donderdag 19 september 2019

Geel Sint-Dimpnakerk - het geloof voor de ongeletterden: retabels

Zoals in de Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw maken in de Sint-Dimpnakerk in Geel retabels een belangrijk deel van het keukenmeubilair uit: de beeldenstorm heeft ook hier gewoed, zodat je je afvraagt of die retabels toen in veiligheid gebracht waren, of ze later in de kerk terechtgekomen zijn, of de beeldenstormers hier niet zo fanatiek waren. Wie zal het zeggen?

Brussel, Mechelen en Antwerpen waren in het hertogdom Brabant belangrijke steden waar retabels vervaardigd werden, en die waren toen voor de gelovigen ook echt nodig: de allermeesten waren ongeletterd, en die retabels vertelden verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament, of ze beeldden de passie van Christus uit, zijn leven, of dat van Maria, of van een belangrijke heilige. Een belangrijk didactisch element waren die retabels, en vaak ook zeer kunstig gemaakt door bekwame 'beeldsnijders', zoals die mensen genoemd werden.

Een retabel dat van dat alles niet dadelijk blijk geeft, is het 'Apostelretabel': het is een witstenen kunstwerk uit de tweede helft van de 14de eeuw, en mogelijk het oudste artefact in deze kerk. Ik zou het nog een 'proto-retabel' willen noemen: door zijn vorm lijkt het aan het begin te staan van de retabelkunst, die haar hoogtepunt beleefde op het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw. Je ziet zeven gotische portalen, met in het midden natuurlijk Jezus aan zijn kruis, geflankeerd door zijn moeder en Johannes, zijn lievelingsleerling. Links en rechts telkens 6 apostelen met een kenmerkend attribuut. Links van Maria staat Petrus met de sleutel van de hemel in zijn handen, en naast hem Paulus met een zwaard. Nu is zoals wij weten Paulus nooit apostel geweest: hij was een felle bestrijder van het christendom - hij was een Farizeeër en heette Saulus - tot hij onderweg naar Damascus van zijn paard gebliksemd werd, tot andere inzichten kwam en een felle en fanatieke voorvechter en verspreider van dat nieuwe geloof werd. De term 'paulinische christendom' klinkt menigeen vertrouwd in de oren. Waarom is Paulus in deze groep dan binnengesmokkeld? Heel simpel: hij vervangt Judas, de verrader, want die mocht natuurlijk niet mee op de foto. Dit is een voorbeeld van herschrijving van de hier 'gewijde geschiedenis' zoals dat vroeger in de Sovjet Unie gebeurde, dit is geschiedschrijving op communistische wijze, veranderen als het de vertellende instantie beter uitkomt: 'niets nieuws onder de zon' ook niet als die zon nog rond de aarde draaide en de aarde het centrum van het heelal was. Galileo Galilei kan daar ook nog leuke verhalen over vertellen.


Het Apostelretabel (tweede helft 14de eeuw)

De uitwerking van de figuren is heel sober gehouden: in feite zijn het halfverheven beeldhouwwerkjes, en de attributen van de apostelen moeten erop wijzen dat zij maar zeer gewone mensen waren. De versiering is tot een minimum beperkt: roosjes boven de spitsbogen en onder de apostelen. We zijn hier nog ver van de retabels van rond het jaar 1500.


Van rechts naar links: Petrus, Paulus, Bartholomeus met mes, Thomas met winkelhaak, Matthias met bijl, Simon met zaag

De 'Vlaamse Meester in Situ' waarvoor je de kerk wordt binnengelokt, is de beeldhouwer van het Sint-Dimpnaretabel, maar helaas is die kunstenaar onbekend. We doen het dan maar met het kunstwerk zelf: zeker is wel dat het in de kerk geplaatst werd in 1556, dat is redelijk kort voor de beeldenstorm. Het werk is 6,50 meter breed, en tot aan de top van het kruis 7 meter hoog: dat is geen klein prutswerk! De  9 taferelen van onderen, samen dus die 6,5 meter, vertellen het hele verhaal van Dimpna, en daar net boven, in de gotische kapelletjes zie je minder belangrijke aanvullingen op het verhaal. Vlak onder het kruis wordt Dimpna door engelen naar de hemel gedragen.

Dit werk is een van de beste voorbeelden van retabelkunst op zijn best: drie lagen heeft het, het is bovendien voor een retabel zeer groot, de talrijke figuurtjes maken het zeer levendig, het is een lust voor het oog. De gelovigen van eeuwen geleden zullen er zeker ook door getroffen geweest zijn, kan ik me voorstellen!


Sint-Dimpnaretabel, 1556

Het verhaal vertelt dat Dimpna voor haar vader vlucht, van Ierland naar het continent: de man wou met haar trouwen na het overlijden van zijn vrouw, die natuurlijk haar moeder was: incest op niveau? Daar wil de gelovige niet van weten! Een schip komt aan in de haven van Antwerpen, Dimpna zit centraal. Rechts van die scène zie je hovelingen aan de koning mededelen dat ze Dimpna ontdekt hebben: in Westerlo hadden ze in een winkel betaald met dezelfde vreemde munt als de prinses, die daar eerder al was geweest! Die verhalen zijn soms zo vreselijk charmant! Maar dat blijft niet zo: een plaatje verder worden Dimpna en Gerebernus, haar biechtvader, onthoofd! Hier wordt het vreselijk verschrikkelijk, maar we weten al dat zij in de hemel zal worden opgenomen: eind goed, al goed!

Het is een sensationele vertelling, stichtend voor geest en hart en nieren, maar bijzonder levendig weergegeven. Een sprookje voor de 16de-eeuwse katholiek, zou ik nog zeggen.


Links aankomst in Antwerpen, rechts onthoofding van Dimpna en Gerebernus

Ten slotte nog een passieretabel uit de periode 1490-1500. Boven zie je geopende luiken: op het rechtse smeken Christus en Maria om erbarmen voor de zondige mensheid, op het linkerluik zie je (niet zeer duidelijk) God als Rechter. Gebeeldhouwd is links de geseling van Christus, en rechts wordt hij naar zijn graf gedragen.


Ten slotte: nog een passieretabel, uit de periode 1490-1500.

Het centrale tafereel is natuurlijk de kruisdood: Christus tussen de twee moordenaars. Met een lange lans steekt de Romeinse soldaat Longinus hem in zijn rechterzij. Er is heel wat volk te hoop gelopen, er is veel belangstelling, wat de dramatiek van het gebeuren alleen maar vergroot. Alleszins meester-beeldhouwers hebben hier aan gewerkt, maar psychologisch waren die ook een beetje daar, als je het mij vraagt.


De kruisdood en de ontzette toeschouwers

Leer ik een paar dagen geleden dat in de hoofdkerk van Herentals een retabel te bezichtigen is van Jan II Borman, de beste beeldsnijder van allemaal, zoals hij in zijn tijd genoemd werd. Daar trek ik voor 30 september ook nog naartoe, want daarna zijn 'Vlaamse Meesters in Situ' geschiedenis. En zoals men in het Duits zegt: 'Herentals ist immer eine Reise wert'. Welaan dan!

dinsdag 17 september 2019

Cornelis Floris II De Vriendt in Geel

'Vlaamse meesters in situ' bracht me ook naar Geel, naar de Sint-Dimpnakerk, voor het retabel van Sint-Dimpna, waarover later allicht meer. Als je voor de kerk staat, voor de toren is dat, zie je al meteen dat die toren niet zo hoog is als hij oorspronkelijk bedoeld was. Hij heeft trouwens van alles meegemaakt: in 1541 stort de toren in tijdens een hevige storm; dat is wat men noemt 'niet tegen een stootje kunnen'. Hij werd dan heropgebouwd: in 1563 men al zo hoog als de spitsboog van het grote venster, 17 meter is dat. Er is nadien nog een tijdje verder gewerkt, maar voltooid is hij nooit. Ik schat dat hij nu een 30-tal meter hoog is. Tijdens de periode 1949-1952 worden kerk en toren gerestaureerd naar de plannen van de provinciale architect Jozef Schellekens uit Turnhout, die het bouwwerk zijn huidige hoogte gaf: zo'n 30 meter moet dat zijn, schat ik. Je ziet wel dat dit gebouw authentiek gotisch is: in dit geval spreekt men van Brabantse gotiek, Demergotiek of zelfs Kempische gotiek. De gids zegt dat, rekening houdend met de oppervlakte van de basis, de toren even hoog had moeten worden als die van de Katharinakerk in Hoogstraten: 105 meter is dat. Het zou een duidelijk merkteken in het landschap geweest zijn, 'a landmark' zoals het Engels dat uitdrukt. De niet gerealiseerde hoogte van het gebouw zou het ook eleganter gemaakt hebben, maar wat er nu staat vind ik best oké: de speklagen geven de toren zeker enige lichtheid, zeker als hij het volle zonlicht vangt.


De Sint-Dimpnatoren, Kempische gotiek

Een zeer mooi en kunstig monument is ongetwijfeld de graftombe van Jan III van Merode en zijn echtgenote Anna van Gistel: zijn trouwden in 1520; zij overleed al in 1533, hij in 1550. Cornelis II Floris de Vriendt kreeg de opdracht voor deze tombe in 1552, exact het jaar waarin hij de sacramentstoren van de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw voltooid had. Deze Cornelis Floris was een uitstekend beeldhouwer, had een reis naar Italië ondernomen, was daar de renaissancekunst gaan bekijken en had ze nadien hier geïntroduceerd. Ik heb die sacramentstoren van Zoutleeuw deze zomer gezien, en ik kan de mensheid van hier te lande verzekeren: Cornelis Floris was geen prutser, wel integendeel.

Op de vier hoeken van de tombe staan Romeinse soldaten: herauten volgens Cornelis Floris, die mogelijk het overlijden van het echtpaar aankondigen. De middelste figuur op onderstaande foto staat aan de kant van Jan III, en die draagt het wapen van Merode (dat overigens in Duitsland ligt). Die Romeinse soldaten - of het idee - heeft de kunstenaar allicht van zijn Italiëreis meegebracht, en zo sluipt de renaissance in deze kerk en in zijn werk binnen.


Wapendrager tussen twee herauten (Romeinse soldaten)

Aan het voeteneinde van de tombe liggen de obigate leeuw en hond: de eerste symboliseert dapperheid, het tweede dier staat voor huiselijkheid en trouw, deugden van de vrouw. Aan de rollen van man en vrouw werd toen nog lang niet getornd! Vooral in de manen van de leeuw heeft Cornelis Floris zich eens kunnen laten gaan, en uitpakken met zijn kunst en meesterschap. Maar beide dieren zijn zeer geslaagd.


De leeuw voor dapperheid (Jan III), de hond voor trouw (Anna)

Het was te moeilijk een volledige foto te nemen van de twee liggende figuren, maar hun hoofden bewijzen ook al heel wat. Jan III van Merode is in vol ornaat afgebeeld, hij heeft bij wijze van spreken zijn beste pak aangetrokken, want hij moet voor de ultieme opperrechter verschijnen. Hij draagt een hermelijnen cape waarvan de zwarte staartjes goed zichtbaar zijn (dat zijn de witte pluisjes op zijn rechterschouder), en onder die cape zit een rijkelijk versierde mantel: noblesse oblige! Natuurlijk heeft hij een gaaf gezicht, en hoofdhaar en baard met virtuoze krullen, superlatieven van de manen van de leeuw. En dan moet je het hoofdkussen nog bekijken: ragfijn versierd met opgelegde koorden, zo realistisch mogelijk. Dit is werkelijk renaissancekunst par excellence!


Jan III van Merode

Hetzelfde metier en dito virtuositeit vind je terug bij zijn vrouw Anna: mooi versierde kledij, haar handen gevouwen tot gebed, zoals ook Jan III deed, fijn uitgewerkt kraagje, en rand van haar hoofddeksel maken het kunstwerk af. Groot kunstenaar was Cornelis II Floris de Vriendt (Antwerpen ca. 1514-1575).


Anna van Gistel

Ik heb me meermaals enthousiast uitgelaten over de Sint-Katarinakerk in Hoogstraten, maar de Sint-Dimpnakerk van Geel heeft nog meer en oudere kunstschatten. Wat je er allemaal nog vindt, daar heb ik het nog over. Voor de liefhebbers: een bezoek meer dan waard.

donderdag 12 september 2019

Turnhout: 75 jaar bevrijding

De bevrijding van ons vaderland is deze maand 75 jaar geleden, tenminste in onze streken. Dat wordt herdacht en opnieuw in herinnering gebracht: in deze rechtse en populistische tijden is dat helemaal geen slecht idee. Een kolonne militaire voertuigen rijdt door het land: 'Bevrijdingskolonne Noord' heet die. Ze vertrekt, of is vertrokken in Mons, dan volgt Ath, en via Brussel en Antwerpen is ze vandaag in Turnhout aanbeland, waarna nog Geel en Leopoldsburg volgen, wat het eindpunt is. In die kolonne rijden 50 historische voertuigen en worden er herdenkingsmomenten gehouden: dat in Turnhout heb ik om goed van start te gaan gemist, maar dat ligt nu eens niet aan het instituut ABL (Armée Belge/Belgisch Leger).

Die 'historische voertuigen' zien er allemaal best goed uit: netjes gewassen, pas naar de car wash geweest, fris opgeschilderd in groenbruin dat ook wel kaki genoemd wordt. Nergens een spoor van bloed of andere menselijke resten van gruwelijke gevechten, je zou nog gaan denken dat het 'ein frischer, froher Krieg  gewesen sein muss! Helaas weet de mensheid al eeuwenlang beter, er bestaat geen 'propere oorlog', en beide partijen verliezen, ook al is er altijd een overwinnaar.

Maar allerlei voertuigen dus. Eentje is een bijna een tank: vier wielen heeft het ding, maar ook een geschutskoepel. Heel indrukwekkend is het niet, het doet me eerder denken aan 'my little tanky' van Lieutenant Gruber uit 'Allo Allo'. Vooral na afloop van een oorlog is het makkelijk ermee te lachen. Maar opgepast: dat is hier niet de bedoeling, in dit geval ligt het aan mijn slecht karakter.


Lieutenant Grubers 'Little tanky'

En mijn legerdienst staat meteen ook voor mijn neus: ik was soldaat-milicien zoals dat toen heette, in 1970-71. Wat zie ik: een half track, zoals ik die toentertijd ook in Soest rondreden, soms toch, in de Kazerne 'Kanaal van Wessem'. Ik heb ze nooit in echte actie gezien, zelfs niet op 'serieuze' manoeuvres in Elsenborn. Toen waren wij en de Belgische mensheid al veel vredelievender aangelegd, dat kan de enige juiste conclusie zijn. Of misschien waren onze officieren gewoon lui, hoewel dat een eerder defaitistische gedachte is


Eerbiedwaardige 'half track'

Nieuw - voor mij althans - zijn ontzag inboezemende motoren: die waren in 70-71 al compleet verdwenen, dit is echt antiek, met een lading waar je een paar weken mee verder kan! Maar heel flitsend modern zien die dingen er toch niet uit!


Uit het antiquariaat

Jeeps zijn er natuurlijk ook: een aantal exemplaren van de oude, vertrouwde Willys! Ik was chauffeur in het leger, en hoeveel kilometers ik met mijn Willys heb afgelegd, weet ik niet meer, maar talloze zijn het er! Ik reed namelijk voor de topografen, en wij moesten geregeld aan de grens met de DDR stellingen gaan controleren en opnieuw opmeten: oorlogsvoering ging zo'n 50 jaar geleden niet zonder een goede basis driehoeksmeting, wat dan het werk voor architecten en ingenieurs was, niet voor een simpele germanist! Mijn jeep was er eentje uit het jaar 1941, die had dus oorlogservaring! Dertig jaar later was die nog in dienst: de carrosserie was van meet af aan sterk genoeg, af en toe werd er een nieuwe motor ingestoken, en vooruit met de geit! De adjudant-chef wiens chauffeur ik was, heette 'Lust': hoe konden wij tweeën nog gelukkiger zijn met onze prachtnamen. Veel zin voor humor had hij niet, maar het was een fatsoenlijke mens, geen pestkop, wat van alle onderofficieren niet gezegd kon worden.

Onderstaande foto toont de favoriete bezigheid van het Belgisch Leger in vredestijd: met z'n tweeën tegen de jeep leunend zitten en babbelen tegen je overbuur die ook zittend leunt of probeert dat te doen: het is een kunst op zichzelf! Pittig detail in de rechterbenedenhoek: de uiteindjes van de benen en de voeten van een militair die leunt, maar nog niet zit. Die heeft de kunst nog niet onder de knie!


Een Willys en zijn entourage in vredestijd: altijd alert!


Schietensklare Willys

De mooiste auto die op de Grote Markt te vinden was? Geen militair vervoermiddel, maar een Cadillac uit de periode 1940-45 in volle glorie. Natuurlijk reed de eerste de beste korporaal daar niet mee rond, dat spreekt vanzelf. Het kenteken van de auto van voren: een rode plaat met vier witte sterren. Dit is de wagen van een viersterrengeneraal, een best hoge pief! Die reed daar zelf ook niet mee rond: die had natuurlijk een chauffeur, dat ligt voor de hand.


Viersterren Cadillac: respect, respect

Achteraan nog een kenteken: U.S. Army, en het blazoen van de VS: de adelaar met in zijn rechterpoot een lauriertak, in zijn linker de pijlen die zeggen dat we niet naïef zijn en ook kunnen aanvallen'. Op de banderol boven de vleugels van de arend is de spreuk van de VS te lezen: 'E pluribus unum', uit velen een. Dat zo te bekijken geeft een ander gevoel dan wanneer je dat op tv achter het lichaam en hoofd van Trump ziet hangen. Hoe zou dat komen?


Lauriertak en pijlen, en 'E pluribus unum'

Een echte tank had de tocht naar Turnhout ook ondernomen: die stond dan waar met Turnhout Kermis de grote, oude paardenmolen met het mechanische orgel staat: klein beetje contrast, toch! Om welk type tank het gaat is me niet bekerdnd: enige verklarende borden zouden niet verkeerd geweest zijn. Een groot wapen met een ongelooflijk kaliber is het niet, maar je wordt er natuurlijk liever niet midscheeps of midlichaams door getroffen: je mag er niet aan denken.


Tank van een onbekend type

Dat rijdende kanon wordt met een platte aanhangwagen vervoerd en vooral de boodschap van achteren op die wagen is geruststellend: 'Uitzonderlijk vervoer', dat we maar niet zouden denken dat we tegen de Polen of Hongaren op zouden trekken: zo ver drijft het moderne Europa het niet meer.


