donderdag 16 juli 2009

Tallinn, dag 5 - Song Celebration


Het ceremoniële vuur


Mijn mooie buurvrouw van 2 tot 4


Estse sierkunst


Een deel van de bijna 25.000 zangers

Vandaag is het de grote dag: de Song Celebration deze namiddag, vanaf 2 uur. Het is daarvoor dat ik naar Estland gekomen ben; ook voor Jasper natuurlijk, en Tallinn, maar de Song Celebration heeft me van het eerste moment dat ik ze op film zag, meteen overtuigd. Die film had Jasper me al voor Nieuwjaar toegestuurd: 'The Singing Revolution' heet die, en daarin stellen de makers van deze good will-documentaire voor het eigen land dat Estland zijn onafhankelijkheid heeft veroverd zonder dat er bloed is gevloeid, en vooral door de kracht van muziek, zingen en de zangfeesten. Gezongen werden alleen liederen uit de eigen liederenschat, een traditie die in vijfjaarlijkse samenkomsten al vanaf 1869 in ere wordt gehouden. Het Estse volk beleeft op die zangfeesten ten volle en complexloos zijn identiteit, heb ik kunnen vaststellen. Ik heb vroeger, in '75, iets dergelijks meegemaakt in Mexico, in de stad Oaxaca. Daar ging het toen om een dankfeest ter ere van de geslaagde oogst, waarvoor alle stammen van de staat Oaxaca samenkwamen in de gelijknamige stad, en een dansfeest met zang opvoerden: ongelooflijk ontroerend was dat. Ik herinner me nog levendig hoe de tranen het eerste half uur van dat feest zo maar over mijn wangen biggelden. Nogal wiedes dat ik de 'Laulupidu' ook wel wilde meemaken.

Als we aan de zangboog aankomen,is het weer in ieder geval beter dan tijdens de uitgeregende avond van gisteren. eventjes voelen we een paar druppeltjes, maar voor de rest is schijnt er een geestdriftig stralende zon. We hebben een goede plaats, ondaks of dankzij mijn rolstoel. De feestelijkheden beginnen met een blaasorkest van 1.700 koppen, jongenskoren, mannen-, meisjes-, vrouwen en gemengde koren volgen elkaar op, alle mensen kennen alle liederen, behalve twee Belgen dan, de stemming in alle betekenissen van het woord is meer dan opperbest, de esten vieren zichzelf zeer uitgelaten en met veel stijl. Estse vlaggen en vlaggetjes zijn nadrukkelijk aanwezig, meisjes en vrouwen met bloemenkransen van margrieten en korenbloemen stralen de zomer en de vrije vreugde uit, veel vrouwen in traditionele klederdracht zetten de eigenheid van deze viering alle kracht bij. Bijna alle liederen worden door een andere dirigent geleid, die al applaus krijgt als zijn naam genoemd wordt, voor het lied gezongen wordt. Na het stukje is dat applaus oorverdovend: de sfeer is onvoorstelbaar. In het laatste deel van de uitvoering gaat die stemming echt naar het zenith: wanneer een 'gemengd koor' van meer dan 9.000 zangers 'See on Eesti' (This is Estonia) gebracht heeft, moeten dat nog eens doen, en dat zal niet het enige bisnummer zijn. 'Tuljak', een bruiloftslied, krijgen we ook twee keer, hetzelfde bij 'Ta lendab messpuu poole' (Een bij vliegt naar haar korf), in feite een metafoor voor de Est die terug thuiskomt. Behalve over die bij heb ik over andere dieren niets gehoord: geen leeuwen dus die ze niet zullen temmen, zeker niet zo lang zij klauwen en tanden hebben! Dat martiale Vlaamse volkslied is eigenlijk, een forse, eerder zware mars met een aftandse, versleten superassertieve tekst: een onding om een beetje veel beschaamd over te zijn. Nationalisme kan heel goed een andere inhoud hebben, of een echte inhoud, zo kun je het ook stellen.

Ten slotte komen we aan de laatste twee liederen: 'Mu isamaa on minu arm' (Mijn land is mij lief) op tekst van de dichteres Lydia Koidula (1843-1886) en op zeer ingetogen muziek, zo doorvoeld dat het geen bis krijgt, dit officieuze Estse volkslied. Het allerlaatste is dan 'Kodumaa' (Mijn thuisland) en dat wordt werkelijk een magistrale uitsmijter: het is een eerder vrolijk stapliedje dat je van de eerste keer bijblijft, maar om zeker te zijn brengen de meer dan 24.700 zangers dat nog eens: zwaaiende vlaggetjes alom, euforische bijval, het publiek gaat uit zijn dak. Maar helaas, de vlam op de toren wordt gedoofd, het feest is gedaan. Dat had je gedacht! Die massa zangers kunnen natuurlijk niet met zijn allen meteen van die tribunes af, bijgevolg: een deel van hen begint nog een lied, een ander deelt valt mee in, het orkest denkt 'We zullen dat wel begeleiden', en spontaan komt er nog een extraatje voor de toeschouwers, die het terrein ook niet allemaal tegelijk kunnen verlaten, hoewel dat toch redelijk vlot verloopt.

Bijzonder leuk om mee te maken is ook het plezier dat de verzamelde koren hebben aan hun optreden: geregeld wiegen ze van links naar rechts tijdens het zingen, zwaaien overtuigd met vlaggetjes, applaudisseren ze voor hun dirigent of zetten een mexican wave in. De bovenste rijen beginnen zo'n wave, die daalt dan naar het publiek tot hij het diepste punt van het terrein bereikt en klimt dan naar de top van de helling, en als hij boven aangekomen is, applaudisseert de massa in het midden. Drie- tot viermaal na elkaar gebeurt dat: heel speciaal om mee te maken.

Van 2 uur tot kwart voor 8 heeft de 'Laulupidu' geduurd, een uitvoering van zes uur voor 50 Estse kronen, dat is nog geen € 3,50: een lang volksfeest met stijl en standing. Ik ben blij dat ik erbij was.

Later in Tallinn eten we nog eens Italiaans in de doorgang van het Italiaanse restaurant 'Al sole'. Want echt Ests gaan eten, dat is in deze stad niet simpel. Maar Italianen, Grieken, Spanjaarden of Georgiërs die hier voedsel verstrekken, bedreigen de eigenheid niet: zij voegen toe wat Estland kennelijk zelf minder heeft. En het smaakt ook natuurlijk.

Geen opmerkingen: