In de Ardennen zie je al eens een ander vogeltje dan een mus, en vink of een zwaluw, of een snip of een kievit. Grotere exemplaren zie je er rondcirkelen, roofvogels natuurlijk. Een aantal keren zagen er zo twee, soms drie, mij volledig onbekend, maar met zo'n typische vorm dat je ze op Google gemakkelijk kunt opspeuren, en dan blijkt dat we exemplaren van de rode wouw gezien hebben.
Al naargelang van de bron behoort deze soort tot de arendachtigen, of de havikachtigen: symbolen van vrede zoals de duif zijn het zeker niet. Ze komen eigenlijk alleen in Europa voor, en in de lage landen alleen in de Oostkantons, waar ze ook broeden. In Nederland en Vlaanderen trekken ze vaak voorbij, maar broeden ze nauwelijks. Deze vogel heeft afmetingen om respect voor te hebben: volwassen is hij 62 cm groot, en zijn vleugelwijdte bedraagt 1,60 meter. Een gevorkte staart heeft hij ook: heel typisch voor deze soort. Kun je moeilijk in een kooitje houden, zo'n kanjer.
Rode wouw in vlucht
Een foto heb ik op het internet gevonden: een uit 2015, van de fotograaf Kris De Rouck, die ik bedank voor dit beeld.
Zo zie je eens een dier dat je in het echt nog nooit gezien had, in de vrije natuur dan nog, waar het thuishoort. Niet dat ik categoriek tegen dierentuinen ben, maar dit is toch mooier, echter en vrijer. En: de natuur kan verrassend zijn!
dinsdag 17 juli 2018
Zillebeke: poëziewandeling 'Ode aan de War Poets'
Vanaf de uitkijkbrug heb je een mooi uitzicht op de landartinstallatie van Koen Vanmechelen. Daar begint ook een wandeling waarop je
op verscheidene plaatsen oorlogspoëzie kunt horen: niet van de 'war poets zelf', maar van de Vlaamse dichter Willie Verhegghe. Hij citeert geen verzen of gedichten van die oorlogsdichters, maar probeert zich in hen in te leven, en hen vanuit dat standpunt te eren met eigen gedichten. Zo hoor en lees je odes aan Wilfred Owen, John McCrae en Käthe Kollwitz.
Laat ik een paar teksten citeren. Uit 'Wilfred Owen - Als een door kogels stervend kind':
Dood is hij, weet ik. Owen's adem sterft
in boeken...
En toch: ik zie, hoor, ruik hem,
alsof hij aan mijn tafel zit te schrijven,
rustig, met mooie zachte handen...
Laat mij als een wolf om hem huilen,
help mij de modder uit zijn ogen wrijven
en sta naast me bij zijn graf
waarin hij voor eeuwig ligt te wenen.
Als een door kogels stervend kind.
Die Wilfred Owen (1893-1918) is een van de bekendste war poets. Vaak wordt van hem geciteerd het gedicht 'Dulce et decorum est pro patria mori', waarin hij het effect van een gifaanval beschrijft, en de gruwel en het ontzaglijke lijden door de oorlog oproept en aan de kaak stelt. Het eindigt met de volgende verzen:
'My friend, you would not tell with such high zest / To children ardent for some desperate glory / The old Lie: Dulce et decorum est / Pro patria mori.'
In de vertaling van Tom Lanoye wordt dat:
Mijn vriend, nooit meer verkocht u, trots en manifest, / Aan jongens die dorsten naar wat vergeefse glorie / Uw Oude Leugen: Dulce et decorum est / Pro patria mori.'
Dat 'Dulce est...' is een citaat van de Romeinse dichter Horatius, die overigens een vriend was van Keizer Augustus: hij zal wel geweten hebben waarom hij het schreef. De betekenis ervan is: 'het is zoet en goed (of: eervol) te sterven voor het vaderland.' Overigens heeft Owen de oorlog niet overleefd: hij is gesneuveld in Frankrijk op 4 november 1918, precies een week voor de wapenstilstand.
Wilfred Owen (1893 - 1918)
Ook, aan John McCrae wijdt Verhegghe een gedicht: 'Ieper, in Flanders Fields heet het. En hij heeft het zeer duidelijk over het 'In Flanders Fields Museum' in de Ieperse lakenhalle.
....
In de uit hun puin verrezen Hallen leven relikwieën die
door de oorlog zijn geheiligd in beverige beelden verder,
in roestige schrapnels die schedels deden barsten,
in brieven waarin onvoltooide liefde slaapt.
In zijn reuze tabernakel voor de vrede eert
het museum de miljoenen zonen en vaders die
gesneuveld en verminkt de rust hebben gevonden
die hen in de loopgraven nooit werd gegund.
McCrae is natuurlijk bekend voor 'In Flanders fields where the poppies blow / Between the crosses, row on row' en alles wat eruit gevolgd is, maar hij geeft zich niet gewonnen: 'Wij zijn de doden', zegt hij, en hij besluit:
Toe, trekt gij u ons krakeel aan met de vijand.
Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.
Houdt hem hoog. Weest gij de helden. Laat de doden
Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch
Vrede - ook al klappen zoveel rozen open
In zoveel Vlaamse velden.
Weerzin van de oorlog spreekt uit deze verzen niet dadelijk: wel het verzoek onze strijd, die der doden, verder te zetten, opdat hij niet vruchteloos zou geweest zijn. Zelf stierf hij aan de gevolgen van een gecompliceerde longontsteking op 28 januari 1918.
John McCrae (1872 1918)
Ook Käthe Kollwitz wordt geëerd in 'Het versteend verdriet van Kollwitz'. Zij verloor haar eerste zoon, Peter', nauwelijks 17 jaar, in de
Eerste Wereldoorlog, haar tweede in de Tweede. Hoeveel kan een moederhart dragen?
De laatste strofe van Verhegghes gedicht luidt:
In Vladslo staat gebeiteld wat door geen god
mag worden toegestaan, hier bloedt het hart
van alle moeders die door de razernij
van koningen en keizers een zoon hebben verloren.
Käthe Kollwitz, Het treurende ouderpaar
100 jaar later: volgelopen bomkraters
Need I say more? Wat moet daar nog aan toegevoegd worden?
op verscheidene plaatsen oorlogspoëzie kunt horen: niet van de 'war poets zelf', maar van de Vlaamse dichter Willie Verhegghe. Hij citeert geen verzen of gedichten van die oorlogsdichters, maar probeert zich in hen in te leven, en hen vanuit dat standpunt te eren met eigen gedichten. Zo hoor en lees je odes aan Wilfred Owen, John McCrae en Käthe Kollwitz.
Laat ik een paar teksten citeren. Uit 'Wilfred Owen - Als een door kogels stervend kind':
Dood is hij, weet ik. Owen's adem sterft
in boeken...
En toch: ik zie, hoor, ruik hem,
alsof hij aan mijn tafel zit te schrijven,
rustig, met mooie zachte handen...
Laat mij als een wolf om hem huilen,
help mij de modder uit zijn ogen wrijven
en sta naast me bij zijn graf
waarin hij voor eeuwig ligt te wenen.
Als een door kogels stervend kind.
Die Wilfred Owen (1893-1918) is een van de bekendste war poets. Vaak wordt van hem geciteerd het gedicht 'Dulce et decorum est pro patria mori', waarin hij het effect van een gifaanval beschrijft, en de gruwel en het ontzaglijke lijden door de oorlog oproept en aan de kaak stelt. Het eindigt met de volgende verzen:
'My friend, you would not tell with such high zest / To children ardent for some desperate glory / The old Lie: Dulce et decorum est / Pro patria mori.'
In de vertaling van Tom Lanoye wordt dat:
Mijn vriend, nooit meer verkocht u, trots en manifest, / Aan jongens die dorsten naar wat vergeefse glorie / Uw Oude Leugen: Dulce et decorum est / Pro patria mori.'
Dat 'Dulce est...' is een citaat van de Romeinse dichter Horatius, die overigens een vriend was van Keizer Augustus: hij zal wel geweten hebben waarom hij het schreef. De betekenis ervan is: 'het is zoet en goed (of: eervol) te sterven voor het vaderland.' Overigens heeft Owen de oorlog niet overleefd: hij is gesneuveld in Frankrijk op 4 november 1918, precies een week voor de wapenstilstand.
Wilfred Owen (1893 - 1918)
Ook, aan John McCrae wijdt Verhegghe een gedicht: 'Ieper, in Flanders Fields heet het. En hij heeft het zeer duidelijk over het 'In Flanders Fields Museum' in de Ieperse lakenhalle.
....
In de uit hun puin verrezen Hallen leven relikwieën die
door de oorlog zijn geheiligd in beverige beelden verder,
in roestige schrapnels die schedels deden barsten,
in brieven waarin onvoltooide liefde slaapt.
In zijn reuze tabernakel voor de vrede eert
het museum de miljoenen zonen en vaders die
gesneuveld en verminkt de rust hebben gevonden
die hen in de loopgraven nooit werd gegund.
McCrae is natuurlijk bekend voor 'In Flanders fields where the poppies blow / Between the crosses, row on row' en alles wat eruit gevolgd is, maar hij geeft zich niet gewonnen: 'Wij zijn de doden', zegt hij, en hij besluit:
Toe, trekt gij u ons krakeel aan met de vijand.
Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.
Houdt hem hoog. Weest gij de helden. Laat de doden
Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch
Vrede - ook al klappen zoveel rozen open
In zoveel Vlaamse velden.
Weerzin van de oorlog spreekt uit deze verzen niet dadelijk: wel het verzoek onze strijd, die der doden, verder te zetten, opdat hij niet vruchteloos zou geweest zijn. Zelf stierf hij aan de gevolgen van een gecompliceerde longontsteking op 28 januari 1918.
John McCrae (1872 1918)
Ook Käthe Kollwitz wordt geëerd in 'Het versteend verdriet van Kollwitz'. Zij verloor haar eerste zoon, Peter', nauwelijks 17 jaar, in de
Eerste Wereldoorlog, haar tweede in de Tweede. Hoeveel kan een moederhart dragen?
De laatste strofe van Verhegghes gedicht luidt:
In Vladslo staat gebeiteld wat door geen god
mag worden toegestaan, hier bloedt het hart
van alle moeders die door de razernij
van koningen en keizers een zoon hebben verloren.
Käthe Kollwitz, Het treurende ouderpaar
100 jaar later: volgelopen bomkraters
Need I say more? Wat moet daar nog aan toegevoegd worden?
Zillebeke - comingworldrememberme - CWXRM
West-Vlaanderen is in juli vaste prik voor mij: je kunt er interessante tentoonstellingen bezoeken (Watou, Oostende), en je kunt er de laatste vier jaar je pacifisme gaan belijden en aanscherpen. Dit jaar wou ik beslist de land art installatie 'comingworldrememberme' van Koen Vanmechelen gaan bekijken: je vindt ze in provinciedomein 'De Palingbeek' in Zillebeke, vlak bij Ieper.
De installatie bestaat onder andere uit 600.000 beeldjes, een voor elk slachtoffer dat tijdens De Groote Oorlog op Belgische bodem is gesneuveld. De beeldjes zelf zijn door heel veel mensen van verschillende nationaliteiten in een periode van vier jaar gemaakt: letterlijk grensoverschrijdende arbeid is het geweest, zoals een oorlog meestal ook grensoverschrijdend is. Dit grote werk maakt de makers en de bezoekers bewust van de zinloosheid van dergelijke conflicten: oorlogen kennen alleen verliezers.
Ik dacht heel de tijd dat die ronde beeldjes de helmen van de gesneuvelden voorstelden, maar dat blijkt niet correct te zijn. Toch is het moeilijk om ze niet als doodshoofden te zien, juist omdat ze zo duidelijk aan oorlog en zijn slachtoffers refereren. Maar bij nader toekijken blijken het gekromde, gespannen lichamen te zijn, klaar om rechtop te gaan staan: zo kun je ze tenminste zien. En het gaat hier ook over een nieuwe mensheid die pas geboren is, of letterlijker, pas uit het ei gekomen is. Die nieuwe mens heeft nog geen geschiedenis, weet niets van oorlogen en conflicten, begint op een maagdelijk wit papier. Tezelfdertijd zal het duidelijk zijn dat de wens naar zulke mensheid voortkomt uit het onbeschrijfelijke leed dat de vorige generaties elkaar aangedaan hebben. Deze installatie is een beetje dubbel: de indrukwekkende waarschuwing drukt ook de hoop uit op een mensheid die in vrede leeft.
Het beeldje: de nieuwe mens
Het grote ei waaruit de nieuwe mensheid komt
Idem
Toch vind ik het moeilijk om bij het zien van de hele installatie niet aan legers en dreigende oorlog te denken. De nieuwe mensheid lijkt mij opgesteld als een leger, rijen dik, gelid naast gelid. En de kleur van de beeldjes lijkt nogal op die van de uniformen van het Belgische leger. Waarschijnlijk word je verondersteld te denken: 'Dat nooit, meer', 'Nie wieder Krieg'. Want, tenslotte, ieder beeldje staat voor een gesneuvelde, en allemaal samen staan ze voor onbegrijpelijk en onnoemelijk veel leed. Hoe dan ook, het is indrukwekkend, en stemt tot nadenken.
De nieuwe mensheid: in slagorde?
Gezicht op de installatie vanaf de uitkijkbrug
De installatie bestaat onder andere uit 600.000 beeldjes, een voor elk slachtoffer dat tijdens De Groote Oorlog op Belgische bodem is gesneuveld. De beeldjes zelf zijn door heel veel mensen van verschillende nationaliteiten in een periode van vier jaar gemaakt: letterlijk grensoverschrijdende arbeid is het geweest, zoals een oorlog meestal ook grensoverschrijdend is. Dit grote werk maakt de makers en de bezoekers bewust van de zinloosheid van dergelijke conflicten: oorlogen kennen alleen verliezers.
Ik dacht heel de tijd dat die ronde beeldjes de helmen van de gesneuvelden voorstelden, maar dat blijkt niet correct te zijn. Toch is het moeilijk om ze niet als doodshoofden te zien, juist omdat ze zo duidelijk aan oorlog en zijn slachtoffers refereren. Maar bij nader toekijken blijken het gekromde, gespannen lichamen te zijn, klaar om rechtop te gaan staan: zo kun je ze tenminste zien. En het gaat hier ook over een nieuwe mensheid die pas geboren is, of letterlijker, pas uit het ei gekomen is. Die nieuwe mens heeft nog geen geschiedenis, weet niets van oorlogen en conflicten, begint op een maagdelijk wit papier. Tezelfdertijd zal het duidelijk zijn dat de wens naar zulke mensheid voortkomt uit het onbeschrijfelijke leed dat de vorige generaties elkaar aangedaan hebben. Deze installatie is een beetje dubbel: de indrukwekkende waarschuwing drukt ook de hoop uit op een mensheid die in vrede leeft.
Het beeldje: de nieuwe mens
Het grote ei waaruit de nieuwe mensheid komt
Idem
Toch vind ik het moeilijk om bij het zien van de hele installatie niet aan legers en dreigende oorlog te denken. De nieuwe mensheid lijkt mij opgesteld als een leger, rijen dik, gelid naast gelid. En de kleur van de beeldjes lijkt nogal op die van de uniformen van het Belgische leger. Waarschijnlijk word je verondersteld te denken: 'Dat nooit, meer', 'Nie wieder Krieg'. Want, tenslotte, ieder beeldje staat voor een gesneuvelde, en allemaal samen staan ze voor onbegrijpelijk en onnoemelijk veel leed. Hoe dan ook, het is indrukwekkend, en stemt tot nadenken.
De nieuwe mensheid: in slagorde?
Gezicht op de installatie vanaf de uitkijkbrug
maandag 16 juli 2018
Sourbrodt: een stukje Hoge Venen
Als je dan zo dicht bij het hoogste punt van België bent, moet je er ook eens gaan kijken, vonden we. 694 meter: duizelingwekkend, zeker als je dan nog een heuveltje met trap opgaat, zodat je met je voeten op een hoogte van precies 700 meter staat. De lucht wordt ijler, je ademt moeilijker, je oren beginnen te tuiten, je wordt bijna niet goed: de Anapurna is niets in vergelijking met deze barre omstandigheden. Dat we een ontbering van deze aard in eigen land kunnen ondergaan: in Nepal begint het Ministerie van Toerisme en Bergbeklimmen te bibberen en te beven. De taverne naast de toren is wegens jaarlijkse vakantie gesloten tot 16 juli, en al goed, want alcoholgebruik zou hier echt niet verantwoord zijn.
Met deze toren zitten we ver boven de 700 meter: Belgium semper altius!
Precies 700 meter
Omdat een mens hier niet goed gedijt, is een slimmerd met de scootmobiel gekomen: hij laat hem even in de steek om het legendarische trapje op te lopen, en een van de uitgeputte deelnemers aan deze expeditie, mijn derde dochter, gebruikt hem alras om tot verdiende rust te komen. Solidariteit tussen de generaties noem je dat.
Dieuwertje bekomt eventjes van de hoogte
Maar toch versagen we niet en vatten een wandeling aan: we gaan de Hoge Venen van dichtbij bekijken. Over een knuppelpad, of vlonderpad loopt onze route. Als we daar na een eindje bos voorstaan, zien we een tweetalige richtingaanwijzer: déviation of Umleitung! Er liggen te veel planken los: gevaarlijk dus! We gaan naar rechts, twee keer naar links, en dan staan we voor het volgende deel van het knuppelpad: hier geen melding van Umleitung of déviation. Wij dus op de planken. 50 meter verder: een gapend gat waar ik met mijn scootmobiel niet over kom, laat staan een geoefend wandelaar: 'retour au départ' betekent dat, terug naar af dus. 'We are Belgium' besef je dan: improviseren en een beetje aanklooien, Walen en Vlamingen. Een natie zijn we zeker, daarin zijn we de onbetwiste wereldkampioenen.
De wandelclub
We zetten onze tocht verder, ook de mensjes uit 2014, geboren als ze zijn uit een dapper geslacht. Over brede wegen lopen we verder, droog en best warm, bruinend en verbrandend, maar dat is een zorg voor later. Veel vingerhoedskruid is er te zien, en dat lijkt mij donkerder paars dan bij ons, in het Vennengebied, de lage venen, zeg maar.
Paarser vingerhoedskruid
De vierjarige beentjes hebben last van vermoeidheid, maar wat is er dan rustbrengerder en veiliger dan de schouders van papa, die bergop loopt alsof hij het zijn hele leven al gedaan heeft. En die de toekomstige nummer 10 - Hazard -
naar de top brengt.
Jan brengt Mil Hazard naar de top
Zo hebben we toch iets anders gedaan dan zwemmen, de kindjes even blij en vermoeid, en de avond weer rustig. Wat kunnen we meer doen voor deze kleine kern van de mensheid? En een stuk natuur hebben we dan ook nog gezien! Top, toch!
Met deze toren zitten we ver boven de 700 meter: Belgium semper altius!
Precies 700 meter
Omdat een mens hier niet goed gedijt, is een slimmerd met de scootmobiel gekomen: hij laat hem even in de steek om het legendarische trapje op te lopen, en een van de uitgeputte deelnemers aan deze expeditie, mijn derde dochter, gebruikt hem alras om tot verdiende rust te komen. Solidariteit tussen de generaties noem je dat.
Dieuwertje bekomt eventjes van de hoogte
Maar toch versagen we niet en vatten een wandeling aan: we gaan de Hoge Venen van dichtbij bekijken. Over een knuppelpad, of vlonderpad loopt onze route. Als we daar na een eindje bos voorstaan, zien we een tweetalige richtingaanwijzer: déviation of Umleitung! Er liggen te veel planken los: gevaarlijk dus! We gaan naar rechts, twee keer naar links, en dan staan we voor het volgende deel van het knuppelpad: hier geen melding van Umleitung of déviation. Wij dus op de planken. 50 meter verder: een gapend gat waar ik met mijn scootmobiel niet over kom, laat staan een geoefend wandelaar: 'retour au départ' betekent dat, terug naar af dus. 'We are Belgium' besef je dan: improviseren en een beetje aanklooien, Walen en Vlamingen. Een natie zijn we zeker, daarin zijn we de onbetwiste wereldkampioenen.
De wandelclub
We zetten onze tocht verder, ook de mensjes uit 2014, geboren als ze zijn uit een dapper geslacht. Over brede wegen lopen we verder, droog en best warm, bruinend en verbrandend, maar dat is een zorg voor later. Veel vingerhoedskruid is er te zien, en dat lijkt mij donkerder paars dan bij ons, in het Vennengebied, de lage venen, zeg maar.
Paarser vingerhoedskruid
De vierjarige beentjes hebben last van vermoeidheid, maar wat is er dan rustbrengerder en veiliger dan de schouders van papa, die bergop loopt alsof hij het zijn hele leven al gedaan heeft. En die de toekomstige nummer 10 - Hazard -
naar de top brengt.
Jan brengt Mil Hazard naar de top
Zo hebben we toch iets anders gedaan dan zwemmen, de kindjes even blij en vermoeid, en de avond weer rustig. Wat kunnen we meer doen voor deze kleine kern van de mensheid? En een stuk natuur hebben we dan ook nog gezien! Top, toch!
Sourbrodt (Waimes): Rue de Botrange xyz - Wereldbeker zwemmen
Mijn familie en ikzelf hebben een traditie in het leven geroepen: het tweede weekend van juli trekken we naar de Ardennen, in de buurt van Malmedy, want dat is 'ma ville preférée en Wallonie', en dat weten mijn kinderen zo goed dat we daar ergens naartoe trekken. Traditie is overigens een groot woord: dit jaar was nog maar de tweede keer, maar de toekomst is nog lang niet voorbij.
Dit jaar hadden we een huis gehuurd in Waimes, deelgemeente Sourbrodt, in de Rue de Botrange, en zoals en beetje voor de hand ligt, niet zo ver van het Signal de Botrange, met zijn 694 meter het hoogste punt van België: quizvraag par excellence. In een strenge winter kun je je er in de Alpen wanen, skiën en langlaufen, in de hitte van deze zomer ben je blij dat dat huis ook een zwembad(je) heeft, tot gezamenlijke en algehele vreugde van volwassenen en kinderen.
Dieuwertje laat voorzichtig Vic te water, maar hij houdt er wel van
Dries stoeiend met Ella en Cas, Noortjes pluskinderen
Als mijn dochter pluskinderen heeft, zijn dat voor mij dan pluskleinkinderen? Dat gaat allicht iets te ver, maar leuk zijn ze zeker: zoals zij zorgen voor en spelen met hun zusje Nona!
Nona: wie houdt nu niet van water?
Mil: der waterratten waterrat!
De zegen van een zwembad en warm weer: ouders hoeven zich het hoofd niet te breken over wat ze vandaag alweer met hun kinderen zullen aanvangen, strand, zand, schopjes en vormpjes zijn overbodig. Ze voelen zich vanzelf thuis in het eerste element waarin ze ooit vertoefd hebben. En zoogdieren zijn toch uit de zeeën aan land gekomen, of niet? Wel dan!
En 's avonds zie je dan België nog winnen tegen Brazilië: waar en hoe kunnen wij nog beter zijn!
Dit jaar hadden we een huis gehuurd in Waimes, deelgemeente Sourbrodt, in de Rue de Botrange, en zoals en beetje voor de hand ligt, niet zo ver van het Signal de Botrange, met zijn 694 meter het hoogste punt van België: quizvraag par excellence. In een strenge winter kun je je er in de Alpen wanen, skiën en langlaufen, in de hitte van deze zomer ben je blij dat dat huis ook een zwembad(je) heeft, tot gezamenlijke en algehele vreugde van volwassenen en kinderen.
Dieuwertje laat voorzichtig Vic te water, maar hij houdt er wel van
Dries stoeiend met Ella en Cas, Noortjes pluskinderen
Als mijn dochter pluskinderen heeft, zijn dat voor mij dan pluskleinkinderen? Dat gaat allicht iets te ver, maar leuk zijn ze zeker: zoals zij zorgen voor en spelen met hun zusje Nona!
Nona: wie houdt nu niet van water?
Mil: der waterratten waterrat!
De zegen van een zwembad en warm weer: ouders hoeven zich het hoofd niet te breken over wat ze vandaag alweer met hun kinderen zullen aanvangen, strand, zand, schopjes en vormpjes zijn overbodig. Ze voelen zich vanzelf thuis in het eerste element waarin ze ooit vertoefd hebben. En zoogdieren zijn toch uit de zeeën aan land gekomen, of niet? Wel dan!
En 's avonds zie je dan België nog winnen tegen Brazilië: waar en hoe kunnen wij nog beter zijn!
Malmedy: de kathedraal en de tetramorf
Het wil wel eens meer voorkomen dat het grootste gebouw van een kleine stad de kerk is: zo ook in Malmedy. Maar de kerk draagt hier de naam 'kathedraal', hoewel ze dat slechts gedurende een korte periode was, van 1920 tot 1925, toen het de hoofdkerk van het bisdom Eupen-Malmedy was. Een sobere, neoklassieke kerk is het, gebouwd op het einde van de achttiende eeuw (1776-1784). Toen was ze nog abdijkerk, en die abdij is tegenwoordig een museum: het best interessante Malmundarium. De twee torens hebben groene kappen: die zie je al een eind voordat je het stadje binnenrijdt. Vroeger, toen we er met de kinderen weer eens op vakantie gingen, was degene die de twee torens het eerst gezien had, de winnaar. Wat er te winnen was: eigenlijk niets, gewoon de eerste geweest te zijn!
Overigens is de kerk gewijd aan drie heiligen: Petrus, Paulus en Quirinus.
De kathedraal van Malmedy (westgevel)
Ik ben er al meermaals binnen geweest, maar deze keer viel me iets op dat ik voordien nog niet gezien had: de tetramorf! De koepel in het midden van de kruisvormige kerk wordt ondersteund door vier zuilen die breed uitlopen, en waarop de beelden van de vier evangelisten en hun symbolen prijken.
Lucas met de stier (of rund)
Bij Johannes met zijn adelaar houden twee engeltjes het begin van zijn evangelie vast: 'In principio erat verbum'.
Johannes met de adelaar
Marcus heeft een foliant met het evangelie vast, en wijst natuurlijk naar een waarheid uit de Heilige Schrift.
Marcus met de leeuw
Mattheus met de engel (of mens volgens sommigen) is ook vergezeld van twee engeltjes die de tekst 'Natus est Jesus' tonen.
Mattheus met de engel
Wat ik niet wist: deze christelijke symboliek kent ook interpretaties: de mens zou dan staan van de menswording van Christus, de stier voor zijn offerdood, de leeuw voor zijn opstanding, en de arend voor zijn hemelvaart.
Deze kapitelen en het koor zijn versierd door de Luikse stukadoor Ducker: boven het altaar stelt een reliëf de hemelvaart van Maria voor.
De Hemelvaart van Maria
Buiten de kerk, op het terras van 'Au vieux Malmedy' ontmoet ik nog twee voorbeelden van menswording: mijn zoon Jasper (bijna 32 jaar geleden), en mijn kleindochter Han (net vier maanden geleden). Moeder Lene volgt in een andere foto. Onder andere die drie zijn levende bronnen van vreugde en geluk: je moet het niet altijd in kerken gaan zoeken!
Jasper en Han
Overigens is de kerk gewijd aan drie heiligen: Petrus, Paulus en Quirinus.
De kathedraal van Malmedy (westgevel)
Ik ben er al meermaals binnen geweest, maar deze keer viel me iets op dat ik voordien nog niet gezien had: de tetramorf! De koepel in het midden van de kruisvormige kerk wordt ondersteund door vier zuilen die breed uitlopen, en waarop de beelden van de vier evangelisten en hun symbolen prijken.
Lucas met de stier (of rund)
Bij Johannes met zijn adelaar houden twee engeltjes het begin van zijn evangelie vast: 'In principio erat verbum'.
Johannes met de adelaar
Marcus heeft een foliant met het evangelie vast, en wijst natuurlijk naar een waarheid uit de Heilige Schrift.
Marcus met de leeuw
Mattheus met de engel (of mens volgens sommigen) is ook vergezeld van twee engeltjes die de tekst 'Natus est Jesus' tonen.
Mattheus met de engel
Wat ik niet wist: deze christelijke symboliek kent ook interpretaties: de mens zou dan staan van de menswording van Christus, de stier voor zijn offerdood, de leeuw voor zijn opstanding, en de arend voor zijn hemelvaart.
Deze kapitelen en het koor zijn versierd door de Luikse stukadoor Ducker: boven het altaar stelt een reliëf de hemelvaart van Maria voor.
De Hemelvaart van Maria
Buiten de kerk, op het terras van 'Au vieux Malmedy' ontmoet ik nog twee voorbeelden van menswording: mijn zoon Jasper (bijna 32 jaar geleden), en mijn kleindochter Han (net vier maanden geleden). Moeder Lene volgt in een andere foto. Onder andere die drie zijn levende bronnen van vreugde en geluk: je moet het niet altijd in kerken gaan zoeken!
Jasper en Han
dinsdag 5 juni 2018
Begijnhof van Turnhout: waardevolle objecten
Met meer dan enige ruchtbaarheid werd op 27 mei jongstleden het 'gerestaureerde' begijnhof werd opengesteld. Gerestaureerd: dat wil zeggen dat de voorgevel van de kerk onder handen is genomen, en dat de bestrating gefatsoeneerd is. Dat laatste was echt wel nodig: je moest daar eens met een rolstoel of scootmobiel over dokkeren! Het risico op een acute niercrisis behoorde tot de mogelijkheden. Maar dat is voorbij nu. Een week na de inhuldiging ga ik het ook eens bekijken, vooral de kerk wil ik zien, maar helaas, driewerf helaas, die is niet open; het was nochtans zondag. In het museum verneem ik dat er op zondag om half tien een mis wordt opgedragen, en dan blijft het bedehuis tot ongeveer elf uur open, en in de maanden juli en augustus kun je 's woendags en 's zaterdags met een gids een geleid bezoek volgen. De kerksen - en dat ben ik wel niet - komen hier echt niet aan hun trekken. Dan is het in Hoogstraten wel eventjes anders.
Beide zijn barokkerken, maar die van Hoogstraten ademt en straalt de contrareformatie uit: het oude, jarenlange bedreigde geloof moest weer imponerend aan de gelovigen opgelegd, met meer dan zachte dwang opgedrongen worden, en in de façade van Hoogstraten is daarbij op geen inspanning gekeken. De Turnhoutse kerk munt uit door soberheid: evenwichtig is de gevel alleszins, indrukwekkend geenszins. Maar het is barok, bij mijn weten het enige gebouw in onze stad van die kunststroming. Er heeft er nog een in de Herentalsstraat gestaan, maar in ons stadje zijn we nogal goed in afbreken. Dat is makkelijker dan behouden of opbouwen, menen we hier.
De gerestaureerde voorgevel van de begijnhofkerk
Dan maar naar het Begijnhofmuseum getogen: dat is wel open. Groot is het niet, maar het toont wel hoe interieurs van huizen er in de achttiende eeuw uitzagen, en er worden ook merkwaardige voorwerpen getoond. Onder andere een 'altaarmissaal': dat is een best lijvig boekdeel uit 1683, met zilveren beslag, en het behoorde toe aan de pastoor van het begijnhof, een man met name Mermans. De zilveren plaat in het midden van de omslag bevat overigens zijn wapen.
Het gewichtige altaarmissaal van pastoor Mermans (1683)
Een zeer mooi object is puur functioneel: een zilveren zoutvat uit 1580-81, ware het niet dat de zilversmid er toch nog een stichtelijk tafereel op heeft aangebracht. Je ziet het offer van Isaac door Abraham: hij heft zijn zwaard om zijn zoon te doden, maar rechts van hem komt een engel uit de hemel om hem dat te beletten: zo streng en ongevoelig wilde Jahweh dan ook weer niet zijn. Het is een werk van de Antwerpse zilversmid Geeraert de Rasier, een het enige van zijn hand in de Zuidelijke Nederlanden. Gaaf bewaard is het, en echt wel mooi.
Zilveren tafelzoutvat (1580-81)
En dan komen we weer in Hoogstraten terecht, meer bepaald bij een beeld van de Heilige Catharina van Alexandrië, naar wie de grote kerk in dat stadje genoemd is. Haar geschiedenis is redelijk sensationeel, dat is bekend. Zij weigert te trouwen met Keizer Maxentius, hij stuurt vijftig van zijn geleerdste filosofen op haar af, om haar van het christendom af te doen zien, maar zij bekeert ze alle vijftig. Zij zal dan op een rad met scherpe pinnen terechtgesteld worden,, maar dat rad breekt, en tenslotte wordt zij onthoofd. Gewoonlijk wordt zij afgebeeld met dat rad, maar hier niet: wel zie je aan haar voeten de door haar geloof verslagen Maxentius. Niet te verbazen dat zij de patroonheilige van het begijnhof van Turnhout is. Het beeld is zestiende-eeuws, en de polychromie zit er nog op, wat op zichzelf al merkwaardig is, voor zover ik weet.
De Heilige Catharina van Alexandrië (16de eeuw)
Een treurwilg en vijf rode beuken.
De kerk was niet toegankelijk, maar er is verder toch wel wat moois te vinden op en in het begijnhof van Turnhout. Voor de geïnteresseerden: het bezoeken waard.
Beide zijn barokkerken, maar die van Hoogstraten ademt en straalt de contrareformatie uit: het oude, jarenlange bedreigde geloof moest weer imponerend aan de gelovigen opgelegd, met meer dan zachte dwang opgedrongen worden, en in de façade van Hoogstraten is daarbij op geen inspanning gekeken. De Turnhoutse kerk munt uit door soberheid: evenwichtig is de gevel alleszins, indrukwekkend geenszins. Maar het is barok, bij mijn weten het enige gebouw in onze stad van die kunststroming. Er heeft er nog een in de Herentalsstraat gestaan, maar in ons stadje zijn we nogal goed in afbreken. Dat is makkelijker dan behouden of opbouwen, menen we hier.
De gerestaureerde voorgevel van de begijnhofkerk
Dan maar naar het Begijnhofmuseum getogen: dat is wel open. Groot is het niet, maar het toont wel hoe interieurs van huizen er in de achttiende eeuw uitzagen, en er worden ook merkwaardige voorwerpen getoond. Onder andere een 'altaarmissaal': dat is een best lijvig boekdeel uit 1683, met zilveren beslag, en het behoorde toe aan de pastoor van het begijnhof, een man met name Mermans. De zilveren plaat in het midden van de omslag bevat overigens zijn wapen.
Het gewichtige altaarmissaal van pastoor Mermans (1683)
Een zeer mooi object is puur functioneel: een zilveren zoutvat uit 1580-81, ware het niet dat de zilversmid er toch nog een stichtelijk tafereel op heeft aangebracht. Je ziet het offer van Isaac door Abraham: hij heft zijn zwaard om zijn zoon te doden, maar rechts van hem komt een engel uit de hemel om hem dat te beletten: zo streng en ongevoelig wilde Jahweh dan ook weer niet zijn. Het is een werk van de Antwerpse zilversmid Geeraert de Rasier, een het enige van zijn hand in de Zuidelijke Nederlanden. Gaaf bewaard is het, en echt wel mooi.
Zilveren tafelzoutvat (1580-81)
En dan komen we weer in Hoogstraten terecht, meer bepaald bij een beeld van de Heilige Catharina van Alexandrië, naar wie de grote kerk in dat stadje genoemd is. Haar geschiedenis is redelijk sensationeel, dat is bekend. Zij weigert te trouwen met Keizer Maxentius, hij stuurt vijftig van zijn geleerdste filosofen op haar af, om haar van het christendom af te doen zien, maar zij bekeert ze alle vijftig. Zij zal dan op een rad met scherpe pinnen terechtgesteld worden,, maar dat rad breekt, en tenslotte wordt zij onthoofd. Gewoonlijk wordt zij afgebeeld met dat rad, maar hier niet: wel zie je aan haar voeten de door haar geloof verslagen Maxentius. Niet te verbazen dat zij de patroonheilige van het begijnhof van Turnhout is. Het beeld is zestiende-eeuws, en de polychromie zit er nog op, wat op zichzelf al merkwaardig is, voor zover ik weet.
De Heilige Catharina van Alexandrië (16de eeuw)
Bij het naar buiten rijden, zie ik een prachtige samenscholing van bomen: een treurwilg staat voor de machtige kruinen van vijf rode beuken. Begijnhoven horen oases van rust en stilte te zijn: die stuk natuur maakt dat impressionant
duidelijk.
Een treurwilg en vijf rode beuken.
De kerk was niet toegankelijk, maar er is verder toch wel wat moois te vinden op en in het begijnhof van Turnhout. Voor de geïnteresseerden: het bezoeken waard.
Abonneren op:
Posts (Atom)