Uitzonderlijk vervoer, en al goed!

Ik heb bij mijn scootmobielwandeling over de Markt misschien meer aan mijn eigen legerdienst gedacht dan aan de bevrijding en wat eraan vooraf gegaan is. Maar versta me niet verkeerd: we leven hier al 75 jaar zonder oorlog! Toen mijn vader 30 was, had die er al twee wereldoorlogen opzitten: ik had het niet mee willen maken. P.s.: 14 dagen na mijn vaders geboorte brak de eerste wereldoorlog uit, maar een causaal verband mag niet eens verondersteld worden!

Tot slot een citaat van Imre Kertész, uit zijn essay 'De ongelukkige twintigste eeuw': 'De nazi's streefden niets anders na dan de nihilistische tegencultuur die alles ten koste van de ander wil (en niets voor een ander)'. Menslievend is dat niet, fascistisch wel!

woensdag 14 augustus 2019

Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk - muurschilderingen

In de Sint-Leonarduskapel zie ik tot mijn verrassing twee muurschilderingen: een boven de toegangsdeur, en een rechts boven de deur van de kluizenaarskamer. 'Vier heiligen in fresco' noemt de gids die ook. Het gaat over de Heiligen Servatius, Rochus, Albertus en Egidius. Het werk werd in 1995 gerestaureerd, maar desondanks zijn de heiligen moeilijk te herkennen. Uiterst links staat Servatius: die draagt een mijter, want hij was bisschop van Maastricht. Naast hem staat de heilige Rochus, patroon of beschermheilige van de pestlijders. Omdat hij zelf aan de pest geleden heeft, wordt hij afgebeeld met een open been, zonder lange broek dus. Hier zie je zijn twee blote benen (info: wikipedia). De derde is dan de heilige Albertus, ook Albertus Magnus genaamd. Hij was een geleerde, onderwees de filosofische en wetenschappelijke vakken van Aristoteles; een van zijn leerlingen was Thomas van Aquino. Albertus draagt een staf, waarschijnlijk als teken van zijn waardigheid en uitmuntendheid; hij werd overigens doctor universalis genoemd. Op de muurschildering is echter niet zoveel van hem te zien, net zoals van de figuur uiterst rechts, en dat is dan de Heilige Egidius. Die man was kluizenaar, en wordt vaak afgebeeld in het gezelschap van een hinde, die hem van melk voorzag. Ik dacht aanvankelijk dat het een hond was die van Egidius aandacht en liefde wou, maar de muil van het dier kan niet die van een hond zijn, wel van een ree. Het wil wel eens moeilijk zijn die heiligen te identificeren, maar als je zoekt naar typische dingen in hun voorstellingen, kom je al een eind ver. Op google kun je al eens wat vinden, maar niet alees.wat


Boven de toegangsdeur tot de kapel hangt een 'Laatste Oordeel' van Lodewijk Raets, uit ca. 1490, een schilder waarover google mij niet wijzer maakt. Mogelijk was hij van Leuven, een Brabander uit de streek. Op een regenboog zit Christus ten troon, geflankeerd door twee engelen: hij oordeelt over de mensen, over de goeden, de gelukzaligen, en de kwaden, de verdoemden. Maria, de Middelares, staat onder zijn rechtervoet, tegenover haar staan andere heiligen. Links gaan mensen in het maagdelijk wit gekleed het paradijs binnen, rechts varen een aantal naakte figuren ter helle, voor eeuwig reddeloos verloren. De gelovigen wordt opnieuw hun mogelijke toekomst voorgehouden, voorgespiegeld: beloning voor een goed leven, straf voor ongeloof en losbandigheid. Het doet me denken aan het 'Laatste Oordeel' in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Truiden: beter op tijd waarschuwen als je de mensen braaf, mak en gedwee wilt houden!


Lodewijk Raets, Laatste Oordeel, ca. 1490

Een laatste schilderij, geen muurschildering. Maar toch iets eigenaardigs: het is een grafmonument of 'memento'. Het gaat dan over het middenpaneel: wat op de achterzijde geschilderd werd, is op de voorzijde zichtbaar. Dit schilderij zou dateren van ongeveer 1530. Het beeldt de legende van Longinus uit, de Romeinse soldaat die met zijn lans in Christus' zijde stak. De gids gaat zo verder: 'De Heilige Catharina van Emmerich zag in een visioen hoe Longinus na deze daad genezen werd van een sterke bijziendheid, zich bekeerde en de godheid van Christus beleed'.


Longinus doorsteekt Christus zijde

Onder het schilderij hangt een tekst die je ook al in de gids kunt lezen:

'Hierleyt begrave M. Henrich van Steyroey, hij stierf int jaer XVC en LXV den XIJ dach Mey en joeffrouw Margriet Speken zij sterf int jaer XVCLXI den X augustus bidt voer die ziele Godts.


Zo zijn Hendrik en Margriet een beetje onsterfelijk.

De Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw: een belevenis! Het is niet zover, en er is veel interessants te zien - hoewel,  dat is subjectief. Maar wat wil een mens nog meer?

Veel informatie is te lezen en te vinden in:

Emiel Vandeput, pr. , De Sint-Leonarduskerk... Hart van Zoutleeuw,
Zoutleeuw, 1978 - Herziendrukken 1986,1996

dinsdag 13 augustus 2019

Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk - beelden

De kerk staat ook vol met heiligenbeelden, je zou bijna zeggen van allerlei soort en pluimage, mannen zowel als vrouwen: gelijkheid der seksen in de middeleeuwen. Ik kom er een heilige tegen die ik een beetje ken, de Heilige Elisabeth van Thüringen, of Hongarije, dat is dezelfde. Zij was een Hongaarse koningsdochter die al zeer jong beloofd werd aan de hertog van Thüringen, en als baby al naar dat Duitse hof werd gebracht, alwaar zij opgevoed werd. Zij heeft volgens de legende een zeer ongelukkig leven geleid: haar man stierf jong in een veldslag, diens broer greep de macht, Elisabeth en haar kinderen werden verstoten. Dat alles gebeurt in het begin van de 13de eeuw. Elisabeth is geen hoogmoedige, wraaklustige prinses, integendeel, ze zorgt voor de gewone mens waar en wanneer ze kan, vooral voor de melaatsen. Ook zij sterft vroeg: op haar 27ste, en wordt vrij snel na haar dood heilig verklaard. Het is deze Elisabeth die haar naam gegeven heeft aan talrijke ziekenhuizen: Turnhout en Herentals onder andere. Zij wordt hier afgebeeld met een kroon en een scepter, terwijl dat symbolen van macht waren die ze helemaal niet wilde. Tenminste, in de versie van het verhaal dat ik ken. In de grote kerk van Hoogstraten hangt een wandtapijt dat haar geschiedenis vertelt: ook zeer bezienswaardig is dat!


De Heilige Elisabeth van Thüringen, met scepter en kroon, 16de eeuw

Sint-Anna-te-Drieën staat er een aantal keren: het beeld van oma, mama en het Jezuskind was bijzonder populair. Mooi laatgotisch beeld is dit, met zeer levendige plooival. En de kleuren zijn ook bijzonder goed bewaard (en waarschijnlijk op tijd gerestaureerd).


Sint-Anna-te-Drieën, 16de eeuw, eikenhout, 74 cm

En dan zijn er piëta's: Maria zit op een stenen bank, houdt Christus met haar rechterhand vast zodat hij niet zou vallen, en ze schijnt zeer hevig te huilen: met een zakdoek wist zij haar tranen weg. Haar gevoelens zijn in ieder geval meer dan duidelijk. Dit beeld zou Duitse invloed vertonen, maar waaraan die te zien is, weet ik niet. De gids zegt wel dat haar gezicht duidelijk joods is, maar zij wordt met al haar verdriet zeer respectvol afgebeeld. Als joodse wordt zij als een mens zoals de middeleeuwers van hier ook waren.


Piëta, 16de eeuw, notelaar, 83 cm

Een andere piëta komt uit de 15de eeuw: de kleuren zijn echt wel fris. Dit is nog meer verdriet dan de vorige piëta: Maria verbergt haar hoofd nog meer onder haar hoofddoek, ze huilt, haar gezicht vertoont geen leven meer, ze heeft haar handen in gebed gevouwen, en kennelijk is ze zo verslagen dat ze de moed niet meer vindt om het lichaam van haar dodo zoon vast of tegen te houden. Dit is werkelijk iemand met een onmeetbaar diep verdriet, iemand die zich van God en klein Pierke verlaten voelt. Aangrijpend beeld vind ik het.


Piëta, 15de eeuw,115 cm, Duitse invloed

Een middeleeuwse benaming voor Maria was 'Sedes Sapientiae ', Zetel van Wijsheid. Als zodanig is zij vaak gebeeldhouwd. Haar kleren hebben nogal wat beweging, dat neigt naar gotiek, maar haar gezicht is onbewogen, ze schijnt voor de gelovigen onbereikbaar te zijn. Statig is dit beeld, afstandelijk: keek men toen zo tegen de Moeder Gods aan? Op haar linkerknie hoort een Christuskind te zitten, maar door welke oorzaak dan ook is dat verdwenen. Haar rechterhand is pas in 1950 bijgevoegd: daarmee zou ze een scepter moeten dragen, maar die was kennelijk niet meer voorradig.


Sedes Sapientiae, laatromaans, 12de eeuw, lindehout, 140 cm

Je kunt in de Sint-Leonarduskerk je hart ophalen aan
romaanse, gotische en laatgotische beeldhouwkunst: je kunt het metier zien evolueren, merken hoe er steeds meer verhalen bijkomen, en bijgevolg meer onderwerpen uitgebeeld kunnen worden. En je kunt een idee krijgen van hoe kerken er voor de beeldenstorm kunnen hebben uitgezien, en dat is een bijzondere ervaring. Vind ik.

maandag 12 augustus 2019

Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk - Retabels

Zoals ik al schreef: met de bouw van de Sint-Leonarduskerk werd al in 1231 begonnen, en dan vraag je je af: 'Zo'n grote kerk in zo'n kleine gemeente, hoe komt die daar?' Zoutleeuw heeft dus andere tijden gekend, het is niet altijd het ingeslapen stadje van tegenwoordig geweest. Het was een binnenhaven aan de Kleine Gete, en het had een verbinding over water met Antwerpen. Tot in 'Leeuw' werd het belangrijke zout het binnenland ingevoerd, wat voor handel en weelde zorgde. Bovendien was er een levendige lakenindustrie, die in de 15de eeuw in verval geraakte door de concurrentie met laken uit Engeland. De Gete werd dan ook nog eens bevaarbaar tot Tienen, in 1525 was dat, en toen was het gedaan met de bloei van Zoutleeuw, dat langzamerhand een soort van Schone Slaapster werd. In 1538 werd nog wel het nieuwe stadhuis ingehuldigd, een gebouw van Rombout II Keldermans, niet de kleinste architect toentertijd. Maar de nieuwe trots van het burgerlijk bestuur was eigenlijk niet meer dan 'keeping up appearances'. Op de foto van de kaart van de stad en omgeving (16de eeuw) kun je een heuse omwalling zien, en links ook een citadel: Zoutleeuw is in het hertogdom Brabant zeker zeer belangrijk geweest. Het heeft zelfs een Franse naam: die luidt 'Léau': het ligt niet ver van de taalgrens, maar het duidt ook op het belang van de plaats. Een Sint-Leonarduskerk met deze afmetingen is dus volkomen verklaarbaar en logisch, voor de middeleeuwer gewoon normaal.


Kaart van Zoutleeuw en omgeving, 16de eeuw, voor het verval

Dat er in deze kerk zoveel uit de middeleeuwen en de laatgotische tijd bewaard is gebleven, komt doordat de Beeldenstorm Zoutleeuw gewoon heeft overgeslagen: er was anders wel wat kapot te slaan als je ziet wat er uit die tijd en daarvoor nu nog staat. Het geeft je wel een idee van wat er in andere talrijke rijke kerken in die tijd vernield is. Ook de Franse Revolutie en bezetting had geen interesse voor Sint-Leonardus, en door die gelukkige toevalligheden komt het dat je er kunt bewonderen wat in andere belangrijke kerken verdwenen is.

Als je eens meer dan een paar retabels bij elkaar wil zien, uit het einde van de 15de, het begin van de 16de eeuw, een adres: Sint-Leonardus in Zoutleeuw. En die kunnen diverse onderwerpen hebben: het leven van de Heilige Anna, de moeder van Maria, het leven van de Heilige Leonardus, natuurlijk!, een Passieretabel: aan inspiratie geen gebrek!

Het Sint-Annaretabel heeft natuurlijk een religieus onderwerp, maar de stijl is volop renaissance, het komt uit 1565, dat is dus vlak voor de beeldenstorm. Zes taferelen uit het leven van Anna toont dit retabel, van 1 (links boven) tot 6 (rechts onder). Tafereel 1 is het huwelijk van Anna en Joachim, in 2 weigert de hogepriester hun offer, omdat hun huwelijk kinderloos is. De verklaring daarvoor is opmerkelijk hebben: geen kinderen hebben was bij de joden een oneer, het betekende dat de echtelieden niet wilden meewerken aan de komst van de Messias. Ongewild kinderloos zijn bestond nog niet. Tafereel 3 neemt het meest plaats in: dat is de geboorte van Maria. Anna is al bevallen en ligt in het kraambed te rusten, achter het bed staan twee vrouwen, en boven hen vliegen drie engeltjes. Joachim zit in een stoel met hoge rug, en op de voorgrond heeft de middelste vrouw een baby vast: de Heilige Maagd. Vlak daaronder (4) wordt de bijzondere boreling verzorgd. Tafereel 5 toont de ontmoeting van Anna en Joachim na haar verblijf in de woestijn: waarom en hoelang ze daar verbleven heeft weet ik niet. Het laatste tafereel toont de opdracht van Maria in de tempel.

In feite worden er in dit retabel bijna twee verhalen verteld: Anna's leven tot en met de jeugd van Maria, en geboorte en opdracht van Maria. Benieuwde gelovigen hadden heel wat te bekijken, en de beeldhouwer(s) heel wat figuurtjes
te creëren. Die mensen moesten hun metier echt goed beheersen, kunstnijverheid van de hoogste plank is dit. En zeer stichtend voor mensen die niet konden lezen, maar de verhalen zeker wel herkenden. Het is zonder meer een zeer mooi retabel, als je't  mij vraagt.


Retabel van de H. Anna met troonhemel, Antwerpen, ca. 1530-1540

Het Sint-Leonardusretabel wordt in de gids 'een van de belangrijkste kunststukken uit de kerk' genoemd, en 'een der mooiste werken van de laatgotische beeldsnijkunst'. In het midden van het retabel zit de Heilige Leonardus, wat nogal normaal is, zou je denken, maar waar oorspronkelijk een calvariegroep stond. De Leonardus die nu centraal staat (hij zit op een troon) is een eikenhouten beeld uit ca. 1300, en heeft een hoogte van 115 cm. Links en rechts worden scenes uit Leonardus' leven getoond: uiterst links wordt Leonardus gedoopt door Remigius, de bisschop van Reims.


Retabel van het leven van de Heilige Leonardus van Noblac (1478, Brussel)

In de Onze-Lieve-Vrouwkapel vind je nog een retabel met heel wat verhalen. In feite gaat het over leven en passie van Christus, maar in het midden van het retabel, waar de calvariegroep hoort te staan, zit Maria met het Goddelijke Kind: een Sedes Sapientiae is dit. De altaarkast komt uit ca. 1520, maar het beeld van Maria is bijna 250 jaar ouder. Zij zit ten troon, een verslagen draak onder haar voeten, en het Jezuskind op haar linkerknie streelt de kin van zijn moeder. De gids zegt erover: 'Het is een gotische voorstelling van de Byzantijnse 'eleousa' de medelijdende'. Een zeer sereen en beminnelijk beeld vind ik het. En dan weer de verhalen uit Bijbel: boven Maria zie je in miniatuur 'de vlucht naar Egypte', onder haar voeten de graflegging. Links boven van haar de opdracht van Christus in de tempel, daaronder Jezus die zijn kruis naar Golgotha sleept. Rechts naast haar de jonge Christus die in de tempel onderwijst, daaronder de kruisafneming. Alweer en aantal belangrijke geloofspunten in kunstige taferelen gevat: die beeldensnijders hadden zowel stijl als smaak als kunde. Hun namen zijn verloren gegaan - ze moeten ook behoorlijk talrijk geweest zijn - maar wat ze aan moois geschapen hebben, is nog altijd te bewonderen. Tenminste, ik vind die dingen mooi, en mij interesseren ze.


Onze-Lieve-Vrouwkapel: Passieretabel (Antwerpen, eind 15de eeuw) met centraal Sedes Sapientiae (ca. 1250)

Er zijn in deze kerk nog retabels te fotograferen en te beschrijven, maar laten we met deze drie volstaan. Er is nog allerlei anders dat de middeleeuwse godsvrucht kunst deed scheppen, en dat verdient mijn aandacht ook!

donderdag 8 augustus 2019

Zoutleeuw: Sint-Leonarduskerk - Sacramentstoren

Toen ik een paar weken geleden in Zepperen vakantie hield, ben ik op de verkeerde dag naar Zoutleeuw gereden: 's maandags is de Sint-Leonarduskerk inderdaad dicht, zelfs de plaatselijke VVV is dan niet actief en/of toegankelijk! Maar afgelopen dinsdag werd dan de uitverkoren dag: ik was er al wel eens geweest, toen ik 30 was, 15 jaar later nog eens, maar hoe ziet die kerk er nu juist weer uit? De Sacramentstoren herinner ik me, maar de rest van die zeer rijke kerk? Natuurlijk moet je dan terug.

De voorgevel maakt best wat indruk: licht en frivool komen de twee torens in ieder geval niet over. Stoer en sterk zijn ze, ze doen romaans aan, boven zie ik vijf vensters met rondbogen, terwijl andere vensters spitsbogen hebben. Aan de kerk is reeds begonnen in 1231, wat voor gotiek in onze contreien eerder vroeg is, vandaar de vermenging romaanse en gotische kenmerken. Het interieur is dan weer gotisch: veel ruimte, veel lichtinval, hoge zoldering


Imponerende voorgevel van de Sint-Leonarduskerk


Romaanse rondbogen tussen de twee torens


Het interieur van de kerk met achteraan links de Sacramentstoren

Het kunstwerk dat alle andere in deze kerk overklast, is zonder twijfel de Sacramentstoren. Dat is dus een tabernakel in torenvorm, en een tabernakel is de kluis op het altaar waar de gewijde hosties bewaard worden, en dat is dus het Heilig Sacrament. Katholieken geloven inderdaad dat zo'n hostie het lichaam van Christus bevat, onder de gedaante van brood. Je kunt in een katholieke kerk moeilijk een heiligere plaats vinden, je kunt hier zonder problemen spreken van het Allerheiligste. Dat dient bijgevolg ook met veel zorg en verering bewaard te worden, vandaar zo'n sacramentstoren. Er zijn er in Vlaanderen nog wel, maar daarom niet zo oud en prachtig als die van Zoutleeuw.

