De zeventiende-eeuwse San Lorenzokathedraal van Trapani heeft een barokke gevel uit 1740 met drie arcaden die het binnengaan (eerder: het betreden) van de kerk bij belangrijke gelegenheden meer plechtstatigheid verlenen: met pralerig vertoon bracht de kerk de gelovigen wel eens vaker in de juiste stemming van nietigheid en bereidheid tot overgave en onderwerping. Terzijde: laat het woord 'islam' nu net, en niet toevallig, overgave en onderwerping betekenen: bien étonné de se trouver ensemble, denkt men dan.
Maar ik wilde het dus over de poorten van de San Lorenzo hebben: die drie arcaden hebben elk een dubbelzijdige, smeedijzeren poort, waardoor je zes moderne gebeeldhouwde bas-reliëfs te zien krijgt: opmerkelijke kunstwerken vind ik ze. De kunstenaar heeft er zijn naam op achtergelaten: E. Tesei. Als je die naam googelt kom je uit bij ene Ennio Tesei, en hij blijkt een belangrijk Italiaans beeldhouwer geweest te zijn (hij is gestorven in september 2009) die vooral religieuze werken maakte en daarbij met ijzer en metaal werkte. Of hij de man van de poorten van deze kathedraal is geweest, kan ik niet met zekerheid zeggen: in de lijst van zijn talrijke werken worden de poorten van de San Lorenzokathedraal niet vermeld, maar afbeeldingen van andere van zijn werken laten duidelijk een verwante taal en stijl zien. Ik zou zeggen: hij moet het haast wel zijn, maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur.
Twee van die bas-reliëfs zijn gebaseerd op het Evangelie van Matteus, drie andere op de Apocalyps van Sint-Jan. Het eerste is de verbeelding van het verhaal van 'De rijke jongeling' : 'Matt 19:16-26' staat er als bronvermelding bij. In dat verhaal vraagt een deugdzame rijke jongeman wat hij nog meer kan doen. Om volmaakt te zijn, antwoordt Christus, moet je je bezit verkopen en aan de armen geven. Dat vindt de evangelische yup te veel gevraagd, en bedroefd gaat hij weg. Daarop is het besluit van Christus dat het voor een kameel makkelijker is door het oog van de naald (de naam van een poort in Jeruzalem) te kruipen dan voor een rijke het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Bekend verhaal, met tot slot een bekende Nederlandse zegswijze. De kunstenaar maakt van dit oude verhaal een moderne versie: je ziet een molen zoals die in de zoutwinningen van Trapani ook voorkomen, je ziet vissers, aan de rechterkant een modern schip, de 'Torre di Ligny' die op het uiterste einde van de Trapanese sikkel staat, je ziet arbeiders aan het werk (een man heeft zich doodgewerkt), een gezinnetje met een baby en hun schamele bezittingen (vluchtelingen allicht? - verwijzing naar 'De vlucht naar Egypte), de rijke yup op zijn 'sportpaard', Christus gewoon rechtop en zeer centraal. De kunstenaar heeft dat oude verhaal een andere tijd (die van ons) en locatie gegeven, maar de essentie blijft wel bewaard en dichter bij de moderne Trapanees gebracht.Merkwaardig vind ik ook dat de bron duidelijk leesbaar wordt vermeld: vroeger hadden de mensen genoeg aan de afbeelding, want zij kenden de verhalen, en bovendien konden ze niet lezen, tegenwoordig heb je de bronvermelding nodig om precies te kunnen begrijpen wat het werk uitbeeldt. We kunnen ondertussen wel lezen, maar van dergelijke verhalen zijn we de inhoud kwijt.
Christus met yup op zijn sportpaard
Het tweede Matteusverhaal is dat van 'De wijze en de dwaze maagden' (Matt 25:1-13). Die tien vrouwen verwachten de bruidegom, ze hebben en lamp bij zich, vijf van hen zijn zo vooruitziend geweest ook olie voor de lamp mee te nemen, de vijf andere natuurlijk niet. Midden in de nacht komt de bruidegom dan opdagen, de vijf dwaze meiden smeken om olie want ze zien niets, maar de vijf verstandigen willen natuurlijk niet ten koste van zichzelf delen, en de moraal is dan: 'Waakt dan, want gij kent noch de dag noch het uur.' Het zal duidelijk zijn dat de bruidegom Christus zelf is. Die leidt de vijf wijze, mooi uitgedoste maagden zijn huis binnen (boven de voordeur zweeft de Heilige Geest), terwijl hij zijn weigerende hand ophoudt naar de vijf domme meiden, die in een rotsachtige afgrond kermend en klagend om hulp schreeuwen. Boven hun hoofden staat de maansikkel boven een naakte, bladerloze boom, naast het huis van de bruidegom staat een levenskrachtige boom.Verhaal met een zware moraal alleszins. Maar in de taal van Tesei zeer erg het bekijken waard.
Je krijgt niets voor niets
zondag 10 oktober 2010
vrijdag 8 oktober 2010
Dag 5: Trapani - Turnhout
En als ik het nu nog eens eventjes over Trapani zelf had? Want we zijnj hier ook nog maar eventjes: om twaalf uur worden we in ons hotel opgehaald, en vertrekken we naar de luchthaven. Dus: eerst nog voor de laatste keer de stad opsnuiven.
De naam van de stad verraadt haar zeer oude oorsprong: Trapani komt van het Griekse 'drepanon', dat 'zeis' betekent. Daar is dan ook een mooi verhaaltje aan verbonden: Demeter, de godin van het graan, liet haar zeis vallen toen ze wanhopig op zoek was naar Persephone, die ontvoerd was door Hades. De binnenkant van de zeis vormt nu nog de aanlegplaats van de vissersboten.
De stad zelf heeft een historisch centrum met smalle straatjes zoals het hoort in een oud Italiaans stadje, maar verder is daar niet veel opzienbarends te zien. De 'Corso Vittorio Emanuele' - vlak bij - is dan ineens veel breder en opener: het is de Gasthuisstraat van Trapani, maar langer en met iets meer allure. En je vindt er ook twee belangrijke kerken: de Jezuïetenkerk en de San Lorenzokathedraal. Die Jezuïetenkerk is een voorbeeld van overweldigende rococo: ik heb zelden in een gebouw zo veel krulletjes, fiorituurtjes en tierlantijntjes bij elkaar gezien. Horror vacui die er ver over is, naar mijn smaak.
De preekstoel in de Jezuïetenkerk
De kathedraal is veel rustiger: classicisme, maar dan ook niet al te streng en sober: we zijn tenslotte in Italiê. En met een koepel die adequaat voor invallend licht zorgt. Terzijde: het is ongelooflijk wat voor een invloed de koepel van de dom van Florence in dit land heeft gehad: elk kerkje heeft zijn koepeltje. De kathedraal is ook een paar schilderijen rijk van niet de eerste de beste meesters: een Caravaggio, waarvan de authenticiteit met documenten geattesteerd is, maar die helaas te donker hangt om er een foto van te maken. Een kapel verder hangt dan weer een authentieke Van Dijck, maar die wordt in de kerk niet geattesteerd, en een Italiaans gidsje heeft het over een doek met 'Vlaamse kenmerken'. In het beste geval is het een kopie naar Van Dijck, denk ik, of een werk van een kleinere meester duidelijk geïnspireerd door de Vlaming. Soortgelijke werken van hem zijn in ieder geval bekend.
Vermeende Van Dijck
Buiten vind ik de smeedijzeren poorten tussen de arcaden echt de moeite waard: dat wordt een aparte aflevering. 'Die Reise neigt sich dem Ende zu' zoals andere Germanen plegen te zeggen. Een Italiaanse koffie hebben we nog met smaak gedronken, nog eens uitgekeken over de Middellandse Zee aan de rand van Trapani, vastgesteld dat het weer hier overdag ook grijs kan zijn, gedacht dat de aanpassing thuis ons daardoor gemakkelijker zou vallen, en hoezee, op de rit van Eindhoven naar Turnhout regent het: home, sweet home!
In Italië, en al een beetje thuis
De naam van de stad verraadt haar zeer oude oorsprong: Trapani komt van het Griekse 'drepanon', dat 'zeis' betekent. Daar is dan ook een mooi verhaaltje aan verbonden: Demeter, de godin van het graan, liet haar zeis vallen toen ze wanhopig op zoek was naar Persephone, die ontvoerd was door Hades. De binnenkant van de zeis vormt nu nog de aanlegplaats van de vissersboten.
De stad zelf heeft een historisch centrum met smalle straatjes zoals het hoort in een oud Italiaans stadje, maar verder is daar niet veel opzienbarends te zien. De 'Corso Vittorio Emanuele' - vlak bij - is dan ineens veel breder en opener: het is de Gasthuisstraat van Trapani, maar langer en met iets meer allure. En je vindt er ook twee belangrijke kerken: de Jezuïetenkerk en de San Lorenzokathedraal. Die Jezuïetenkerk is een voorbeeld van overweldigende rococo: ik heb zelden in een gebouw zo veel krulletjes, fiorituurtjes en tierlantijntjes bij elkaar gezien. Horror vacui die er ver over is, naar mijn smaak.
De preekstoel in de Jezuïetenkerk
De kathedraal is veel rustiger: classicisme, maar dan ook niet al te streng en sober: we zijn tenslotte in Italiê. En met een koepel die adequaat voor invallend licht zorgt. Terzijde: het is ongelooflijk wat voor een invloed de koepel van de dom van Florence in dit land heeft gehad: elk kerkje heeft zijn koepeltje. De kathedraal is ook een paar schilderijen rijk van niet de eerste de beste meesters: een Caravaggio, waarvan de authenticiteit met documenten geattesteerd is, maar die helaas te donker hangt om er een foto van te maken. Een kapel verder hangt dan weer een authentieke Van Dijck, maar die wordt in de kerk niet geattesteerd, en een Italiaans gidsje heeft het over een doek met 'Vlaamse kenmerken'. In het beste geval is het een kopie naar Van Dijck, denk ik, of een werk van een kleinere meester duidelijk geïnspireerd door de Vlaming. Soortgelijke werken van hem zijn in ieder geval bekend.
Vermeende Van Dijck
Buiten vind ik de smeedijzeren poorten tussen de arcaden echt de moeite waard: dat wordt een aparte aflevering. 'Die Reise neigt sich dem Ende zu' zoals andere Germanen plegen te zeggen. Een Italiaanse koffie hebben we nog met smaak gedronken, nog eens uitgekeken over de Middellandse Zee aan de rand van Trapani, vastgesteld dat het weer hier overdag ook grijs kan zijn, gedacht dat de aanpassing thuis ons daardoor gemakkelijker zou vallen, en hoezee, op de rit van Eindhoven naar Turnhout regent het: home, sweet home!
In Italië, en al een beetje thuis
donderdag 7 oktober 2010
Sicilië - dag 4: Segesta en verder
We zijn al aan onze vierde dag, dat betekent morgen naar huis! Maar eerst gaan we met een beperkte groep eerst nog de antieke toer op. We huren in het hotel een auto, en met zijn vijven - Jan en Chris, Eva, Francine en ikzelf - richten we de steven naar Segesta, voor een Griekse tempel en een dito theater. Het zou de moeite moeten zijn.
Uit een garage in het historische centrum wegrijden is alles behalve simpel, maar een vriendelijke, oudere Siciliaan is ons behulpzaam en zonder butsen of builen geraken we toch op weg, over de autoweg naar ons doel . Onderweg valt het op hoe droog het land wel is, alle groen staat er vaaltjes bij, de bloemen verwelkt en uitgedroogd: een lange droge zomer hebben ze hier ongetwijfeld gehad. We komen na enig zoeken op onze bestemming, en nog een vriendelijke Siciliaan - ik zal mijn idee over dat volk moeten nuanceren - ziet Jan en mij met mijn rolstoel bezig, sommeert ons tot bij hem en zegt dat rolstoelgebruikers voorrechten hebben, dat zijn de eersten, stelt hij, en we mogen onze auto tot vlak bij de tempel rijden. Toegang tot het monument overigens gratis voor ons tweeën.
Het monument is een pracht van een voorbeeld van een Dorische tempel, eentje met een eigenaardige geschiedenis. Hij is gebouwd in de periode 430-420 v.C., toen de stad Segesta lucratieve betrekkingen met Athene onderhield. Voltooid is hij echter nooit: vanaf 409 v.C. nemen de Carthagers de heerschappij over, die interesseren zich niet bijzonder voor Griekse heiligdommen, en daardoor is het gebouw nooit verder geraakt dan de fase 'ruwbouw'. Maar die staat er dan toch nog.
Dorische tempel: goed geconserveerde ruwbouw
En dan mag het een onaf werk zijn, indrukwekkend is het alleszins. Het dak - dat er dus nooit gekomen is - moest rusten op 32 zuilen van meer dan negen meter hoog, en aan de basis meet de tempel 26 bij 61 meter. Hij ligt natuurlijk op een hoogte, en wel zo dat vanaf de achterzijde niets te vrezen was: achter de tempel begint een redelijke afgrond. Godsdienst met een strategie, zou ik zeggen, en dat komt wel meer voor.
Iets verder ligt het theater: het is later gebouwd - rond 300 v.C. - en omdat de tempel nooit in gebruik is geweest, heeft het daar in feite niet veel mee te maken. Dat theater is 12,50 meter hoog, de doormeter van het halfrond bedraagt 63 meter, en 4.000 toeschouwers konden de voorstellingen bijwonen. Het geeft een idee van de grootte van de bevolking van dat deel van Sicilië 200-300 jaar voor Christus.
Het theater van Segesta
Bij de ingang van het archeologische park wordt het eten en een wijntje drinken, en natuurlijk de 'museum shop' bezoeken, een dvd kopen over de Griekse tempels in Sicilië, plus een gidsje waar duidelijk 'Segesta' op staat, want ik wil een Italiaanse exemplaar. Maar in het Duits heet de plaats ook zo: bijgevolg heb ik een Teutoons boekje, maar met Italiaanse foto's, dat tenminste.
Zelf helemaal antiek worden willen we nu ook weer niet dadelijk: we vertrekken naar Castelammare del Golfo, een niet zo grote stad aan de kust. De golf waar ze aan ligt heet de 'Golf van Castellammare', en het middeleeuwse kasteel in het centrum heeft 'Castelammare' zijn naam bezorgd. En zo kunnen we tot in der eeuwigheid origineel bezig blijven. In antieke tijden was het de haven en handelsplaats van Segesta en Erice. Nu is het een zeer mooie plaats, met veel herinneringen aan de nu nog redelijk belangrijketonijnvisserij - tonnara - met stranden en zeeblauw zoals je die bij uitstek en voorkeur in toeristische prospectussen ziet, het is een plaats waar je werkelijk onder de indruk komt van het cliché: het is inderdaad prachtig. Een eind verder, aan het keienstrand van Scopello voel ik hetzelfde: weer is het er machtig prachtig. Ik voel de charmes van Blankenberge in het groene Noordzeewater verdrinken.
Castellammare del Golfo met Francine
Hetzelfde met kasteel, maar zonder Francine
De Middellandse Zee bij Scopello
En dan wordt het naar huis rijden, dat wil zeggen naar Erice. We komen door een dorp dat Valderice heet, met de klemtoon op de eerste 'e': anders zou je nog van 'falderie, faldera' gaan zingen. Zo Vlaams is Sicilië echter niet: onze aanwezigheid is maar een miniem kiezeltje op de lange kustlijn hier.
Maar onze tocht met zijn vijven was meer dan één genoegen. En zoals Neerlands Hoop indertijd zei: dat schept een band.
Uit een garage in het historische centrum wegrijden is alles behalve simpel, maar een vriendelijke, oudere Siciliaan is ons behulpzaam en zonder butsen of builen geraken we toch op weg, over de autoweg naar ons doel . Onderweg valt het op hoe droog het land wel is, alle groen staat er vaaltjes bij, de bloemen verwelkt en uitgedroogd: een lange droge zomer hebben ze hier ongetwijfeld gehad. We komen na enig zoeken op onze bestemming, en nog een vriendelijke Siciliaan - ik zal mijn idee over dat volk moeten nuanceren - ziet Jan en mij met mijn rolstoel bezig, sommeert ons tot bij hem en zegt dat rolstoelgebruikers voorrechten hebben, dat zijn de eersten, stelt hij, en we mogen onze auto tot vlak bij de tempel rijden. Toegang tot het monument overigens gratis voor ons tweeën.
Het monument is een pracht van een voorbeeld van een Dorische tempel, eentje met een eigenaardige geschiedenis. Hij is gebouwd in de periode 430-420 v.C., toen de stad Segesta lucratieve betrekkingen met Athene onderhield. Voltooid is hij echter nooit: vanaf 409 v.C. nemen de Carthagers de heerschappij over, die interesseren zich niet bijzonder voor Griekse heiligdommen, en daardoor is het gebouw nooit verder geraakt dan de fase 'ruwbouw'. Maar die staat er dan toch nog.
Dorische tempel: goed geconserveerde ruwbouw
En dan mag het een onaf werk zijn, indrukwekkend is het alleszins. Het dak - dat er dus nooit gekomen is - moest rusten op 32 zuilen van meer dan negen meter hoog, en aan de basis meet de tempel 26 bij 61 meter. Hij ligt natuurlijk op een hoogte, en wel zo dat vanaf de achterzijde niets te vrezen was: achter de tempel begint een redelijke afgrond. Godsdienst met een strategie, zou ik zeggen, en dat komt wel meer voor.
Iets verder ligt het theater: het is later gebouwd - rond 300 v.C. - en omdat de tempel nooit in gebruik is geweest, heeft het daar in feite niet veel mee te maken. Dat theater is 12,50 meter hoog, de doormeter van het halfrond bedraagt 63 meter, en 4.000 toeschouwers konden de voorstellingen bijwonen. Het geeft een idee van de grootte van de bevolking van dat deel van Sicilië 200-300 jaar voor Christus.
Het theater van Segesta
Bij de ingang van het archeologische park wordt het eten en een wijntje drinken, en natuurlijk de 'museum shop' bezoeken, een dvd kopen over de Griekse tempels in Sicilië, plus een gidsje waar duidelijk 'Segesta' op staat, want ik wil een Italiaanse exemplaar. Maar in het Duits heet de plaats ook zo: bijgevolg heb ik een Teutoons boekje, maar met Italiaanse foto's, dat tenminste.
Zelf helemaal antiek worden willen we nu ook weer niet dadelijk: we vertrekken naar Castelammare del Golfo, een niet zo grote stad aan de kust. De golf waar ze aan ligt heet de 'Golf van Castellammare', en het middeleeuwse kasteel in het centrum heeft 'Castelammare' zijn naam bezorgd. En zo kunnen we tot in der eeuwigheid origineel bezig blijven. In antieke tijden was het de haven en handelsplaats van Segesta en Erice. Nu is het een zeer mooie plaats, met veel herinneringen aan de nu nog redelijk belangrijketonijnvisserij - tonnara - met stranden en zeeblauw zoals je die bij uitstek en voorkeur in toeristische prospectussen ziet, het is een plaats waar je werkelijk onder de indruk komt van het cliché: het is inderdaad prachtig. Een eind verder, aan het keienstrand van Scopello voel ik hetzelfde: weer is het er machtig prachtig. Ik voel de charmes van Blankenberge in het groene Noordzeewater verdrinken.
Castellammare del Golfo met Francine
Hetzelfde met kasteel, maar zonder Francine
De Middellandse Zee bij Scopello
En dan wordt het naar huis rijden, dat wil zeggen naar Erice. We komen door een dorp dat Valderice heet, met de klemtoon op de eerste 'e': anders zou je nog van 'falderie, faldera' gaan zingen. Zo Vlaams is Sicilië echter niet: onze aanwezigheid is maar een miniem kiezeltje op de lange kustlijn hier.
Maar onze tocht met zijn vijven was meer dan één genoegen. En zoals Neerlands Hoop indertijd zei: dat schept een band.
vrijdag 1 oktober 2010
Sicilië - dag 3: Favignana
Vandaag gaan we te water: we nemen de veerboot naar Favignana, een eilandje een uur uit de kust van Trapani. Op de Piazza Garibaldi kom je eerst nog wel voorbij zijn standbeeld: merkwaardig hoe je overal in Italië via's en piazza's Garibaldi en standbeelden van de man tegenkomt, terwijl de Italiaanse burgerij al kort na 1860 zijn revolutie toch maar mooi verraden heeft. Elk land heeft ongetwijfeld zijn mythes nodig, en de historische waarheid is natuurlijk al 150 jaar verleden.
Garibaldi op zijn piazza
Verder valt me op dat Trapani een soort van 'vergane glorie' is: de zeedijk - Lungomare Dante Alghieri - is niet al te druk, de haven net zo min, afgezien van de veerdienst.
Gezicht vanaf de 'lungomare': blits is nog anders
'Le grand hôtel', uit de tweede helft van de negentiende eeuw, nog zo'n voorbeeld van trots van weleer. Op de gelijkvloerse verdieping is nu een bank gevestigd.
Hoe verder we van Trapani wegvaren, hoe duidelijker het wordt dat Erice en 'La Montagna del Signore' een bijzondere en strategische plek moet geweest zijn voor zeevaarders uit de Oudheid en nog later. Al van ver moeten zij het brandende vuur bij de tempel opgemerkt hebben, en tempel en vuur gaven aan de berg natuurlijk een sacrale betekenis. Hij moet voor hen de redding, de veilige haven betekend hebben.
Erice: land in zicht!
Op het eiland komen we op een andere 'Piazza Matrice', maar behalve de restaurantjes is er tussen twaalf en vijf niets open: wat in Spanje 'siesta' heet, noemen ze hier 'sosta': het leven ligt stil. Ook de gelovigen moeten het die tijd zonder God stellen: in zijn kerk kun je hem niet gaan spreken.We wandelen rond het stadje, bekijken het visserijbedrijf en wat ervan overblijft, krijgen een overvloedige plensbui te verhapstukken, maar een bar is gelukkig dichtbij. Om half vier opnieuw de veerboot op, terug naar Trapani via een ommetje langs Levanzo, en tweede eilandje in de buurt.
Favignana: ankerplaats
Bijzonder mooi gelegen is Levanzo: het mag een beetje klef klinken, maar je beseft hier een beetje hoe mooi de wereld kan zijn. Hoe dan ook, onze boottocht was nog iets anders dan een havenrondvaart met de Flandriaboot.
Levanzo: ietwat idyllisch
Garibaldi op zijn piazza
Verder valt me op dat Trapani een soort van 'vergane glorie' is: de zeedijk - Lungomare Dante Alghieri - is niet al te druk, de haven net zo min, afgezien van de veerdienst.
Gezicht vanaf de 'lungomare': blits is nog anders
'Le grand hôtel', uit de tweede helft van de negentiende eeuw, nog zo'n voorbeeld van trots van weleer. Op de gelijkvloerse verdieping is nu een bank gevestigd.
Hoe verder we van Trapani wegvaren, hoe duidelijker het wordt dat Erice en 'La Montagna del Signore' een bijzondere en strategische plek moet geweest zijn voor zeevaarders uit de Oudheid en nog later. Al van ver moeten zij het brandende vuur bij de tempel opgemerkt hebben, en tempel en vuur gaven aan de berg natuurlijk een sacrale betekenis. Hij moet voor hen de redding, de veilige haven betekend hebben.
Erice: land in zicht!
Op het eiland komen we op een andere 'Piazza Matrice', maar behalve de restaurantjes is er tussen twaalf en vijf niets open: wat in Spanje 'siesta' heet, noemen ze hier 'sosta': het leven ligt stil. Ook de gelovigen moeten het die tijd zonder God stellen: in zijn kerk kun je hem niet gaan spreken.We wandelen rond het stadje, bekijken het visserijbedrijf en wat ervan overblijft, krijgen een overvloedige plensbui te verhapstukken, maar een bar is gelukkig dichtbij. Om half vier opnieuw de veerboot op, terug naar Trapani via een ommetje langs Levanzo, en tweede eilandje in de buurt.
Favignana: ankerplaats
Bijzonder mooi gelegen is Levanzo: het mag een beetje klef klinken, maar je beseft hier een beetje hoe mooi de wereld kan zijn. Hoe dan ook, onze boottocht was nog iets anders dan een havenrondvaart met de Flandriaboot.
Levanzo: ietwat idyllisch
maandag 27 september 2010
Sicilië - dag 2: Erice II
Naast die 'Matrice' staat natuurlijk ook een 'campanile', hoewel die op het eerste gezicht weinig van een kerktoren heeft: je zou denken dat het eerder om een donjon van een versterkt kasteel gaat, met kantelen incluis. Voor een kerktoren ziet hij er veel te massief en te stoer uit: aan de linkerkant zie je trouwens nog een schietgat. Van daaraf Erice verdedigen moet zeer goed mogelijk geweest zijn. Het gedeelte met de klok lijkt mij een latere verbouwing. Ook die constructie is gotisch, hoewel niet fanatiek, als je het mij vraagt. In die toren zie je wel geen echte Romaanse bogen meer, die hebben een knik gehad, maar van echte spitsbogen kun je bezwaarlijk spreken.
Campanile, eerst uitkijktoren?
De toren schijnt terug te gaan tot de Punische oorlogen, toen Romeinen en Carthagers vochten om de heerschappij en controle van de Middellandse Zee, die na de Romeinse overwinning bescheiden 'Mare Nostrum' werd genoemd, alsof het om een speelvijvertje ging.
Op de top van de berg stond al tijdens de Feniciërs een tempel waar zij de godin Astarte aanbaden, de Grieken namen de zaak over en zetten Aphrodite in de plaats, de Romeinen deden dat nog eens over met Venus. Zij was kennelijk de beschermgodin van de zeevaarders. 's Nachts werd in het heiligdom een vuur aangestoken zodat het ook dienst deed als vuurtoren. Militair, strategisch en ook religieus moeten de toren en het heiligdom echt wel belangrijk zijn geweest.
Ontzag inboezemend
De dorstige laven is een werk van barmhartigheid: gelukkig is er een bar annex terras vlak bij de 'Piazza Matrice' waar we na kunnen puffen en uithijgen. En een paar wijntjes drinken, dat ook. We zitten daar vlak tegenover een straatnaambordje dat mijn aandacht trekt:
Wie was die man die zo jong gestorven is, wat heeft die gedaan dat er in dit oude middeleeuwse stadje een straat naar hem genoemd is? Mijn verbeelding slaat een beetje op hol: heldhaftig maar tragisch gesneuveld in een gevecht met de georganiseerde misdaad, hier in deze plaats waar alles rust en stilte is? Dat ga je dan op Google zoeken, en dan ontdek je dat het allemaal niet zo heroïsch was - hoewel - maar tragisch alleszins. Het verhaal dat zich afspeelt de 30ste mei 1992: hoewel hij die dag geen dienst meer had, hielp esposito toch twee collega's die op zoek waren naar daders van autodiefstallen en -beschadigingen in de buurt van de Porta Trapani, bij het binnenkomen van het stadje. toen die twee collega's om twee uur 's nachts niets meer van hem hoorden, gingen zij hem zoeken en vonden hem dood terug. Hij was van de hoge stadsomwalling gevallen, met fatale afloop.
Op dezelfde dag in 2009 is een straat naar hem genoemd en de burgemeester heeft hem postuum het ereburgerschap van Erice verleend. Het straatnaambord eert zo terecht de dienstbaarheid en hulpvaardigheid van de jonge Gennaro Esposito. Niemand reist voor hem naar Erice - laten we wel wezen - maar zijn verhaal raakt een mens wel.
Op het terrasje worden we ook vrolijk - krijgen we de slappe lach - door nieuws uit West-Europa: in Nederland heeft een of andere 'dissident' de Gouden Koets beschadigd door er een theelichtje tegenaan te keilen. Hij is aangehouden. Hij zou naar verluidt verklaard hebben dat hij zeer boos was, dat hij wel iets moest doen, maar dat hij Apeldoorn niet naar de kroon wou steken en vooral dat het niet teveel mocht kosten.
Raar volkje de Sicilianen, maar de Nederlanders doen in deze competitie ook hun best, denk je dan
Campanile, eerst uitkijktoren?
De toren schijnt terug te gaan tot de Punische oorlogen, toen Romeinen en Carthagers vochten om de heerschappij en controle van de Middellandse Zee, die na de Romeinse overwinning bescheiden 'Mare Nostrum' werd genoemd, alsof het om een speelvijvertje ging.
Op de top van de berg stond al tijdens de Feniciërs een tempel waar zij de godin Astarte aanbaden, de Grieken namen de zaak over en zetten Aphrodite in de plaats, de Romeinen deden dat nog eens over met Venus. Zij was kennelijk de beschermgodin van de zeevaarders. 's Nachts werd in het heiligdom een vuur aangestoken zodat het ook dienst deed als vuurtoren. Militair, strategisch en ook religieus moeten de toren en het heiligdom echt wel belangrijk zijn geweest.
Ontzag inboezemend
De dorstige laven is een werk van barmhartigheid: gelukkig is er een bar annex terras vlak bij de 'Piazza Matrice' waar we na kunnen puffen en uithijgen. En een paar wijntjes drinken, dat ook. We zitten daar vlak tegenover een straatnaambordje dat mijn aandacht trekt:
Wie was die man die zo jong gestorven is, wat heeft die gedaan dat er in dit oude middeleeuwse stadje een straat naar hem genoemd is? Mijn verbeelding slaat een beetje op hol: heldhaftig maar tragisch gesneuveld in een gevecht met de georganiseerde misdaad, hier in deze plaats waar alles rust en stilte is? Dat ga je dan op Google zoeken, en dan ontdek je dat het allemaal niet zo heroïsch was - hoewel - maar tragisch alleszins. Het verhaal dat zich afspeelt de 30ste mei 1992: hoewel hij die dag geen dienst meer had, hielp esposito toch twee collega's die op zoek waren naar daders van autodiefstallen en -beschadigingen in de buurt van de Porta Trapani, bij het binnenkomen van het stadje. toen die twee collega's om twee uur 's nachts niets meer van hem hoorden, gingen zij hem zoeken en vonden hem dood terug. Hij was van de hoge stadsomwalling gevallen, met fatale afloop.
Op dezelfde dag in 2009 is een straat naar hem genoemd en de burgemeester heeft hem postuum het ereburgerschap van Erice verleend. Het straatnaambord eert zo terecht de dienstbaarheid en hulpvaardigheid van de jonge Gennaro Esposito. Niemand reist voor hem naar Erice - laten we wel wezen - maar zijn verhaal raakt een mens wel.
Op het terrasje worden we ook vrolijk - krijgen we de slappe lach - door nieuws uit West-Europa: in Nederland heeft een of andere 'dissident' de Gouden Koets beschadigd door er een theelichtje tegenaan te keilen. Hij is aangehouden. Hij zou naar verluidt verklaard hebben dat hij zeer boos was, dat hij wel iets moest doen, maar dat hij Apeldoorn niet naar de kroon wou steken en vooral dat het niet teveel mocht kosten.
Raar volkje de Sicilianen, maar de Nederlanders doen in deze competitie ook hun best, denk je dan
Sicilë - dag 2: Erice
We proberen een zinvol programma samen te stellen, maar dat valt niet echt mee. Niet dat er geen mogelijkheden zijn, die zijn legio, maar onderhandelingen over de prijzen van het vervoer vallen niet echt mee: zo wordt een afgesproken bedrag voor heel de groep, met name € 28, bij ons mogelijk toehappen plots € 28 per persoon, en dat scheelt natuurlijk een slok op de borrel. In feite scheelt dat een hele fles borrels, en zoveel geestrijk vocht willen we niet investeren. Maar we slagen er toch in ons voor € 12 naar Erice te laten transporteren, inclusief de tocht met de kabelbaan. 'Funicolare' noemen ze dat hier. Helmut Lotti heeft daar ooit nog eens een liedje over gezongen, meen ik: de pret kan dus niet meer op.
Erice is een stadje - in vroegere tijden belangrijker dan Trapani - waarvan de oorsprongen teruggaan tot een eind in het eerste millennium voor Christus: Carthagers, Grieken, Romeinen en Normandiërs hebben hier de dienst uitgemaakt. Die Normandiërs heten hier 'Normanni', maar ze komen wel degelijk uit Normandië, waar ze in 911 als Noormannen binnengevallen waren, en niet uit Scandinavië. De plaats ligt als een arendsnest boven op de gelijknamige berg, die ook 'La Montagna del Signore' genoemd wordt. Verder dan 'il Duomo' (de dom) of 'la Matrice' (de moederkerk) ben ik niet geraakt: rolstoel duwen is daarboven geen sinecure, en zelf rondlopen lijkt toch ook te zwaar. Maar de Matrice heb ik met de nodige aandacht bekeken: ik kan geen fatsoenlijke kerk voorbijgaan zonder dat ik geprobeerd ze min of meer grondig in me op te nemen. Het is niet dadelijk een bedwelmend mooi gebouw, maar het wordt gotisch genoemd, en dat is in Italië zonder meer al een, merkwaardigheid. Italië lijkt mij vaak van de Romaanse stijl gelijk op die van de renaissance overgestapt te zijn. En het is ook geen gotisch gebouw zoals in Noord-Frankrijk of bij ons. Veel minder versiering en tierlantijntjes, het ziet er iets robuuster en simpeler uit. Toch is met de bouw van de kerk pas begonnen in 1314, toen de gotiek bij ons toch al verder stond: we zitten hier aan de uiterste rand van Europa, en de Normandiërs zullen mogelijk de nieuwe stijl hier geïntroduceerd hebben. Mogelijk zeg ik, want het was Federico II van Aragon, een Spanjaard, die het gebouw deed oprichten. Hij was het ook die de ' torre di vendetta' al in 1312 liet bouwen, en deze 'toren van de wraak' was dus een soort van donjon.
Erice: la Matrice
Dat de bouwheren ook nog met de Romaanse stijl in hun hoofd zaten, kun je zien aan het portiek. Boven de kerkdeur is een abstracte, geometrische versiering aangebracht: beelden van heiligen of apostelen, taferelen uit het evangelie ter stichting van de gelovigen zijn er totaal niet. Die geometrische versiering wijst op de zeer hoge ouderdom van het kunstwerk, op de overgang van Romaans en gotiek in dit geval. Een gids noemt de bouwstijl 'gotico-chiaromontano', en daarmee wordt volgens mij de gotiek uit die streek bedoeld. Het moet zoiets zijn als bij ons de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Aarschot: dat is een voorbeeld van 'Demergotiek'.
Eerder eenvoudig portiek
In de kerk kun je je ogen volop de kost geven: na een instorting in het midden van de negentiende eeuw werd de kerk vrij snel gerestaureerd, maar een groot deel vann het oorspronkelijke interieur ging daarbij verloren. De versiering van de gewelven is op het eerste gezicht indrukwekkend, maar als je je foto's van dichterbij bekijkt, stel je vast dat het om een neo-gotiek gaat die niet helemaal voldoet.
Gotischer dan gotisch: te druk
In het hoogkoor is nog wel een origineel kunstwerk te bewonderen: een groot marmeren retabel dat de Heilige Maagd met Kind voorstelt, te midden van engelen en heiligen. Het werk komt uit 1531: houten retabels kun je genoeg zien, maar een marmeren is een zeldzaamheid.
Marmeren retabel uit 1531
Twee schilderijen trekken ook mijn aandacht: een 'Madonna met Kind' uit het einde van de vijftiende eeuw waarop de twee gouden kronen het geheel domineren en waar verder nogal opvallend met goud wordt omgesprongen. Het doet me - ten onrechte? - aan iconen denken, maar een bijna authentieke icoon zie ik aan de overzijde: veel nederiger is de voorstelling. De Moeder Gods houdt liefdevol haar kind in haar amen, maar kijkt de toeschouwer heel droevig aan, alsof ze wil zeggen: 'Ik ben wel de moeder van de Heiland, de redder van de wereld, maar ik weet ook dat ik hem op zijn 33ste af zal moeten geven.' Die uitdrukking vind je overigens op veel Griekse iconen terug. Mooi is ook dat je de Grieks-orthodoxe beeldtaal hier wel kunt zien, wat bij ons niet het geval is. Na het Oosters Schisma in 1054 zijn iconen bij ons compleet in onbruik geraakt, terwijl de traditie in Zuid-Europa langer heeft doorgewerkt.
Domenico Gagani (toegeschreven): Madonna met Kind
Icoon in authentieke Griekse traditie
Helaas is dit geen icoon uit lang verleden tijden: het is een werk uit 2008, van een kunstenaar die S. Messina heet, dat 'Madonna della Tenerezza' heet, 'De tedere Madonna' met andere woorden. Wat ik over beeldtaal en uitdrukking van gevoelens geschreven heb, blijft wel gelden, maar dit is geen spoor van een vroegere traditie, het is een opnieuw aanknopen ermee. En ik blijf het even mooi vinden.
Erice is een stadje - in vroegere tijden belangrijker dan Trapani - waarvan de oorsprongen teruggaan tot een eind in het eerste millennium voor Christus: Carthagers, Grieken, Romeinen en Normandiërs hebben hier de dienst uitgemaakt. Die Normandiërs heten hier 'Normanni', maar ze komen wel degelijk uit Normandië, waar ze in 911 als Noormannen binnengevallen waren, en niet uit Scandinavië. De plaats ligt als een arendsnest boven op de gelijknamige berg, die ook 'La Montagna del Signore' genoemd wordt. Verder dan 'il Duomo' (de dom) of 'la Matrice' (de moederkerk) ben ik niet geraakt: rolstoel duwen is daarboven geen sinecure, en zelf rondlopen lijkt toch ook te zwaar. Maar de Matrice heb ik met de nodige aandacht bekeken: ik kan geen fatsoenlijke kerk voorbijgaan zonder dat ik geprobeerd ze min of meer grondig in me op te nemen. Het is niet dadelijk een bedwelmend mooi gebouw, maar het wordt gotisch genoemd, en dat is in Italië zonder meer al een, merkwaardigheid. Italië lijkt mij vaak van de Romaanse stijl gelijk op die van de renaissance overgestapt te zijn. En het is ook geen gotisch gebouw zoals in Noord-Frankrijk of bij ons. Veel minder versiering en tierlantijntjes, het ziet er iets robuuster en simpeler uit. Toch is met de bouw van de kerk pas begonnen in 1314, toen de gotiek bij ons toch al verder stond: we zitten hier aan de uiterste rand van Europa, en de Normandiërs zullen mogelijk de nieuwe stijl hier geïntroduceerd hebben. Mogelijk zeg ik, want het was Federico II van Aragon, een Spanjaard, die het gebouw deed oprichten. Hij was het ook die de ' torre di vendetta' al in 1312 liet bouwen, en deze 'toren van de wraak' was dus een soort van donjon.
Erice: la Matrice
Dat de bouwheren ook nog met de Romaanse stijl in hun hoofd zaten, kun je zien aan het portiek. Boven de kerkdeur is een abstracte, geometrische versiering aangebracht: beelden van heiligen of apostelen, taferelen uit het evangelie ter stichting van de gelovigen zijn er totaal niet. Die geometrische versiering wijst op de zeer hoge ouderdom van het kunstwerk, op de overgang van Romaans en gotiek in dit geval. Een gids noemt de bouwstijl 'gotico-chiaromontano', en daarmee wordt volgens mij de gotiek uit die streek bedoeld. Het moet zoiets zijn als bij ons de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Aarschot: dat is een voorbeeld van 'Demergotiek'.
Eerder eenvoudig portiek
In de kerk kun je je ogen volop de kost geven: na een instorting in het midden van de negentiende eeuw werd de kerk vrij snel gerestaureerd, maar een groot deel vann het oorspronkelijke interieur ging daarbij verloren. De versiering van de gewelven is op het eerste gezicht indrukwekkend, maar als je je foto's van dichterbij bekijkt, stel je vast dat het om een neo-gotiek gaat die niet helemaal voldoet.
Gotischer dan gotisch: te druk
In het hoogkoor is nog wel een origineel kunstwerk te bewonderen: een groot marmeren retabel dat de Heilige Maagd met Kind voorstelt, te midden van engelen en heiligen. Het werk komt uit 1531: houten retabels kun je genoeg zien, maar een marmeren is een zeldzaamheid.
Marmeren retabel uit 1531
Twee schilderijen trekken ook mijn aandacht: een 'Madonna met Kind' uit het einde van de vijftiende eeuw waarop de twee gouden kronen het geheel domineren en waar verder nogal opvallend met goud wordt omgesprongen. Het doet me - ten onrechte? - aan iconen denken, maar een bijna authentieke icoon zie ik aan de overzijde: veel nederiger is de voorstelling. De Moeder Gods houdt liefdevol haar kind in haar amen, maar kijkt de toeschouwer heel droevig aan, alsof ze wil zeggen: 'Ik ben wel de moeder van de Heiland, de redder van de wereld, maar ik weet ook dat ik hem op zijn 33ste af zal moeten geven.' Die uitdrukking vind je overigens op veel Griekse iconen terug. Mooi is ook dat je de Grieks-orthodoxe beeldtaal hier wel kunt zien, wat bij ons niet het geval is. Na het Oosters Schisma in 1054 zijn iconen bij ons compleet in onbruik geraakt, terwijl de traditie in Zuid-Europa langer heeft doorgewerkt.
Domenico Gagani (toegeschreven): Madonna met Kind
Icoon in authentieke Griekse traditie
Helaas is dit geen icoon uit lang verleden tijden: het is een werk uit 2008, van een kunstenaar die S. Messina heet, dat 'Madonna della Tenerezza' heet, 'De tedere Madonna' met andere woorden. Wat ik over beeldtaal en uitdrukking van gevoelens geschreven heb, blijft wel gelden, maar dit is geen spoor van een vroegere traditie, het is een opnieuw aanknopen ermee. En ik blijf het even mooi vinden.
zondag 26 september 2010
Sicilië - dag 1
Vijf maanden geleden zou ons klasje Italiaans zijn jaarlijkse Italiëreis ondernemen: niet naar de laars zelf, maar naar Sicilië. Het leek ons wel wat. Maar dat was zonder de waard gerekend, in dit geval de sindsdien alombekende Yslandse vulkaan Eyjafjallajökull: een Scandinaafse tongue twister met een verrukkelijke aswolkige nasleep. Ik heb toen mijn toevlucht gezocht in Bourgondië: ook niet te versmaden. Verleden week maandag - de vulkaan was al een tijdje in slaap gesukkeld - was het dan zover: wij naar Sicilië. Vertrekken deden we in onze achtertuin, dat wil zeggen in Eindhoven, dat wil nog preciezer zeggen vanaf 'Eindhoven Airport' zoals alle wegwijzers dat aanduiden. Want het is bekend dat in Brabant alleen Engelstaligen het vliegtuig nemen. Knap van die Nederlanders dat ze dat zo goed in de smiezen hebben, toch?
De vlucht - met ryanair, wat had je gedacht? - gaat pas om tien voor zes, maar wij waren al om drie uur op de airport: je weet maar nooit wat er nog uitbarst, een tweede keer zouden ze ons niet hebben! En wij - precies een elftal - dus babbelen en kabbelen tot een uur of zes, terrasje doen, vliegtuigje bekijken, geduldje oefenen.
Vier van de elf
Nog eens vier
Vertrouwd transportmiddel
Als we dan om iets over acht in Trapani Airport aankomen, blijkt het daar al compleet donker te zijn. Dat heb je: hoe zuidelijker je gaat, hoe vroeger de nacht valt, en we zitten niet zo ver van Afrika, wat we in Sicilië overigens nog anderszins zullen ervaren. Zonder problemen worden we naar ons hotel gebracht: 'Le Due Badie' ( de twee abdijen) in de Via Badia Nuova in de Trapani, een stad van 75.000 inwoners in het noordwesten van het eiland, op zo'n 100 kilometer van Palermo.
Het restaurant is vlakbij: gewoon vlak voor het hotel, op straat, in open lucht, in de Via Badia Nuova zelve: we eten er twee avonden goed, maar als we volgens de plaatselijke uitbaters niet genoeg bestellen - geen primo piatto, die nemen we niet - blijken we echt geduld te moeten oefenen, en de vindingrijke Trapanezen stellen ons voor, om het wachten draaglijk te maken en opkomende appelflauwtes voor te zijn, al maar 'bruschette' te nemen: dat is geroosterd brood met knoflook en olijfolie. Alleen: ze bieden die ons niet aan, ze proberen die ons aan te smeren. Betalen moeten we ze natuurlijk zelf. De transactie gaat niet door: gratis langer wachten heeft ook zijn charmes, vinden we dan. Terzijde: het straatrestaurant levert wel romantische foto's op. De mens leeft tenslotte niet van 'bruschette' alleen.
In lengte van avonden: romantisch tafelen
De vlucht - met ryanair, wat had je gedacht? - gaat pas om tien voor zes, maar wij waren al om drie uur op de airport: je weet maar nooit wat er nog uitbarst, een tweede keer zouden ze ons niet hebben! En wij - precies een elftal - dus babbelen en kabbelen tot een uur of zes, terrasje doen, vliegtuigje bekijken, geduldje oefenen.
Vier van de elf
Nog eens vier
Vertrouwd transportmiddel
Als we dan om iets over acht in Trapani Airport aankomen, blijkt het daar al compleet donker te zijn. Dat heb je: hoe zuidelijker je gaat, hoe vroeger de nacht valt, en we zitten niet zo ver van Afrika, wat we in Sicilië overigens nog anderszins zullen ervaren. Zonder problemen worden we naar ons hotel gebracht: 'Le Due Badie' ( de twee abdijen) in de Via Badia Nuova in de Trapani, een stad van 75.000 inwoners in het noordwesten van het eiland, op zo'n 100 kilometer van Palermo.
Het restaurant is vlakbij: gewoon vlak voor het hotel, op straat, in open lucht, in de Via Badia Nuova zelve: we eten er twee avonden goed, maar als we volgens de plaatselijke uitbaters niet genoeg bestellen - geen primo piatto, die nemen we niet - blijken we echt geduld te moeten oefenen, en de vindingrijke Trapanezen stellen ons voor, om het wachten draaglijk te maken en opkomende appelflauwtes voor te zijn, al maar 'bruschette' te nemen: dat is geroosterd brood met knoflook en olijfolie. Alleen: ze bieden die ons niet aan, ze proberen die ons aan te smeren. Betalen moeten we ze natuurlijk zelf. De transactie gaat niet door: gratis langer wachten heeft ook zijn charmes, vinden we dan. Terzijde: het straatrestaurant levert wel romantische foto's op. De mens leeft tenslotte niet van 'bruschette' alleen.
In lengte van avonden: romantisch tafelen
Abonneren op:
Posts (Atom)