donderdag 26 maart 2015

Frans Van Giel, schilder van de Kempen

In het Jakob Smits Museum loopt op dit ogenblik een tentoonstelling met werk van Frans Van Giel, de 'schilder van de Kempen', zoals hij genoemd wordt. De man werd in Oostmalle geboren in 1892, en stierf in 1975 in Welchelderzande, waar hij het grootste deel van zijn leven doorgebracht had. Zijn vruchtbaarste jaren zijn te situeren in het interbellum, en het is ook de Kempen uit die periode die hij schilderde, die Kempen die ik als kleinsteedse 'post-war babyboomer' niet meegemaakt heb en waar ik bijgevolg geen echte voorstelling van heb. Hoewel: in het feestjaar 2012 'Turnhout 800 Jaar Stad' werden in het Taxandriamuseum foto's tentoongesteld over de omliggende dorpen tijdens de periode tussen de twee oorlogen en uit de tijd 1945-1960: daarvan herinner ik mij nog levendig hoe armoedig en ellendig het leven van de kleine man, de kleine landarbeider er uitzag. Daar waren toen beelden bij van huisvesting die alle verbeelding tartte: hutten, de 'betere koten', krotten en houten huisjes. Ik weet nog dat ik behoorlijk verbaasd, onthutst was omdat een en ander nog zo kort geleden werkelijkheid was. Het leek me toen of op veel plaatsen in de Kempen de middeleeuwen tot ver ik de jaren '50 geduurd hebben.

Die armoe zie je dus niet bij Frans Van Giel, wat dan ook weer niet wil zegen dat hij geen mooi werk geschilderd heeft. Een voorbeeld is de 'Sint-Antonius- begankenis', een stoet van mensen die naar een verkoop van varkenskoppen gaan: ze komen allemaal bijeen aan een kraam waar het te doen is. De 17de januari zijn we dan - dat is de feestdag van Sint-Antonius abt, of Sint-Antonius met zijn varken - en midden in de winter, wat het sneeuwlandschap verklaart. Tegelijkertijd doet het nogal idyllisch aan: het dorp ligt in een laagte, wat in de Kempen niet zo vanzelfsprekend is, maar het schilderij zelf krijgt er natuurlijk meer reliëf en diepte door. Er spreekt duidelijk enig metier uit dit werk, dat me ook aan twee voorgangers van Van Giel doet denken: Pieter Brueghel de Oude met zijn sneeuwlandschappen, en Valerius De Saedeleer door de grauwe lucht en de bomen.


Sint-Antoniusbegankenis, doek, 115 x 105 cm

In die Sint-Antoniusbegankenis gaat het om een vermenging van geloof en folklore, in 'Rozenkrans' gaat het duidelijk om vroomheid en geloof zonder meer. Dat doet me dan weer denken aan Jakob Smits bij wie je dergelijke taferelen ook meermaals aantreft, maar die werkt volgens mij veel krachtiger: bij Van Giel blijft het vooral nogal braaf. Ik vind wel dat de compositie van dit schilderij wel goed is: het hele gezelschap verzameld rond de tafel waarop twee kaarsen het licht verspreiden.


Rozenkrans, doek, 170 x 1007 cm

Een kleiner schilderij, 'Palmzondag', neigt dan weer naar het expressionisme: het toont invloed van Permeke, hoewel het niet zo donker is. Het is me niet helemaal duidelijk wat die boer daar aan het doen is: aan het planten, zou ik denken, maar wat dan? Zeker geen palmstruikjes. Het kan natuurlijk ook de bedoeling zijn dat Van Giel wilde laten zien dat de boer zelfs op een palmzondag moest werken.


Palmzondag, paneel, 45 x 40 cm

In 1935 kreeg Van Giel de opdracht een portret van Kardinaal Van Roey te schilderen, toen die al 9 jaar aartsbisschop was. Het lijkt me in ieder geval niet onlogisch dat juist hij die opdracht kreeg: schilderijen in de religieuze sfeer maken was hem, zoals gebleken is,niet vreemd, hij had zijn naam gevestigd, ook als portretschilder, en bovendien was Van Roey een Kempenaar, geboren in 1874 in Vorselaar. In 1935 was hij dus 61 jaar, en zoals hij op dit portret staat, heb ik hem nooit gekend: ik heb al gezegd dat ik tot de babyboomgeneratie behoor. In de kleine catalogus kun je lezen: 'Het (doek) werd met een kar naar het bisschoppelijk paleis in Mechelen gebracht'. Een soort van evenement moet het geweest zijn, vermoed ik. Overigens is Van Roey best lang aartsbisschop geweest: 26  jaar, tot aan zijn  dood in 1961. Hij was toen 87 jaar: een stap opzij zetten deden die mensen toen nog niet.


Kardinaal Van Roey, paneel, 115,5 x 109,5

Je bent natuurlijk niet alleen de 'schilder van de Kempen' omdat je geloof en kerkvorsten op het doek vastlegt. Ook het landschap en het boerenbedrijf kregen zijn  aandacht. Twee 'vennen' zijn zeker de moeite: 'Bergven I' geeft mooi weer hoe een ven er echt uitziet, 'Kempisch ven' toont even mooi de glinstering van de ondergaande zon boven een ven.


Bergven I, paneel, 44 x 26 cm



Kempisch ven, doek, 110 x100

De oogst vlak bij het centrum van Wechelderzande toont de kleine Kempische boer aan het werk zien: koren pikken doen de twee, een ambacht dat inmiddels ook al verdwenen is. Zoals het koren eigenlijk: als ik op 'den buiten' rondscooter zie ik vooral, om niet te zeggen bijna uitsluitend maïsvelden, op hier en daar een aardappelveld na. De schuine lichtstraal lag aan het zonnige weer tijdens mijn  bezoek: je zou willen dat heel het schilderij zo belicht was.


Binnenhalen van de oogst, doek, 133 x 103 cm

Totaal anders wordt Van Giel in 'Dansorgel': feestelijk, met veel beweging van mensen, slingers en kleuren. Verdwenen ook zijn de boerenplunjes en de vroomheid: heel het dorp lijkt te hoop gelopen om eens goed te vieren, zich eens goed te laten gaan in dansen en ander vertier. verdwenen ook de stilte die in zijn andere schilderijen zo prominent aanwezig is: erg uitbundig luidruchtig klinkt dit doek daarentegen.


Dansorgel, doek, 87 x108 cm (fragment)

In 'Suiker' (Nr. 60 - maart 2015) staat naar aanleiding van deze tentoonstelling een interview met Frans' zoon Jan. Of de 'schilder van de Kempen' ook vooral een 'Heimatschilder' was, wordt hem gevraagd. Die term heeft volgens Jan een te negatieve bijklank, en 'doet afbreuk aan zijn veelzijdig talent'. En dat de werken van zijn vader nu alleen nog documenten van een verdwenen wereld zijn: daarop zegt Jan dat bij zijn vader dat 'de artistieke waarde van het werk primeerde'. Dat ervaar ik toch ook zo: ik heb het gevoelen dat Frans Van Giel de Kempen met liefde en mededogen weergegeven heeft, soms eerder idyllisch, niet het verzet prekend, maar hij was een te goed schilder (metier en aanvoelen) om hem zo maar te klasseren als documentaire Heimatkunstenaar.

Hij was geen hemelbestormer, wel integendeel, geen Picasso of Matisse, en hij heeft zich beperkt tot een streek, maar wat hij daarover gemaakt heeft, leeft tenminste. De tentoonstelling is een bezoek meer dan waard.

Geen opmerkingen: