donderdag 24 september 2020

Postel en Renier Snieders

Tijdens onze wandeling in Postel leest Yves een paar regels over een legende die daar nog niet vergeten is, over een Rosse Bruno en Zwarte Kaat. Of me dat iets zegt, vraagt hij, waarop ik 'nee' zeg. Thuis lees ik die fragmentjes nog eens na, en ik besef dat een en ander me wel degelijk bekend is: ik heb die twee figuren onlangs ontmoet in een roman van Renier Snieders, in 'Het Kind met 'den Helm'

Dit kom je tegen in de begeleidende tekst bij wandeling 2  van 'Klavertje Vijf':

'Ook een andere legende leeft nog in Postel, deze van 'Rosse Bruno en Zwarte Kaat', leden van een roversbende die uit Bladel (Nederland) kwamen om de streek te plunderen. De Rosse zou, samen met twee trawanten, aan een kastanjeboom voor de abdijpoort opgehangen zijn. Zwarte Kaat zou versmacht zijn onder een zwaar neerploffend bed, een executie die in vroegere eeuwen nogal eens werd toegepast.'

In een eerdere uitgave van die tekst lees je:

'Volgens de legende en historische bronnen zou Rosse Bruno in de nabijheid van de oostelijke poort opgehangen zijn'.


Renier Snieders

Het boek begint in het jaar 1596, in de Tachtigjarige Oorlog, en speelt zich voor een groot deel af in Bladel, de geboorteplaats van Snieders. In de loop van het verhaal wordt het 'Godshuis' van Postel belangrijker. De bewoners van het Hellenend (Bladel) zijn een verzameling bandieten en schorremorrie: ze leven van roof en overvallen; mutatis mutandis zijn ze de terroristen van hun tijd. Op Driekoningendag van 1596 ontvoeren ze het pasgeboren zoontje van de president-schepen van de plaatselijke rechtbank. Het kindje is met den helm geboren: daardoor zal het de bende altijd geluk brengen. Hij wordt in huis gehaald door Rosse Bruno en Zwarte Kaat, die hem als hun eigen zoontje beschouwen. Hij is een 'man van grote gestalte', de verpersoonlijking van het recht van de sterkste, en zij is wellicht de slechtste vrouw die ik in mijn lectuur ooit ontmoet heb: door- en doorslecht is zij, een hart schijnt ze niet te hebben, scrupules ook niet, ze is rot tot op het bot. Ze doet me denken aan 'Cathy' uit 'East of Eden' van Steinbeck; die vrouw deugde ook voor geen millimeter. De familie van de vermoorde president--schepen beleeft ongeval na ongeluk, de roversbende gaat het redelijk voor de wind, want zij hebben de Helm, zoals ze het zoontje noemen. Maar ze overspelen uiteindelijk hun hand: ze overvallen het Godshuis in Postel, ze willen dat plunderen en vernietigen - in 1619 zijn we dan. De twee leiders en hun twee trawanten worden gevat, veroordeeld  en opgehangen. Zwarte Kaat wordt pas iets later gevat: als zij gevangen zit, wordt een zwaar bed op haar neergelaten: wanneer ze dat merkt, huilt ze in doodsangst: 'Mij versmachten...! ongelukkigen...! ellendige beulen...! medelijden! o, een ogenblik...! Vergeving, genade, hulp, Bruno!' Het gezin van de president-schepen wordt in haar vroegere glorie hersteld: het goede en deugdzame wordt beloond, het kwade en slechte gestraft, zoals het hoort volgens Snieders.

Gutwald, de Helm, bij het lijk van zijn vermoorde vader, van wie hij dan nog niet vermoedt dat die zijn vader is. Op de achtergrond Zwarte Kaat: velen geloven dat zij een heks is, en de schrijver laat het ook zo voorkomen. Hij keert zich wel duidelijk tegen bijgeloof.Tekening van G. Mertens in de uitgave van 1975.

De Helm, ook genoemd Gutwald, is dus van betere afkomst, van deugdzame ouders, gelovige christenen, en zijn milieu heeft geen invloed op hem: hij neemt nooit effectief deel aan hun rooftochten, voelt dat hij bij hen niet thuishoort, en op het einde komt hij weer bij de familie terecht waaruit hij geroofd was.

Enkele citaten 

'En toch was de ongelukkige Ten Vorsel (vader van de Helm) gelaten in zijn lot. Alleen kon hij zijn dierbare Helm nimmer uit zijn gedachten bannen. Anders zou hij met zijn geliefde vrouw en zijn twee kinderen betrekkelijk gelukkig kunnen geleefd hebben: want Dirk was een deugdzaam man, en waar is het godsdienstige hart, dat onder de last der beproevingen bezwijkt?'

'Indien ... konden wij nog gelukkig zijn, Lisa, omdat ons geweten onbevlekt is, en ons hart op God betrouwt'.

'(hij) sprak van het onbesefbaar geluk, dat de Loner van het goed bereidt voor hen, die Hem beminnen, en van de eeuwige straffen, die de ondeugd hierna mag verwachten'.

Dat is de vaste levenshouding die Snieders zijn lezers mee wil geven: een goed christen die geduldig zijn onheil verdraagt en zijn geloof niet verliest, wordt door God altijd geholpen.

De versie die ik gelezen heb komt uit 1975: de spelling is gemoderniseerd, en dat vind ik niet zo erg, maar ook aan de taal is geschaafd, en dat vind ik wel jammer, want zo lees je niet wat Snieders echt geschreven heeft. 'Het Kind met 'den Helm' is een roman uit een voltooid verleden over en nog voltooidere verleden tijd, dat is wel duidelijk. Maar in dit werk gebeurt veel, er zit best wat vaart in. De overval en de plundering van het Postelse Godshuis en het gevecht en de aanhouding van Rosse Bruno en zijn trawanten worden best episch en indrukwekkend beschreven: Snieders heeft zeker zijn kwaliteiten. Psychologisch is het niet steeds even geloofwaardig: daar heeft de trouw aan God mee te maken. Op momenten is de roman best bloederig, en tranerig ook: er wordt meermaals gehuild: als het ongeluk weer toegeslagen heeft, of als de ontroering bij een weerzien of een goede afloop de protagonisten te machtig wordt. De sentimentaliteit maakt het af ten toe redeloze geweld goed.

Eigenaardig, en leuk ook, vind ik, is dat Snieders meer dan eens de lezer waarschuwt dat hij weer over een andere figuur gaat beginnen, 'die we een tijd geleden hebben verlaten'. Hij neemt de lezer graag bij het handje, zodat die toch maar goed kan volgen. Hij schrijft wel, maar lijkt tezelfdertijd een voorlezer te zijn.

Snieders is natuurlijk niet mijn literaire ontdekking van het laatste decennium, maar ik vond deze roman toch interessant, al is het maar vanuit literair-historisch standpunt. Hoewel, dat niet alleen: hij is spannend, heeft epische fragmenten en brengt een tijd, toen er in de Kempen nog niets eens een stille hei was, dichterbij. 

'Het Kind met 'den Helm' heeft me wel geboeid, eerlijk gezegd. En ik kan toch zeggen dat ik een paar werken van deze 'Turnhoutse' schrijver gelezen heb: 'De Meesterknecht' en 'Goed geborgen' zijn ook nog leesbaar?

dinsdag 22 september 2020

Postel: wandeling 2 - 6,5 kilometer natuurschoon

Ik heb het nu wel over de abdij gehad, maar in feite kwamen Yves en ik niet daarvoor naar Postel: een wandeling wilden we presteren, eentje van 6,5 kilometer! Presteren: op ons gemakje, en ik in de scootmobiel. Ons lijflied is de laatste weken dan ook 'On a pas tous les jours vingt ans'! Wat de pret echter niet mag drukken.

We verlaten het gebied van de abdij en de eerste bezienswaardigheid is dan toch wel weer een kapel zeker: die van Onze-Lieve-Vrouw ter Heide, redelijk recent gebouwd, in 1954. Ze is opgericht met keien die de oer-Maas hier in de streek heeft afgezet: zo vertelt de gids toch.


 Het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw ter Heide

En dan trekken we verder door de natuur: het ene mooie zicht volgt het vorige op. Zonovergoten wegen, rust en redelijk wat stilte, tenzij er een eskader F 16's over scheurt! Het kan niet alle dagen zondag zijn, stel je vast. De wegen hebben hier overigens buitenlandse namen: Bladelseweg, Reuselseweg, Bergeyksedijk, We voelen ons 100% exotisch, zo ver van Aruba en Curaçao. Maar de wegen hier: volbloed Nederlands imperialisme!


De Bladelseweg

Maar we zien ook grote kunst: een stuk natuursteen dat uit een boomstronk komt piepen! Het werk heeft een titel die een geestige woordspeling bevat: '#keimooimol'. Het is wel geen kei, maar ik kan de geestigheid wel appreciëren, en je moet er maar opkomen, ergens op een godverloren plaatsje toeristische reclame maken voor je stad en streek! Pientere jongens en meisjes, die Mollenaren.

#keimooimol

We  lopen voorbij berken, inheemse en Amerikaanse eiken, en we komen aan een prachtig beukenbos: mooie rechte en hoge bomen, die mij nog aan zuilen van een gotische kerk doen denken, maar dat kan een van mijn misvormingen zijn, dat moet ik bij een of andere pater norbertijn in de abdij eens gaan navragen, of ook niet, want misschien vermoedt die man in mij wel een late roeping. Zoals ik al zei: we zijn niet alle dagen 20 jaar, maar dat is geen reden om de wereld in een klooster adieu te zeggen. Maar een mooi beukenbos is het wel, en daar ging het mij om.


Het prachtige beukenbos

Op de hoek van de Bladelseweg en de Bergeyksedijk komen we de Tweede Wereldoorlog tegen: ook een verrassing! Honderd meter het bos in is namelijk een Lancaster 1 van de RAF neergestort, daarbij een gat van 4 meter diep en 10 meter breed  achterlatend. In de nacht van de 21ste op de 22ste juni 1944 was dat. Van de zevenkoppige bemanning zijn twee mannen ter plaatse gestorven, van een piloot-officier is het lichaam nooit teruggevonden, drie zijn krijgsgevangen gemaakt, en sergeant Peter Edmund Knox, van de Royal Australian Air Force, is door Belgische mensen gered en bereikte later zijn basis. Het monument is opgericht ter ere van de vliegeniers en de Belgische burgers die hun leven gewaagd hebben door het redden en verbergen van flight sergeant Knox. Zolang staat het gedenkteken er nog niet: het is van 3 september 2006.

De bemanning van de RAF-Lancaster 1

En dan is de natuur weer het belangrijkst. Ik zie een eigenaardige grassoort: lamppoetsersgras blijkt dat te zijn. Het is een soort van siergras, en de kans zou dus klein zijn dat je de soort in de vrije natuur aantreft, maar nu lijkt het erop dat lamppoetsersgras steeds vaker in de natuur voorkomt. Als de plant in bloei staat, zoals op de foto, heeft hij bloemen die lijken op pluizen waarmee vroeger olielampen werden gepoetst. Vandaar de eigenaardige, maar toch mooie naam.

Lamppoetsersgras

Vermoeid maar tevreden, zoals dat heet, hebben we na de wandeling in Gasthof De Beiaard onze indrukken laten bezinken, en lieten we de zon in een trippel van Postel schijnen: te veel inspanning leidt tot overspanning. Wij verkiezen ontspanning in alle eer en deugd, bij tijd en wijle!

maandag 21 september 2020

Postel: een beetje abdij

Hoe lang het geleden was dat ik nog eens in Postel had rondgelopen, weet ik niet meer precies, maar Yves wilde er gaan wandelen, en of ik meeging? Natuurlijk dus! En wij weg. Ons plan was wandeling 2, eentje van 6,5 kilometer. Ze vertrekt aan het poortgebouw van de abdij, en de eerste foto levert dan ook het wapenschild van de abdij op: drie zwarte molenijzers op een witte achtergrond; het dateert al van in de 14de eeuw. Die molenijzers verwijzen allicht naar de vele molens die door de abdij beheerd werden. Overigens heette de instelling toen nog 'Godshuis'; ze werd pas zelfstandige 'abdij' in 1618, tijdens het Twaalfjarig Bestand van de aartshertogen Albrecht en Isabella was dat. Op de banderol onder de molenijzers is te lezen 'Cruce vincit veritas', in onze moerstaal 'Door het kruis overwint de waarheid'. Je betreedt hier niet zomaar een mooi gerestaureerd oud hotel, denk daaraan!

Cruce vincit veritas

Het grote gebouw uit 1731 heeft helemaal boven nog een religieus getint bas-reliëf, barok van stijl: centraal staan er wel 12 molenijzers, en met niet zo heel veel goede wil kun je er de kruisdood van Christus in herkennen. Het kruis is zonder meer duidelijk, en de twee zwarte molenijzers van onderen kunnen allicht Maria en de apostel Johannes voorstellen. Het engeltje links houdt een mijter in de hoogte: dat duidt op de waardigheid van de abt, die gelijk is aan die van een bisschop. Dat aan de rechterkant houdt een grote gestileerde sleutel vast: de sleutel van de hemelpoort zal dat zijn. Een goede abt en de sleutel van de hemel, wat heb je meer nodig in dit aardse tranendal? Aan boodschappen geen tekort in de abdij van Postel!

Een goede abt en de sleutel van de hemel

Het oudste gebouw van dit gebied is de Sint-Niklaaskerk: ze dateert al van het einde van de 12de eeuw en is dus romaans. In de loop der eeuwen heeft de kerk natuurlijk verbouwingen gekend: zo is het gewelf duidelijk gotisch, maar de romaanse kenmerken zijn duidelijk te herkennen: de apsis is er een sprekend voorbeeld van. Ik ken eigenlijk geen andere romaanse bouwwerken hier in de streek, Postel is dus een rariteit.

De romaanse apsis van de Sint-Niklaaskerk (ca. 1190)

Nog een voorbeeld: de rondbogen in de kerk

Naast een eerder uitgestrekte kruidentuin staat een wel eigenaardig gebouwtje: het pesthuisje dat dateert uit de 17de eeuw. Pestlijders werden in gebouw in quarantaine gezet. In de hoek rechts van achteren is een put ontdekt: het verhaal gaat dat mensen die aan de ziekte bezweken waren in die put gegooid werden, een laag ongebluste kalk werd over hen uitgespreid, en klaar was Keesje, de volksgezondheid was weer zo goed mogelijk beschermd. Wie klaagt over de quarantaine maatregelen die nu nodig zijn ten gevolge van covid 19, mag beseffen dat het vroeger nog veel en veel erger was. Gelukkig kun je nu ook naar Postel gaan om na een fikse wandeling op het terras van De Beiaard een Postel te drinken, pest- en coronavrij! Je moet soms wel aanschuiven voor je een zitplaats krijgt toegewezen, want afstand moet er zijn, ook als je een zwaar biertje savoureert! Maar dan nog blijft het de moeite: aangenaam en niet ver.

Het pesthuisje

zondag 9 augustus 2020

Renier Snieders

Soms ontdek je in eigen stad iets verrassends, maar dat je al lang had moeten kennen als je wat beter uitgekeken had. Dat overkwam mij eergisteren: ik spoed me met mijn scootmobiel dagelijks twee keren door de Otterstraat - heen en weer naar de 'Priba' - en vrijdag zag ik voor het eerst dat er in de gevel van nummer 26 een gedenksteen is gemetseld. Over Renier Snieders heeft de steen het: '1812-1912 / Hier / leefde en stierf / de Vlaamsche schrijver / D Jan Renier Snieders'. Die steen is daar duidelijk aangebracht ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van zijn geboortedag. En ja, hij was een Vlaamse schrijver, echter van Nederlandse afkomst: hij is geboren in Bladel, eventjes over de grens, studeerde geneeskunde in Leuven, en vestigde zich in 1838 als arts in de Otterstraat.

Otterstraat 26: de gedenkplaats voor Renier Snieders

In 1912 was de man al 24 jaar overleden: de herinnering aan hem was kennelijk nog lang niet dood. Zelfs niet in 1930: toen is op het Patersplein, in aanwezigheid van Stijn Streuvels nota bene, zijn standbeeld onthuld. Daar zit hij nu al 90 jaar, en dat is er helaas aan te zien: onze Renier mag best wel een fris bad krijgen, hij ziet er niet uit. Ik vraag me wel af of de voorbijgangers weten wie daar versteend zit te kijken. Hij heeft heel wat romans en vertellingen geschreven, naar ik lees in de stijl van Conscience, maar realistischer.  Dat zou ik eens moeten nagaan: de volgende keer dat ik in de bib kom, vraag ik een werk van hem, gesteld dat ze dat daar hebben. Want laten we eerlijk zijn, Renier Snieders als schrijver is vergeten: sic tansit gloria mundi. Toch ben ik benieuwd wat de lectuur van een paar van zijn werken zou opleveren. Blijf verwonderd, zegt Klara dan.

Het standbeeld uit 1930

Als arts was hij zeer verdienstelijk: volgens 'wikipedia' had hij een uitgebreide praktijk, was hij wetsdokter, hij zorgde voor de zieken van het bureau van weldadigheid, de zieken in de gevangenis, het gasthuis en het godshuis voor grijsaards en wezen'. Je vraagt je af hoe die man de tijd vond om te schrijven, tenzij de volksgezondheid toen fenomenaal goed was, wat ik dan weer betwijfel. Maar hijzelf was ongetwijfeld iemand, deze Renier Snieders. Niet voor niets is er in Turnhout een straat naar hem genoemd: die loopt van de Zeshoek tot aan de Hollandse Schuif.

De Renier Sniedersstraat.

De watertoren heeft Renier Snieders nooit zien staan: die is pas gebouwd na zijn overlijden

Overigens was August Snieders, de broer van Renier, ook bedrijvig als journalist en schrijver, maar dan in Borgerhout. 

Nu moet ik alleen nog maar op zoek gaan naar pennenvruchten van Renier: dan kan ik een negentiende-eeuwse Turnhoutse stem horen, wat zeer interessant kan zijn.

zaterdag 8 augustus 2020

De abdij van Tongerlo: opvallend

Ik heb niet alle gebouwen van de abdij van Tongerlo grondig bekeken, daar moet ik nog eens voor teruggaan. Maar er zijn wel zaken die opvallen. Een daarvan is de toegangspoort: die dateert al uit 14de-15 eeuw, en daarmee is ze het oudste gebouw van de abdij. Er moeten oudere geweest zijn, maar die zijn in de loop der tijden verdwenen. De abdij werd immers gesticht omstreeks 1130: een aantal norbertijnen van de Sint-Michielsabdij van Antwerpen vestigden zich toen hier. Merkwaardig zijn de bakstenen van de benedenverdieping: dat is ijzerzandsteen, die ooit in Noord-Hageland gewonnen werd, en dat is hier vlakbij. De Sint-Servaaskerk van Herselt, een buurdorp van Tongerlo, is ook met deze steen opgetrokken, en dat geeft het gebouw dezelfde roodachtige kleur.De toegangspoort van de abdij.

Natuurlijk staan er heiligenbeelden boven de poort, drie in getal, alle drie vrouwen. In het midden staat Onze-Lieve-Vrouw met het Christuskind op haar arm, en dat kind heeft dan weer een wereldbol met kruis erboven vast: dat symboliseert de kosmos. Aan de linkerkant staat de Heilige Katharina, met aan haar voeten het gebroken rad waarop ze gefolterd werd. Rechts staat de Heilige Barbara met haar symbool, de toren. Beide dames hebben ook een lelietak vast, het symbool bij uitstek voor zuiverheid en maagdelijkheid. Ik weet niet uit welke tijd deze beelden stammen, maar het lijken in ieder geval geen 19de-eeuwse neogotische producten: die zijn zo mooi niet. Opmerkelijk ook dat in dit mannenklooster alleen beelden van vrouwelijke heiligen te zien zijn: mannen hebben we hier al genoeg moeten de norbertijnen gedacht hebben. Katharina, Maria, Barbara

Je komt dan op het binnenplein dat omringd is door gebouwen: een ervan is het abtshuis uit 1728. In het timpaan ervan een versiering: boven een bisschopsmijter (in de hiërarchie van de katholieke kerk is een abt gelijkwaardig aan een bisschop), in het midden een wapenschild, en daaronder de tekst 'Festina lente', met andere woorden 'haast u langzaam'. Dat 'festina lente' is de wapenspreuk van de norbertijnen, en dat wordt in het wapen ook duidelijk gemaakt: je ziet twee springende herten die staan voor de haast, maar ook twee schildpadden, die staan voor het langzame, waarmee in dit geval bedoeld wordt bedachtzaamheid. Met andere worden: doe wat gedaan moet worden, wat beslist is, maar pas als er eerst goed over nagedacht is. Je mag niet halsoverkop ergens aan beginnen: die norbertijnen waren, of zijn, wel slimmer.Festina lente

De abdij van Averbode, hier niet zo veraf, is ook een norbertijnenadbij, en die werd gesticht in 1134-35, en die van Postel, ook niet zo ver, ontstond rond 1140; de Sint-Michielsabdij van Antwerpen zond haar zonen uit in die tijd. De paters maakten onder andere het land vruchtbaar, en natuurlijk verspreidden zij het geloof: het waren ten slotte geestelijken. Die abdijen waren ook intellectuele centra: de bibliotheek van Postel is nu nog belangrijk: ze omvat onder andere 50 incunabelen en 140 postincunabelen. 

De bloeitijd van die abdijen is lang geleden nu, maar ooit waren zijn centra van beschaving en brachten ze die ook onder de mensen: ze hebben hun betekenis zeker gehad. Maar 'Panta rhei', en dat is goed zo   

donderdag 6 augustus 2020

Het Laatste Avondmaal in Tongerlo

Een zinvolle invulling van mijn namiddag vond ik gisteren 'Het Laatste Avondmaal' in Tongerlo eens te gaan bekijken. Het is niet ver en je ziet er de beste kopie van het oorspronkelijke fresco dat in Milaan in de refter van het klooster Santa Maria delle Grazie te zien is. Daar ga ik in coronatijden niet naartoe, zo'n fanatiek kunstliefhebber ben ik nu ook weer niet. Ondertussen hangt die beste kopie al sinds 1545 in de Onze-Lieve-Vrouwabdij in Tongerlo, in een eerder klein dorp in de Kempen.

De kopie waar ik het over heb is in de jaren 1507-1509 geschilderd in het atelier van Leonardo, waarschijnlijk door Andrea Solari, een van Da Vinci's meest begaafde leerlingen. Het werk is natuurlijk geconcipieerd door Leonardo zelf, en dat is niet onbelangrijk: dertien mensen, Jezus en zijn twaalf apostelen, zitten aan een lange tafel te eten en te praten, krijg daar maar eens leven in! Maar Leonardo, niet dom, verbeeldt dat gezelschap net nadat Christus gezegd heeft dat een van hen hem zal verraden! Ontzetting alom, iedere apostel reageert met afgrijzen op de boodschap: hoe kan dat nu, wie van ons mag dat dan wel zijn? Christus blijft stoïcijns centraal iets apart zitten, maar Leonardo vormt met de twaalf anderen vier groepjes van drie die elk anders reageren.
Leonardo da Vinci, Het Laatste Avondmaal, kopie

Het groepje aan Christus' rechterhand is het cruciaalst: dat zijn van links naar rechts Judas, Petrus, en Johannes. Tegen Petrus zegt Christus dat hij op die steenrots zijn kerk zal bouwen, Johannes is de lievelingsleerling, en Judas, tja, het contrast kan niet groter zijn. Petrus uit zijn  ontzetting tegen Johannes, die er zelf zeer sereen bij zit. Judas luistert naar wat Petrus te zeggen heeft, en wil tezelfdertijd een broodje grijpen. In zijn rechterhand heeft hij een beurs vast: daar moeten na het verraad de dertig zilverlingen in terechtkomen. Wat me ook opvalt: Judas heeft een donkerdere huidskleur! Alle anderen zijn blanken, behalve Thomas, maar dat is dan ook de zogenaamd ongelovige. De boosdoeners zijn zo makkelijk te herkennen.
Judas, Petrus en Johannes

Aan Jezus' linkerhand zien we Thomas, Jacobus de Oudere en Filippus. Thomas steekt verwijtend zijn wijsvinger op ten teken dat hij niet kan geloven wat zijn Heer zegt: 'Hoe zou dat nu kunnen dat een van ons U verraadt, wij zijn zulke trouwe leerlingen!' Jacobus maakt zijn ontzetting duidelijk door zijn armen te spreiden, en Filippus schijnt maar zijn hart te willen grijpen. Maar Christus blijft onverstoorbaar - natuurlijk, hij weet wat zijn zending inhoudt - en wijst naar het broodje dat voor hem ligt, alsof hij daar zou gezegd hebben: 'Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt'. Psychologisch klopt dat wel niet, maar hij heeft het in ieder geval tijdens 'Het Laatste Avondmaal' gezegd, en zo wordt weer een geloofswaarheid in het schilderij gesmokkeld. (Dit is wat ik erin kan zien.)
Christus, Thomas, Jacobus de Oudere en Filippus

Ondertussen is dit schilderij een schoolvoorbeeld van een renaissance kunstwerk: evenwicht, symmetrie, en tezelfdertijd nogal wat beweging en inhoud. Het werk leeft!

Nu wil het geval dat een Amerikaanse kunsthistoricus, prof Jean-Pierre Isbouts, een onverdacht Vlaamse naam heeft die man, ervan overtuigd is dat Leonardo zelf aan dit schilderij meegewerkt heeft: de ondertekening - dat is de tekening onder de figuren, de schets van het werk in feite - is volgens hem zo goed dat alleen Leonardo himself die gemaakt kan hebben: zeker is het niet, maar wel hoogstwaarschijnlijk, zegt Isbouts. En dan is er nog de figuur van Johannes: die heeft eerder vrouwelijke gelaatstrekken die sterk gelijken op die van de Mona Lisa. Da Vinci zelf zou die Johannes geschilderd hebben. Onomstotelijk bewezen is het niet, maar Isbouts is overtuigd van zijn gelijk. Da Vinci zou in zijn landstaal gezegd kunnen hebben: 'Si non è vero, è ben trovato!' Het is in ieder geval een interessante theorie.

Klein detail: als je je toegangsticket betaalt en krijgt, wijst de pater-kassier je op de achterkant ervan. Daar staat het schilderij in het klein op, en alle apostelen worden met naam aangeduid: gemakkelijk bij de identiteitscontrole is dat. Echte Da Vinci of niet, ik heb ervan genoten: van het werk, en van de uitleg erbij. Zeer de moeite vond ik het!

Nog een detail: als het fresco in Milaan gerestaureerd wordt, komen de specialisten van daar naar Tongerlo om het werk in Italië zo correct en getrouw mogelijk te herstellen. De kopie is dus duidelijk meer dan een gecalqueerde tekening: dat vinden ze in Milaan kennelijk ook!

maandag 3 augustus 2020

Een echte Hopper in Turnhout?

In de Turnhoutse Warande loopt op dit ogenblik de tentoonstelling 'De nacht': schilderijen, etsen, foto's, als ze de nacht maar belichten, als ik het zo mag uitdrukken. Mijn kompaan had die al gezien, en 'totalement bouleversé' was hij niet echt. Ik ben toch maar gaan kijken: smaken verschillen, en bovendien had ik een foto van de tentoonstelling gezien die mij sterk aan Edward Hopper deed denken.

Dat Hopperse werk is geen schilderij, deze 'Summer Evening' uit 2012, wel een foto, gemaakt door de Nederlandse Laetitia Molenaar. Zij zegt zelf geïnspireerd te zijn door Hopper, en ze construeert dus foto's die zeer verwant zijn aan zijn werk. Uit de brochure leer ik dat ze eerst maquettes maakt van een omgeving, dan modellen in een studio fotografeert en ze ten slotte samenbrengt in een beeld. En dan krijg je wat een doek van Hopper zou kunnen zijn: de titel 'Summer Evening' suggereert ontspanning, genieten, een soort van geluk. Maar niets van dat alles in dit werk: het is donker natuurlijk, het licht komt van een 'peertje', en het koppel staat niet te daveren van geluk en vrolijkheid of harmonie: ze raken elkaar niet aan, hij kijkt naar haar, maar zij beantwoordt zijn blik niet. Een Hopperiaans thema is dit: mensen die geen contact kunnen maken, een soort van eenzaamheid laat Molenaar zien, net zoals Hopper. Wat hij geschilderd heeft, kan zij met fotografie ook bereiken, maar het is dus al gedaan.


Laetitia Molenaar, Summer Evening, 2012


Samen eenzaam zijn

Er hangt ook een houtsnede van Frans Masereel, 'L'aveugle' uit 1955. De blinde vrouw lijkt naar boven te kijken, naar de hemel, zeker niet naar de chaos die de stad onder haar is. Je ziet van alles: vuurwerk links, een vrouwenfiguur die zelfmoord pleegt door zich te pletter te storten, een naakte vrouw die de stad verlicht, een ironische variatie op het Vrijheidsbeeld kun je in haar zien, rechts vlucht een moeder met kind uit de stad weg, op de voorgrond unheimische figuren met zwart gezicht, schuin links daarboven een vrouw die een ruiker aangeboden krijgt, naast haar een alziend oog? Niet voor niets dat de vrouw op haar balkon naar boven kijkt, je zou haast zeggen dat ze zich gelukkig mag prijzen dat ze wat zich onder haar afspeelt niet kan zien.


Andere namen die ook vertegenwoordigd waren: Nel Aerts, Léon Spilliaert, zelfs Goya! Niet alles vond ik de moeite, de belichting was zeer spaarzaam - dat heb je met 'De nacht' - en hier en daar een stoel, dat zouden mensen die slecht ter been zijn ook wel appreciëren. Maar er was wel wat te zien, in deze nacht.