perspectief en diepte. Ook het gewone eenvoudige kan mooi zijn!


Wintergracht, d.w.z. de Meirgorenloop

dinsdag 26 februari 2019

De klaprozen van Lau de Vries

Afgelopen week, van 15 tot 23 februari kon je in Campus Blairon Turnhout naar een kleine tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog gaan: 'Nooit meer oorlog herdenken' heette die. Het was een initiatief van 'demens.nu', en het 'Huis van de Mens - Turnhout' werkte natuurlijk vol overtuigend mee. Of het storm gelopen heeft, weet ik niet, maar dat het een lovenswaardig evenement was, daar ben ik wel zeker van.

Er waren ook 6 schilderijen van Lau de Vries te zien: antioorlogswerken zijn het, met telkens een klaproos erin verwerkt: zeggen dat de 'poppy' voor vrede staat, is water naar de zee dragen. Ondertussen: kleine interessante doeken zijn het. Zeer geslaagd vind ik 'Explosie': een klaproos ontploft, en laat onder andere veel bloed en scherven achter, of hoe tere schoonheid door oorlog finaal vernietigd wordt.


Explosie

'In Vlaamse velden' toont op de voorgrond klaprozen en andere begroeiing, maar die staan voor een drukkend rode heuvel, waarop een dode boom en waarboven een grijze hemel: leed verdriet, dood in een eenvoudig beeld dat mij echt raakt.


In Vlaamse velden

Rood komt ook in het volgende schilderij terug, in de bakstenen muren - of wat daarvan overblijft - en in de klaproos die ook niet meer ongedeerd is, maar ze is er nog en niet ontploft: veel krijgt de oorlog kapot, maar niet alles, niet de allerlaatste hoop.


War Poppy tussen het puin

Er hing nog een schilderij met een klaproos, maar dat had dit keer niet met oorlog te maken: 'Amaryllis' heet het, en achter de klaproos zie je de tekst van 'Zeer kleine speeldoos', een gedicht van Paul van Ostaijen tot de kleine Amaryllis gericht: zij is te speels en wordt daarom op het einde van het vers 'wijsneus' genoemd. Twee bloemen voor de prijs van een, zou je kunnen zeggen, en dan krijg je nog een vrolijk kunstwerk nog ook.





Amaryllis


Besluit: Laus klaprozen zijn zeker en bezoek en het zorgvuldig bekijken waard. Jammer dat ze alweer weg zijn.