vrijdag 13 juli 2012

Lier: Bruegelland - vertier en trammelant 2

Na de rode zaal, de Brueghelzaal, kom je in de groene: daar hangen zeventiende-eeuwers die in Brueghels traditie werken: vaak zijn volkse figuren en kroegtaferelen hun onderwerp. Maar net zo goed schilders uit de negentiende eeuw begaven zich daaraan: zij beeldden echter vaker de zeventiende eeuw uit dan hun eigen tijd: nostalgie en heimwee naar de grote meester, zeer romantisch in feite. Een typisch voorbeeld is de Antwerps schilder Hendrik Leys (die van de Leysstraat, juist ja) met een doek dat heet 'De mis is uit', uit 1866.


Hendrik Leys: De mis is uit

Die mensen verlaten de kerk niet in 1866, maar ten minste 200 jaar vroeger: terug naar het rijke nationale verleden, zeiden we vroeger voor de klas, remmeloze historische romantiek. Met alle respect: ik moet eerlijk zeggen dat het me nogal aan het werk van Anton Pieck doet denken: mooi gemaakt is het wel, maar je ziet gewoon dat het niet echt is.

Je komt ook namen tegen als David Teniers II, Adriaen van Ostade, Jan Steen zelfs: die schilderden wel hun eigen tijd, en de idealiserende zoetsappigheid van Leys zie je dan ook niet. Grappig is 'De jaloerse vrouw' van David Teniers II. Het jonge koppel heeft zich natuurlijk afgezonderd van de andere kroeggangers, ze zien er best gelukkig en zorgeloos uit - als het nodig is zal hij haar wel bijschenken - maar een rivale (?) komt van achter een soortement van deur piepen: 'spread the news' is onafwendbaar, de roddel is wordt zo geboren. Boven op die deur zit kijkt een uil, symbool van de wijsheid, het tafereel meewarig aan: toevallig zit hij daar volgens mij niet. Hier is niets mooier gemaakt: geen geidealiseerd interieur, het verhaaltje op zichzelf is leuk genoeg en de moraal kan je er zelf bij bedenken. Echt is dit, voor mij toch.


David Teniers II: De jaloerse vrouw

We kennen allemaal de uitdrukking 'een huishouden van Jan Steen'. Zijn 'Huwelijksfeest' (normaal in het museum in Antwerpen) laat dezelfde wanorde zien. Wat, beter 'wie' onmiddellijk opvalt is de kerel links beneden: die is al duidelijk ver boven zijn theewater. Centraal staan twee mannen enthousiast te dansen: de vrouwen links en rechts van hen schijnen aan de uitbundigheid niet deel te nemen. Rechts vooraan zit een deftig geklede man met een vrouw te praten: zij laten de dolle vreugde ook aan zich voorbijgaan. De bruid zit bij de schouw, links naast de hoed van de deftige heer: zij is een klein detail in het hele schilderij. Ik moet toegeven: ik heb ze ook maar gevonden omdat het bezoekersgidsje precies aangeeft waar ze te vinden is. En waar de bruidegom uithangt, of wie dat kan zijn, weet ik helemaal niet. De traditie van de 'bruegheliaanse bruiloften' is niet veraf, dat is duidelijk.


Jan Steen: Huwelijksfeest

Van iemand die mij altijd ge√Įnteresseerd heeft, hangt er ook een werk: van Adriaen van Ostade namelijk. Ik hem hem leren kennen in het Rijksmuseum van Amsterdam: er hangen daar een aantal kleine schilderijtjes van zijn hand, kroegsc√®nes vooral, waardoor ik hem altijd asocieer met Adriaen Brouwer, over wie Felix Timmermans trouwens ook een roman geschreven heeft (eerste druk 1944). Hier gaat het om een roker, die met heel zijn lijf schijnt te genieten van zijn pijp. De lichtinval vind ik mooi.


Adriaen van Ostade: De roker, 1655

Wat in deze zaal te zien is, doet inderdaad nogal 'brueghels' aan: volks is het in ieder geval, maar je ziet ook meteen dat Pieter Brueghel de Oude en zijn visie veel groter waren.

Geen opmerkingen: