Posts tonen met het label hoogstraten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoogstraten. Alle posts tonen

maandag 5 april 2021

Een torenvalk in Wortel

Eind november was ik met Yves op paddenstoelenwandeling in Wortel Kolonie: ik wilde meer soorten kunnen herkennen dan de vliegenzwam of de inktzwam. Menig paddenstoeltje heb ik toen gefotografeerd, me een boek aangeschaft om ze te kunnen determineren, maar ik blijf een kleine liefhebber die nog in zijn kinderschoenen staat: er zijn  dan ook zo veel verschillende soorten paddenstoelen en zwammen en schimmels: verbazingwekkend is dat! Volgens mij moet het heel wat tijd in beslag nemen voor je je een onderlegd mycoloog kunt noemen. Dat zou pas een ambitie zijn!

Gewone zwavelkopjes

Maar je ziet ook wel ander leven: op een weiland net ten westen van het domein van Wortel Kolonie zit een vogel stil, als versteend. Een mus is het niet, een albatros ook zeker niet, eerder iets tussenin. Foto van genomen, thuis mijn 'Complete natuurgids' uit de la gehaald, en dan op zoek. Yves hield het op een kiekendief, maar volgens mij heeft hij iets met kiekendieven: hij meent ze vaker te zien, of hij spreekt het woord graag uit, dat kan ook. Maar onze gevleugelde vriend blijkt een torenvalk te zijn, een vrouwtje. Dan vraag ik mij natuurlijk af waar dat beestje vandaan komt. Van de hoge toren van Hoogstraten, van de veel lagere van Wortel, van die van Merksplas? Waarom ze 'torenvalk' heten, blijft in het ongewisse: ze bouwen zelfs geen nesten.  Ze gebruiken daarvoor oude kraaiennesten, of tegenwoordig ook torenvalkkasten aan de rand van bossen. Die nesten zijn half open zijn, zodat de vogels  de open ruimte goed in de gaten kunnen houden en hun volgende maaltijd kunnen opspeuren. Hoofd- en lievelingsgerecht: muizen, vooral veldmuizen: vanaf hun nest doen ze dus aan 'takeaway', daarvoor hoeft er niet eens een coronacrisis aan de gang te zijn. Ander leuk kenmerk: zij zijn echt specialist in bidden, stilhangen met de kop in de wind en nauwgezet de omgeving afspeuren, dat is hun aperitief.

Torenvalk (vrouwtje)

Het mannetje is iets kleurrijker, en zoals zijn partner 30 tot 38 cm groot. Zeggen dat het mannetje duidelijker mooier is dan het vrouwtje is waarschijnlijk seksistisch, dus vormen we de neutrale zin: mannetje en vrouwtje zijn allebei op hun eigen manier even mooi.

Koppel torenvalken, zoals getekend in mijn Complete natuurgids

En voor wie zich zou afvragen: 'Hoe ziet er een kiekendief dan uit?' Zo, met nog een beetje (on)leesbare uitleg erbij. U gratis aangeboden door het u 'Vertrouwde Huis van Gedane Zaken'.

Bruine kiekendief

zondag 28 maart 2021

Wortel Kolonie op een prille lentedag

De lente komt er schuchtertjes aan: tijd en gelegenheid om een kleine natuurwandeling te maken, samen met mijn dierbare vriend Vic, die buitenlucht en wat lichamelijke in- en ontspanning nodig heeft. En wij naar Wortel Kolonie, die hij kent van in zijn jeugd, en waar hij heel wat herinneringen aan heeft. Maar er zijn ook vernieuwingen: sinds vorig jaar is een een ruime parkeergelegenheid aangelegd, met wel vijf plaatsen voor gehandicapten, wat ik natuurlijk heel sympathiek vind! En voor wie niet juist weet waar hij zich bevindt, staat er een cortstalen bord met de duidelijke woorden 'Wortel-Kolonie'.

Plaatsaanduiding in cortenstaal

Je kunt de vierentwintigste maart natuurlijk geen weelderig landschap verwachten met bloemen en kleuren t'allen kant, sappig groene weilanden en alle bomen dik in het lover, maar de natuur doet moeite en komt al bescheiden piepen. Kleine witte bloempjes in groepjes bij elkaar: bosanemonen zijn dat. Die bloeien in maart en april: echte voorjaarsbloeiers zijn het, ze geven nederig al wat kleur aan de wereld die uit zijn winterslaap ontwaakt.

Bosanemonen: een van de eerste boodschappers

En hondsdraf is er ook zo vroeg bij: zijn bloeiperiode gaat van april tot juni: hij loopt dus een week voor. Groot wordt hondsdraf niet echt (20 tot 40 cm), en die op de foto zullen nog een kleine groeispurt in moeten zetten, maar ze hebben nog tijd, laten we optimistisch zijn. Dat zijn we ook bij beginnend menselijk leven, we hoeven de bloemen niet te discrimineren. Uit ingetogen vreugde om de nieuwe geboorte van het leven zouden we lenteliedjes moeten zingen, zo van 'Es ist eine Waldanemone entsprungen', of 'Es ist eind Gundermann entsprungen'. Dat de Duitsers daar niet aan gedacht hebben. Ze hebben het kennelijk meer voor rozen. Maar dat is dan weer een ander verhaal!

Beginnende hondsdraf

We lopen tot aan Bootjesven: daar staan banken waar Vic kan rusten. Het ven zelf lijkt nog ingeslapen: weinig leven is er te merken. Een enkele eend heb ik zien peddelen, andere watervogels of aalscholvers geven niet thuis. Maar het heeft wel iets, Bootjesven in bijna volmaakte rust.

 

Bootjesven in rust

Bij Bootjesven staat ook een open gebouwtje waar posters hangen over vogels en de natuur: dat is zo goed als obligaat hier. Links aan de gevel merk ik een ingemetselde steen,  waarop het jaartal 1822! Ik ben hier al zo vaak geweest, maar die steen was me nog nooit opgevallen, shame on me! 1822 wil in Wortel Kolonie best wat zeggen: 'Op 3 januari 1822 werd de 'Société de Bienfaisance pour les Pays-Bas Méridionaux' opgericht met de bedoeling voor bedelaars en landlopers te zorgen en de arme Kempen te ontginnen. Een vrije landbouwkolonie ontstond te Wortel.' (citaat uit 'Gids van de Kempen, Harry de Kok en Roger Haest, Brepols 1993) Met andere woorden: die steen is hier al van het allereerste begin! Ik vraag me wel af in welk gebouw die oorspronkelijk ingemetseld was: maar vast niet in een achterafgebouwtje aan Bootjesven. Maar hij is tenminste bewaard gebleven.

Onder het jaartal 1822 prijkt een ovale en gekroonde lauwerkrans, met in het midden van de krans een lang zwaard, en links daarvan een sleutel, en rechts daarvan twee symbolische dennenboompjes. Het geheel geeft weer waar het hier om te doen is. 

De stichting van Wortel-Kolonie dateert dus uit de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, toen wij hier in de Antwerpse Kempen ook echte Nederlanders waren. Koning Willem I was toen onze vorst, en onder zijn bewind zijn die kolonies gesticht, niet alleen die bij ons, maar ook die in Nederland zelf.

Ingemetselde steen uit 1822

Aan de zijgevel van 'De Klapekster' hangt nog zo'n getuigenis uit de 19de eeuw: een overzicht van hoe de kolonie er toen uitzag. Het idee van Willem I was al in 1842 ten onder gegaan, en pas in 1881, toen Wortel rijksbezit was geworden, werd de kolonie gebruikt om er volwassen landlopers en bedelaars in onder te brengen. (zelfde bron, Gids van de Kempen). Ik veronderstel dat deze plaat uit die periode dateert, eind 19de eeuw. De legende is 'uniquement en français', zoals dat hoorde in 'La Belgique de jadis'. Rechts boven, rond het ovaal staat 'Maison de Refufge de L'Etât / Section de Wortel - Belgique'.

Overzicht van Wortel-Kolonie, eind negentiende eeuw

En zo hebben we de eerste lente van 2021, timide nog, zien ontluiken, zijn tweehonderd jaar terug geweest en hebben 'onze' Koning Willem I heel bescheiden ontmoet, en de Franse cultuur van de Belgische staat tegen een muur zien plakken. Wat je allemaal niet beleeft op een natuurwandeling, daar in de Wortel van veel goeds!

'

dinsdag 23 februari 2021

Op wandel: Wortel Kolonie Zuid

En dan staat in het verkeerde seizoen onverwachts de zon toch niet in de lucht zeker? Het vaderland trekt massaal naar de kust, naar Planckendael, naar de Zoo in Antwerpen, om eens andere apen te gaan bekijken: we gooien alle coronaremmen los, dat wil zeggen: we proberen toch een beetje van wat vrijheid te proeven. Wij doen dat al wandelend, in Wortel Kolonie. Yves, mijn wandelvriend, heeft een alternatieve tocht uitgestippeld: van knooppunt naar knooppunt, aan de zuidkant van het gebied. Aan de noordkant is het veel te druk, en daar gooit iedereen de beentjes los. 

En we krijgen een ander zicht op de Kolonie, want we lopen langs onbetreden paden. We kijken op de brede witte villa, met een mooi grasveld ervoor, en daarvoor dan weer een heuse vijver: een idyllische plaats voorwaar. Helaas is die villa in verhullend Nederlands een strafinrichting, in Kempisch dialect 'tgevang'. Al goed dat de gevangenen hun verblijfplaats vanaf ons standpunt niet kunnen bewonderen: zo cynisch is de Belgische staat dan ook weer niet, laten we dat maar hopen. Les extrèmes se touchent ici: vrijheid en schoonheid tegenover gevangenschap en leed. Maar de zon schijnt voor iedereen zegt de volksmond: hopelijk ook voor diegenen die binnen zitten. Op het einde van de wandeling horen we ze toch met overtuiging en enig lawaai aan sport doen.

Idyllisch gelegen gevangenis, in de stille Kempen, aan de rand van het land.

Natuurlijk zijn de bomen nog kaal, maar dat belet niet dat de omgeving rustig is, en mooi. Bruine voorgrond, uitgestrekt grasveld dat op een foto tot een streepje groen krimpt, en de brede blauwe hemel, en dat in februari! Waar kunnen wij nog beter zijn?

Bruin, groen, blauw

En dan komen we aan de 'pampa': Argentinië in ons Kempenlandje? Hoe komt die naam hier terecht? Kunnen we hier niet van hoogmoed spreken, een van de zeven hoofdzonden, open en bloot in de Kempen? Maar nee, deze naam is aan dit deel van het gebied gegeven door ene Albert Carlier (1872-1968), die landbouwingenieur was in Wortel en Merksplas Kolonie, maar die voordien in de beide Amerika's gewerkt had. En in zijn tijd zal dit Wortelse land hem aan Argentijnse landschappen doen denken hebben: raadsel opgelost. (Bron: Wandelen in Hoogstraten, deeltje 'Wandelpaden in Wortel-kolonie')

Exotische straatnaam

En verder: een maagdelijk blauwe hemel, waartegen de toppen van de masten zich zo mooi aftekenen, het treft mij elke keer. Ik heb iets met blauw, hoewel ik toch een echte rooie ben. Nobody's perfect.

Maagdelijk blauw en mastig bruin

Zo zuiver blauw is die hemel dat de maan gedacht moet hebben: als dat allemaal zo vredig is, en Helios doet ook onverdroten zijn best, dan wil ik er overdag ook bij zijn, tenminste voor de helft: en Luna, onze onvermoeibare satelliet, brengt maagdelijk wit in beeld.

Maagdelijk blauw en wit

Een eind verder zien we in het midden van de weg een dood vogeltje liggen: het is de weg van alles vlees gegaan. Onze 'wanderlust' meteen onder nul. Ik denk: het beestje mag dan wel dood zijn, maar hier in het midden van de weg kan het nog eens platgereden worden ook, en dat vind ik te veel vergankelijkheid voor zo'n klein schepseltje. Ik wil het aan de zijkant tussen de herfstbladeren leggen, en als ik het opraap, beweegt het toch nog met zijn rechtervleugeltje. Yves wil het nog redden, spreekt voorbijgangers aan, maar niemand kan hem en het diertje helpen, dus het komt terecht waar ik had gedacht het te leggen, in de zijkant, daar wachtend op zijn dood: het sterft misschien van honger, of een voorbij trippelende kat peuzelt het op, zo stilt het vleugellamme gevederde bolletje ongewild de honger van een ander dier: zo werkt de natuur, wreed en onverschillig.

Ik wil nog wel weten wat voor een vogeltje dit was. Ik duik thuis in mijn 'De complete natuurgids', wat een zeer optimistische en pretentieuze titel is, en ik kan het determineren als een 'fitis'. Ik kijk dat na op Google, bij 'fitis, afbeeldingen', en die geeft mijn natuurgids gelijk. De eerste keer dat ik een fitis gezien heb, was helaas geen aangename kennismaking.

Dode fitis

Toch nog een beetje levend

Laat ik iets vrolijker eindigen: een redelijk hoge boom, volledig omhuld door klimop. Nu wil het geval dat we bij Italiaans bezig zijn met het boek 'L'edera' (De klimop) van Grazia Deledda (Nobelprijs literatuur 1927). Het speelt zich in het begin van de 20ste eeuw, gaat over verarmde adel en arme lui in Sardinië. Het bevat een liefdesgeschiedenis van de twee hoofdpersonen, Annesa en Paulu, waarbij zij hem liefheeft zoals klimop een boom omvat of omhult. Dat is een beeld dat meermaals in de roman voorkomt, en hier in Wortel staat het in zijn duidelijke realiteit. Overigens gaat de roman niet over 'dolce far niente': het is een tragische geschiedenis over een vergane tijd.

L'edera - de klimop

Zo kom ik op een stille wandeling van 6,4 km in Wortel de hele wereld tegen: natuur, gevangenis en vrijheid, mooie gezichten, de maan overdag, Argentinië, Italië en een ongelukkige fitis. Redeloos, reddeloos en remmeloos hebben we ons daaraan overgeven, met inachtneming van de coronamaatregelen natuurlijk, want wij blijven nadenken, Yves en ik. En een tripel na afloop drinken we ieder apart, nagenietend van de leuke middag in Wortel.

dinsdag 22 oktober 2019

Hoogstraten, Sint-Katharinakerk, glas-in-loodramen

Gisteren had ik nog eens kerkwacht in de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten: ons erfgoed mee bewaken noem ik dat. Nog nooit had ik al geprobeerd foto's te nemen van de gebrandschilderde ramen, denkend dat me dat toch nooit fatsoenlijk zou lukken. Tot gisteren: ik wilde het toch eens proberen, je weet maar nooit.

In het hoogkoor stellen zeven ramen de zeven sacramenten voor: zo hoort dat in een kerk. Die glas-in-loodramen komen al uit 1531-1533, en zijn het werk van Antonis Evertsoen van Culemborg ( de eerste gravin was overigens ook van Culemborg). Ze zijn zeer kunstig vervaardigd, duidelijk in de nieuwe renaissance stijl, al zijn de onderwerpen dan uiteraard religieus. Op de eerste foto zie je Christus aan het kruis, geflankeerd door Maria en Jezus' lievelingsleerling, Johannes. Boven het kruis is renaissance architectuur te zien. Onder de 'C' en de 'I' kun je merken in welk jaar dit raam gemaakt is: Anno 1531. Bijna 500 jaar oud, dus.


De kruisdood, 1531

Niet al deze ramen dateren uit de zestiende eeuw: in de loop der tijden hebben ze een en ander geleden, zodat een aantal in de negentiende eeuw gerestaureerd diende te worden. Een mooi voorbeeld daarvan is het raam met op het onderste deel het eerste grafelijke echtpaar: Antoon de Lalaing en zijn vrouw Elisabeth van Culemborg. Het is zeker dat zij dat zijn dat omdat onder de graaf zijn wapen prijkt (rood met witte ruiten), en achter hem staat zijn patroonheilige, Sint-Antonius. Wie de kerk bekostigd had, wilde natuurlijk voor eeuwig en drie dagen zichtbaar blijven: ze hadden ongetwijfeld hun trots en 'noblesse oblige' zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben. Hoe zou je zelf zijn. Op de onderste rand van het raam staan de namen van de restaurateurs: ene Cauwenbergh en J.B. Capronnier. 1861 kun je rechts onderaan ook lezen: dat is natuurlijk het jaar van de restauratie.


Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg

Laten we er nu maar eens een sacrament bijhalen: het huwelijk. Een gemijterde bisschop met baard legt de handen van bruid en bruidegom in elkaar. Hij is in het blauw, zijn getuige staat achter hem; zij heeft een rijke bruidsjurk aan: groenig, met nogal wat versieringen. Ook achter haar staat en getuige, en dan nog een jonge vrouw die de sleep draagt. Het zijn duidelijk geen twee paupers die vanaf dat ogenblik hun leven samen willen leiden. En allicht hebben zij de bisschop horen zeggen: 'Wat God verbonden heeft, zal de mens niet scheiden.' (Marcus 10:9)


Het huwelijk

Velen van ons zijn in hun jonge jaren ooit wel eens te communie geweest, en dat sacrament staat er ook bij, alleen heet dat nu de eucharistie. De kerk heeft haar woordenschat opgefrist: een mis heet nu een viering. Het akeligste dat ik ooit gehoord een gelezen heb, was een 'begrafenisviering': om gillend de kerk uit te stormen, denk ik dan. Voor zo'n woord moet je geloof wel heel vast zijn! Weer een bisschop reikt een oudere man de hostie aan. De kunstenaar heeft achter het altaar zelfs een schilderij geconstrueerd: een Mariaboodschap zie je, de engel Gabriël komt haar zeggen dat zij Gods zoon zal baren.


 De communie

De kleuren in deze ramen zijn best geslaagd, vooral het blauw vind ik erg treffend. Het is jammer dat de taferelen zo hoog hangen, maar met een beetje verrekijker zou je kunnen zien dat op de achtergrond van de hoofdtaferelen delen van steden en gebouwen te zien zijn, dieren en voorbijtrekkende reizigers: er is bijzonder veel zorg besteed aan deze kunstwerken.

Als je de kerk verlaat, zie je een recent glas-in-loodraam: het Lam Gods staat op het boek met de zeven zegels, waarvan je er maar zes ziet: de steunbalk midden in het raam verbergt er een. Aan weerszijden van het Lam en eronder zie je de vier symbolen van de evangelisten: rechts de adelaar, links de engel, en eronder de stier en de leeuw. Uiterst links en rechts staan een man en een vrouw: zij stellen de mensheid voor. Helemaal van boven zijn de werktuigen van de kruisiging weergegeven: een ladder, een doornenkroon, een leeg kruis, hamer en trektang, de schandpaal waaraan Jezus gebonden was tijdens zijn bespotting.
Dit is werk van Jan Willemen, en het is geïnstalleerd in 1980, heel recent dus. In de maand juli heb ik in Limburg muurschilderingen gezien - als je de kerk verlaat - die steeds het Laatste Oordeel uitbeeldden: in Hoogstraten wordt niet met de eeuwige straf van brandende pek en verdoemenis gedreigd, maar we zijn hier ook een paar eeuwen later.


Jan Willemen, Het Lam Gods, 1979-80

Wil je nog dergelijke ramen zien in de kerk van Hoogstraten: in de noorder- en zuiderzijbeuk zijn er nog van die moderne, die best het bekijken waard zijn. Dat geldt trouwens voor heel de kerk van Hoogstraten, maar dat heb ik al meermaals gezegd.

dinsdag 25 september 2018

Hoogstraten: twee engelen en Catharina

In de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten is behoorlijk wat kunst te zien. Twee beelden vind ik bijzonder mooi: in de noorderkruisbeuk staan twee engelen, eiken beelden van ca. 1460-1480. De herkomst ervan is niet zeker: sommigen houden het op Brabant, anderen op Brugge. 'Hun fysionomie is in de trant van Hans Memling en Hugo van der Goes'. De eerste vermelding van de twee engelen dateert uit 1540: J. de Brouwer wordt vergoed 'van d'engelen te repareren'. In hun linkerhand houden ze allebei een 'wierookscheepje' vast, een woord dat ik nog nooit was tegengekomen. Dat voorwerp bevat wierookkorrels, die met een schepje in het wierookvat worden gelegd. Met hun rechterhand maken de twee een zegenend gebaar. De engel links van het kruis meet 1,23 meter, de andere 1,16 meter. Ze hebben een natuurlijke houding, de plooival van hun gewaden is zeer natuurlijk, de uitdrukking van hun gezicht zeer sereen.

(Bron: De Sint-Catharinakerk te Hoogstraten, Roeland de Ceulaer, Gent, 1988 - Inventaris van het kunstpatrimonium van de provincie Antwerpen, deel 2 - Dat boek ligt sinds kort ter inzage van de kerkwachten, in het kleine bureautje waaraan we zitten als we de kerk in de gaten houden: zeer interessant werk is dat.)


De engel van 1,23 meter


Detail van dezelfde


De engel van 1,16 meter

In deze kerk kan een beeld van de Heilige Catharina natuurlijk niet ontbreken: ene N. Daems is er de maker van lees ik in het al geciteerde werk. N. Daems, dat ik zeker Napoleon Daems, denk ik, die naam ben ik al eens eerder tegengekomen. En inderdaad, hij is het. Hij is bovendien een Turnhoutenaar, geboren in 1852, overleden in 1939. Hij is met zijn beeldhouwkunst niet wereldberoemd geworden, wat niet wegneemt dat er werken van hem staan van in Aarlen tot in Weelde, en in Luik, Brussel, Antwerpen en natuurlijk in Turnhout: vooral voor kerken heeft hij gewerkt, biechtstoelen, beelden, altaren.

Zijn Catharina is echt wel neogotisch: een eerder lange figuur, met de nodige symbolen: palmtak van de martelares, rad en zwaard als marteltuigen. Maar het is een zeer statisch beeld, niks beweging zit erin. Haar gezicht heeft ook geen enkele expressie, het lijkt bijna een wit masker. Als Turnhoutenaar zou ik nog positief bevooroordeeld kunnen zijn, maar ik vind er niets aan, aan dit beeld, helaas. Als je dan naar die twee engelen kijkt, hoeveel leven daarin zit, dan weet je meteen dat de anonieme maker van die stukken veel meer kunstenaar was dan Napoleon Daems. Echte gotiek overtreft de neogotiek: het origineel is altijd beter dan de navolging, zeggen we dan maar.


Napoleon Daems: de Heilige Catharina


Idem, detail

En originele kunstwerken vind je in deze kerk wel meer: een Fundgrube is het, je vindt er vaak iets dat je nog niet aandachtig bekeken had!

donderdag 19 juli 2018

De klokken van Hoogstraten

Gewoonlijk gaat het over 'de klokken van Rome', met Pasen toch, maar 'de klokken van Hoogstraten' verdienen tegenwoordig ook wel enige aandacht. De toren van de Sint-Katharinakerk wordt namelijk gerestaureerd, en de beiaard wordt meteen ook grondig onder handen genomen. Vier nieuwe basklokken komen erbij, en de twee kleinste zijn op dit ogenblik te bekijken, te bewonderen en te lezen in die kerk. De twee grootste niet, om de goede reden dat die niet in de kerk binnen kunnen: uit de kluiten gewassen kanjers moeten dat zijn. Ik kom daar nog op terug.

Links van achteren in de kerk staat de klok die de naam Leonardus draagt: hij is de patroonheilige van de gevangenen, en in Hoogstraten, Wortel en Merksplas zitten best wel wat mensen die niet van hun vrijheid kunnen genieten. Op de klok is ook een bijbelcitaat van Mattheüs te lezen: 'Ik was in de gevangenis en gij hebt mij bezocht', wat verwijst naar een van de werken van barmhartigheid. Bovendien verwijst Leonardus ook naar Leo Senden, pastoor-deken van Hoogstraten, die gedeporteerd werd en gestorven in Ellrich, een subkamp  van Dora, dat op zijn beurt weer een subkamp was van het concentratiekamp van Buchenwald. Senden is dus zelf ook in gevangenschap gestorven. Er staan niet zomaar wat vrijblijvende teksten op deze klok. Afgezien daarvan: ze weegt 2.200 kg en is 1,46 m hoog.


Leonardus

Daarnaast staat Rombout, naar Rombout Keldermans, architect en bouwheer van de kerk. Niet de minste was deze man: hij heeft ook de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen gebouwd, en heeft meegewerkt aan verfraaiingen van de kerk van Meerle. De man rechts achter op de foto is Vic van Merode, authentiek Hoogstratenaar, die foto's van de verwoeste kerk (1944) en de heropbouw ervan staat te bekijken. Jeugdherinneringen zijn dat voor hem: hij is geboren in 1943. Overigens komt de naam Van Merode in verband met deze klokken nog eens terug. Want die hebben elk een peter en een meter: voor Rombout is dat pastoor Bart Rombouts - what's in a name? - en Maria Herygers, naar ik hoor zijn moeder. Deze klok weegt 2.700, en ze is iets groter dan Leonardus: 1,57 m.


 Rombout en Vic van Merode

Deze twee basklokken zullen op 12 augustus tijdens de mis gewijd worden. De twee grootste basklokken, die dus de kerk niet in kunnen, worden gewijd in Asten (Noord-Brabant, Nederland) in 'Klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts'.
De grootste van die twee draagt de naam 'Franciscus': dat de paus ook zo heet, zal wel geen toeval zijn, en tezelfdertijd verwijst deze naam natuurlijk ook naar Franciscus van Assisi en naar de kapucijnen die in Meersel-Dreef verblijf houden. Op deze klok lees je een citaat uit het Zonnelied: 'Wees geprezen, Heer / door broeder zon / door zuster maan / en de sterren.' Dit is overigens een klok van bijzonder gewicht: 4.600 kg weegt ze, en ze is 1,96 m hoog.

De tweede van de grootste heet Elisabeth, naar Elisabeth van Culemborg, de eerste gravin van Hoogstraten. Tegelijk refereert de naam aan Elisabeth van Hongarije (of Thüringen), van wie het levensverhaal, gekenmerkt door naastenliefde en dienstbaarheid, op een prachtig wandtapijt te zien is in de kerk zelf. Peter en meter van Elisabeth zijn Dries Horsten en Beatrice van Merode: moeder en zoon zijn dat, en zij is een zuster van voormelde Vic. Ook hun beider namen zullen voor heel lange tijd in de klokkentoren te zien zijn, en 'vereeuwigd'.
Elisabeth weegt 3.250 kg, en is 1,75 m hoog.

Elke klok is ook nog eens versierd met een fries van blaadjes en aardbeien, de vrucht die Hoogstraten op de kaart gezet, en die voor veel werkgelegenheid in de streek heeft. Mooi dat de aardbei zo ook hoog boven het stadje hangt: over de details is echt wel nagedacht.


De fries met blaadjes en aardbeien

Als de beiaard volledig gerestaureerd is, zal die uit 54 klokken bestaan: 24 uit de 17de eeuw, 26 uit 1959 en 4 basklokken uit 2018: Volgens Hoogstraatse ingewijden mag men dan van een instrument van wereldklasse spreken.

In de doopkapel is ook nog de nieuwe torenhaan te bewonderen: verguld glimt en glanst hij. Maar pas in 2019 zal hij weer boven op de toren staan: dat is nog eventjes, maar tegen dan zal er een groot en groots werk voltooid zijn. En erfgoed voor een paar generaties weer bewaard.


De torenhaan in al zijn glorie

(Met dank aan Joos Croes voor de 'aardbeien')

dinsdag 10 april 2018

Hoogstraten, Sint-Katharinakerk: de preekstoel

Gisteren had ik nog eens kerkwacht in Hoogstraten, vroeg op het jaar, zeg maar. En een toeloop was het niet: de toren wordt gerestaureerd, de hoofdingang is gesloten, en je moet een beetje zoeken naar de toegang aan de zuidkant van de kerk. Ik had mijn fototoestel bij me, want je ontdekt wel altijd iets in de Sint-Katharina. En jawel, ik heb de preekstoel eens goed bekeken.

Bij de verwoesting van de kerk in 1944 was die 'mit deutscher Gründlichkeit' vernield: het klankbord was onherstelbaar verloren. Maar de rest van de kansel is gered en gerestaureerd. En het is niet zomaar een preekstoeltje, daar in Hoogstraten. Onder de kuip zie je het tafereel waarin Christus zegt: 'Laat de kinderen bij me komen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. / Ik verzeker jullie, wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan'. (Marcus 10:14-15)

Het is een beeldhouwwerk van Theodoor Verhaegen (Mechelen, 1700-1759) een niet geheel onbekende kunstenaar. Hij werkt in de sfeer en mentaliteit van de contrareformatie en is duidelijk een vertegenwoordiger van de barok.  Dat zie je meteen al aan de beweging in zijn beelden: nadrukkelijke plooival, twee kindertjes die hun armpjes naar Jezus uitstrekken, een eerder pathetisch uitziende moeder aan zijn rechterkant, en de ander schijnt in gesprek te zijn met de Heiland. Dramatiek genoeg in dit geheel van beelden. En de kindjes zijn goed doorvoed: als weelderige wezentjes worden zij voorgesteld, zoals dat hoort in de barok.




Theodoor Verhaegen, Laat de kinderen bij me komen

Op de kuip zijn drie mooie medaillons te zien: die waren ook volledig vernield, maar die zijn vervangen door nieuwe identieke exemplaren: Verhaegen door twintigste-eeuwers in ere hersteld. 'De parabel van de Goede Herder' bevindt zich het dichtst bij het hoogkoor (Lucas 15:3-7). Daarin wordt gesteld dat er in de hemel meer vreugde zal zijn om een bekeerde zondaar dan om de 99 mensen die altijd al goed en vroom hebben geleefd, zoals een herder ook bijzonder blij is om het teruggevonden verdwaalde schaap. Van aanschouwelijk onderwijs wist de Kerk wel iets in die dagen, toen weinig mensen konden lezen.


De parabel van de Goede Herder

Echt barok en didactisch overtuigend is ook het medaillon 'Ecclesia triumphans'. Die 'Zegevierende Kerk' zit op een stormachtige golf (of is het een wolk), vergezeld door drie engelenhoofdjes neerbuigend en minachtend te kijken naar de verslagen nieuwlichters die hun boeken nog wel bij zich hebben, maar door de 'Ecclesia' als het ware verpletterd worden. Gedaan met reformatie hier, dat zal duidelijk zijn.


De 'Ecclesia triumphans'

Die Ecclesia triumphans herkende ik meteen: ik heb die hier ergens nog gezien. En jawel hoor, in de kerk van het begijnhof van Hoogstraten is er ook een te zien: daar schraagt ze in haar eentje de preekstoel. Als een strijdvaardige vrouw wordt ze voorgesteld, met een soort van lans en schild incluis. En zij is ook van de hand van Theodoor Verhaegen.


Begijnhofkerk, Ecclesia triumphans

Ik zoek natuurlijk de passages in het Nieuwe testament waarover deze verhalen gaan. En dan valt nog eens op hoe veel van Christus' uitspraken gewoon in onze taal zijn opgenomen. 'Door het oog van de naald kruipen' komt uit Marcus 10:25: 'het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan'. En vers 31 luidt: 'Velen eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten'. In ons Nederlands is dat geworden: 'De laatsten zullen de eersten zijn'. Want wij kunnen wel geseculariseerd zijn, de sporen van het evangelie zullen niet uitgeroeid geraken, vrees ik dan maar.

De Sint-Katharinakerk in Hoogstraten: daar is altijd wel iets te vinden en te beleven. Via een omweg zelfs taalkundig.

donderdag 19 oktober 2017

Kempenatlas: gevechten bij het Kasteel van Hoogstraten


Een interessante tentoonstelling over onze streek loopt op dit ogenblik in 'De Warande': 'Kempenatlas heet hij, en hij toont verleden en heden van de Kempen met foto's van vroeger en nu, laat met kaarten de economische en andere ontwikkelingen zien: boeiend bekijks genoeg.

Wat mij echter het meest trof, was een ets over Hoogstraten die ik nog nooit gezien had; en ik ben een toegewijde liefhebber van 'het stadje met smaak' en wat ermee te maken heeft. De ets toont het kasteel van Hoogstraten en de omgeving, met hier en daar zelfs soldaten. Gelukkig staat boven aan de rand een tekst die duidelijk maakt waar het in feite over gaat. Die tekst is een hele mondvol; hij luidt:

'Warachtige afbeeldinge van het sterck ende geweldig Casteel van Hoogstraeten, met de gelegentheyt vande omliggende plaetsen ende hoe de nieuwe Bondgenooten daerinne belegert sijn worden // vanden Hooggeboren ende Machtigen Vorst den Aertshertoge Alberto; ende vanden Grootdadigen Vorst Mauritio sijn ontset worden den 10 Augusti 1603.

 'Aertshertoge Alberto' is natuurlijk Aartshertog Albrecht, bij ons samen met zijn vrouw Isabella bekend voor het Twaalfjarig Bestand. 'Vorst Mauritio' is Prins Maurits van Nassau (1567-1625), een zoon van Willem van Oranje, de Stichter des Vaderlands, maar niet het mijne. De nieuwe bondgenoten zijn muitende Spaanse soldaten die zich in het kasteel verschanst hebben. Prins Maurits van Nassau ontzet die dus, kennelijk met de bedoeling ze bij zijn eigen troepenmacht in te lijven: we zijn in de Tachtigjarige Oorlog, en daarin is op dat ogenblik nog niets beslist, verre van zelfs. Overigens heeft de eerder kleine versterking van Maurits troepen de afloop van de oorlog niet bespoedigd: die zou pas in 1648 aflopen, met de 'Vrede van Münster', ook wel de 'Vrede van Westfalen' genoemd.

Het kasteel staat in het midden van de ets, dat is duidelijk. Aan de rechterkant zie je de oprukkende troepen van de prins, in de rechterbenedenhoek zijn schermutselingen met de vijand aan de gang:  die vijand zijn de soldaten van Albrecht, wiens kamp zich helemaal links bevindt.

Vanaf het kasteel vertrekt een weg met bomen naar het westen, naar de linkerkant van de ets: dat is wat nu de Lindendreef heet. En echt op de rand staat de Sint-Katharinakerk, die toen nog maar zo'n zeventig jaar oud was. Merkwaardig is wel dat de toren niet zo hoog uitvalt als hij in werkelijkheid is: hier kloppen de verhoudingen niet helemaal.



Warachtige afbeeldinge van het ... Casteel van Hoogstraeten

En zo krijg je geheel onverwacht een stukje getekend verslag van een oorlog van meer dan vierhonderd jaar geleden, een oorlog die bepalend zou zijn voor de rest van de geschiedenis van de Nederlanden: de scheiding van die landen wordt inderdaad definitief in 1648. En vanaf dan kun je spreken van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Tegenwoordig zou je een foto onder ogen krijgen, maar zover waren we toen nog niet. Nu wel: fotografie is een kunst geworden, en oorlogsvoering veel en veel wreder en rücksichtsloser dan ooit voordien. We gaan er inderdaad op vooruit!

zaterdag 23 september 2017

Hoogstraten: Brokaat en fluweel - de hoge adel

Het grootste deel van 'Brokaat, en fluweel' is gewijd aan de kledij van de zeer hoge adel, en daartoe hoorden Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg zonder enige twijfel. In de 'Historie van Hoogstraten' (Leslie Brosens en Piet van Deun, 2010) lees ik dat graaf verre van de allerminste was, om het met een onderdrijving te zeggen. Keizer Karel V stelde hem in 1522 aan als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, hij werd benoemd tot hoofd van de Privé Raad van Margaretha van Oostenrijk, en hij zetelde in de Privé Raad van Keizer Karel: dat is niet niets. Als ik een slecht karakter had, zou ik zeggen dat Antoon in zijn tijd belangrijker was dan iemand als Arnold van Aperen enkele jaren geleden. Als ik een slecht karakter had, zeg ik er wel bij.

Zijn positie uitte zich natuurlijk ook vestimentair. Waar Van Aperen tevreden kon zijn met een al dan niet duur maatpak, een al dan niet wit hemd en een stropdas of net geen, stond de graaf voor grotere problemen: hij moest met zijn kleren laten zien dat hij de man was, naar het aloude adagium, 'de kleren maken de man'. En dat nam hij ook ter harte.

De jonge dame die ons, kerkwachters, de rondleiding met veel expertise gaf, vertelde ons dat het in de 16de--eeuw voor mannen de bedoeling was dat ze hun viriliteit zouden doen uitkomen, terwijl de vrouwen daarentegen hun vormen zoveel mogelijk trachtten te verbergen. Dat blijkt uit de twee afbeeldingen hieronder: breed in de schouders zijn de heren, een kraag tot net onder de kin dragen ze, een zogenaamde stierennek, net daaronder een wambuis (je komt nog eens oude woorden tegen!) en een pofbroek met daarin een 'braguette: die zit waar wat wij thuis in de volkstaal een 'fluitjesbroek' noemden, in Algemeen Nederlands een 'gulp'. Die braguette, of schaambuidel, diende er vooral toe des edelmans klokkenspel en de grootte ervan te suggereren. Van het Groenewouds 'Ik wil de grootste hebben' was vijf eeuwen geleden al een fervent nagestreefd ideaal. Soms ware die braguettes zo ruim dat ze tezelfdertijd ook dienst konden doen als portemonnee.

Beide edelmannen dragen ook een tabbaard: nog zo'n oud woord, dat je kunt tegenkomen in een sinterklaasliedje. Het gaat om een mantel die meestal tot aan de knieën reikt, soms tot op de grond, met twee openingen om de armen door te stekken. De tabbaards die ze om hebben zijn vervaardigd van hermelijn: de zwarte streepjes die je erop ziet zijn de staartjes van de hermelijnen. Je kunt als het ware tellen hoeveel diertjes voor die mantels gestorven zijn: heel veel in ieder geval. En dan te weten dat zo'n tabbaard bij de hoge adel niet zo'n uitzonderlijk kledingstuk was. Jagers zullen ook wel hun handen vol gehad hebben! Net zoals de kleermakers overigens: maar het uurloon kostte niets, en vakbonden waren er niet. Nu zou je zeggen: dat is luxe ten koste van de kleine man, maar toentertijd dacht men zo nog niet.


Jan van Luxemburg en Antoon de Lalaing, de twee echtgenoten van Elisabeth van Culemborg (tekening van Nicolaeus de Kemp, ca. 1590-1593)

De gravin moet met haar even weelderige kledij niet onderdoen voor haar mannelijke tegenhangers. Heel veel hermelijn zie je weer: de mouwen, de split van haar kleed, haar mantel, het kon kennelijk niet op. De vierkante halsuitsnijding is typisch voor de mode van die tijd: als vrouw moest zij vooral het zeer mooie bijverschijnsel van haar man zijn, en haar sekse niet te veel doen opvallen. Daarom een beetje kuis ook: vrouwelijk vormen zijn in en onder haar kleding goed verstopt, borsten kun je alleen maar vermoeden.


Elisabeth van Culemborg (tekening van De Kemp, ca. 1590-1593)

Dit is eigenlijk de 'haute couture' van die tijd. Ik heb dan ook gevraagd of er van die meester-kleermakers of -ontwerpers namen bekend zouden zijn, of zij een status hadden vergelijkbaar met die van een Dior, Lagerfeld of Saint-Laurent. Dat is dus niet zo: zij waren ambachtslui, meer niet. Ik heb dan maar besloten dat ze allemaal 'Snijders' geheten moeten hebben, en voor de tabbaards misschien 'De Pelsmaecker'.

De drie mensen van hierboven worden nog eens afgebeeld in een 'Memorietafel van het Elisabethweeshuis ' in Culemborg: iets gewoner, maar echt nederig is het nog altijd niet. De heren dragen allebei een ketting van het Gulden Vlies, en haar ketting zal ook niet van klatergoud zijn. Jan en Antoon hebben een roodbruine tabbaard met overmouwen in goudbrokaat. Zij heeft weer dat witte onderhemd, daarboven een lijfje met vierkante halsuitsnijding - haar borsten worden als het ware platgedrukt, dat ook weer - haar mouwen zijn weer van hermelijn. Zeer luxueus is het allemaal: zelfs als ze zich 'eenvoudig' voordoen, blijft het heel exclusief; De betere kleermaker mocht het maken, en voor de andere gewone mannen en vrouwen gold: 'Daar mag je alleen maar naar kijken, maar aankomen niet!'

De afstand tussen de heel hoge adel en de derde stand moet zeer groot geweest zijn: echt twee aparte werelden waren dat. Toch: na haar overlijden werden uit haar erfenis twee weeshuizen gesticht: een in Hoogstraten en een in Culemborg. Helemaal wereldvreemd kan ze dan ook niet geweest zijn. Een bovendien: ons komt het niet toe over mensen van 500 jaar geleden te oordelen met de normen van vandaag. Wie weet hoe oordelen ze over 500 jaar over ons. Zoals Spinoza zei:'Caute!', 'wees voorzichtig'


Elisabeth van Culemborg met haar beide echtgenoten, links Jan van Luxemburg, rechts Antoon de Lalaing

In de grote ruimte van het museum hangen allerlei stoffen die voor de toplaag gebruikt werden: leuk om de kwaliteit daarvan eens te voelen. 'Krot en companie' is nog iets anders, stel je dan vast. Ze wisten wat het goede leven was, die leden van de hoge adel van vroeger, dat zeker!


Bont


Fluweel


De stoffen voor de allerrijksten: bont, fluweel, katoen, linnen, goudbrokaat, zilverbrokaat


We hebben een zeer interessante rondleiding meegemaakt, het was alles behalve verloren tijd. Verleden tijd, dat wel, maar het is boeiend daar op deze manier kennis mee te maken. Gaan kijken, zou ik zeggen.

vrijdag 22 september 2017

Hoogstraten: Brokaat en Fluweel - liturgische gewaden

In het Stedelijk Museum van Hoogstraten loopt op dit ogenblik de tentoonstelling 'Brokaat en fluweel': de mode van de hoge adel uit de zestiende eeuw wordt er belicht. In twee kleinere kamertjes vind je ook liturgische gewaden uit dezelfde tijd. Zeer erg het bekijken waard is een koorkap: in het Latijn heet zo kledingstuk 'pluviale', wat regenmantel betekent, en dat is exact het gebruik ervan door de Romeinen. Blijkt dat veel van de liturgische gewaden hun oorsprong vinden in de Romeinse oudheid: dat wist ik niet, je leert nog eens iets bij. Deze koorkap is geproduceerd in de zestiende eeuw, speciaal voor de grafkerk van Antoon en Elisabeth: het grafelijke paar schonk haar de nodige kledij.

Zo'n pluviale had natuurlijk een kap: een regenmantel heeft weinig zin als je hoofd nog nat wordt, moeten de Romeinen gedacht hebben. Die kap is in dit liturgische gewaad verdwenen - in kerken behoort het niet binnen te regenen - maar er is nog wel iets van overgebleven: de verdwenen kap is een 'schild' geworden, dat je van boven op de rug vindt. En zo'n schild vraagt natuurlijk om verfraaiing: in dit geval is er 'Het Laatste Avondmaal' op geborduurd.

Er is ook een 'dalmatiek' te zien: dat is een gewaad met wijde mouwen, gedragen door de diaken die de priester of de bisschop tijdens de mis assisteert.


Het 'schild' met 'Het Laatste Avondmaal

Als je zo'n koorkap voor je lichaam sluit, krijg je natuurlijk twee panden waarop wel allerlei fraais en stichtends aangebracht kan worden. En dat zijn hier scènes uit het lijdensverhaal van Christus: de kunstenaar is begonnen met 'Het laatste avondmaal', en hij volgt dan gewoon de bekende chronologie. Je moet soms wel goed kijken om een tafereel thuis te kunnen wijzen, maar een bezoekersgids zet je op de goede weg. (Uit die bezoekersgids komt overigens meer van mijn informatie.)


De voetwassing


Het verraad van Judas


De doodsstrijd van Christus, waarbij de apostelen in de Hof van Olijven liggen te slapen


De veroordeling door Pilatus, die zijn handen in onschuld wast


Christus met de doornenkroon

Nog uit de 16de-eeuw is een kazuifel: een mouwloos bovenkleed is dat. Volgens de legende zou het zijdeborduurwerk door Gravin Elisabeth zelf gemaakt zijn. Legende en overlevering vertellen niet altijd de waarheid, maar, zoals de Italianen zeggen: 'Si non è vero, è ben' trovato'. De voorzijde van dit gewaad ziet er niet zo erg goed uit, en dat komt door grove restauraties. Maar met enige goede wil kun je op de foto toch de verschijning van Christus aan Maria Magdalena zien (boven), en het bezoek van Elisabeth aan Maria (onder). Dat had je in die tijden: geloofswaarheden werden op allerlei manier zichtbaar gemaakt. Maar ik vrees dat de kerkgangers van toen daar maar heel weinig van zagen: de priester bevond zich bij het hoogaltaar, redelijk ver van het 'publiek' in de kerk.


De kazuifel: Christus en Maria Magdalena; Maria en Elisabeth

De rugzijde ziet er veel beter uit: in het midden van het kruis ontmoet Jezus de ongelovige Thomas, op de linkerkruisarm zie je aan de rechterzijde een 'Jakob en de engel', aan de linkerkant een 'Engel met een man in wapenuitrusting'


De kazuifel: Christus en de ongelovige Thomas

De versieringen van deze liturgische gewaden vind ik zeer interessant, maar het bijzondere is voor mij dat het originele 16de-eeuwse kledingstukken zijn: vijfhonderd jaar geschiedenis hebben die doorstaan. De beeldenstorm is daar bij, de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de ontploffing en vernietiging van de kerk zelf, en wat er in de tussentijd nog gebeurd mag zijn: dat is toch opmerkelijk, zou ik zeggen! Daarom: het nauwkeurig bekijken zeker waard!