Deze toren is in 1550 besteld bij Cornelis Floris de Vriendt, in Antwerpen dus. In 1552 al werd hij naar Zoutleeuw getransporteerd, met platte rivierboten, en sindsdien staat hij in de kerk. Hij is 18 meter hoog, telt 9 verdiepingen en bevat meer dan 200 beeldjes. Die stellen scenes uit het Oude en Nieuwe Testament voor, en zij maken de hele theologische leer van de Kerk duidelijk. De toren ziet eruit als gotisch kantwerk, maar de beeldjes en taferelen zijn in typische renaissancestijl vorm gegeven.


Gotisch kantwerk





Taferelen in renaissancevorm


In kikkerperpectief

Jammer is wel dat naast deze toren geen trap staat, zodat je alle taferelen en figuren eens goed kunt bekijken en bestuderen. Maar anderzijds: al goed dat die er niet is, hij zou staan zoals een tang op een varken, en dat kan dan ook weer de bedoeling niet zijn. Zeer bezienswaardig is hij alleszins: je kunt er makkelijk de moeite van een dagtrip voor doen!

maandag 5 augustus 2019

Antwerpen: een middag in de Zoo

Kleine kinderen gaan graag naar de dierentuin ('zoo' zeggen ze niet), en opa's gaan graag met hen mee: die hebben dan oog voor hun nakomelingen, en voor de vertegenwoordigers van het dierenrijk. Die bevinden zich niet in hun natuurlijke vrije staat, maar je kunt niet alles hebben.

Afdeling olifanten

Olifanten wil de kleinste zien (tweeënhalf jaar is hij, het optatertje), maar hij weet al goed wat hij wil: in het olifantengebouw was maar een exemplaar te zien, wat hem tegenviel, maar ervoor stond Kai Mook, nu al 10 jaar oud, tenminste een beeld van haar. En hoewel het geen speeltuig is, wil kleine Vic erop zitten, mag eigenlijk niet, maar met de hulp van mama lukt dat wel, opa neemt een foto, geen parkwachters in de buurt, dus iedereen blij en Vic zielsgelukkig!


Vic berijdt Kai Mook (een beeld van)

De zoo is altijd wel een beetje anders: soms zie je dingen gebeuren die gelukkige toevalstreffers blijken te zijn (waarschijnlijk is er een strikt dienstrooster, maar dat volg je dus niet). En zo woon je buiten bij hoe twee olifanten aan de rand van hun zwembadje een fikse douche krijgen, waarschijnlijk om de laatste warmte van de voorbije hittegolf uit hun gigantisch lijf te spuiten. De olifanten zijn daar zelf niet al te gerust op, en plonsen hun vijver in. Natuurlijk kunnen zij lang onder water blijven: het laatste eindje van hun slurf zorgt voor de nodige aanvoer van lucht, alsof ze een soort van onderzeeërs zijn. Spannend is het om te zien waar en wanneer ze weer aan de oppervlakte komen.


Bijna waterzoogdieren


Nog een beetje dieper

Roofdieren

Van tv-documentaires weet je dat roofdieren vooral 's nachts jagen, en hier krijgen ze er hun kostje bovendien gratis bij: geen wonder dat ze zich nogal als gepatenteerde luiwammesen manifesteren. Een leeuwin bijvoorbeeld, en een jachtluipaard: die rust op zijn voorpoten, en lijkt wel een of andere prooi in het vizier te hebben, zo onbeweeglijk stil en als versteend stond hij daar.


Luie Lea


Jachtluipaard op zijn qui-vive, met prooi in het vizier?

Beelden 

Naast een kunstmatige, want aangelegde rivier probeert een jaguar vissen boven te halen, net zoals zijn kleinere familieleden, de katten, dat zouden doen. Dat is het mooie van die dierenbeelden: de kunstenaars proberen de beesten te vatten net op een cruciaal moment van hun beweging of stilstand. Enig metier en kunstzinnigheid is daarvoor een vereiste. Dit beeld is van Patrick Villas, geboren in 1961, die tegenwoordig als een der toonaangevende dierenbeeldhouwers van België, wordt beschouwd. Zijn beeld van de jaguar spreekt in ieder geval erg aan.


Patrick Villas, Jaguar, 2002

Vlak bij het terras, bijna aan de uitgang zit een jachtluipaard: die ziet er bijna uit als Egyptische beelden van katten, die in die beschaving dan weer zeer vereerd werden. De beeldhouwer ervan is Albéric Collin, een Antwerpenaar die nog in de leer is gegaan bij de Italiaan Rembrandt Bughatti, over wie ik het nog wel eens gehad heb. Rustend zit het dier daar, ongetwijfeld na gedane inspanningen. Weer een van de waardevolle beelden waar ik tot nu achteloos aan voorbijgelopen ben. Want dat is ook een charme van de Antwerpse dierentuin: de talrijke dierenbeelden die er her en der te bewonderen zijn. En gemaakt niet door de minste van de beeldhouwers!


Albéric Collin, Zittend jachtluipaard, voor 1929 (gift 1953)

En zo hebben we dan weer aan aangename middag doorgebracht in de Zoo, met olifanten, roofdieren en beelden. Meer moet dat niet zijn. 't Is eigenlijk al veel, to be honest!

donderdag 1 augustus 2019

Bokrijk: De wereld van Bruegel

Je zou kunnen zeggen dat Bokrijk altijd interessant is: in vergelijking met verleden jaar april is er al veel gerestaureerd, de Molen uit Mol-Millegem bijvoorbeeld, en het kerkje uit Erpekom, en je beleving van het museum evolueert met je leeftijd: op je 72ste kijk je er met andere ogen naar dan op je 22ste. En omdat het dit jaar Bruegeljaar is, brengt een nieuw uitgedachte wandeling hulde aan de schilder, en brengt hem tezelfdertijd dichter bij onze tijd.

In de 'Dwarse schuur' uit Lommel-Kattenbos krijg je Bruegel als landschapsschilder van de reeks 'De seizoenen'. Het rechtse schilderij is een reproductie van een echte Bruegel ('De oogst'). Van die seizoenen is er echter eentje verloren gegaan, er is een paneel van verloren gegaan, maar geen nood: tegenwoordig maken we installaties. In dit geval wil 'we' zeggen: 'Filip Jeuris', want die is verantwoordelijk voor de installatie 'The lost season', en zo is de schilderijenreeks weer volledig. Op het eerste gezicht toch: op het linkse schilderij staat het mannetje rechts met zijn smart phone foto's te nemen, en het koppeltje links kijkt op een laptop of tablet naar een foto die de man al gemaakt heeft. Het landschap zelf lijkt wel Bruegel ten voeten uit. Een grap moet kunnen, Bruegel was ook niet altijd de ernst zelve.


Een derde deel van de installatie 'The lost season' (Filip Jeuris)

Feesten komt bij Bruegel meermaals voor, maar hij had zeker ook oog voor het verschil tussen arm en rijk, tussen de vetten en de mageren. In het 'woonstalhuis' van Vorselaar zie je een reproductie van een ets van 'De keuken van de mageren' uit 1563. Rechts onderaan is te lezen 'Brueghel inventit 1563'. In deze keuken is Schraalhans meester: zelfs de honden rechtsonder zijn graatmager. Een kind heeft een pot over zijn hoofdje getrokken om hem toch maar zo goed mogelijk uit te likken, een vrouw met lege borsten geeft haar kindje een hoorn in de mond bij gebrek aan beters, de vijf volwassenen aan tafel moeten het weinige dat er is delen en natuurlijk ontstaat dan ruzie, en in de achtergrond wordt een behoorlijk corpulente man de deur uitgeduwd. Een magere bonenstaak zit aan het vuur een waarschijnlijk zeer dunne soep klaar te maken, miserie, miserie! En onder de ets staat te lezen: 'Daer magherman die pot roert is een arm ghasterije / dus Loop ick nae de vette Cuecken met herten blije'. Prachtige uitbeelding van de armoe is dit; goed dat Bokrijk dit laat zien: Bruegel is niet alleen feesten.


Daer magherman die pot roert (1563)

Bruegel heeft meermaals molens op het doek gezet, en een Bruegels zicht kun je hier zelf maken als je een fototoestel bij je hebt, of je kunt er gewoon van genieten als je naar de meelzolder van de standerdmolen van Mol-Millegem klimt: je steekt je hoofd, of je hoofd en je toestel door de kijkgaten, en in het laatste geval druk je af. Wat je dan ziet, zou inderdaad een zicht uit de tijd van Bruegel kunnen benaderen. Je kunt je dat in ieder geval inbeelden, dat is ook al iets.


'Bruegels landschap' vanaf de standerdmolen van Mol-Millegem

De strijd tussen Vasten en Vastenavond

Veel aandacht wordt besteed aan 'De tussen Vasten en Vastenavond' of, zoals het hier genoemd wordt 'De strijd tussen Carnaval en Vasten'. Op het 'Erf van Hoogstade', dat voor de gelegenheid het 'Plein der Zinnen' heet, zie je de opvoeringen van het in feite toch moralistische stuk 'Bravo! meneer Bruegel'. Het stuk opent met een voorstelling van het schilderij uit 1559: een dikke carnavalist wordt op een grote ton binnengereden, en van rechts komen de vromen hem tegemoet op een plat wagentje. Ze zijn allemaal graatmager, genieten niet van het leven, meer nog, ze bederven hun enige leven waar ze zeker van zijn door overdreven strengheid, ernst, onmenselijke moraal om het eeuwige leven, waar ze niet zeker van zijn, te verdienen. De corpulente mensen bederven net zo goed hun enige zekerheid door mateloos te genieten en zich zo naar de verdoemenis te helpen. 'In media virtus' toont Bruegel aan in een reeks van sketches, waarbij problemen die Bruegels tijd niet kan gekend hebben ook de revue passeren: klimaatopwarming, milieuvervuiling, een zwangere vis bevalt zoals een zoogdier van een lange sliert plastic! Ziekelijk seksueel gedraag gaat door de mangel: iemand loopt hitsig met een voorgebonden penis van meer dan een halve meter! Sommige ouders zullen wel iets uit te leggen gehad hebben, 's avonds voor het slapen gaan van hun kroost! De deugd wordt tenslotte toch gered: zij werd voorgesteld door een jonge, zwarte vrouw. Alleen blank zijn we dus niet meer. Ik moet er ook bij vertellen dat het stuk met veel overgave en enthousiasme gespeeld wordt, drive en dash zitten er zeker in. En veel humor, dat ook natuurlijk!


De Carnavalisten trekken ten strijde! Het zal duidelijk zijn dat ze behoorlijk karikaturaal voorgesteld worden.


De duivel die alles in het honderd doet lopen


De vromen, de pilaarbijters, gemijterd natuurlijk


Het gevecht in volle gang, met knots en zwaard


De vis die een sliert plastic zal baren

De Bruegelwandeling  sluit af in de bergschuur van Zuienkerke: het schilderij ligt er op de grond - de reproductie ervan, natuurlijk - en je kunt er gewoon over lopen of er met je scootmobiel over rijden: je maakt zelf deel uit van het werk, je bent een 21ste-eeuwer naar de 16de eeuw gakatapulteerd: je bent ook maar een mens, je bent ten slotte niet grondig veranderd! En zo kun je jezelf zien op de wand van de schuur: je ontsnapt niet zo makkelijk aan de 'condition humaine'!


Links de Carnavalisten, rechts de pilaarbijters


Nicole en ikzelf als 16de-eeuwers


De strijd tussen Vasten en Vastenavond, 1559, eikenhouten paneel, 118 x 164,2 cm

Uitermate interessant was 'De wereld van Bruegel'. Vermakelijk, maar niet alleen dat. Als je de kans hebt: naartoe gaan!