maandag 6 mei 2019

Twee regenbogen

Mijn oudste kleinzoon - oudste: hij is nog net geen vijf jaar - heeft nieuwe kleurpotloden gekregen: 'funtastic' heten die op de verpakking. Maar hij ziet al de kleuren en noemt ze regenboogpotloden: wie zal iets inbrengen tegen de associatieve logica van een kind? En hij doet wat verwacht kan worden: een regenboog tekenen. Jonge kunstenaar aan het werk: rechtsboven een mooie gele zon, een veelkleurige regenboog, met kleuren niet helemaal in de juiste volgorde - maar een kniesoor die daarom maalt. Een menselijke figuur loopt onder de regenboog door, als ware dat een triomfboog, een hoogst eigenaardige mens trouwens. Gele ledematen, het is een indiaan! Blauw lichaam: het is een smurf! Bruin hoofd: een Belg van vreemde afkomst.  Een brede mond heeft hij, daarboven twee ogen en daarnaast dan een joekel van een neus: de waarneming is correct, de weergave doet in het allerbeste geval aan Picasso denken! Of dacht Mil in zijn argeloosheid dat de Denisovamens of de Neanderthaler er zo uitgezien moet hebben? Zelf vind ik dat eerder onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk. Maar, tot besluit, een mooie, leuke tekening is het alleszins, want ze is van Mil, mijn kleinzoon! Objectiever kan ik echt niet zijn!


Mil de Munnynck, Wit landschap met regenboog

Mils 'Wit landschap met regenboog' deed me onmiddellijk denken aan Kunstenfestival Watou 2018, waar ik ook een artistieke regenboog heb gezien. Van de Duitser Franz Schmidt (°1980) was die: de volgorde van de kleuren is ook eerder fantastisch, en de boog zelf is maar de helft van wat hij hoort te zijn. Maar netjes binnen de lijntjes blijft Schmidt wel. Dat is Mil nu met veel overgave en tongpuntje buiten aan het leren, zijn motoriek van handen en armen onder controle te houden. Het lukt hem al aardig, letterlijk dan, want figuurlijk binnen de lijntjes blijven dat heeft hij nog niet onder de knie. Hoe zou hij ook, hij kent nog lang niet alle lijntjes die hij over een aantal jaren wordt geacht niet te overschrijden: iemand beschaven (opvoeden noemen we dat) is een gestaag werk van lange adem. Dat gold trouwens ook voor Franz Schmidt, en kijk eens wat dat opgeleverd heeft. Dat werk van Schmidt heet trouwens 'Somewhere'. 'Over the rainbow' denk je er dan bij. En voorbij de regenboog zie je dan groene bomen, rode rozen, blauwe hemels en witte wolken, een wondermooie wereld. Dat zegt Mil met zijn tekening ook: blij, optimistisch en onschuldig is die, zoals die van een kleuter hoort te zijn. 'Optimism' is dan nog geen 'moral duty', het is gewoon de enige manier van zijn, het paradijs! En ook leuk voor de grootouders.


Franz Schmidt, Somewhere


Mil en Vic, zijn kleine broertje, aan de maaltijd

** Over de ogen en de neus: een trouwe correspondent ziet in die joekelige neus eerder een oor, wat veel logischer is. Niet elke recensent is even onderlegd.

zondag 10 maart 2019

Mit Lieb bin ich umfangen

Sinds een goed jaar zing ik in een koortje. Oude liefde roest niet: van mijn 10 tot mijn 20 heb ik gregoriaans gezongen, tijdens mijn legerdienst heb ik nog menige klank het Duitse zwerk ingestuurd, in Soest dan nog, bij de 6de Artillerie: o Freude, o Wonne! En nu maak ik deel uit van een klein gemengd gezelschap dat anoniem wenst te blijven, ook onze zeer onderlegde dirigent: dat is een kwestie van bescheidenheid. Maar twee zondagochtenden per maand ervaren wij, een tiental mensen (m/v), de vreugde van de samenzang in twee stemmen. Soms in meer, maar dat is dan niet altijd bedoeld.

We zingen liederen in het Duits, in het Frans, soms zelfs in onze eigen moerstaal, want vaak willen we ook verstaan wat we zingen. Vandaag hebben we iets nieuws geleerd: 'Mit Lieb bin ich umfangen' van de dichter/componist, of singer songwriter Johann Steuerlein, die geleefd heeft van 1546 tot 1613. Het lied zelf is van 1600, stijl: barok. De tekst luidt als volgt:

                                   Mit Lieb' bin ich umfangen,
                                   Herzallerliebste mein.
                                   Nach dir steht mein Verlangen,
                                   könnts oder möchts gesein
                                   Könnt ich dein Gunst erwerben,
                                   käm ich aus grosser Not,
                                   viel lieber wollt ich sterben
                                   und wünscht' mir selbst den Tod.

                                   Wie soll ich von dir lassen,
                                   es kost' mir meinen Leib.
                                   Dazu zwingt mich ohnmassen,
                                   dass ich nit' von dir scheid.
                                   Dir hab ich mir ergeben,
                                   in rechter Stetigkeit,
                                   dieweil ich hab das Leben,
                                   Herzlieb nit von mir scheid!

Iemand (m/v) zingt over een onbeantwoorde liefde, laten we bijgevolg maar aannemen dat het om een man gaat, een niet bijster origineel thema. Hij zou zich nog liever dood wensen dan haar niet te kunnen krijgen: tragedie, tragedie! Gelukkig is het lied best vrolijk en opgewekt: zo zwaar moet er kennelijk niet aan getild worden (zo klinkt het toch op youtube). Het lied leren is op zich zelf een bezigheid die zichzelf beloont: je kent het helemaal niet, eerst komen de sopranen aan de beurt, dan de bassen, dan proberen we dat samen en na een tijdje hoor je hoe mooi dat klinkt en hoe warm dat van binnen voelt. En dan stel je vast dat je toch weer met een aantal vrienden en vriendinnen iets zinvols gedaan hebt, iets waar je gelukkig van wordt. Meer moet dat niet zijn, wat zeg ik, dit is al heel veel.

Twee opnames op youtube op deze adressen:

https://www.youtube.com/watch?v=2y9vLQbBFs

https://www.youtube.com/watch?v=UerO-y_99FA 

Ik krijg van een goede vriendin nog een interessante reactie binnen: natuurlijk gaat dat over een onbeantwoorde liefde, schrijft ze, want het gaat hier over de liefde tot God, en die is voor de gewone sterveling onbereikbaar. Dat zal heel waarschijnlijk wel kloppen, want dat lied zong zij met een koor in de kerk, en die Steuerlein staat vooral bekend als dichter/componist van geestelijke liederen. Wat ik vandaag allemaal niet bijgeleerd heb, op deze rotwerige zondag!                       

zaterdag 2 maart 2019

Het Vennengebied: wandeling met zilverreiger en weinig lover

In februari 18 of 19 graden: natuurlijk zet dat aan tot genieten en profiteren in het Vennengebied. Bomen en struiken beginnen te knoppen, maar lover en bladerdek laten nog heel wat tijd op zich wachten, en zo kun je in de warme winter van dit jaar zaken zien die in de zomer verborgen blijven: 'In de natuur is geen dag dezelfde,' heb ik eens gezegd.

In de Kleine Klotteraard staan vlak voor de uitkijktoren een vijftal uitgebloeide lisdodden: de vergankelijkheid maakt zich zichtbaar in wollige sigaren zo lijkt het wel. En ze vangen mooi het tedere licht van de toch al redelijk sterke winterzon. Wit op een blauwe achtergrond krijg je dan: het heeft wel iets.


Uitgebloeide lisdodden: wollig sigaren

Aan de verste oever van het ven is een grote zilverreiger op jacht naar eten: van het midden loopt hij zachtjes naar de linkerkant: rustig doet hij dat, door geen mens gestoord. Waarom het een grote zilverreiger is: gele bek en zwarte poten heeft hij, en voor een kleine soortgenoot is hij sowieso te groot, vind ik. Hij laat zich gewillig fotograferen, alsof hij de ondiepe kant van het ven als catwalk gebruikt: een slank model in bruidskleur. En als je wat geluk hebt, vat je de witte vogel en zijn spiegelbeeld in een beeld: een lucky shot noem ik dat dan. Een eerder zeldzame ontmoeting is dit: ik scooter al wel 15 jaar zeer vaak in het Vennengebied, maar ik geloof niet dat ik er al 5 zilverreigers gezien heb. Dat maak je dus mee als je buitenkomt.




Grote zilverreiger met spiegelbeeld

De nieuwe natuur komt hier en daar wel al piepen, maar heel voorzichtigjes: het is nog geen echte lente, er moeten nog maartse buiten en aprilse grillen komen, tenminste dat zou je willen. Maar bladgroei is nog niet te bespeuren, en zo zie je vaak verder en meer dan in de zomer. Naast het Bels Lijntje, voorbij de Heizijde richting Nederland, is nu aan de rechterkant zeer goed een grote plas in een weiland te zien: in de linkerhoek kun je een meerkoet zien, heel klein is hij op de foto, maar bij nader toezien wel zwart en met de witte bek en de witte vlek op zijn voorhoofd.


Grote plas met een kleine meerkoet, links in 't hoekje van de plas

Dat weiland wordt overigens begrensd door  een gracht die ik daar eigenlijk nog nooit opgemerkt had. Echt avontuurlijk en wereldschokkend is zo'n eerste visie niet, maar tussen twee bomenrijen heeft het wel perspectief en diepte. Ook het gewone eenvoudige kan mooi zijn!


Wintergracht, d.w.z. de Meirgorenloop

dinsdag 26 februari 2019

De klaprozen van Lau de Vries

Afgelopen week, van 15 tot 23 februari kon je in Campus Blairon Turnhout naar een kleine tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog gaan: 'Nooit meer oorlog herdenken' heette die. Het was een initiatief van 'demens.nu', en het 'Huis van de Mens - Turnhout' werkte natuurlijk vol overtuigend mee. Of het storm gelopen heeft, weet ik niet, maar dat het een lovenswaardig evenement was, daar ben ik wel zeker van.

Er waren ook 6 schilderijen van Lau de Vries te zien: antioorlogswerken zijn het, met telkens een klaproos erin verwerkt: zeggen dat de 'poppy' voor vrede staat, is water naar de zee dragen. Ondertussen: kleine interessante doeken zijn het. Zeer geslaagd vind ik 'Explosie': een klaproos ontploft, en laat onder andere veel bloed en scherven achter, of hoe tere schoonheid door oorlog finaal vernietigd wordt.


Explosie

'In Vlaamse velden' toont op de voorgrond klaprozen en andere begroeiing, maar die staan voor een drukkend rode heuvel, waarop een dode boom en waarboven een grijze hemel: leed verdriet, dood in een eenvoudig beeld dat mij echt raakt.


In Vlaamse velden

Rood komt ook in het volgende schilderij terug, in de bakstenen muren - of wat daarvan overblijft - en in de klaproos die ook niet meer ongedeerd is, maar ze is er nog en niet ontploft: veel krijgt de oorlog kapot, maar niet alles, niet de allerlaatste hoop.


War Poppy tussen het puin

Er hing nog een schilderij met een klaproos, maar dat had dit keer niet met oorlog te maken: 'Amaryllis' heet het, en achter de klaproos zie je de tekst van 'Zeer kleine speeldoos', een gedicht van Paul van Ostaijen tot de kleine Amaryllis gericht: zij is te speels en wordt daarom op het einde van het vers 'wijsneus' genoemd. Twee bloemen voor de prijs van een, zou je kunnen zeggen, en dan krijg je nog een vrolijk kunstwerk nog ook.





Amaryllis


Besluit: Laus klaprozen zijn zeker en bezoek en het zorgvuldig bekijken waard. Jammer dat ze alweer weg zijn.

dinsdag 19 februari 2019

Het Vennengebied: winterwandeling

Mijn ouders plachten te zeggen dat februari altijd drie zomerse dagen had, en mijn schoonmoeder goot diezelfde weerwijsheid in een versje: 'Februari is nooit zo fel, of het geeft zijn drie zomerse dagen wel.' Met die wetenschap ben ik opgegroeid, maar mijn eigen kinderen kennen deze spreuk niet meer, wat dan natuurlijk aan de ouders ligt. Nu hebben we die drie (of meer) dagen al gehad, en de maand is nog niet uit. Je kunt van een weerfenomeen de klimaatverandering niet afleiden, maar het blijft een feit dat we al een aantal jaren na elkaar geen noemenswaardige winter meer hebben gehad.

Gisteren (17.02) was een uitgelezen dag: ik met zoon en kleindochter naar de Klein Engelandhoeve. Best veel volk was er: alsof heel Turnhout en omliggende percelen het huis uitgejaagd was, op het parkeerterrein geen plaats meer. Ook opvallend wat Nederlandse nummerplaten: bovenste beste benedenmoerdijkse buren allicht. Wat zon, blauwe lucht, zalig temperatuurtje en veel licht met een mens doen: voor licht en warmte leveren we al eens een inspanning, zeker na een lange tijd grijsheid!

En wij dus op wandel. Het eerst wat mij opvalt is het Schaddenkot, uit
Retie, een lemen gebouwtje uit 1771, waarin schadden werden bewaard, en dat kun je nog beschouwen als een soort van turf van mindere kwaliteit. Vorig jaar was dat kot nog niet af, maar nu is de voorgevel mooi wit gekalkt.


Schaddenkot uit Retie, 1771, nu in het Vennengebied

We komen voorbij mijn vertrouwde plaatsen: het Koeven onder andere. Veel leven is daar nog niet te bespeuren: in de verte Canadese ganzen, maar enkele zangvogels laten zich al ongeremd horen, die zijn kennelijk ook blij met de drie zomerse dagen in februari. Op het uitkijkpunt kun je ook een poëtische impressie van Geert de Kockere lezen. 'Een ven is een spiegel/ in het landschap/ een weerspiegel/ waarop eenden drijven// In water dat hemelsblauw is/ herfstig grijs/ of bewolkt als een bonte koe'. Mooi de omgeving gevat, Geert.


Het Koeven


Natuur poëtisch verwoord

Dan lopen we een eindje langs de Langvenstraat en willen dan links afslaand vlotjes het bos in gaan: over een gracht ligt een bruggetje voor wandelaars en rolstoelen, maar bij het begin ontbreken er twee planken, zodat mijn scootmobiel daar dienst weigert. Maar ik stap uit, Jasper duwt en zo kunnen we onze weg verderzetten. Ik heb dat mankement al eens gesignaleerd, maar daar is kennelijk nog geen gevolg aan gegeven, wat jammer is. Minder mobiele mensen hebben ook recht op hun portie bos in het Vennengebied: ik zal niet zeggen dat dat een mensenrecht is, maar wel een van een echte Turnhoutse liefhebber van het gebied.

De weg door het bos, laten we die maar het bospad noemen, is wat hij moet zijn: niet te breed, niet te smal, best doenbaar met de scootmobiel, en af en toe neig je naar rechts of links: boomwortels steken her en der de kop op.


Het bospad, ook geschikt voor scootmobiels

En zo komen we op het pad waar ik verleden november gefotografeerd ben voor 'Natuurpunt', en die foto in het tijdschrift heeft mijn ontzag bij familie en kennissen naar ongekende hoogten gejaagd: ik zou er van naast mijn schoenen gaan lopen zijn, maar gelukkig bestaat dat gevaar niet, want ik heb ms (op  milde wijze)! Praise the Lord! En we zien weer het Schaddenkot van bij het vertrek, en dat blijkt een mooi herkenningspunt in het landschap te zijn: zoals Leo Plezier schreef, en de volksmond zegt 'Wit is altijd schoon!'


Wit is altijd schoon

Een en ander vraagt om een Schuppen Boer in Klein Engelandhoeve, wat ons best smaakt. Kleindochter Han heeft haar eigen drinken bij zich: levengevend water. En zij kijkt zich de ogen uit naar zoveel volk, en test of de zwaartekracht ook daarbinnen werkt door elk bierviltje dat ze te pakken krijgt te laten vallen: haar vader is wetenschapper, en ook deze appel valt niet ver van de boom, maar het kan zijn dat ik hier tot voorbarige conclusies kom. Opa raapt die viltjes na een tijdje op, legt ze buiten haar bereik, en probleem opgelost, en zo heb ik nog eens bewogen en ben door de knieën gegaan, allemaal door en voor dat kleine meisje!


Han, de jongste Van Bourgognie (11 maanden)


Benieuwd naar Papa kijkend: wat gaat hij nu weer doen, de grapjes?

Je dient aan het einde van zo'n namiddag te zeggen: 'Voldaan keerden wij huiswaarts'. En dat deden wij, en doe ik dan ook, bij dezen.